Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie pagina’s 519-528 van het Onderduikboek; chronologie gewijzigd en juiste onderduikster beschreven)
Onderduikers:
- Hendrika Penha-Schavrien, gehuwd (Amsterdam, 4 juni 1911 – Amstelveen, 6 april 1991)
- Aharon Salomo Simon Spiero (Tilburg, 18 november 1940)
Onderduikgevers:
- Gerardus Lugtigheid, gereformeerd predikant (Geesteren-Borculo, 20 oktober 1901 – Zeist, 20 juli 1973), en
- echtgenote Derkjen Lugtigheid-Offers (Sassenheim, 13 augustus 1902 – Zeist, 14 augustus 1987)
Tijdens de bezetting acht kinderen (1926, 1928, 1929, 1931, 1933, 1934, 1936 en 1938)
Gerrit en Dets Lugtigheid-Offers wonen op Verlengde Slotlaan 124c, met hun acht kinderen in de leeftijd van vier tot vijftien jaar. Gerrit Lugtigheid is predikant van de gereformeerde Oosterkerk. Tijdens de mobilisatie moet hij dienst doen als veldprediker. Zijn echtgenote zorgt voor de kinderen en het huishouden, daarbij geholpen door een meisje voor dag en nacht, Maaike uit Kekerdom. Dat is de situatie ten tijde van de Duitse inval.
De 10e mei 1940 is een prachtige dag wat het weer betreft, maar het lawaai van Duitse gevechtsvliegtuigen overheerst. Er is paniek in Zeist. De deftige oudere buren van het gezin Lugtigheid – de buurman is een gepensioneerde KNIL-kolonel – hebben een rijk gevulde wijnkelder. Het gerucht gaat dat de Duitse soldaten zich als beesten zullen gedragen, zeker als ze dronken zijn. De kinderen Lugtigheid helpen de buurman om een gat te graven en zijn wijnflessen kapot te slaan, zodat de Duitse soldaten zich straks in elk geval niet kunnen bedrinken. Het blijkt zonde van de meer dan honderd flessen wijn te zijn, want de Duitse soldaten gedragen zich fatsoenlijk.
Intussen heerst er bij zijn gezin grote spanning over het wedervaren van veldprediker Gerrit Lugtigheid. Na de val van de Grebbelinie duikt hij in het holst van de nacht thuis op, met een auto met chauffeur. Hij wil zijn gezin in veiligheid brengen achter de Hollandse Waterlinie, maar daar zal niets van komen. Op de eerste plaats is het daar lang niet meer veilig, maar bovendien heeft het bericht van zijn komst zich razendsnel verspreid in Zeist. Burgemeester Visser laat weten dat hij zich snel weer bij zijn – uiteengeslagen – legeronderdeel moet voegen, om te voorkomen dat hij als deserteur geldt. De volgende morgen vroeg gaat Lugtigheid dus maar op zoek naar zijn legeronderdeel. Zijn gezin blijft thuis.
De eerste tijd na de capitulatie worden er in Zeist en elders in Nederland geen grote veranderingen ervaren, al heeft dan wel het gruwelijke bombardement op Rotterdam plaatsgevonden en heeft het uitwijken van het Koningshuis naar Engeland dramatische impact op een deel van de bevolking. Maar langzamerhand komen er toch veranderingen. Van alles komt op de bon. Radio’s moeten worden ingeleverd en – voor de oorlogsindustrie – koperen voorwerpen. Het echtpaar Lugtigheid-Offers levert niets in. Het koper wordt begraven en de radio verstopt.
En dan is er de ariërverklaring voor diegenen die ambtenaar willen blijven en/of die hun girorekening en telefoonaansluiting willen behouden. De verklaring dat men niet joods is, wordt massaal getekend. Niet door Gerrit en Dets Lugtigheid-Offers die meteen kleur bekennen. Als straf raken ze hun telefoonverbinding kwijt. Sommige gemeenteleden zijn kwaad op hun predikant, want nu is de pastorie in noodgevallen niet meer telefonisch bereikbaar. En men moet de overheid nou eenmaal gehoorzamen. De ariërverklaring is de opmaat voor een heftige jodenvervolging. Dominee Lugtigheid heeft Hitlers ‘Mein Kampf’ niet alleen in zijn boekenkast staan, maar ook goed gelezen.
Het vervolg komt vrij snel. De bezetting gaat het dagelijkse leven van de Nederlanders beheersen, omdat levensmiddelen, textiel en andere zaken op de bon gaan, en er een ‘avondklok’ komt – na acht uur mogen burgers zich niet meer op straat vertonen. Maar ook begint de jodenvervolging steeds meer vorm te krijgen. Er verschijnen bordjes met ‘Joden niet gewenst’ en later met ‘Verboden voor joden’. In mei 1942 lopen de joodse Nederlanders opeens met een vernederende jodenster.
Gerrit Lugtigheid toont zich in die tijd in alle opzichten een voorganger voor zijn gemeente. Op een zondag houdt hij in de Oosterkerk een indrukwekkende preek uit het boek Spreuken 24 vers 10, 11 en 12 van het Oude Testament: ‘Betoont gij u slap ten dage der benauwdheid, dan komt uw kracht in het nauw. Red hen die ten dode gegrepen zijn, wend u niet af van hen die ter slachting wankelen. Wanneer gij zegt: zie, wij wisten dit niet; zal Hij, die de harten doorzoekt, het niet merken, en Hij, die op uw ziel let, het niet weten, en de mens naar zijn doen vergelden?’ Het is een onverholen oproep aan zijn gemeenteleden om hulp aan joodse en andere onderduikers te bieden.
Gerrit Lugtigheid wordt een belangrijke illegaal werker. Op 26 november 1942 is hij aanwezig bij de oprichtingsvergadering van de LO-Zeist. Hij schrijft een aanbevelingsbrief aan zijn collega-predikanten, zodat men ook via dat kanaal een ingang heeft voor plaatselijke onderduik. Verder bemiddelt hij bij het onderbrengen van joodse onderduikers bij gemeenteleden.
Zoals in onderduiksituaties meestal het geval is, deelt de vrouw des huizes volop in de zorgen. Bovendien bezorgt de LO haar elke maand bonkaarten die zij moet rondbrengen naar gemeenteleden die joodse onderduikers hebben. Op een dag heeft ze het pakket net ontvangen als er een paar Duitsers op het huis afkomen. Paniek, maar het gaat goed.
Gerrit Lugtigheid beweegt gemeenteleden tot het bieden van onderduik, maar zelf geeft hij het voorbeeld: ‘Ik moet er over preken, maar ik kan er alleen over preken als ik het eerst zelf doe.’
In juli 1943 nemen Gerrit en Dets Lugtigheid-Offers een 2-jarige kleuter op, afkomstig uit Tilburg. Het jongetje dat Arie heet, wordt aan de jongere kinderen van het gezin voorgesteld als een neefje uit Friesland, wiens moeder wegens ziekte tijdelijk niet voor hem kan zorgen. Arie hecht zich erg aan Dets Lugtigheid-Offers. Omdat hij niet naar buiten mag, is hij de hele dag om haar heen. De drie oudste kinderen krijgen de waarheid te horen: Arie is een joods jongetje en hij wordt verborgen omdat de Duitsers hem mee willen nemen. Een schoolvriend van een-na-oudste zoon Henri heeft het meteen in de gaten. Als hem verteld wordt dat Arie een neefje is, reageert hij met: ‘Nee hoor, dat is een jodenjongetje, dat kun je zo zien.’
Latere pogingen om Arie met waterstofperoxyde te blonderen, mislukken faliekant. Hij ziet er daarom met zijn donkere haar anders uit dat de blonde kinderen van het onderduikgezin. Hij moet altijd in huis blijven, omdat zijn aanwezigheid bij de Lugtigheids niet bekend mag worden. Als Gerrit Lugtigheid op zijn verjaardag de hele kerkenraad over de vloer krijgt, stuurt hij Arie met twee van zijn kinderen toch even het bos in, omdat hij niet iedereen vertrouwt, en Maaike komt ze dan later weer ophalen. Dat gebeurt regelmatig als het gezin bezoek krijgt.
Als de jongste van alle kinderen wordt Arie, die na verloop van tijd Akke genoemd wordt, met warmte behandeld. Hij noemt zijn onderduikgevers ‘pappa’ en ‘mamma’. Hij wordt meteen getraind om alert te zijn op een bepaald woord en daarop te reageren door zich te verstoppen in een hooikist – als een veiligheidsmaatregel in het geval van huiszoekingen bij de Lugtigheids.
Het is een onwezenlijke situatie. Naar buiten toe moet verdoezeld worden dat het grote gezin van dominee Lugtigheid uitgebreid is. Niemand mag zich verspreken. De ingewijde gezinsleden lopen permanent met de vage angst rond dat er zo maar iets kan gebeuren. Er gebeurt ook van alles en verraad ligt op de loer. Dat blijkt.
Het echtpaar Van Reenen-Blankers op 1e Dorpsstraat 3 heeft bijvoorbeeld ook joodse onderduikers. Het echtpaar wordt in Rotterdam gearresteerd. Johannis van Reenen wordt wegens jodenhulp gedeporteerd en zal niet meer terugkeren. Er is verraad in het spel geweest. Er worden meer joodse onderduikers opgepakt. Nadat de verzetsman Kees Burger verraden is, richt zich de verdenking op de jonge illegaal werker Fred Dijkema, een goede bekende die ook wel eens over de vloer kwam bij de Lugtigheids. Bij verhoor door illegaal medewerkers valt Dijkema door de mand. Hij bekent dat hij na arrestatie onder druk was gezet en toen voor de Duitsers is gaan werken. Daarop wordt besloten hem in de bossen van Zeist te liquideren. Gerrit Lugtigheid heeft de jongen nog als catechisant gehad en wordt nu verzocht hem een laatste, geestelijke bijstand te verlenen.
Ook zal zoon Henri zich later herinneren dat een joodse onderduiker amok maakte. Hij ging niet alleen de straat op, maar vertelde ook dat hij zich bij de Duitsers zou melden met opgaaf van het adres waar hij was ondergedoken. Ook deze onderduiker zou zijn geliquideerd.
In de loop van 1944 neemt het echtpaar Lugtigheid-Offers een 50/60-jarige joodse vrouw in huis, die door de oudere kinderen ‘Ten Aaf’ wordt genoemd. Toen Gerrit Lugtigheid eerder in Amstelveen predikant was, heeft hij haar bekeerd. Nu moest hij haar ook maar onderduik bieden. Eerder is ze door zijn bemiddeling opgenomen op Dalweg 26. Op Verlengde Slotlaan 124c zit ‘Ten Aaf’ overdag op de slaapkamer van het echtpaar Lugtigheid-Offers. Er is een schuilplaats gemaakt achter de slaapkamerkast. De slaapkamerdeur zit op slot, omdat – zoals de kleinere kinderen wordt verteld – het vloerkleed zo slijt als iedereen maar in en uit loopt. Wel worden de drie oudste kinderen worden ook nu naar waarheid geïnformeerd. Die waarheid dreigt soms ook voor de kleinsten aan het licht komen. Als iedereen aan tafel zit voor het eten, brengt het meisje voor dag en nacht een bord met warm eten naar ‘Ten Aaf’. Ze valt een keer van de trap en alle kinderen gaan kijken wat er aan de hand is. Met een smoes wordt het voorval rechtgebreid.
Er zijn kleine onderduik-strubbelingen. ‘Ten Aaf’ en huishoudelijke hulp Maaike kunnen niet met elkaar overweg. Dat is lastig, want ’s nachts slaapt ‘Ten Aaf’ met de hulp in de huishouding, op de vliering samen in een tweepersoonsbed achter een gordijn. De ruzies zijn soms hoorbaar, terwijl de kleinere kinderen niet mogen weten dat ‘Ten Aaf’ in huis is.
Verder levert huishoudelijke hulp Maaike ook een groot aandeel in de verzorging van het gezin, wetend dat joodse onderduikers een groot risico met zich meebrengen.
Omdat Gerrit Lugtigheid opstandig blijft preken loopt hij meer risico. Soms krijgt hij de raad om even uit het zicht te verdwijnen. Als hij bijvoorbeeld iets te veel gezegd heeft in een kerkdienst – ook dan zitten er verklikkers onder het gehoor – moeten Akke en ‘Ten Aaf’ het huis even uit. Voor elk is een ‘uitwijkadres’ afgesproken. Ze worden dan bij donker via achtertuinen weggebracht. Met de mensen van het ‘uitwijkadres’ voor Akke, is een goed werkend klopsignaal afgesproken. Het ‘uitwijkadres’ voor ‘Ten Aaf’ is het gezin van de leraar Frans, Kornelis Feringa, van het Christelijk Lyceum, waar Henri Lugtigheid schoolgaat.
Als er een keer twee Duitse soldaten de zondagse kerkdienst bijwonen, heet dominee Lugtigheid ze vanaf de preekstoel hartelijk welkom en nodigt ze na de kerkdienst uit op de koffie. Overigens tot ergernis van enkele gemeenteleden. Het blijken twee theologiestudenten te zijn, die bepaald niet vrijwillig in dienst zijn en zich totaal niet kunnen vinden in het nationaalsocialisme. Als een van hen kleine Akke op schoot neemt, kan Gerrit Lugtigheid niet nalaten om op te merken dat hij nu een joods jongetje op schoot heeft. De Duitse soldaten laten het bij dat ene bezoek.
Een ingrijpende gebeurtenis is in de zomer van 1944 het neerstrijken van een afdeling van de Sicherheitsdienst in het Lyceum-kwartier. In een grote cirkel om de afdeling heen worden alle woningen gevorderd. De bewoners moeten van de ene op de andere dag vertrekken. Het wordt een Sperr-gebied, met slagbomen en wachtposten. Merkwaardigerwijs mag het gezin Lugtigheid-Offers blijven zitten. Ze bevinden zich nu te midden van Duitsers die jagen op ‘tegenstanders’, met twee joodse onderduikers in huis. Elk gezinslid krijgt een pasje dat getoond moet worden aan de wachtpost bij het verlaten van of terugkeren in het Sperr-gebied. Spottend wordt er in het gezin wel eens gezegd: ‘We kunnen nergens zo veilig zitten als hier.’ Maar het loopt anders.
Het gebeurt tijdens de slag om Arnhem. De geallieerde legers hebben Zuid-Nederland al veroverd op de Duitsers. Als voorbereiding op de verovering van de brug bij Arnhem komt er een luchtvloot van honderden vliegtuigen laag overvliegen. Waarop de zoons op het dak klimmen om enthousiast te zwaaien. Heel snel daarna staan er twee Duitse officieren op de stoep die hun ouders wensen te spreken. ‘Tante Aaf’ verbergt zich meteen in de slaapkamerkast. Gerrit Lugtigheid is nog niet thuis. Hoewel zijn echtgenote ziek te bed ligt, willen de Duitsers haar spreken. Een van de kinderen rent naar boven om haar te waarschuwen, want Arie speelt bij haar op de kamer. Dets Lugtigheid-Offers trekt hem snel onder de dekens, en duwt hem onder haar knieën, net voordat de officieren boven komen. Terwijl Akke doodsangsten uitstaat, maar zich muisstil houdt, brengen de Duitsers een duidelijke boodschap over. Het is over met het privilege, het gezin moet alsnog het huis uit. Ze lopen meteen even rond en ontdekken op het kamertje van zoon Hans een paar Engelse pamfletten, uitgestrooid door de Royal Air Force. Nu is de boot helemaal aan. Waar Hans is? Die was gelukkig niet thuis en wordt door een van zijn zusjes gewaarschuwd vooral niet thuis te komen.
Inmiddels is Gerrit Lugtigheid thuisgekomen en naar de Duitse officieren gegaan, die zich nog op de bovenverdieping bevinden. Beneden wachten zijn kinderen in angstige spanning de verdere gebeurtenissen af. Na verloop van tijd horen ze hun vader brullen. Ze denken dat er iets verschrikkelijks gebeurt, maar even later komt hij naar beneden met de Duitsers, rustig in gesprek. Als ze hem vragen: ‘Waarom brulde U zo?’ zegt hij: ‘Oh, we kwamen in gesprek met elkaar en ik heb toen even voorgedaan hoe die Duitse soldaten vaak brullen.’ Dat typeert Gerrit Lugtigheid. Maar het gezin moet wel vertrekken.
Van de afdeling Volkshuisvesting van de gemeente Zeist, waar ook illegaal werkers zitten, krijgen ze meteen vervangende woonruimte toegewezen, een woning aan de Platolaan. De verhuizing betekent dat ook ‘Ten Aaf ‘en Arie weg moeten, maar zij beschikken uiteraard niet over een pasje. Henri Lugtigheid brengt ‘Ten Aaf’ door de tuinen heen naar haar gebruikelijk ‘uitwijkadres’ bij het gezin Feringa, op Lyceumlaan 23. De route is dit keer echter zeer gevaarlijk omdat in alle omringende woningen Duitsers huizen. Bovendien moeten ze langs een prikkeldraadafscheiding, waar de onderduikster prompt aan blijft haken.
Wat Arie betreft, wordt er een gewaagde oplossing gevonden. Hij wordt verborgen onder kleden in een bakfiets, en zo door de zoons Kees en broer Gerhard langs de wacht gereden. Er ontstaat nog paniek als ze met de bakfiets het hondje van de (Nederlandse) vriendin van de wachtkommandant aanrijden. Dankzij de wachtkommandant loopt het met een sisser af. Hij geeft het hondje een genadeschot.
Op de Platolaan herneemt het gezin hun ‘gewone doen’ weer zo goed als mogelijk. Het is daar niet mogelijk om ‘Ten Aaf ‘overdag verborgen te houden voor de kleinere kinderen. Ze wordt daarom geïntroduceerd als hulp in de huishouding. Een groter probleem vormen de razzia’s voor de Arbeitseinsatz.
Bij een late razzia verdwijnen Gerrit Lugtigheid en oudste zoon Hans in het bos. Henri blijft thuis, maar moet mee. Een tijd lang moet hij voor het huis wachten, bewaakt door een soldaat met geweer in de aanslag. Binnen ziet hij de verschrikte gezichten van zijn moeder en de andere kinderen.
Als hij met anderen naar het Bisonveld wordt gebracht, waar al een grote groep mannen bij elkaar is gedreven, gaat Henri naar de commandant. Hij zegt dat hij niet opgepakt mocht worden, omdat hij nog geen 17 is. Hij laat zijn vervalste persoonsbewijs zien waarop hij een jaar jonger is dan in werkelijkheid.
In de laatste oorlogsmaanden komt er in toenemende mate gebrek aan alles en ook de ontberingen nemen toe. De centrale verwarming kan niet meer gestookt worden. ‘Ten Aaf’ lijdt kou op de slaapkamer. Het gezin huist op de (ontruimde) studeerkamer van Gerrit Lugtigheid, die warm gehouden wordt met een klein plattebuiskacheltje. In de kamer staat ook een fiets op standaard. Als de stroom uitvalt, moet iemand trappen, zodat de fietslamp verlichting levert. Er komt gebrek aan kleding, voedsel enzovoort. Gerrit Lugtigheid gaat met zijn tweede zoon Henri met een bakfiets naar Amstelveen, om eten te halen. Het wordt een barre tocht, vooral de terugweg, maar het grote gezin kan weer een tijdje verder.
Op zeker moment kan het gezin weer terug naar de Verlengde Slotlaan en daarna komt de bevrijding. Dat betekent natuurlijk ook de vrijheid voor de joodse onderduikers. Met verbazing ontdekken mensen bij wie nog joodse en andere onderduikers zitten.
Ongetwijfeld hebben de dominee en zijn echtgenote de identiteit van ‘Ten Aaf’ gekend, maar wat hun nazaten betreft, verdwijnt ze haast onopgemerkt uit hun leven. In 2020 is bij de research voor het Onderduikboek uit een bedankbrief van 18 juni 1945 van Gerrit Broekman aan G. Lugtigheid afgeleid dat het ging om de dan 53-jarige Martha van Gelder. Broekman en zijn echtgenote Harriet Broekman-Spijer, op Jozef Israelskade 79 I in Amsterdam, waren de pleegouders van Martha van Gelder. Martha van Gelder zat echter elders ondergedoken, wel door bemiddeling van Lugtigheid.
‘Ten Aaf’ was in werkelijkheid Hendrika Penha-Schavrien (Amsterdam, 4 juni 1911), alias ‘Hendrika van Schaveren. Zij had gedurende de bezetting onder vaak barre omstandigheden, en zonder haar echtgenoot en gezin – ze had een baby – op enkele plaatsen in Zeist ondergedoken gezeten. Haar drie jaar oudere broer Asser Schavrien werd op 11 juni 1943 op Harmonielaan 3 gearresteerd door de Zeister NSB-politieman Evert Drost en vermoord op 2 juli 1943 in Sobibor. Haar echtgenoot, waarvan ze al een keer gescheiden was, was tijdens zijn onderduik op Texel een nieuwe relatie begonnen en het zou opnieuw tot een scheiding komen.
Het afscheid van Akke is traumatisch. Van de ene dag op de andere wordt hij door wildvreemden met een jeep teruggebracht naar zijn ouders. Veel later zal hij vertellen hoe hem dat afscheid beroerd heeft.
Er blijft contact tussen de leden van het gezin Lugtigheid-Offers en Akkes ouders, ‘oom Bram’ en ‘tante Stella’. Akke, die nu weer Arie heet, blijft gewoon beschouwd worden als lid van het voormalige onderduikgezin. Hij wordt – een heel goede – violist, maar moet daarmee stoppen als hij een spierziekte krijgt, waardoor hij geen controle meer over zijn vingers heeft.
Op 12 mei 1945 staat in de Zeister Post een oproep voor joodse volksgenoten die weer ‘boven water’ komen en voor grote moeilijkheden staan. Ze kunnen zich melden bij dominee Lugtigheid en zijn hervormde collega Berkhof. Gerrit Lugtigheid blijft zich hun lot aantrekken, in tegenstelling tot veel andere Nederlanders.
Nog in 1945 verlaat hij Zeist. Hij wordt achtereenvolgens beroepen naar Zwolle en Maarn. In 1966 keert hij met zijn echtgenote terug naar Zeist. Hij heeft onder meer deel uitgemaakt van de ‘groep van 18’, een gezelschap van Hervormde en Gereformeerde theologen die aan de basis staan van wat later de PKN zou worden. Gerrit en Dets Lugtigheid-Offers liggen begraven op de begraafplaats Bosrust in Zeist.
Op 3 februari 2008 worden Gerrit en Dets Lugtigheid-Offers postuum erkend door Yad Vashem als Rechtvaardigen onder de Volkeren. Arie heeft eerder al een boom voor het onderduikgezin laten planten.
Gerrit Lugtigheid heeft veel indruk gemaakt op zijn nageslacht. Als Henri Lugtigheid in 2003 geïnterviewd wordt over zijn vader, zegt hij: ‘Hij was voor niets-en niemand bang.’
Als Gerhard Lugtigheid junior, in het kader van 65 jaar bevrijding, voor het Nationaal Archief het verhaal van zijn vader schrijft, noemt hij zijn vader ‘De leeuw van Zeist’. Een dik verdiende eretitel, maar, zoals Henri Lugtigheid er anno 2020 aan toevoegt: ‘Maar dan was mijn moeder de leeuwin.’
Bronnen:
- Een verslag door Henri Lugtigheid van de oorlogsgebeurtenissen (kopie in bezit van de auteurs).
- Els Hekkenberg, ‘Van Brandal tot Commandeur, Herinneringen van mr. Pieter Coumou’, eigen beheer, 2006, 65 (over het voorbeeld dat dominee Lugtigheid gaf)
- Volgens Henri Lugtigheid werd Johannes Christiaan van Reenen, gepensioneerd majoor van de genie (Utrecht, 4 maart 1882 – Bergen-Belsen – Duitsland, 10 maart 1945) gearresteerd omdat hij joodse onderduikers in huis had
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen: ‘Maria van Gelder’, ‘Adriaan Marinus Speis’ en ‘Hendrika van Schaveren’
- Met een briefje van 18 juni 1945 bedankte Gerrit Broekman aan G. Lugtigheid. Broekman en zijn echtgenote Harriet Broekman-Spijer, op Jozef Israelskade 79 I in Amsterdam, waren de pleegouders van Martha van Gelder
- Zie het bewezen onderduikadres 1e Dorpsstraat 3
- Zie de bewezen onderduikadressen Dalweg 26, Lyceumlaan 23 en het niet-bewezen onderduikadres Jan Willem Frisolaan 12 (onderduik Hendrika Penha-Schavrien)
- Zie het niet-bewezen onderduikadres Charlotte de Bourbonlaan 26 (onderduik Aharon Salomo Simon Spiero)
- Oproep in de Zeister Post van 12 mei 1945 aan joodse overlevenden
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Gerrit Lugtigheid en Dets Lugtigheid-Offers
- www.nationaalarchief.nl/beleven/verhalenarchief (De leeuw van Zeist)
- Aldert Schipper, ‘Hij was voor niets-en niemand bang’, in Trouw van 31 oktober 2003 (Henri Lugtigheid over zijn vader)
1. Verlengde Slotlaan 26
2. Dominee Gerrit Lugtigheid, de ‘leeuw van Zeist’
3. Dets Lugtigheid-Offers, onderduikgeefster en illegaal werkster
4. Arie, het onderduikertje bij het gezin Lugtigheid-Offers
5. Arie, met geblondeerd haar
6. ‘Akke’ ontwikkelde een sterke band met Dets Lugtigheid-Offers
7. Met een briefje bedankte Gerrit Broekman G. Lugtigheid. Broekman en zijn echtgenote harriet Broekman-Spijer, op Jozef Israëlskade 79 I in Amsterdam, waren de pleegouders van Martha van Gelder (alias ‘Ten Aaf’ of ‘Maria van Gelder’)
7.a. Oproep in de Zeister Post van 12 mei 1945
8. Arie Spiero, enkele jaren na de bevrijding op bezoek in Zeist, tuseen zijn voormalige onderduikgevers
9. Arie Spiero liet een boom planten voor de familie Lugtigheid in het Westerweel-woud









