Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 73-76; aangepast)
In memoriam:
- Reintje Hartogs-Soesman, weduwe, pensionhoudster (Zwartewaal, 8 februari 1885 – Sobibor, 14 mei 1943), bereikte de leeftijd van 58 jaar
Andere onderduiksters:
- volwassen joodse onderduikster, waarvan geen nadere gegevens bekend zijn
- Idem
Onderduikgeefster:
- Elina Vivian Schrijver-Lord (Georgetown-Kaaimaneilanden, 16 november 1892 – op 25 januari 1949 geëmigreerd naar Brits-Guyana)
Geen kinderen
De joodse diamanthandelaar Joseph Schrijver verruilt in maart 1923 zijn geboorteplaats Amsterdam voor een verblijf in Brits-Guyana. Vijf jaar later trouwt hij in Georgetown met de daar geboren Elina Vivian Lord. In de zomer van 1931 emigreert het echtpaar naar Argentinië, na een tussenstop van drie weken in Amsterdam.
Medio februari 1934 – elf jaar na zijn vertrek uit Nederland – keert Joseph Schrijver met zijn echtgenote terug naar Amsterdam. Zijn beroep is dan vertegenwoordiger. Zijn ongehuwde zuster Lea Schrijver houdt een pension in Zeist, op Van Renesselaan 24. Het echtpaar Schrijver-Lord besluit zich eind april 1938 ook in Zeist te vestigen. Ze gaan wonen op het adres Willem de Zwijgerlaan 10 en daar wonen ze nog steeds als Duitsland Nederland binnenvalt.
Lea Schrijver moet in augustus 1942 naar Amsterdam, waar ze kan intrekken bij haar eveneens ongehuwde zuster Estella. Beiden zullen na verloop van tijd onderduiken in Zeist. Vanwege zijn gemengde huwelijk mag Joseph Schrijver vooralsnog blijven wonen waar hij woont. Hij blijft echter niet buiten schot als het om de jodenvervolging gaat. Uit het dagrapport van dinsdag 1 september 1942 van de gemeentepolitie:
‘11 uur In passantenkamer geplaatst Joseph Schrijver geboren A’dam 28-2-1883 zonder beroep, won. Willem de Zwijgerlaan 10, verdacht zonder kenteeken op den openbare weg te loopen (Jood). Wordt vanmiddag overgebracht naar A’dam Sicherheitspolizei.’
Joseph Schrijver heeft naar de maatstaven van de bezetter een ernstige overtreding begaan – die hij overigens ontkent – en daarop volgt een zware straf. Tussen 3 en 5 oktober 1942 wordt hij naar kamp Westerbork overgebracht. En vervolgens bijna gedeporteerd. Zijn naam wordt op de lijst voor een transport gezet, dat op 9 november 1942 naar Auschwitz zal gaan. Schrijver wordt echter weer afgevoerd van de lijst, op grond van zijn doop. Hij heeft kunnen aantonen dat hij op 3 maart 1924 in Brits-Guyana opgenomen is in de High Church en nu ingeschreven staat in de Presbyterian Church in Amsterdam. Op 11 juli 1943 wordt hij ontslagen uit Kamp Westerbork.
Terwijl hij nog in het kamp is, neemt zijn echtgenote Elina Vivian Schrijver-Lord drie joodse vrouwen op in haar huis. Eén van de vrouwen is de weduwe Reintje Hartogs-Soesman, die voorheen kamers verhuurd heeft op Roemer Visscherlaan 56 in Zeist. Ze duikt omstreeks eind februari 1943 onder op Willem de Zwijgerlaan 10. Verraad laat nog geen twee maanden op zich wachten.
Dat blijkt op vrijdagochtend 30 april 1943, als politieman Evert Drost en controleur Abel Dijkstra van de Crisis Controle Dienst (standplaats Bunnik) om kwart voor twaalf een inval doen op Willem de Zwijgerlaan 10. De CCD moet onder meer zwarthandel bestrijden, maar Dijkstra heeft kennelijk een ruimere taakopvatting. Drost is na de reorganisatie van de Nederlandse politie overgeplaatst naar de Economische dienst van de Zeister gemeentepolitie, waar hij fraudezaken en zwarthandel behandelt. Ook hij vat zijn taken ruimer op. Dijkstra kan beschouwd worden als een collega van Drost. Beiden zijn in burger gekleed.
In de keuken van Willem de Zwijgerlaan 10 treffen ze Reintje Hartogs-Soesman aan. Drost vraagt haar bot naar haar persoonsbewijs. In eerste instantie zegt ze dat ze geen persoonsbewijs heeft, maar Drost overdondert haar en dan gaat ze het persoonsbewijs toch halen. Als de politieman de grote J op het document ziet, zegt hij ‘Je bent een Jood, wat doe jij hier!’ Hij verhoort haar kort apart, waarbij ze vertelt dat ze al twee maanden op dit adres ondergedoken zit. Ze heeft haar verhuizing niet doorgegeven aan het gemeentehuis, omdat ze joods is. Mevrouw Schrijver-Lord weet er alles van.
Daarop voelt Drost de onderduikgeefster aan de tand. Er is op Willem de Zwijgerlaan 10 geen rekening gehouden met een inval, want de verklaringen zijn niet op elkaar afgestemd. Elina Vivian Schrijver-Lord verklaart dat Reintje Hartogs-Soesman vorige zaterdag 24 april voor een paar dagen is komen logeren. Dat zo’n korte logeerpartij gemeld moest worden volgens de politieverordening was haar niet bekend. Dat haar logee joods is, wist ze ook niet. Haar echtgenoot is ‘voljoods’ en verblijft al zo’n zes maanden in Kamp Westerbork. In zijn proces-verbaal constateert Drost dat de vrouw duidelijk liegt. Hij zegt: ‘Ze proberen er allemaal onderuit te komen, maar het lukt hun niet, wij krijgen ze toch wel.’ Zijn optreden is bot en brutaal, maar hij mishandelt zijn arrestante niet. De twee andere onderduiksters hebben zich al die tijd verborgen in een kast. Bij zijn huiszoeking vindt Drost ze niet en hij vertrekt met Reintje Hartogs-Soesman naar het politiebureau.
Uit het politierapport van 30 april:
‘13 uur Aangehouden in perceel Willem de Zwygerlaan 10, alhier en overgebracht naar het politiebureau, geplaatst in passantenkamer
Reintje SOESMAN, geboren 8 Februari 1885 te Zwartewaal (Z-H), kamerverhuurster, laatst won. Roemer Visscherlaan 56, alhier. R. Soesman is Joodsch ras. En blyft ter beschikking Sipo, Amsterdam aan het Bureau. E.C.D.’
Reintje Hartogs-Soesman (58) brengt de nacht door in een politiecel en wordt op zaterdag 1 mei naar de Sicherheitspolizei in Amsterdam gebracht. Vijf dagen later wordt ze naar Kamp Westerbork gebracht, waar ze in barak 55 wordt geplaatst. Daarna gaat het snel. Op 11 mei 1943, elf dagen na haar arrestatie in Zeist, moet Reintje vanuit Kamp Westerbork op transport naar Sobibor. Joseph Schrijver staat die dag bij de trein en ziet haar vertrekken.
Reintje Hartogs-Soesman wordt op de dag van aankomst in Sobibor meteen vermoord, op 14 mei 1943. Haar stiefdochter Clara Hartogs zal door onderduik elders in Zeist overleven. Haar zusters Saar Cohn-Soesman (Sobibor), haar echtgenoot en zoons, Hester Soesman (Auschwitz) en Schoontje Soesman (Auschwitz) – zij zit elders in Zeist (Frank van Borselenlaan 4) ondergedoken – worden ook slachtoffer van de Holocaust.
Ongeveer twee weken na de arrestatie van Reintje Hartogs-Soesman, half mei 1943, duikt Evert Drost, dit keer in politie-uniform, weer op bij Willem de Zwijgerlaan 10. Dit keer wordt hij vergezeld door zijn in burger geklede collega Van der Peijl, die hem vaker assisteert. Elina Vivian Schrijver-Lord heeft op dat moment een vriendin uit Canada in huis, en waarschijnlijk heeft een verrader doorgegeven dat het om een jodin zou gaan. Drost en zijn collega voeren een huiszoeking uit, zogenaamd bij wijze van controle. Tevergeefs dus. Elina Vivian Schrijver-Lord krijgt wel een boete van 25 gulden, omdat ze ook deze logee niet heeft aangemeld bij de gemeente.
Joseph Schrijver wordt op 21 juli 1943 ontslagen uit Kamp Westerbork. Maar veilig blijft het niet voor hem. Uit het nachtrapport van donderdag 23 september op vrijdag 24 september 1943 van de gemeentepolitie in Zeist:
‘1 uur In opdracht van den Commandant te omstreeks 00.15 uur een onderzoek ingesteld in perceel Willem de Zwijgerlaan 10 naar Joseph Schrijver, geb. 28-2-’83, die voor de Sipo aangehouden moest worden. Bedoelde persoon werd door ons aldaar niet aangetroffen. Volgens mededeeling van de echtgenoote van Schrijver had haar man op Donderdag 23 September 1943 te 19.- uur de woning verlaten en thans nog niet teruggekeerd.’
Joseph Schrijver zal de bezetting in onderduik overleven en na de bevrijding terugkeren in Zeist, om van daaruit in januari 1947 naar Brits-Guyana te emigreren.
Zijn zuster Estella Schrijver, die eerst in Zeist ondergedoken is geweest op Frederik Hendriklaan 82, is op een volgend onderduikadres, Kritzingerlaan 106, gearresteerd. Ze is op 28 januari 1944 vermoord in Auschwitz.
Zuster Lea Schrijver, die eveneens een tijd ondergedoken was op Frederik Hendriklaan 82 en Kritzingerlaan 106, is op 28 mei 1945 teruggekeerd naar Van Renesselaan 24, waar ze eerder haar pension hield. Ook een andere zuster, de weduwe Elisabeth Bolle-Schrijver, komt in Zeist wonen.
– 0 – 0 – 0 – 0 –
In 1947 verhuisde de weduwe Sjieuwke Schaafsma-Terpstra van de Vossenlaan naar Willem de Zwijgerlaan 10. Haar echtgenoot Arie Schaafsma (De Lier, 29 mei 1914 – Zeist, 4 mei 1945, timmerman, 31 jaar oud) was lid van de Binnenlandse Strijdkrachten. Zijn broer Klaas mogelijk ook. Arie had onder meer een RAF-piloot onderduik geboden. Na hun arrestatie eind april 1945, op verdenking van ‘terroristische’ handelingen werden de broers opgesloten in de kelder van huize Cattenbroeck aan de Koppelweg, waar een commando van de Sicherheitsdienst half april was neergestreken. In de avond van 4 mei 1945 werden de broers en Henricus Eugenius Rijnders uit Zeist zonder vorm van proces in de bossen bij Austerlitz doodgeschoten door een commando van de Sicherheitsdienst, waaraan ook Nederlanders deelnamen. De lijken van de drie Zeistenaren werden pas op 30 mei gevonden. Ter plaatse is op donderdag 26 april 2007 een herdenkingsteken geplaatst. De broers Schaafsma zijn herbegraven in Zeist en staan ook vermeld op een marmeren bord in de gereformeerde Oosterkerk.
Bronnen:
- Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR< toegang 2.09.09, inventarisnummers 700 II-62533 en BvRC 847/48, E.C. Drost
- Gemeentearchief Zeist, archief 3500 (gemeentepolitie), dagrapporten en proces-verbaal van 1 september 1942
- Zie de bewezen onderduikadressen Frederik Hendriklaan 82 en Kritzingerlaan 106, voor de onderduik van Estella en Lea Schrijver
- Zie het bewezen onderduikadres Oude Arnhemseweg 271, voor de onderduik van Clara Hartogs
- Zie Frank van Borselenlaan 4, voor de onderduik en arrestatie van Schoontje Soesman
- Kamp Westerbork, Collectie – Een Naam en een Gezicht
- Digitaal joods monument, Reintje Hartogs-Soesman, Sara Cohn-Soesman en Schoontje Soesman (Hester Soesman ontbreekt?)
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joods Raad-kaarten voor Reintje Hartogs-Soesman, Sara Cohn-Soesman, Hester Soesman en Schoontje Soesman
- R.P.M. Rhoen, www.rhoen.nl (oorlogsmonumenten – inleiding) en ‘De oorlogsmonumenten in Zeist’, ZHG-periodiek Seijst, 2005, nummers 1-2, 6 (broers Schaafsma)
1. Willem de Zwijgerlaan 10
2. Jo en Elma Schrijver-Lord
3. De ongehuwde zuster Lea van Joseph Schrijver had een pension op Van Renesselaan 24. Op de foto staat ze met familieleden
4. Op de vooroorlogse foto staan de zusters Schrijver, het echtpaar Schrijver-Lord en een onbekende persoon voor het pension op Van Renesselaan 24
5. De Zeister NSB-politieman en oorlogsmisdadiger Evert Drost




