Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)
Onderduikster:
- Ernestine Frenkel, ongehuwd (Amsterdam, 8 mei 1924 – Haarlem, 22 juni 2014)
Onderduikgeefster:
- Dorothée Emilie Maria Havelaar, gescheiden (Rotterdam, 30 augustus 1886 – Utrecht, 14 mei 1952)
Twee zoons (1917, 1924)
Procureur en advocaat Philip (Salomon Philip) Frenkel woonde voor de bezetting op Merellaan 28 in Aerdenhout, met zijn echtgenote Betsy Adèle Frenkel-Wiener en de dochters Katilie (1921), Ernestine (1924) en Corrie (1927). Philip Frenkel hield kantoor op Rokin 92-96, boven de wereldbekende sigarenzaak Hajenius die nog steeds gevestigd is in het Rijnstroomgebouw op Rokin 96. Mr. Ph.S. Frenkel – hij draaide zijn initialen om – was gespecialiseerd in het faillissementsrecht en trad onder meer op als curator.
Het gezin Frenkel-Wiener was geassimileerd en liberaal. Wel kregen de dochters joodse les aan huis en werd de sabbat gehouden. Het gezin moest op 6 november 1942 naar Amsterdam verhuizen. Daar gingen ze inwonen bij het echtpaar Siegfried en Antoinette Wiener-van Leer, op Valeriusterras 4.
De beide echtparen hadden aanvankelijk een voorlopige vrijstelling van deportatie (het gezin Wiener-van Leer zou overigens deportatie overleven). Philip Frenkel kreeg bij de Joodse Raad de functie van adviseur van de emigratie-afdeling en was lid van de financiële commissie.
Op 19 december 1942 kwam vader Frenkel thuis, terwijl de anderen aan de maaltijd waren begonnen. Hij vertelde dat hij zich net onder een arrestatie uit had weten te praten. De maaltijd bleef verder onaangeroerd, want de beide ouders doken direct gezamenlijk onder en de drie dochters elk op verschillende plaatsen.
Middelste dochter Ernestine, die Tineke genoemd werd, kwam die avond terecht in Zeist, op Verlengde Slotlaan 205. Daar was de toen 56-jarige Dorothée Emilie Maria Havelaar na haar scheiding in 1934 van dr. Carl Richard van Paassen blijven wonen, met haar jongste zoon John (1924).
Van Paassen had van 1918 tot circa 1930 als leraar klassieke talen bij het Christelijk Lyceum in Zeist gewerkt. Daarna was hij vertrokken naar Amsterdam, waar hij tot rector was benoemd van het bekende Barlaeus Gymnasium. Op de website www.joodsamsterdam.nl is informatie te vinden over het gymnasium. Citaat daaruit over de rector:
‘Ook tijdens de Februaristaking wilde een deel van de leerlingen van het Barleus mee gaan staken, maar dit werd door rector Van Paassen gestopt. Hij was vooral bang voor ingrijpen van de Duitsers. Zijn reactie was meestal “Dat hij er niets aan kon doen”, een reactie die Joodse leerlingen later op het Joods Lyceum weer tegenkwamen wanneer er klasgenoten verdwenen waren.
Van Paassen wordt gezien als bangelijk en gezagsgetrouw. Hij volgde de orders om Joodse docenten en leerlingen te verwijderen maar tegelijkertijd heeft hij ook weten te voorkomen dat er in hun plaats “foute” docenten werden aangesteld en dat het gebouw door de Duitsers gevorderd werd.’
Niet bekend is of de ‘bangelijk’ genoemde Van Paassen bemiddeld had bij de onderduik op zijn voormalige woonadres.
Tineke Frenkel bleef gedurende de hele bezetting op Verlengde Slotlaan 205. Ze was veroordeeld tot een verblijf op zolder maar werd met respect behandeld. Haar schuilnaam was Coba/Cootje. Na een week op haar onderduikadres, met Kerstmis 1942, maakte ze kennis met de oudste zoon. Chris (Christiaan) van Paassen (1917), die in 1941 in Utrecht was afgestudeerd in de sociale geografie en werkte als onderzoeker in de provincie Zeeland, waar hij zich onder meer bezighield met de opstelling van het streekplan Walcheren. Deze nieuwkomer bracht leven in de brouwerij, onder meer omdat hij prachtig piano speelde (als het niet te koud was in de pianokamer). Zijn vriendin, Jootje uit Utrecht, was de enige buitenstaander die op de hoogte was van de aanwezigheid van onderduikster Tineke. Nadat Chris van Paassen en zij in 1944 trouwden, en in Middelburg gingen wonen, lukte het ze door vervoersproblemen nog maar zelden om naar Zeist te komen. Tineke Frenkel was vanaf toen uitsluitend aangewezen op het dagelijkse contact met haar onderduikgeefster en de nog thuiswonende zoon John. Die was slechts een half jaar jonger dan Tineke, maar ze ervoer hem nog als een ‘jonge hond’.
Op die zolderkamer was afleiding uiteraard cruciaal. Al tijdens haar onderduik kon Tineke Frenkel beginnen met de studie medicijnen, waarvoor ze van haar oudere zus en een vriend collegedictaten en studieboeken kreeg. Ook begon ze tijdens de onderduik met tekenen en schilderen, via een schriftelijke tekencursus.
Er was wel enige communicatie met haar ouders en zusjes mogelijk – onbekend is hoe die verliep. Haar moeder had haar zelfs eenmaal in Zeist bezocht, waar de nodige moed voor nodig was. Die moed was ook nodig toen Tineke en haar zuster Corrie naar hun ouders gingen, toen die in een eendenkooi in moerasland verbleven.
In het zicht van de winter 1943/1944 had het echtpaar Frenkel-Wiener tegen betaling onderduik gevonden bij een zwarthandelaar in vlees. In januari 1944 was de onderduikwoning omsingeld door mannen van de staatspolitie die de eigenaar zochten en daarbij op twee joodse onderduikers stuitten. Het echtpaar Frenkel-Wiener was gearresteerd en via Arnhem naar Kamp Westerbork gebracht. Daar werden ze op 12 januari 1944 ingesloten in de strafbarak (67). Op 25 februari werden ze op transport gesteld naar Theresienstadt en vandaar naar Auschwitz, waar ze op 24 oktober 1944 werden vermoord.
Toen het bericht van de arrestatie bekend werd in Zeist, was Tineke Frenkel om veiligheidsredenen tijdelijk op een onbekend ander adres ondergebracht, omdat het denkbaar was dat haar onderduikadres op haar gearresteerde ouders gevonden zou zijn. Na een korte periode werd vastgesteld dat dat niet het geval was en kon ze terugkeren naar Verlengde Slotlaan 205.
In de zomer van 1944 vestigde zich een deel van de Sicherheitsdienst uit Den Haag in het gebouw van het Christelijk Lyceum in Zeist, vlakbij het onderduikadres. Veel woningen werden gevorderd voor medewerkers van de dienst, maar het onderduikadres van Tineke Frenkel bleef daarvoor gespaard.
De dienst verdween weer uit Zeist, op de vlucht Oostwaarts, na Dolle Dinsdag. Nederland was toen gesplitst in een bevrijd Zuiden en de nog steeds bezette rest van het land. Door die ontwikkeling konden zoon Chris van Paassen en zijn echtgenote na hun vakantie niet terug naar Zeeland. Dat was te gevaarlijk geworden.
Het bracht weer leven in de brouwerij in de onderduikwoning. Het jonge echtpaar musiceerde bijvoorbeeld veel. In de muziekkamer was overigens tevens de verstopplaats in geval van dreigend gevaar – de plaats bevond zich onder de piano. Er was ook een radio in huis – verstopt onder de trap – waarop frequent naar nieuws van Radio Oranje en van de BBC werd geluisterd.
Tijdens de beruchte Hongerwinter verbleven Tineke Frenkel, haar onderduikgeefster, de twee zoons en de schoondochter met z’n vijven in de slaapkamer van Dorothée Havelaar, vanwege de kou. Wel moest nu voor vijf personen eten gevonden worden. Op sommige Zeister onderduikadressen gingen ook joodse onderduiksters op hongertocht – wat grote risico’s met zich meebracht – maar dat werd Tineke Frenkel verboden. Onderduikgeefster Dorothée Havelaar en haar schoondochter gingen tweemaal op pad, eerst naar Woudenberg en Scherpenzeel (de oogst bestond uit suikerbieten en raapolie) en de tweede keer naar het Oosten. Eenmaal was er ineens een smaakvolle emmer soep, die gebracht werd door de conciërge van de kostschool voor Duitse en NSB-kinderen naast Verlengde Slotlaan 205.
Een dieptepunt in die laatste oorlogsfase was dat Chris van Paassen nog werd gearresteerd. Hij had echter heel veel geluk en kwam na de bevrijding meteen weer terug. Zijn wetenschappelijke carrière zou ertoe leiden dat hij in 1965 benoemd werd tot hoogleraar planologie in Utrecht en in 1972 tot hoogleraar planologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Tineke Frenkel haalde de bevrijding op Verlengde Slotlaan 205. Haar beide zusters hadden de bezetting ook in onderduik overleefd langs meerdere onderduikadressen. Op enig moment kregen ze zekerheid over de moord op hun ouders. Tineke ging medicijnen studeren, waarbij ze studiegenoot Herman de Voogt ontmoette. Ze trouwden in 1951 en vertrokken als tropenartsen eerst naar Indonesië, en vervolgens naar Suriname. Herman de Voogt werkte daar als chirurg, en echtgenote Tineke als anesthesist (in opleiding, ze had haar opleiding nog niet voltooid), als consultatiebureau-arts, als opleider van verpleegkundigen, en als biologielerares op de HBS. In 1968 keerden ze met hun drie kinderen terug naar Nederland, waar ze zich verder specialiseerden. Tineke de Voogt-Frenkel zou tot haar vervroegde uittreding werkzaam zijn als anesthesist in de Anna-kliniek/Academisch Ziekenhuis Leiden.
Een belangrijke hobby naast haar werk, en later ook na haar pensionering, zou voor haar tekenen en schilderen blijven, zoals ze dat op haar verstilde zolderkamer had geleerd.
Voormalig onderduikgeefster Dorothée Havelaar overleed in 1952, 65jaar oud. Ze was goed geweest voor Tineke Frenkel die altijd contact had gehouden met haar en haar zoons. Ze was haar onderduikgeefster – die altijd ‘mevrouw Van Paassen’ was gebleven – altijd heel dankbaar geweest: ‘Het was heel gevaarlijk en veel werk om een onderduiker in huis te hebben. Deze vrouw heeft heel veel voor mij opgegeven, zoals haar sociale leven.’
Dat liet en laat natuurlijk onverlet dat de periode van medio december 1942 tot aan de bevrijding een gitzwarte periode was geweest voor een jonge vrouw als Tineke Frenkel. Dochter Anna de Voogt: De oorlog heeft mijn moeders’ leven getekend, en dus ook het onze. Zij is er wel in geslaagd een goed leven op te bouwen na de oorlog, samen met mijn vader. Maar de schaduw bleef.
Bronnen:
- Mededelingen van Anna de Voogt en Pim de Voogt, dochter respectievelijk oudste zoon van Tineke de Voogt-Frenkel) en van Marius van Paassen
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Salomon Philip en Betsy Adele Frenkel-Wiener
- Joods monument, Salomon Philip en Betsy Adele Frenkel-Wiener
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Salomon Philip en Betsy Adele Frenkel-Wiener
- www.joodsamsterdam.nl, Barlaeus gymnasium
- David Smith, ‘From wartime Amsterdam to Toronto academe: In memoriam Henri Gilius Schogt, (24 May 1927 – 12 April 2020)’, caans-acaen.ca/wp-content/uploads/2020/07/CJNS40-1-02-pp1-10-Smith.pdf – Henri Schogt was de echtgenoot van Corrie Frenkel
- Henri Schogt, ‘The Curtain’, Wilfried Laurier University Press, Waterloo, 2003 [niet geraadpleegd]
- Wikipedia, Chris van Paassen
1. Verlengde Slotlaan 103
2. Philip en Betsy Frenkel-Wiener aan het strand
3. Het Rijnstroomgebouw aan het Rokin in Amsterdam
4. Het gezin Frenkel-Wiener. ErnestineTineke is de middelste van de drie kinderen
5. Het Barlaeus in Amsterdam (augustus 2008)
6. Chris van Paassen (Wikipedia)
7. Kort na de bevrijding. Tineke Frenkel (links) met haar twee zusjes Katilie (de oudste, in het midden) en Corrie (de jongste)






