Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 517-518; onderduikertje geïdentificeerd en volledig herschreven)

Onderduiker:

  • Alexander Max Leefsma (Haren, 26 augustus 1937 – Utrecht, 2 juni 1953)

Onderduikgevers:

  • Gerardus Jozef Maria Neesen, gepensioneerd hoofd van de RK ULO in Zeist (Tilburg, 13 oktober 1875 – Zeist, 11 augustus 1952), en
  • echtgenote Divera Maria Neesen-Hansen (Enkhuizen, 4 november 1888)

Nog thuiswonend kind (1927)

Volgens historica Annemiek Bal in het boek ‘Het Zeister verzet’ zou de onderduik van het jongetje Lex Leefsma in Zeist geregeld zijn vanuit Utrecht. In november 1940 had de rechtenstudente Trui van Lier in Utrecht een crèche opgericht op Prins Hendriklaan 4. De naam van die crèche was afgeleid van de naam van een straatje in de Utrechtse binnenstad, Kintgenshaven. Samen met een andere illegaal werkster wist Trui van Lier vanaf 1941 circa 150 joodse kinderen via kindertehuis Kindjeshaven in veiligheid te brengen. Toen haar nicht Truus van Lier op 27 oktober 1943 in het concentratiekamp Sachsenhausen gefusilleerd werd, stopte Trui om veiligheidsredenen met haar werk voor Kindjeshaven. Haar collega zette het tehuis voort tot februari 1945.

Volgens de beschrijving in ‘Het Zeister verzet’ hadden de Zeister gemeenteambtenaren Wim Walraven en Guus van Tellingen contact gekregen met Trui van Lier. Via Kindjeshaven zouden joodse kinderen onder meer in Zeist ondergebracht worden. Zo zou het joodse jongetje Lex (Alexander Max) Leefsma uit Tuindorp, toen gemeente Maartensdijk en vanaf 1954 gemeente Utrecht, terechtgekomen zijn op Veldheimlaan 35. Daar woonde het echtpaar Neesen-Hansen, waarvan de echtgenoot in 1940 was gepensioneerd als hoofd van de rooms-katholieke ULO in Zeist.

Op het gemeentehuis van Zeist werd de zesjarige Lex geregistreerd met een valse identiteit, onder de naam ‘Alexander Johannes Maria Klijn, geboren op 26 augustus 1937 in Rotterdam’ en zoon van ‘Gerardus Johannes en Maria Wilhelmina Klijn-van Dijk’. Als valse voormalige woonadressen van het gezin ‘Klijn-van Dijk’ golden Coolsingel 43 in Rotterdam en daarna Meeuwenlaan 215 in Amsterdam. ‘Alexander Johannes Maria Klijn’ werd geregistreerd op zijn onderduikadres Veldheimlaan 35.

In werkelijkheid was Lex Leefsma de zoon van Jaap (Jacob) en Corry (Cornelia) Leefsma-Mesritz. Er was nog een oudere broer die zich later Jim noemde (Jeremy Raphael, 1929).

Ten tijde van de Duitse inval had het gezin gewoond op Professor Magnuslaan 26 in Tuindorp.

De Leefsma’s waren voorheen in goeden doen geweest, maar de bijna onuitputtelijke stroom van anti-joodse maatregelen had daar een einde aan gemaakt.

Zo was zoon Jim Leefsma per 1 september 1941 niet meer welkom op zijn school. Alle joodse kinderen in Utrecht moesten naar de aparte joodse school op Ondiep 63. Verder raakte het gezin hun woning kwijt en het bedrijf dat Jaap Leefsma en zijn oudere broer Leo in Utrecht hadden.

De broers kwamen uit Veghel, waar vader Raphael Leefsma als onderwijzer en chazan (voorzanger) voor de joodse gemeenschap werkte. De zes zoons van het gezin waren in de jaren dertig uitgevlogen naar Amsterdam, Den Haag, Groningen (Jaap Leefsma en een broer) en Utrecht (Leo Leefsma). In Utrecht was Leo Leefsma Medio januari 1929 op Jansveld 13 Leefsma’s Meubelstoffenhandel (voorheen Van der Voort & Co) begonnen. Op zeker moment was Jaap Leefsma mededirecteur geworden van de groothandel die de broers gezamenlijk succesvol uitbouwden, met Jaap als verantwoordelijke voor in- en verkoop en Leo voor het dagelijks beheer. Jaap en Leo Leefsma waren getrouwd met de nichtjes Corry en Lini (Sarlina) uit de Meppelse familie Mesritz, die handelde in textiel en een schoenenfabriek bezat. Zij woonden met hun gezinnen in Tuinwijk (Leo en Lini Leefsma-Mesritz) en dus het naastgelegen Tuindorp. In de jaren dertig verhuisde het bedrijf naar Boothstraat 9.

In de loop van 1942 had Leefsma’s Meubelstoffenhandel – groothandel in meubelstoffen, tafel- en divankleden en stoffeerdersmaterialen – een ‘Verwalter’ (Frits Ehlers) gekregen. Deze adverteerde in 1942 nog enkele malen, onder meer in het uiterst antisemitische blad De Waag.

De erkenning door Yad Vashem van Cathrien (Catharina) Brouwer-de Groot als Rechtvaardige onder de Volkeren, al op 15 juni 1965, levert meer informatie op over de onderduik van Jaap en Corry Leefsma-Mesritz.

Toen hun woning in beslag was genomen, was het gezin verhuisd naar Vijverlaan 29 in Groenekan (eveneens gemeente Maartensdijk). Niet naar het Zeeuwse stadje Sint Maartensdijk, zoals abusievelijk geregistreerd werd in de administratie van de Joodse Raad. De toen nog ongehuwde Cathrien de Groot was in Maartensdijk werkzaam als verpleegster voor het Groene Kruis in Maartensdijk. Door haar werk had ‘zuster’ De Groot het gezin Leefsma-Mesritz leren kennen.

Het ingrijpende besluit om onder te duiken, hadden Jaap en Corry Leefsma-Mesritz waarschijnlijk in de late zomer van 1942 genomen, toen de deportaties waren begonnen. Hens Lindeman, leraar aan de joodse school in Utrecht, en goed bevriend met de Leefsma’s, beschreef in een ‘dagboek’ hoe Leo Leefsma en zijn vrouw Sarlina worstelden met dezelfde beslissing.

Op 24 juni 1942 hadden de Leefsma’s in Groenekan hun fietsen moeten inleveren. Toen op 6 oktober 1942 een politieagent had gecontroleerd of het gezin nog aanwezig was op Vijverlaan 29 trof hij daar niemand meer. Het gezin was opgesplitst. Zelf kon het echtpaar terecht bij een bevriende zakenrelatie (in Apeldoorn?) en de zoons werden elk ergens anders ondergebracht. Cathrien de Groot beloofde hen te helpen wanneer de nood aan de man zou komen.

Twaalfjarige zoon Jim had inmiddels verschillende onderduikadressen gehad, toen hij op zijn eentje in november 1942 niet beter had geweten dan te vluchten naar de bevriende zakenrelatie van zijn vader. Daar had hij tot zijn verrassing zijn ouders aangetroffen. De onderduikgever was angstig geworden en had de drie onderduikers verzocht om te vertrekken. Ze hadden contact met Cathrien de Groot die hen hielp. Drie onderduikers had ook haar te veel geleken, want ze bewoonde een klein tweekamerappartement in het gebouw van het Groene Kruis op Raiffeisenlaan 35 in Tuindorp. Daar nam ze Jaap en Corry Leefsma-Mesritz op en ze had mee geholpen bij het zoeken naar een andere schuilplaats voor Jim. Na een maandenlange onderduikperiode in onder andere Zwolle en het Friese dorp Wytgaard, werd Jim ook opgenomen door Cathrien de Groot. Ouders en zoon zouden daar tot de bevrijding blijven, 21 lange maanden. Tijdens razzia's en de Hongerwinter moesten zij zich verstoppen in de ruimte onder het gebouw, waarbij zij soms in het grondwater stonden.

Catherina de Groot bleef in de oorlog doorwerken als verpleegster. Niemand kwam erachter dat zij joodse onderduikers verborgen hield. Ze deed bovendien illegaal werk, door onderduikers te voorzien van distributiekaarten en valse persoonsbewijzen.

Waar kleine Lex Leefsma aanvankelijk ondergebracht was, is niet bekend. Mogelijk toch bij zijn ouders en/of enige tijd in Kindjeshaven? Dat laatste lijkt niet waarschijnlijk. Dat het jongetje op zeker moment terecht kwam in Zeist was anders te verklaren. Eerder woonden op Veldheimlaan 35 namelijk de grootouders van moederskant, het joodse echtpaar Jeremias en Dina Mesritz-Cohen, die het pand in eigendom hadden gehouden (tijdens de bezetting stonden ook zij vals geregistreerd in Zeist, op Homeruslaan 13).

Lex Leefsma kwam in onderduik bij de huurders van zijn grootouders en volgens zoon Jaron van Lex’ broer Jim was Lex gebracht door verpleegster Cathrien de Groot uit Maartensdijk. Die huurders waren het voornoemde, rooms-katholieke echtpaar Neesen-Hansen op Veldheimlaan 35. Als de datum van Lex’ komst op dat adres werd 22 juli 1943 geregistreerd, een dag voordat de weduwe en twee stiefzoontjes van zijn oom Max Isidoor Mesritz in Sobibor werden vermoord,

Over de onderduik van Lex Leefsma in Zeist is weinig bekend, maar in 1944 nam Cathrien de Groot ook de ziekelijke en ondervoede Lex op in haar tweekamerappartement in Maartensdijk.

Mogelijk was de toestand van de jongen het gevolg van de beruchte Hongerwinter? Tijdens die periode eind 1944 begin 1945 moest ook Cathrien de Groot lange afstanden – honderden kilometers fietsen om aan eten te komen.

Door de intensieve hulp van Cathrien de Groot overleefde het gezin Leefsma-Mesritz in onderduik. Geen van hun broers en zuster had de bezetting overleefd, evenmin als hun partners, op drie na al hun kinderen en twee schoonzoons. In totaal 28 moordslachtoffers. De Holocaust had de familie zwaar getroffen.

Het gezin keerde aanvankelijk terug naar Professor Magnuslaan 26 in Tuindorp en verhuisde later naar Oudwijk 3 in Utrecht. Na de langdurige ellendige onderduiktijd moest weer een bestaan opgebouwd worden. Jaap Leefsma trof op Boothstraat 9 een geruïneerd bedrijf aan. Zijn oudere broer en mededirecteur Leo was vermoord, net als zijn echtgenote en twee van zijn drie dochters. In april 1949 kende de Raad van Rechtsherstel Jaap Leefsma een compensatie toe van f 76.338,74 voor het door de bezetter geplunderde bedrijf. Met dat bedrag en de haast onbegrijpelijke veerkracht die veel joodse overlevenden wisten op te brengen, bouwde hij de meubelstoffenhandel Leefsma Utrecht NV weer op tot een groot bedrijf met filialen in Den Haag, Enschede en Tilburg. In 1957 zou aan de Sint Jacobsstraat in Utrecht zelfs gestart worden met de bouw van een monumentaal gebouw voor de hoofdvestiging van het bedrijf, een gebouw met vijf verdiepingen van 800 vierkante meter. Het bedrijf zou groeien onder de naam Leefsma Utrecht NV. Het nieuwe pand aan de St. Jacobsstraat 21-25 werd ontworpen door de architect Huig Maaskant, bekend van de Euromast in Rotterdam en de Neudeflat in Utrecht, een van de eerste grote naoorlogse zakengebouwen in het Utrechtse centrum.

In de zomer van 1968 werden Leefsma-Utrecht NV, het filiaal in Tilburg en de dochteronderneming Haagse Textiel Groothandel NV overgenomen door Hagemeijer Co’s Handelsmaatschappij. Jac. Leefsma werd een van de twee directeuren van de nieuwe onderneming. Door de stagnerende woningbouw zou het bedrijf in 1977 – het jaar van zijn overlijden – helaas moeten inkrimpen, met als gevolg van 50 ontslagen.

Het gezin Leefsma-Mesritz werd zeer actief in de joodse gemeenschap in Utrecht. Jaap Leefsma werd voorzitter van het Nederlandse opperrabbinaat buiten Amsterdam en van de joodse gemeente in Utrecht. Echtgenote Corry organiseerde op Oudwijk 3 vergaderingen van het de afdeling Utrecht van de Women’s International Zionist Organisation (WIZO). Zoon Jim volgde in de naoorlogse jaren de opleiding Palestina-pionier en vestigde zich al in oktober 1948 in Israël. Hij zou daar een carrière in het onderwijs opbouwen, trouwen met Frederika Mirjam Mok dochter van de voormalige voorzitter van de Raad van Arbeid in Leiden en met haar drie zoons krijgen. Tot zijn overlijden op 18 maart 1998 in Mevasseret Zion (nabij Jeruzalem), op 68-jarige leeftijd, zou hij nooit meer naar Nederland komen.

Lex Leefsma zou zijn broer Jim in diens voetsporen zijn gevolgd, maar zou zijn opleiding niet kunnen voltooien. De succesvolle wederopbouw van het bestaan en het bedrijf werd in 1953 overschaduwd door het overlijden van Lex Leefsma. Had de onderduik een te grote impact gehad op zijn gezondheid? Lex was hartpatiënt. Op dinsdag 2 juni van dat jaar viel de pas vijftienjarige jongen in het achterpad van Oudwijk 3 van zijn fiets en overleed hij ter plaatse.

Twintig jaar na de bevrijding, op 15 juni 1965, werd de inmiddels gehuwde Catherina M. Brouwer-de Groot door Yad Vashem erkend als Rechtvaardige onder de Volkeren. Er was contact tussen haar en de leden van het gezin Leefsma-Mesritz gebleven.

Medio zestiger jaren verhuisden Jaap en Corry Leefsma-Mesritz naar Boulevard 17b in Zeist, waar Jaap op 22 augustus 1977 overleed, op bijna 80-jarige leeftijd. Rond 1980 verhuisde Corry naar Bilthoven, waar zij haar laatste jaren sleet. Ze overleed er op 25 oktober 1994, op 89-jarige leeftijd.

In de jaren na de bevrijding was er nog een kwestie rond het onderduikadres Veldheimlaan 35 afgehandeld, die ongetwijfeld verband hield met de onderduik van Lex Leefsma. Het pand was eigendom van de grootouders van Lex Leefsma geweest, het echtpaar Jeremias en Dina Mesritz-Cohen, tot de onteigening op last van de bezetter. Onderduikgever Neesen die er sinds 1938 als huurder woonde, en in 1942 oorlogskoper werd, zou er tot zijn dood in 1952 blijven wonen. Rechtsherstel voor het echtpaar Mesritz-Cohen hield geen teruggave van het pand in, want Neesen mocht het na de bevrijding houden. Mogelijk had hij het pand in overleg met Jeremias Mesritz gekocht?

Dat laatste zou opgemaakt kunnen worden uit de regeling voor het naoorlogse rechtsherstel. Onderzoeker Maarten-Jan Vos merkte in zijn rapport over ontrechting en rechtsherstel van joodse Zeistenaren (april 2024) op dat het onduidelijk was waarom de erven Mesritz – Jeremias Mesritz overleed in 1946 – een onaantrekkelijke regeling geaccepteerd hadden. Hij vroeg zich af welke onderhandelingen hieraan ten grondslag hadden gelegen. De erven kregen het huis dus niet terug, ze kregen geen inkomsten over de tijd dat het huis hen onrechtmatig was ontnomen, er vond ook geen verrekening van baten en lasten plaats en ze moesten bovendien meebetalen aan de kosten voor het rechtsherstel en het opmaken van de akte. Laatstbedoelde kosten moesten normaliter door de oorlogskoper worden betaald. Resteerde uitsluitend een onzekere vordering op de organisatie NGV die de koopsom had geïncasseerd. Die vordering zou uiteindelijk voor circa 75 procent uitgekeerd worden, maar dat konden de erven ten tijde van het rechtsherstel nog niet weten. Onderzoeker Vos in zijn rapport: ‘Op papier een magere regeling dus voor de erven Mesritz.

Deze regeling wordt nu verklaarbaar, als de joodse eigenaren een – kostbare – deal hadden gesloten met de huurder of hun dankbaarheid wilden betuigen over/voor de onderduik van hun kleinzoon. Overigens bezaten ze zowel in Utrecht als in Zeist nog twee panden.

Veel informatie in het voorgaande is ontleend aan het verhaal van Jim (Jeremy) Leefsma door Victor Frederik op zijn website joodseschoolutrecht.nl.

Bronnen:

  • Mededelingen van Victor Frederik en Jaron Lotan (Leefsma)
  • Annemiek Bal, ‘Het Zeister verzet’, 57
  • Wikipedia, Kindertehuis Kindjeshaven
  • Jim Terlingen, ‘Trui van Lier, Utrechtse verzetsvrouw’, Uitgeverij IJzer, 2026
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Alexander Johannes Maria Klijn’
  • Yad Vashem-verklaring van de erkenning op 15 juni 1965 van Catherina M. Brouwer-de Groot als Rechtvaardige onder de Volkeren.
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart van Jacob Leefsma (1897)
  • collecties.kampwesterbork.nl, Jacob en Cornelia Leefsma-Mesritz, Jeremy Raphael Leefsma, Alexander Max Leefsma
  • www.joodsmonument.nl, ‘Joodse geschiedenis in Groenekan’
  • Maarten-Jan Vos, ‘Vermoedelijk met achterlating van meubilair vertrokken, Ontrechting en rechtsherstel van joodse Zeistenaren en de betrokkenheid van de gemeente tijdens de Tweede Wereldoorlog’, april 2024
  • Zie Homeruslaan 13, valse registratie van het echtpaar Jeremias en Dientje Mesritz-Cohen
  • www.delpher.nl, oude kranten, geboorte-, trouw en overlijdensadvertenties en informatie over Leefsma-Utrecht NV en voorgangers

1. Veldheimlaan 35

2. Jaap en Corrie Leefsma-Mesritz op hun trouwdag 17 augustus 1925

3. Geboorte-advertentie van Alexander Max Leefsma in het Nieuwsblad van het Noorden van 27 augustus 1937

4. Valse registratie van Lex Leefsma in Zeist

5.1 Een advertentie van Verwalter Frits Ehlers voor Leefsma’s Meubelstoffenhandel in het antisemitische blad De Waag van 20 november 1942

5. Leo Leefsma, een oom van Lex

6. De overlijdensadvertentie van G.J.M. Neesen

7. De broers Lex (links) en Jim Leefsma

8. Opnieuw de broers Lex (links) en Jim Leefsma

9. Bericht over het overlijden van Lex Leefsma in het Utrechts Nieuwsblad van 3 juni 1953

10. De overlijdensadvertentie van Lex Leefsma in het Algemeen Handelsblad van 2 juni 1953

11. Jaap Leefsma in Oudwijk 3 Utrecht

12. Jim Leefsma in Israel