Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)
Onderduikers:
- Hartog van Maagdenburg, reiziger in suikerwerken (Groningen, 3 oktober 1895 – Amersfoort, 23 december 1954)
- echtgenote Mietje van Maagdenburg-Bobbe (Middelburg, 25 maart 1895 – Amersfoort, 16 maart 1987)
- zoon David van Maagdenburg (Den Haag, 9 juni 1929 – Netanya, Israël, 28 februari 1998)
- zoon Siegfried van Maagdenburg (Den Haag, 24 mei 1932)
Onderduikgevers:
- Jacob Droogers, grossier in suikerwerken, exploitant van een chocolaterie (Goes, 23 februari 1893 – overleden na 1976) en
- echtgenote Johanna Catharina Droogers-Sjoer (Culemborg, 4 mei 1909 – overleden na 1974)
Tijdens de bezetting kinderen (1923, 1940, 1942)
Jacob Droogers was reiziger in suikerwerken, toen hij in 1919 in Wemeldinge trouwde met de in Kruiningen geboren Adriana Florusse. Het echtpaar vestigde zich in de geboorteplaats van Jacob Droogers, waar hun twee kinderen (1921, 1923) werden geboren. Adriana Droogers-Florusse overleed al in juni 1935, op 40-jarige leeftijd.
Weduwnaar Jacob Droogers (44) hertrouwde in september 1937 met Johanna Catharina Sjoer. Het echtpaar vestigde zich in 1940 in Zeist op Voorheuvel 74, waar voorheen het joodse echtpaar Hamburger-Menko enkele jaren het magazijn ‘De voordracht’ had geëxploiteerd. Droogers begon op dat adres een kleine fabriek annex grossierderij in suikerbeesten. In augustus 1940 opende het echtpaar Droogers-Sjoer ook een chocolaterie. Blijkens de vele advertenties in De Zeister Courant liep die winkel goed.
Van de twee kinderen uit het eerste huwelijk van Jacob Droogers woonde nog een dochter (1923) thuis, terwijl er uit het tweede huwelijk in 1940 en 1942 weer een jongen en een meisje geboren werden. Het gezin vertrok na de bevrijding uit Zeist en woonde in Balk (1976) en in Zwolle (1979). Verdere gegevens?
In datzelfde 1942 nam het joodse echtpaar Harry (Hartog) en Maria (Mietje) van Maagdenburg-Bobbe een verstrekkend besluit. Ze woonden met hun beide zoons David (1929) en Siegfried (1932) op Pascalstraat 32 in Amersfoort en besloten onder te duiken. Op een avond kondigden ze opeens bij hun zoontjes aan dat ze hun woning gingen verlaten. Harry van Maagdenburg had in stilte van alles geregeld. Desgevraagd naar hun bestemming, kregen de jongens te horen: ‘Je ziet het wel.’ De treinreis bleek naar Apeldoorn te voeren, waar ze aanklopten bij een weduwe die een zakelijke relatie was van Hartog van Maagdenburg die agenturen had van fabrieken in suikerwerken.
Zo was een reis begonnen voor de gezinsleden, die uiteindelijk langs vele onderduikadressen zou voeren.
Na de weduwe in Apeldoorn dook het gezin Van Maagdenburg-Bobbe onder in een groot huis in Ugchelen, nabij Apeldoorn. Daar huurde een echtpaar sinds 1937 een landgoed met een pension en bijgebouwen (tegenwoordig is daar Hotel De Cantharel gevestigd). In het koetshuis hielden ze 24 joodse onderduikers verborgen, waaronder op zeker moment ook het gezin Van Maagdenburg-Bobbe. Een politieman kwam waarschuwen voor verraad. Harry van Maagdenburg – die de onderduikgevers volgens zoon Siegfried al wantrouwde vanwege hun inhaligheid – en een andere onderduiker besloten die waarschuwing serieus te nemen. In de nacht vertrokken ze met een busje naar Den Haag. Daarmee redden ze hun leven, want er was inderdaad sprake van verraad en bij een inval werden alle overblijvende onderduikers gearresteerd. De vrouwelijke onderduikgeefster en een zoon werden na de bevrijding tot jarenlange gevangenisstraffen veroordeeld. Getuige een bericht, ‘De onderste steen moet boven komen’, in Brummens nieuws van 9 juli 2021 houdt de verraadkwestie de gemoederen in de regio nog steeds bezig. Inmiddels heeft kleindochter Jolande van Gorssel van de onderduikgevers er het boek ‘Een splinter in de ziel’ aan gewijd, dat rehabilitatie beoogt.
Na Den Haag ging het gezin naar Voorburg. Hoe lang het gezin daar bleef is niet duidelijk, maar op een geven moment had Hartog van Maagdenburg een afspraak weten te maken met een andere zakenrelatie, Jacob Droogers op Voorheuvel 74 in Zeist. Mogelijk kon het gezin daar 3-4 weken blijven – zoon Siegfried kan zich dat niet precies meer herinneren.
Daarna werden de beide zoons gescheiden van hun ouders. Voor Siegfried van Maagdenburg volgde een weg langs veel nieuwe onderduikadressen, in Driebergen, Doorn, Wijk bij Duurstede (in een steenfabriek) enzovoorts. Zo was hij op enig moment ondergebracht bij een professor in de Utrechtse Emmastraat. Bij zijn vertrek naar volgende onderduikadressen kreeg hij een boek mee, waar een kristalontvanger in was verstopt, zodat nieuwe onderduikgevers op gezette tijden naar de BBC konden luisteren. Als de ontvanger niet in gebruik was, stond het boek gewoon in de kast.
Als onderduiknaam hadden de Van Maagdenburgs de achternaam ‘Van Beem’ gekregen. Siegfried van Maagdenburg herinnert zich hoe hij, als ‘Hansje van Beem’, telkens met een koffertje en een krant contact maakte met de mannen die hem naar een volgend onderduikadres brachten. In de codetaal die daarbij gebruikt werd, heette de afhaler ‘Oom Frits’.
De beide ouders waren vooralsnog in Zeist gebleven. Volgens Siegfried van Maagdenburg zat zijn vader ergens in de Dorpsstraat ondergedoken, als ‘Harry van Beem’.
Het onderduikadres van zijn moeder kan hij beter duiden. Dat was een van de grote huizen voor de bocht die de Utrechtseweg in het centrum van Zeist naar de Lageweg maakt.
Zijn moeder, ‘Maria van Beem’, verbleef daar bij een hoge legerofficier. Bij een overval door de Grüne Polizei werd ze gearresteerd. In Gouda werd ze gedurende 8 dagen dagelijks verhoord. Door stug vol te houden dat ze een kinderloze weduwe was, en geen jodin, die huishoudelijk werk voor de bewoners van haar kostadres deed, wist ze haar vrijheid te herkrijgen. Haar onderduikgever was ook gearresteerd, maar keerde niet meer terug naar huis. Hij vond de dood in een concentratiekamp in het buitenland.
Die gegevens wijzen onmiskenbaar naar de gepensioneerde majoor Van Reenen, die met zijn echtgenote op Dorpsstraat 3 in Zeist woonde. Het was bekend dat majoor Van Reenen wegens jodenhulp gearresteerd was, maar de achtergronden zijn onduidelijk gebleven. De majoor zou in 1945 in het concentratiekamp Bergen Belsen sterven.
Maria van Maagdenburg-Bobbe werd door een Nederlandse agent vrijgelaten. Ze nam de tram naar Zeist en liep op weg naar haar onderduikadres langs de woning waar haar echtgenoot zat, om hem gerust te stellen.
Uiteindelijk zaten de beide ouders in totaal op elf adressen ondergedoken. Hun zoontje Siegfried zelfs op een recordaantal van 37 adressen. Anno 2023 kan hij ze moeiteloos uit zijn geheugen tevoorschijn halen. Overal waren ze aardig voor hem geweest, maar hij had zijn moeder heel erg gemist, nadat ze van elkaar gescheiden waren. Daardoor was het een verdrietige tijd geworden, ongetwijfeld een understatement voor de ellendige ervaring die onderduiken vaak was. Siegfried herinnert zich nog hoe hij als 10/11-jarig jongetje van achter een zolderraampje stond te kijken naar kinderen die op straat speelden. Dat hij zo frequent van adres moest verwisselen, begrijpt hij achteraf wel enigszins. Soms werden onderduikgevers al na 4 dagen bang, vanwege de dreiging van een razzia bijvoorbeeld.
Toen de bevrijding kwam, bevond het echtpaar Van Maagdenburg-Bobbe zich in Oldebroek, op hun 11e onderduikadres. Zoon David zat in Borne en zoon Siegfried (‘Hans van Beem’) in Vroomshoop. De bekende jodenhelper kapper Frits Tusveld in Almelo had veel gedaan voor de broers. Voor Siegfried van Maagdenburg kwam de bevrijding op tijd, want men was op weg om van de orthodox joods opgevoede Siegfried een christelijke jongen te maken.
Zoals dat voor vrijwel elke joodse familie het geval was, werd het gezin Van Maagdenburg-Bobbe na de bezetting geconfronteerd met vermoorde familieleden. De moeder van Harry van Maagdenburg was vermoord in Sobibor, evenals de vader van zijn echtgenote Maria. Twee zusters van Maria van Maagdenburg-Bobbe waren vermoord in Auschwitz.
Het gezin keerde terug naar Amersfoort. Na de bevrijding waren er uiteenlopende ervaringen met ‘bewariërs’. Buren verderop hadden de fietsen en andere spullen voor ze bewaard, maar bij anderen vingen ze bot toen ze hun geld terugvroegen: ‘Kom je dat nog halen? Wees blij dat je het overleefd hebt.’ En dan werd de deur dichtgeslagen.
Harry van Maagdenburg overleed op 23 december 1954, 59-jaar oud. Zijn echtgenote zou hem 33 jaar overleven. Zij overleed op 16 maart 1987, vlak voor haar 95e verjaardag.
Zoon Dé (David) van Maagdenburg leed aan astma, waarvoor hij in Sankt Moritz behandeld werd. Hij trouwde met een joodse vrouw en werd bestuurslid van de joodse geloofsgemeente in Groningen. Hij werd voor een Amsterdamse firma Westhaar verantwoordelijk voor de verkoop in Noord-Nederland. Na zijn afscheid van de firma vertrok hij naar Israël, maar hij kwam regelmatig weken terug. Dan maakte hij trips met zijn broer.
Na de bevrijding was er met zoon Sieg (Siegfried) van Maagdenburg geen land te bezeilen geweest. ‘Ik verdronk in vrijheid’, zegt hij daar anno 2023 over. Pas in militaire dienst, bij de luchtmacht in Huis ter Heide, kwam hij in het gareel. Hij doorliep een mooie carrière in het bedrijf van een familielid, groothandel I. Auerhaan en Zonen bv in carrosseriematerialen, van loopjongen tot directeur/eigenaar.
Daarnaast was hij actief in zijn woonplaats Amersfoort. Hij ging boksen, om zich te leren verdedigen, en voetbalde. Later werd hij voorzitter van de gerenommeerde Amersfoortse voetbalclub Quick, van een lokale kegelclub en van de sociëteit Amicitia, hetgeen uiteindelijk nog blijkt uit drie erevoorzitterschappen. En terecht, want hij had er wat van gemaakt. Zo had hij bij gelegenheid van het 110-jarig jubileum van Quick, in oktober 2000, FC Barcelona naar Amersfoort weten te krijgen. ‘Sieg flikte het: FC Barcelona kwam naar Dorrestein.’, schreef een lokale krant in 2020. Vanuit zijn huidige woonplaats Laren bezoekt hij nog elke thuiswedstrijd van Quick.
In 1970 pleitte Siegfried van Maagdenburg in het Nieuw Israëlitisch weekblad voor een federatie die joodse mensen bij zou moeten staan bij het oplossen van nog steeds voortdurende grote financiële en sociale problemen naar aanleiding van de bezetting.
Hij trouwde op 40-jarige leeftijd met een niet-joodse vrouw. Zijn nageslacht houdt zich aan de spijswetten, maar zijn kleinzoon heeft al voorzichtig geïnformeerd: ‘Als opa er niet meer is, mogen we dan wel eens varkensvlees?’ Siegfried van Maagdenburg kan er anno 2023 hartelijk om lachen, maar als het aan zijn gezondheid en levenslust ligt, moet zijn kleinzoon het nog vele jaren zonder varkensvlees stellen.
Tegenwoordig vertelt hij op scholen over zijn onderduikervaringen die lange tijd voor hem niet of nauwelijks bespreekbaar waren. Op internet is inmiddels ook het nodige over die ervaringen te vinden.
Ook heeft hij meegewerkt aan een podcast over ervaringen van joodse mensen die als kind in Zeist ondergedoken hebben gezeten, en kinderen van onderduikgevers. De podcast is te vinden op de website.
Bronnen:
- Mededelingen van Siegfried van Maagdenburg
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Hartog en Mietje van Maagdenburg-Bobbe
- Centraal Registratiebureau voor Joden, supplement A2, Collectie United Holocaust Memorial Museum (Dutch Survivor Lists) te Washington
- De Lange, Marloes, ‘Verdronken in vrijheid’ in Marijke Talen, ‘Over Leven. Portretten en verhalen van joodse overlevenden van de Tweede Wereldoorlog’ (Hengelo 2015)
- sjoelelburg.nl/joodse-onderduiklocaties/oldebroek-stationsweg-l-van-den-berg/
- Zie het bewezen onderduikadres 1e Dorpsstraat 3
- Kees Ribbens, ‘Zullen wij nog terugkeeren, De jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog’, Uitgeverij Bekking, Amersfoort, 2002
- www.brummensnieuws.nl/nieuws/algemeen/22109/de-onderste-steen-moet-boven-komen (9 juli 2021)
- www.joodseonderduikersinzeist.nl /podcast
1. De Voorheuvel in vroeger tijden
1a. advertentie in De Zeister Courant van 20 mei 1942
2. Siegfried van Maagdenburg als lagere school leerling op 8 jarige leeftijd
3. De Joodse Raadkaart van Hartog van Maagdenburg
4. De Joodse Raadkaart van Mietje van Maagdenburg-Bobbe
5. Siegfried van Maagdenburg, op 13-jarig leeftijd
5a. Een verjaardagsadvertentie in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 24 maart 1967
7. Quick voorzitter Siegfried van Maagdenburg met Frank de Boer







