Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 42-44)

In memoriam (later opnieuw gearresteerd, in Utrecht):

  • Izaak Goubitz, bedrijfsleider herenkleding (Amsterdam, 6 december 1895 – Midden-Europa, 30 september 1944, bereikte de leeftijd van 48 jaar
  • echtgenote Lea Goubitz-Witmond (Amsterdam, 19 oktober 1898 – Auschwitz, 22 mei 1944), bereikte de leeftijd van 45 jaar
  • dochter Mary Goubitz (Amsterdam, 10 maart 1928 – Midden-Europa, 30 september 1944), bereikte de leeftijd van 16 jaar

Onderduikgevers:

  • In de periode 1 mei 1942 – 16 november 1942 stonden op het adres Vossenlaan 28 geen bewoners geregistreerd

Het echtpaar Izaak en Lea Goubitz-Witmond verhuist kort voor de bezetting met dochter Mary naar Schiedam, Rembrandtlaan 83b. Daar beginnen ze het Hollandsch Kledinghuis, een winkel in herenconfectie. Izaak Goubitz is filiaalhouder van het Amsterdams grootwinkelbedrijf de NV Nederlandsche Kleedingmaatschappij. Tijdens de Duitse bezetting komt de voortzetting van de winkel in Schiedam in gevaar. Dat wordt voorkomen door een geheime, en op vertrouwen gebaseerde, overeenkomst met een niet-joodse, vrouwelijke winkelbediende.

In 1942 dreigt deportatie voor het gezin Goubitz-Witmond. Er worden plannen gemaakt voor onderduik bij het landhuis De Hoefslag in Bosch en Duin, waar een neef met zijn gezin ondergedoken zit. Op zondag 19 juli 1942, de dag van de eerste grote fietsenvorderingen, waagt het gezin de tocht naar het onderduikadres. De daar ondergedoken neef komt ze ophalen. Met zijn vieren gaan de onderduikers te voet naar het Marconiplein in Rotterdam. Onderweg worden de losjes op de kleding bevestigde sterren verwijderd. Anders kunnen ze niet met de tram mee, want dat is inmiddels verboden voor joden. Met de trein komen ze na een overstap in Utrecht aan op station Den Dolder. Vandaar is het nog een half uur lopen naar De Hoefslag.

De neef, die wegens illegaal werk gezocht wordt door de bezetter, is zelf niet veel aanwezig maar zijn vrouw en kinderen wel. Het gezin Goubitz-Witmond bewoont korte tijd een caravan op het terrein van De Hoefslag. Vanuit het landhuis hebben de bewoners redelijk zicht op de toegangsweg. Om in geval van een razzia tijdig te kunnen waarschuwen, is een geïmproviseerde belverbinding aangelegd tussen het landhuis en de caravan.

Via die belverbinding wordt het gezin in juli gewaarschuwd dat er een inval dreigt, vermoedelijk als gevolg van verraad. De beide ouders denken echter dat ze niet meer veilig kunnen weg komen. Ze geven dochter Mary de raad om snel de bossen in te vluchten, maar zij wil niet zonder haar ouders vluchten. Ze worden alle drie weggevoerd. Het gezin wordt overgedragen aan de gemeentepolitie van Soest. Een inspecteur ziet kans het gezin weer te laten onderduiken en wel in het Utrechtse Diaconessenhuis, waar meer onderduikers verblijven.

Als de winkelbediende uit Schiedam daar op bezoek komt, vertelt het gezin Goubitz-Witmond over hun verblijf in het ziekenhuis. Ze brengen een deel van de dag door op bed, opgesloten in een kamer, en zijn aangewezen op helpers in het ziekenhuis. Ze hebben weinig contacten met andere mensen en hun gezondheid lijdt onder de onzekere en bedreigende situatie. Lea Goubitz-Witmond heeft suikerziekte, terwijl haar echtgenoot hartklachten krijgt. Maar zij steunen elkaar zo veel mogelijk, daarin gestimuleerd door verpleegsters, die steeds de pasgeboren baby’s laten zien. En verder putten zij hoop uit de langzaam beter wordende positie van de geallieerde krijgsmachten. Izaak Goubitz vertelt echter ook dat hij iets over massavergassing heeft gehoord.

In april 1944 wordt het Utrechtse Diaconessenhuis door de Duitsers en Nederlandse handlangers uitgekamd. Alle gearresteerde joodse onderduikers worden naar de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam overgebracht, om vandaar naar Kamp Westerbork en verder naar Auschwitz te worden gedeporteerd. Het gezin Goubitz-Witmond komt op 18 april 1944 als strafgeval in Kamp Westerbork terecht. Een maand later, op 19 mei 1944, worden ze doorgestuurd naar Auschwitz.

Lea Goubitz-Witmond wordt na aankomst op 22 mei meteen vermoord. De overlijdensdatum van haar echtgenoot en dochter zal bepaald worden op 30 september 1944, ‘in Midden-Europa’.

Op maandagmiddag 14 mei 2019 laat de Stichting Stolpersteine Schiedam voor het pand Rembrandtlaan 83b struikelstenen plaatsen voor Izaak en Lea Goubitz-Witmond en dochter Mary.

Bronnen:

  • www.joodsmonument.nl (Izaak en Lea Goubitz-Witmond en dochter Mary)
  • In de rapportenboeken van de gemeentepolitie Zeist is geen informatie gevonden over de arrestaties in juli 1942
  • Kamp Westerbork (Collectie – Een Naam en een Gezicht)
  • www.stolpersteineschiedam.nl

1. Vossenlaan 28, De Hoefslag

2. Het gezin Goubitz-Witmond

3. Het Utrechtse Diaconessenhuis