Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het onderduikboek, pagina’s 140-142; aangevuld met informatie over de onderduikers en onderduikgevers)

De arrestaties op dit adres maken deel uit van een razzia op 28 en 29 november 1943 in Soest en Bosch en Duin:

  • Baarnseweg 37, Bosch en Duin

  • Veenzoom 10, Soest

  • Vossenlaan 8, Bosch en Duin

  • Paduaweg 8, Den Dolder

In memoriam:

  • Zadok Werkendam, diamantslijper, koopman (Amsterdam, 31 juli 1881 – Auschwitz, 28 februari 1944), bereikte de leeftijd van 62 jaar
  • echtgenote Esther Werkendam-Buijs (Amsterdam, 10 januari 1881 – Auschwitz, 28 januari 1944), bereikte de leeftijd van 63 jaar
  • Isaac de Oliveira, briljant-versteller, marktkoopman (Amsterdam, 10 juni 1874 – Auschwitz, 28 januari 1944), bereikte de leeftijd van 69 jaar
  • echtgenote Henrietta de Oliveira-van Gelderen (Leiden, 3 november 1877 – Auschwitz, 28 januari 1944), bereikte de leeftijd van 68 jaar

Onderduikgevers:

  • Jerina Hilgers, gescheiden vanaf november 1942, samenwonend, pensionhoudster (Rotterdam, 1 november 1899 – Oss, 9 februari 1988) en
  • Wilhelmus Albertus Wierks, chauffeur (Rotterdam, 4 september 1904 – Doorn, 29 december 1945)

Geen kinderen

Eigenlijk is de Rotterdamse Jerina Hilgers ook voortvluchtig. Begin september 1942 dagvaardt een deurwaarder haar – ‘zonder bekende woon- of verblijfplaats’ – zodat de scheiding kan worden uitgesproken tussen haar en haar wettige echtgenoot. De scheiding wordt eind november bij haar afwezigheid uitgesproken, want het is dan nog steeds niet bekend waar ze verblijft. Ze verblijft na twee huwelijken en twee scheidingen op Vossenlaan 27 in Bosch en Duin. Op dat adres woont ze samen met de eveneens uit Rotterdam afkomstige Willem Wierks, chauffeur van beroep, en ze wordt daarom ook wel mevrouw Wierks genoemd door anderen.

Het joodse echtpaar Zadok en Esther Werkendam-Buijs en hun 30/31-jarige dochter Jettie (Henriëtte) uit Amsterdam hebben in 1942 onderduik gekregen bij Gerrit en Popkje Muis-Kamerling. Die bewonen een dienstwoning van het waterleidingbedrijf in Soestduinen. Zadok Werkendam is een marktkoopman en zijn opvallend kleine dochter Jettie is diamantslijpster. De drie onderduikers konden doorgaans met hun onderduikgevers aan tafel mee-eten. Maar als er vriendinnetjes of gasten op bezoek kwamen, dan moesten ze op hun kamer blijven en werd buitenom eten en drinken gebracht.

Het is lang goed gegaan – anderhalf jaar? – maar toen moest het gezin Muis-Kamerling zelf onderduiken. Verraad of de dreiging daarvan? Jettie Werkendam en een andere onderduiker (Arbeitseinsatz) konden terecht bij de Soester huisarts Veldhuizen van Zanten. Twee dochters hebben het echtpaar Werkendam-Buijs naar een onderduikadres in Den Dolder gebracht, vermoedelijk meteen naar Vossenlaan 27 en waarschijnlijk na bemiddeling van de Soester B.

Op Vossenlaan 27 is op enig moment ook het echtpaar Isaac en Henrietta de Oliveira-van Gelderen ondergedoken. Mogelijk zijn zij gekomen na een seintje van het echtpaar Werkendam-Buijs, want beide echtparen kennen elkaar. Zoon Max Werkendam, gymleraar en in 1938 en 1940 (officieus) turnkampioen van Nederland, is namelijk op 25 januari 1942 getrouwd met kleindochter Clara de Vries van het echtpaar De Oliveira-van Gelderen. Van die bruiloft is een ontroerende 8 mm film ‘Joodse bruiloft in bezettingstijd’ op Youtube te zien.

De onderduik van de beide echtparen op Vossenlaan 27 zal niet lang duren en een tragische afloop kennen.

Op de Baarnseweg 37 hebben zondag op maandag al arrestaties plaatsgevonden. Vossenlaan 27 is het volgende adres.

Op maandagochtend 29 november 1943 krijgt de Zeister politieman Renze Kampstra van een brigadier opdracht om twee Sipo-medewerkers met hun arrestant B. uit Soest naar Bosch en Duin te rijden. Bij B. zijn joodse onderduikers gevonden en hem is aangeboden dat hij zijn hachje kan redden als hij nieuwe onderduikadressen doorgeeft. Kampstra hoort hoe B. een woning aanwijst: ‘Het eerste huis aan de rechterkant.’

Het is Vossenlaan 27, waar Jerina Hilgers waarschijnlijk een pension drijft. Door bemiddeling van B. hebben vier bejaarde joodse Amsterdammers daar kunnen onderduiken. Die ochtend wordt er om 7.00 uur aangebeld. ‘Wie is daar?’, roept Willem Wierks. ‘Goed volk!’ is het antwoord, maar dat is allesbehalve het geval. Voor de deur staat B. die vergezeld wordt door twee personen in burger. Een van de onbekenden vraagt of er nog joden ondergebracht kunnen worden. Wierks toont zich daartoe bereid: ‘Ja, en in geval van nood kunnen ze altijd het bos in vluchten.’ ‘Nou heb ik jullie!’, reageert de onbekende, Sipo-medewerker Bob Kling.

B. heeft de SD’er blijkbaar verteld waar de onderduikers op Vossenlaan 27 zich verbergen. Kling pakt meteen de ladder die in het halletje staat en plaatst deze onder een luik in het plafond. Hij klimt naar boven en jaagt de vier oudere onderduikers naar beneden. Hij vraagt de 62-jarige joodse Amsterdammer Zadok Werkendam als eerste om zijn persoonsbewijs. Die documenten hebben de onderduikers in bewaring gegeven bij Jerina Hilgers, en Werkendam wil haar niet in problemen brengen. Hij zegt dat hij geen persoonsbewijs heeft. Daarop krijgt de licht invalide Werkendam een klap van Kling: ‘Ik zal je mond wel openmaken!’ Als de onderduiker zijn bewering toch herhaalt, geeft Kling hem een slag met de revolver op zijn neus, waardoor het bloed er uit spat. Om erger te voorkomen, besluit de onderduikgeefster aan Kling te geven waar hij om vraagt.

De onderduikers zijn totaal overvallen en de 69-jarige Isaac de Oliviera staat nog in zijn ondergoed, als Kling hem verhoort en vernedert. Tegen Jerina Hilgers roept hij: ‘Kijk eens wat je in huis hebt: Abram, Izak en Bekkie!’ Het wordt De Oliviera te veel en hij zegt tegen Kling: ‘Het is te hopen voor je, dat je zo oud wordt, maar dan zal je wel gehangen zijn.’, waarop de Sipo-medewerker antwoordt: ‘Als ik gehangen ben, ben jij allang dood of vergast!’ Een veelzeggende opmerking die Kling tijdens zijn naoorlogse berechting zwaar zal worden aangerekend. Blijkbaar weet hij wat zijn arrestanten te wachten staat. Hij laat die woorden vergezeld gaan van een vuistslag in het gezicht van zijn bejaarde arrestant. Nadat hij ook de beide onderduiksters heeft vernederd, moeten alle sieraden en geld in zijn aktetas gedaan worden.

Een dochter van de onderduikgevers in Soest zegt later: ‘Toen vader enkele weken later met de stoptrein via den Dolder naar huis reisde, zag hij daar voor de spoorwegovergang een overvalwagen met een open laadbak staan. Hij herkende hen [echtpaar Werkendam-Buijs] direct. Ze waren verraden en werden afgevoerd. We hebben nooit meer iets van hen vernomen.’

De onderduikers Zadok Werkendam en Isaac de Oliviera worden op 29 november 1943 echter samen met B. per auto naar het politiebureau in Zeist gebracht. Of hun echtgenotes in een overvalwagen met open laadbak zijn weggebracht, is niet bekend.

Uit het politiedagrapport van maandag 29 november 1943:

9.15 uur Door V-mann Klink J.F. en den agent S. Vogelenzang Dienstnummer 6432 respectievelijk uit Den Haag en A’dam, voor Sipo Den Haag aan het bureau gebracht:

1e. Isaac de Oliveira, geb. 10 Juni 1874 te Amsterdam, geplaatst in I.

2e. Zadok Werkendam, geb. 31 Juli 1881 te Amsterdam idem in I.

3e. Johannes Straver, geb. 23 Augustus 1891 te Benschop 4, idem in I.

Esther Werkendam-Buijs en Henrietta (Jet) de Oliviera-van Gelderen zijn achtergebleven op Vossenlaan 27. Kling heeft tegen politieman Renze Kampstra uit Zeist gezegd: ‘Als er wat gebeurt en de joden ontsnappen, schiet ik je kapot.’ Zijn dunk van de Zeister gemeentepolitie is niet hoog, laat hij weten. Hij moet het allemaal opknappen, omdat Zeist het er bij laat zitten als het om die ‘rotjoden’ gaat. Kampstra heeft dan al waargenomen hoe bruut Kling optreedt tegen de bejaarde arrestanten.

Kling, zijn Amsterdamse helper Sipke Vogelzang en arrestante Jerina Hilgers rijden vervolgens per vrachtauto weg naar een volgend onderduikadres.

Op 7 december 1943 worden de vier arrestanten van Vossenlaan 27 naar Kamp Westerbork gebracht (vanuit Scheveningen?), waar ze ingesloten worden in de strafbarak 67. Onderduiken wordt door de bezetter aangemerkt als een ernstige overtreding. Hen wacht een straftransport dat op 25 januari 1944 plaatsvindt.

Zadok en Esther Werkendam-Buijs worden na aankomst op 28 januari 1944 meteen vermoord in Auschwitz. Van hun vijf kinderen zullen er drie de bezetting overleven, waaronder dochter Jettie. Zoon Max Werkendam, de turnkampioen, zal op 31 mei 1945 sterven in Bergen-Belsen.

Op de Joodse Raad-kaarten van Isaac en Jet de Oliveira-van Gelderen en hun enige dochter en schoonzoon Maria en Simon de Vries-de Oliveira staat dat zij in de nacht van 11 op 12 maart 1943 naar Kamp Vught zijn gebracht, maar volgens een nazaat is dat niet gebeurd. Anders zouden zij weer uit het kamp gekomen moeten zijn, zodat ze onder konden duiken. Isaac en Jet de Oliveira-van Gelderen worden eveneens op 28 januari 1944 vermoord. Hun dochter en schoonzoon zijn hen op 27 augustus 1943 voorgegaan. Alleen hun twee kleinkinderen zullen de bezetting overleven, zij het Clara Werkendam-de Vries na een helletocht via Bergen Belsen en Beendorf.

Van de 9 broers en zusters van Jet de Oliveira-van Gelderen worden er 8 vermoord, meestal met hun partners en het merendeel van hun kinderen.

De onderduikgevers Jerina Hilgers en Wilhelmus Albertus Wierks werden niet gearresteerd wegens hun hulp aan joodse onderduikers. Ze gingen na de bevrijding elk huns weegs. Wierks bleef aanvankelijk in Zeist. In 1945 werd hij verbaliseerd wegens mogelijke overtreding van de zuivelverordening (betrof een kaas). Tevens werd genoteerd dat Wierks in zijn pension op Krullelaan 39 nachtverblijf verleende aan vrouwen die omgang hadden met geallieerde militairen. Er was een vermoeden van ontucht. Wierks stond volgens de verbalisant ook bekend als zwarthandelaar.

De arrestaties op Baarnseweg 37, in Soest en op Vossenlaan 47 krijgen een vervolg op Paduaweg 8, Den Dolder.

Bronnen:

  • Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummers 63998 en 102673-3091/IV/’45), J.F. Kling
  • Zie de bewezen onderduikadressen Baarnseweg 37 en Paduaweg 8
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor de betrokkenen
  • Geke van der Merwe-Wouters, ‘Soest onder vuur, 1939-1945’, Lorelax Productions, 2001, hoofdstuk 8, 37-38, ‘Joden herbergen en tot stilte manen’,
  • www.joodsamsterdam.nl, Max-Werkendam, met verwijzing naar de film ‘Joodse bruiloft in bezettingstijd’
  • www.westerborkpadrun.nl, Het verhaal van Max Werkendam
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Zadok en Esther Werkendam-Buijs, Isaac en Henrietta de Oliveira-van Gelderen en Maria en Simon de Vries-de Oliveira
  • Digitaal joods monument, Max Werkendam en Maria de Vries-de Oliveira
  • Gemeentearchief Zeist, archief gemeentepolitie, toegang 3500, dagrapporten van 29 november (arrestatiedatum) en proces-verbalen, inventarisnummer 306, mogelijke overtreding door Wilhelmus Albertus Wierks
  • www.stolpersteine-dordrecht.nl, ‘Het voorbije joodse Dordrecht’, familieoverzicht Van Gelderen

1. Jettie Werkendam, die diamantslijpster was, zit naast Popkje Muis (4e van links)

2. Een bewaard gebleven film van een ‘Joodse bruiloft’ op 25 mei 1942

3. Op 25 mei 1942 trouwden Max Werkendam, zoon van het echtpaar Werkendam-Buijs en Klara de Vries, kleindochter van het echtpaar De Oliveira-van Gelderen

4. Max Werkendam was gymleraar en geweldige turner

5.1. De marktkaart voor Zadok Werkendam (Stadsarchief Amsterdam)

5. Zadok Werkendam en Esther Werkendam-Buijs bij het huwelijk van hun zoon

7. Isaac de Oliveira

8. Henriette de Oliveira-van Gelderen