Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie pagina’s 529-533 van het Onderduikboek)

In memoriam:

  • David Joseph Hamburger, handelsreiziger‏‎ (Hilversum, 9 mei 1911 – Zeist, ‎4 september 1944), bereikte de leeftijd van 33 jaar

Overige met naam genoemde onderduikers:

  • echtgenote Sonja Hamburger-Menko‏‎ (Amersfoort, ‎21 juni 1912 – Zwolle, ‎12 november 1982)
  • dochter Naatje Hamburger (Hilversum, 2 juli 1935 – Apeldoorn, 4 oktober 2016)
  • zoon Jacob Hamburger (Zeist, 4 oktober 1939 – Kampen, 28 november 2003)
  • zoon David Hamburger (Zeist, 6 september 1944)
  • Izak van Gelder, directeur muziekgezelschap (Groningen, 4 maart 1897 – Amsterdam, 1 april 1969),
  • echtgenote Frouktje van Gelder-van Coevorden (Groningen, 23 april 1899 – Amsterdam, 14 januari 1987)
  • zoon Salomon van Gelder (Teteringen bij Breda, 21 oktober 1923 – Amsterdam, 20 september 1998)
  • Isaac Gobes, reiziger in damesmode-artikelen (Amsterdam, 15 december 1892 – Amsterdam, 31 januari 1961)
  • echtgenote Alida Gobes-Kogel (Amsterdam, 4 augustus 1892 – Amsterdam, 26 november 1982)
  • dochter Erni Gobes (Amsterdam, 23 april 1925)
  • zoon Charles Gobes (Amsterdam, 13 januari 1929 – Amsterdam, 6 juni 2010)

Onderduikgevers:

  • Harmannus Steenhuis (Putten, 25 september 1895 – Zeist, 19 november 1974), en
  • echtgenote Lipkje Steenhuis-Meter (Harlingen, 29 december 1903 – Zeist, 21 juli 1991), houders bloemenzaak Corona, en
  • dochter Ina Steenhuis (Zeist, 3 december 1928)

Een illegaal werker laat Herman (Harmannus) Steenhuis een brief lezen van een Amsterdammer. Het is een emotioneel-tragisch betoog. Als de schrijver geen onderduikplaats kan vinden, zal hij er een eind aan maken. De angst en de wanhoop bij joodse Nederlanders zijn groot. Het echtpaar Steenhuis-Meter aarzelt niet: ‘Laat ze maar komen.’ Voorheuvel 31 wordt een doorgangshuis, met plaats voor drie joodse onderduikers tegelijk. Jacobus Stomp en zoon Carie, die zeer actief zijn in de onderduikorganisatie LO, hebben een meubelzaak op de Voorheuvel. Via hen zullen waarschijnlijk ook onderduikers aangebracht worden.

Er zijn schuilplaatsen op de echtelijke slaapkamer, in een loze kastruimte, in een onafgewerkte kelder onder de winkel en in kasten onder bloembedden in de kas. Verder is er een waarschuwingssysteem, in de vorm van een belletje bij de kassa, waarmee de onderduikers boven gealarmeerd kunnen worden. Als het te druk wordt, of er razzia’s op komst zijn, kunnen onderduikers ook terecht bij het echtpaar Beerends-van Saagsvelt.

Het joodse echtpaar Hamburger-Menko had zich eind april 1936 op Voorheuvel 74 gevestigd, waar ze een winkel in feestartikelen hadden. Het echtpaar had al een dochtertje Nanny en in 1939 volgde gezinsuitbreiding met zoontje Jacob. Twee maanden na de Duitse invasie zijn ze ze naar Amersfoort verhuisd, de geboorteplaats van Sonja. Maar als ze in 1942 moeten onderduiken, komen ze weer terug in Zeist. De illegaal werkers op de gemeentesecretarie verschaffen de gezinsleden een valse identiteit met de achternaam Homburg. Dochter Nanny krijgt de voornaam Neeltje, terwijl vader David Joseph voorlopig door het leven gaat als Dirk Jan – in de wandeling ook wel ‘Sjakie Homburg’ genoemd – en moeder Sonja voorlopig door het leven gaat als de typiste ‘Sien Homburg-Mengkor’. De andere voornamen en alle geboortedata blijven intact. Ze worden op 3 januari 1942 ingeschreven op Bergweg 18. Dat zou wel erg vroeg zijn voor onderduik en is waarschijnlijk een gefingeerde datum.

Waar de twee kinderen ondergebracht worden, is niet duidelijk, maar het echtpaar zelf duikt onder in Austerlitz, op Waterlooweg 19a. De onderduiksituatie (voedsel, geld) is daar bar slecht. Kennelijk is er contact met het echtpaar Beerends-van Saagsvelt dat op Voorheuvel 14a een hoedenzaak exploiteert. De beide echtparen zijn in Amersfoort bevriend geraakt Johannes Beerends – die na de bevrijding een leidende rol krijgt bij de bewaking van politieke delinquenten – haalt David en Sonja Hamburger-Menko op uit hun benarde situatie in Austerlitz. Aan de Voorheuvel worden ze herenigd met hun twee kinderen. Op de Voorheuvel heerst in deze jaren een groot gemeenschapsgevoel. Meerdere bewoners zijn op de hoogte van de onderduiksituatie. Onder meer biedt Oma Wisman, het sociale middelpunt van de buurt, haar voormalige overburen aan om bij haar in huis te komen. Ze heeft ruimte in de kelder. Het joodse echtpaar wil haar echter niet belasten: ‘U heeft een grote familie, als het mis gaat, gaat het ook goed mis. Dat kunnen we u niet aandoen.’ De Voorheuvel-oplossing is dat het echtpaar Hamburger-Menko onderduikt bij hun vrienden, het echtpaar Beerends-van Saagsvelt op Voorheuvel 14 a en bij het echtpaar Steenhuis-Meter dat op Voorheuvel 31 de bloemenzaak Corona drijft, ter hoogte van de firma Gadellaa. Laatsbedoelde onderduikgevers zijn gereformeerd en beschouwen het als hun plicht om de joodse medemens te helpen.

Er doen zich tijdens de onderduik van het echtpaar Hamburger-Menko tragische en forse complicaties voor. David Hamburger, heeft een zwakke gezondheid en overlijdt op 4 september 1944 op Voorheuvel 31, pas 33 jaar oud. Goede raad is duur. Het echtpaar Steenhuis-Meter wil het stoffelijk overschot van de onderduiker niet in de tuin begraven. Illegaal werkers zorgen voor een begrafenis op een onbekende plaats. Het stoffelijk overschot wordt met een bakkerskar naar de oude begraafplaats gebracht en daar tegelijk met een officieel te begraven lichaam ter aarde besteld.

Sonja Hamburger-Menko is hoogzwanger en bevalt twee dagen later, op 6 september 1944, een dag na ‘Dolle Dinsdag’, van David junior. Dochter Ina van de onderduikgevers helpt bij de bevalling. De onderduikbaby vormt een risico, vanwege de kans op huilen. Baby David wordt in een hoedendoos naar de overkant gebracht, naar het echtpaar Beerends-van Saagsvelt.

In totaal passeren 28 joodse onderduikers het doorgangshuis van het echtpaar Steenhuis-Meter. Zo komen voor kortere of langere tijd de echtparen Van Gelder-van Coevorden en Gobes-Kogel met zoon respectievelijk met zoon en dochter.

Voor de onderduikgevers is de belasting groot. Lipkje Steenhuis-Meter krijgt in 1943/1944 zelf een miskraam en wordt tegen het eind van de oorlog opnieuw zwanger (ze zal in februari 1945 bevallen). Spanningen beheersen het dagelijks leven, omdat het pand Voorheuvel 31 intensief gebruikt wordt voor onderduikers.

Het besef van gevaar is voortdurend aanwezig. Ook is het echtpaar Steenhuis-Meter alert op verraad. Wie is er te vertrouwen? Maar Lipkje Steenhuis-Meter neemt wel een groot risico door in de Amsterdamse woning(en) van een of meer onderduikers spullen weg te halen. Ze wordt gelukkig niet betrapt, maar strandt op haar terugreis in Utrecht. Uiteindelijk helpt een kennis haar aan vervoer naar Zeist met een Duitse vrachtwagen of een tram die Wehrmacht-soldaten vervoert. Ze komt diep in de nacht thuis en de paniek is intussen groot geweest. Is ze gearresteerd en komt er nu een huiszoeking? De onderduikers zijn uit voorzorg meteen naar Voorheuvel 14a gebracht, tot de kust veilig is.

Het volgende onderduikadres van het echtpaar Van Gelder-van Coevorden, hun zoon Sal en Erni Gobes (dochter van het echtpaar Gobes-Kogel) is Ernst Casimirlaan 69. Daar zullen ze bij het echtpaar Vos-Jelier de bevrijding halen.

Zoon Charles van het echtpaar Gobes-Kogel is 14 jaar oud, als hij na een zwerftocht langs twaalf onderduikadressen, in Utrecht zijn definitieve onderduikbestemming vindt. Waar zijn ouders en andere onderduikers van Voorheuvel 31 naar toe gaan, is niet bekend. Ina Steenhuis, die ook als illegaal koerierster fungeert, helpt onderduikers naar andere adressen te brengen.

De met naam genoemde onderduikers zullen allen overleven, dankzij hun onderduikgevers.

Zo’n drie maanden na de bevrijding, op 1 augustus 1945, wordt het overlijden van David Joseph Hamburger gemeld bij de ambtenaar van de burgerlijke stand in Zeist en op 27 december 1945 in zijn feitelijke woonplaats Amersfoort. Of en waar hij herbegraven is, is niet bekend. Zeist heeft geen joodse begraafplaats. In 2019 wordt voor hem een herdenkingssteen geplaatst voor zijn voormalige woning in Amersfoort, Langestraat 109a.

Bijzonder aan de onderduiksituatie was dat vrijwel de hele Voorheuvel ervan wist en het toch niet fout ging. Sonja Hamburger-Menko en haar kinderen houden contact met hun voormalige onderduikgevers aan de Voorheuvel– dat doen de wederzijdse nazaten anno 2020 nog steeds – en hetzelfde geldt voor de echtparen Van Gelder-van Coevorden en Gobes-Kogel.

In memoriam Harmannus Steenhuis (in 1974) laat de familie Gobes in 1975 een boom planten in het Rob de Vries-park in Israël.

Bronnen:

  • Mededelingen van Yolande en Herman Steenhuis respectievelijk Ina Steenhuis en dochter Irene Lubbers, Astrid Kruithof-Rodriques Pereira en van Ton Wachter
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Dirk Jan en Sien Homburg-Mengkor’ en kinderen’.
  • Zie de bewezen onderduikadressen Waterlooweg 19a, Voorheuvel 14a en Ernst Casimirlaan 69 (nieuw onderduikadres van gezin Van Gelder-van Coevorden en Erni Gobes)
  • www.delpher.nl, De Telegraaf van 29 november 1994, ‘Nederlandse onderduik-families door Israël geëerd in Holocaust Museum, “We worden hier behandeld als heiligen”’: onderduik Charles Gobes
  • www.joodsmonument.nl, David Joseph Hamburger
  • www.herdenkingsstenenamersfoort.nl, herdenkingssteen David Joseph Hamburger
  • Nieuw Israëlitisch Weekblad van 31 januari 1975, boomplanting in memoriam Harmannus Steenhuis

1. De etalage van bloemenzaak Corona

2. Het gezin Steenhuis-Meter voor de oorlog

3. Echtpaar David Hamburgeren Sientje Hamburger-Menko

4. Jacques, Dave en Nan Hamburger + Lies Steenhuis op het huwelijk (1954) van Els Menko, zuster van Sonja