Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.

Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.

Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.

Valse persoonsregistratie voor:

  • Mietje Tas, gescheiden, geen beroep (Amsterdam, 25 september 1888 – Amsterdam 4 april 1975)

Marie (Mietje) Tas was een dochter van Joseph en Sara Tas-van Sweeden. Het echtpaar Tas-van Sweeden had vier kinderen. Een daarvan, Naatje op den Oordt-Tas, was gemengd gehuwd. Haar zusters Marie, Debora en broer Benjamin Willem waren gehuwd (geweest) met joodse partners.

Marie, Debora en Benjamin werden tijdens de bezetting alle drie vals geregistreerd in het Zeister bevolkingsregister. Debora Tas-Blits en Benjamin Willem Tas op Platolaan 28, als ‘Elsje Tasma’ en ‘Bernhard Willem Tasma’, en Marie op Waterigeweg 4, als de rooms-katholieke kantoorbediende ‘Mietje Taats’. Of ze werkelijk ondergedoken hebben gezeten op Platolaan 28 en Waterigeweg 4 is niet bekend.

Marie Tas was in 1910 getrouwd met de violist Jonas Chits alias ‘Boris Lensky. Ze hadden twee zoons gekregen. ‘Lensky’ was vanaf 1912 beroemd geworden, door in de bioscoop Cinema Palace (later Roxy) in Amsterdam met zijn orkest stomme films muzikaal te begeleiden. Er waren mensen die uitsluitend naar Cinema Palace kwamen om ‘Lensky’ te horen. Zijn artiestennaam was ontleend aan ‘de duivelse violist’ in de populaire roman van Ossip Schubin (pseudoniem van Lola Kirschner).

‘Boris Lensky’ werd de populairste bioscoopmusicus van Amsterdam. Na de komst van de geluidsfilm stapte hij over naar de radio. Hij trad voornamelijk op voor de AVRO.

Tussen 1916 en 1930 maakte Lensky bovendien honderden plaatopnamen voor Columbia Records in Londen, solo, met zijn eigen trio, met de Kovacs Lajos Band of met zijn schoonzus Debora Blits-Tas aan de vleugel.

Tijdens de mobilisatie van 1939 reisde Lensky het hele land door, van kazerne naar kazerne. Medio dat jaar scheidden hij en Marie Tas.

Marie Tas overleefde de bezetting, evenals haar zuster Debora Blits-Tas en haar broer Benjamin Willem Tas en diens echtgenote, al dan niet in onderduik in Zeist. Ook de zoons van Marie en Debora overleefden, maar Debora’s echtgenoot Andries Blitz en de ouders van Marie, Debora en Benjamin Willem – Joseph en Sara Tas-van Sweeden – keerden niet terug van hun deportatie. Ze waren alle drie vermoord in Auschwitz.

Bronnen:

  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen ‘Mietje Taats’, ‘Elsje Tasma’ en ‘Bernhard Willem Tasma’
  • Zie de valse registraties op Platolaan 28, voor Debora Blits-Tas en Benjamin Willem Tas
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaart voor Mietje Tas en Jonas Chits
  • onsamsterdam.nl, Boris Lensky, tovenaar op de viool

1. De valse registratie van Mietje Tas in het bevolkingsregister van Zeist

2. Jonas Chits alias ‘Boris Lensky’

3. Mietje Tas in 1938 (Felix-archief)

Aankondiging van de verloving van Marie Tas en ‘Boris Lensky’ in het Algemeen Handelsblad van 2 september 1909

Aankondiging van het 25-jarig huwelijksjubileum van Joseph en Sara Tas-van Sweeden in het Algemeen Handelsblad van 27 juni 1913.

Dankzegging vn John Chits en Marie Tas in het Algemeen Handelsblad van 4 mei 1910.

Jonas Chits alias ‘Boris Lensky’_2