Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)
Onderduikers:
- Alice Haas-Cerf, weduwe (Leipzig-Duitsland, 7 september 1888 – Ede, 4 maart 1961)
- zoon Fritz Gerhard Haas (25 december 1910 – Renkum, 17 februari 1958) en
- partner Matthea van Leeuwen (Amsterdam, 29 augustus 1915 – Leiden, 12 juli 2011)
Onderduikgever:
- Henri Antonius Marinus Meijer, loopknecht (Zeist, 26 september 1914 – Utrecht, 11 september 1959)
In november 1942 doken Alice Haas-Cerf, haar zoon Ger (Frits Gerhard) Haas en diens partner Matthea van Leeuwen gezamenlijk onder vanuit hun woonplaats Ede in Zeist. Ze bleven daar gedurende de hele onderduikperiode bij elkaar. Dat was tamelijk uniek. Vermoedelijk moest daar extra voor betaald worden.
Na de bevrijding legde Frits Haas een verklaring af. Van november 1942 tot februari 1944 hadden zijn moeder, zijn echtgenote en hijzelf ondergedoken bij Frits Carrière, op Gijsbrecht van Amstellaan 10. (Zie voor een uitgebreid verhaal bij dat onderduikadres.)
Nadat er een geldkwestie was ontstaan, waren de drie in februari 1944 ondergedoken op Van der Merschlaan 28, waar ze tot september 1943 bleven. Daarna vertrokken ze naar Woudenbergseweg 3, waar ze tot januari 1945 zouden blijven (er zou in daarna nog een vierde onderduikadres volgen: Van de Polllaan 3).
Volgens een naoorlogse verklaring van Ger Haas was H.A.M. Meijer hun onderduikgever op Woudenbergseweg 3. Betrokkene woonde volgens het Zeister bevolkingsregister van 1937 tot 1941 op Van der Heijdenlaan 55a en daarna tot 1948 op Van der Heijdenlaan 47. Hij was getrouwd met Willemina Meijer-van den Hoven, pensionhoudster (Montfoort, 6 maart 1917 – Zeist, 20 maart 1980), die waarschijnlijk wel weet heeft gehad van de onderduiksituatie. Het echtpaar Meijer-van den Hoven had zeven kinderen (1937, 1938-overleden 1941, 1941, 1943, 1945-overleden 1945), waarvan twee na de oorlog (1946, 1950). Op Van der Heijdenlaan zal onvoldoende ruimte zijn geweest voor het geven van onderduik.
Pas vanaf 1948 tot zijn dood woonde Henri Meijer op Woudenbergseweg 3. Aangenomen moet echter worden dat hij tijdens de bezetting al zijn beroep als loopknecht uitoefende op dat adres, maar zelf elders woonde.
De hoofdbewoonster van het statige pand was de 72-jarige, vrijgezelle jonkvrouw Bregitta Wilhelmina Jacoba Gerbrandina Lintelo de Geer (Zeist, 1872-1954), die daar tot in 1942 met haar jongere zuster Anna Elisabeth (Zeist, 1874-1947) had gewoond. Nu woonde er vanaf 1937 af en toe een andere bejaarde vrijgezelle vrouw woonachtig op Woudenbergseweg 3, Christina Willemina Schoonheim (Utrecht, 1866 – Zeist, 1962).
Mogelijk was jonkvrouw Lintelo de Geer zich niet bewust van de onderduik, werden de onderduikers als evacués aangeduid tegenover haar of woonde ze tijdelijk elders? – ze werd in elk geval niet genoemd in de verklaring van Ger Haas.
Bronnen:
- Mededelingen van Werner André Haas
- Fragment van een ondertekende verklaring van Fritz Gerard Haas (datum en status verklaring niet bekend)
- Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister en woningkaarten
- Zie vooral het bewezen onderduikadres Gijsbrecht van Amstellaan 10 en de bewezen onderduikadressen Woudenbergseweg 3 en Van de Polllaan 3
1. Woudenbergseweg
2. Valse persoonsregistratie van Fritz Gerhard Haas op naam van ‘Josef Hubert Palmen’ in het Zeister bevolkingsregister
3. Fragment van de verklaring van Fritz Haas over zijn onderduikadressen
4. De valse registratie van Alice Haas-Cerf in het bevolkingsregister van Zeist, als ‘Apolonia van Buuringen’
5. Verklaring over het foutieve persoonsbewijs van Alice Haas-Cerf




