Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 513-516; uitgebreid aangevuld met informatie over Berthold Halpern)

Onderduikers:

  • Maurits Lessing, eigenaar kledingzaak London (Amsterdam, 14 juli 1892 – Zeist, 17 juni 1982)
  • echtgenote Alida Lessing-Ritmeester (Amsterdam, 11 april 1891 – Utrecht, 8 september 1947)
  • zoon Abraham (Utrecht, 16 januari 1926 – Buitenzorg, 27 juli 1949)
  • pleegzoon Berthold Halpern (Guttstadt-Oost-Pruisen, 6 juli 1926 – Barn Hill Center, Newton, New Yersey, Verenigde Staten, 9 februari 2020)

Onderduikgevers:

  • Antonius Roelofsen (De Bilt, 12 april 1895 – Utrecht, 12 mei 1969), chauffeur, en
  • echtgenote Maria Elisabeth Roelofsen-Franken (Utrecht, 18 juni 1892 – Zeist, 29 januari 1982)

Twee volwassen zoons (1918, 1923)

In 1927 telt de kleine Oost-Pruisische stad Guttstadt een kleine honderd joodse inwoners. In dat jaar schrijft Felix Halpern de ‘Geschichte der jüdischen Gemeinde zu Guttstadt. Ein Beitrag zur Geschichte der Juden im Ermland’ (Selbstverlag, Guttstadt 1927). Is deze Felix Halpern dezelfde persoon als de voorzitter van de joodse geloofsgemeente in het stadje? De laatste overlijdt in 1937. Daarmee blijft hem de verwoestende Reichskristallnacht van 9 op 10 november 1938 bespaard. SA-horden teisteren Guttstadt en branden de synagoge af. Gearresteerde kerkbestuurders worden tot de bekentenis gedwongen, dat ze de brand zelf aangestoken hebben.

De 41-jarige weduwe Hannie Halpern-Gostinksky van Felix Halpern – nog steeds dezelfde persoon? – ziet blijkbaar geen enkele toekomst meer voor haar vier kinderen in Duitsland. Waar haar dochters blijven, is niet bekend, maar in elk geval zet ze haar beide zoontjes op een trein naar Nederland. Het lot van Hannie Halpern-Gostinksky is helaas onbekend. Ze zal sterven op een onbekende datum op een onbekende plaats.

Tweeëneenhalve week na de verwoestende pogrom arriveren de 12-jarige Berthold Halpern en zijn 8-jarige broertje Lothar in Nederland. Ze moeten eerst in quarantaine in Zeeburg, en vervolgens naar een kindertehuis in Den Dolder. Daarna worden ze gescheiden.

Lothar Halpern gaat met andere vluchtelingenkinderen naar Huis ten Vijver in Scheveningen en in juni 1940 verhuist hij naar het joodse weeshuis aan de Pletterijstraat in Den Haag.

De vier jaar oudere Berthold heeft geluk. Hij mag vanaf 1939 bij het gezin van Maurits en Alida Lessing-Ritmeester wonen, op Lange Elisabethstraat 36 in de binnenstad van Utrecht. Maurits Lessing drijft op dat adres herenkledingzaak London. Hij heeft twee kinderen, dochter Judith (1921) en zoon Abraham oftewel Appie (1926).

Lang is Berthold Halpern geen rust gegund. In 1942 moet het gezin Lessing-Ritmeester onderduiken. Judith Lessing duikt afzonderlijk onder, waarschijnlijk in Driebergen. De anderen gaan naar Veldheimlaan 2 in Zeist, waar het gezin Roelofsen een onderduikplaats biedt aan het echtpaar Lessing-Ritmeester, hun zoon Appie en Berthold Halpern.

De buren op Veldheimlaan 4 – het gezin Brouwer – zijn op de hoogte van de onderduik. Hun negen kinderen wordt geheimhouding opgelegd. Ze zijn zich goed bewust van de ernst van de situatie. De ongeveer even oude Berthold en Appie komen vaak spelen op Veldheimlaan 4, monopolie. Het is gezellig, maar als de bel gaat, is er altijd even paniek en klimmen de twee jongens snel terug over het scheidingsmuurtje tussen de huizen.

Maurits Lessing is kleermaker. Buurman Brouwer heeft een baan in Amsterdam en brengt regelmatig een koffer met kleren mee, die versteld moeten worden. Zo kunnen de Lessings wat bijdragen in de kosten van levensonderhoud.

Maar in november 1944 gaat het niet meer. Er wordt een nieuwe plek gevonden voor de vier onderduikers in Driebergen, Jagersdreef 22 in Driebergen-Rijsenburg en/of op het landgoed Sterkenburg in Driebergen. Buurman Brouwer vraagt aan zijn zoon Gerard (1927) of hij het gezin Lessing-Ritmeester en Berthold Halpern weg wil brengen. Het is de bedoeling dat Gerard Brouwer ze naar de spoorwegovergang aan de Arnhemse Bovenweg brengt. Gerard en een zusje gaan met de onderduikers op pad. Vader Brouwer heeft gezegd: ‘Bij het spoor staat iemand te wachten en meneer Lessing heeft een code.’ Gerard Brouwer neemt een route door het bos. Hoe dichter ze bij het afgesproken punt komen, hoe meer de spanning toeneemt. Het zweet staat Gerard Brouwer op het voorhoofd en het hart bonst hem in zijn keel. Hij zal er aan het eind van zijn leven nog wel eens een nachtmerrie over hebben. Maar het loopt goed af.

De onderduikers halen de bevrijding op het landgoed Sterkenburg in Driebergen. Als de bevrijders binnen trekken op de Hoofdstraat aldaar zijn Berthold Halpern en Appie Lessing er bij.

Een van de beide zusters van Berthold Halpern heeft de oorlogsperiode overleefd, maar de oudste zus is slachtoffer geworden van de Holocaust. Berthold Halperns jongere broer Lothar blijkt op 6 maart 1943 met alle andere kinderen en het personeel weggehaald te zijn uit het Haagse weeshuis en op 7 mei 1943 vermoord in Sobibor.

– 0 – 0 – 0 –

De jaren direct na de bevrijding brengen nieuw verdriet voor het gezin Lessing en Berthold Halpern. Al in september 1947 komt Alida Lessing-Ritmeester te overlijden in Utrecht, op pas 50-jarige leeftijd. Nog geen twee jaar later sterft Appie Lessing als dienstplichtig militair in het Rode Kruishospitaal in Buitenzorg (NI), op 27 juli 1949.

Maurits Lessing zal zijn echtgenote en enige zoon tientallen jaren overleven en in 1982 in Zeist overlijden. Dochter Judith Lessing uit het gezin heeft de bezetting ook overleefd in onderduik en overlijdt in 2012.

Berthold Halpern wordt na de bevrijding in een pleegfamilie geplaatst, die dezelfde kerk bezoekt als het ouderlijke gezin van Suus (Johanna Susanna) Stroomenbergh, uit de bekende familie van moedige illegaal werkers in Driebergen. Het ouderlijke gezin van Suus heeft vier joodse onderduikers verborgen, zoon Jan was betrokken bij de bevrijding van tien gearresteerde joodse onderduikers uit het politiebureau in Zeist en zelf was Suus koerier voor het verzet.

Er ontstaat een relatie tussen de twee, die 71 jaar zal duren. Het echtpaar vertrekt in 1953 naar de Verenigde Staten, samen met hun twee in Driebergen geboren kinderen. In de VS breidt hun gezin zich verder uit met nog twee kinderen. Burt, zoals Berthold, in de VS wordt genoemd, gaat in New York werken als kleermaker. Hij wordt meester-kleermaker bij Bannerys New York & Custom Shop. In Belvidere, New Jersey, beginnen Suus en Burt Halpern-Stroomenbergh op latere leeftijd, in 1984, de winkel ‘A Touch of Dutch’, waar ze Nederlandse producten verkopen. Hun meeste klanten zijn (voormalige) Nederlanders.

De Tweede Wereldoorlog blijft ongetwijfeld in hun gedachten. In 1997 worden ze beiden met hun ervaringen en herinneringen geconfronteerd. Suus’ ouders, haar broer Jan junior en zijzelf worden op 30 januari van dat jaar erkend als ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’. Burt wordt door de Shoah Foundation geïnterviewd over zijn oorlogstijd. Dit interview is in Nederland te bekijken bij het Joods Historisch Museum. De Tweede Wereldoorlog blijft voor Burt Halpern levenslang een zeer gevoelig, emotioneel beladen onderwerp.

In 2011 gaat de Wereldomroep langs bij het echtpaar in hun winkel. Met de geschiedenis in het achterhoofd doet het vervreemdend aan om het totaal ver-Amerikaanste echtpaar Halpern-Stroomenbergh tussen hun aanbod van typisch Nederlandse producten te zien. Zelf zijn ze volledig losgeraakt van Nederland, al beheersen ze de taal nog wel redelijk.

Ten onrechte staat de naam van Berthold Halpern vermeld op het Joods monument voor Holocaust-slachtoffers in Utrecht, als dat monument in oktober 2015 wordt onthuld voor het Spoorwegmuseum. Deze en andere pijnlijke fouten werden ontdekt door de Utrechtse onderzoeker Jim Terlingen. Waarschijnlijk heeft Burt niet geweten van de fout met zijn naam, die inmiddels gecorrigeerd is.

Burt Halpern overlijdt op 9 februari 2020, 93 jaar oud. Hun winkelpand wordt eind 2021 verkocht. Suus Halpern-Stroomenbergh overlijdt op haar 99e verjaardag, op 7 april 2022. Behalve hun twee dochters en twee zoons – de oudste is Felix Lothar genoemd – laten ze vier kleinkinderen en 5 achterkleinkinderen na.

Niet bekend is of er nog iets in het Poolse Dobre Miasto, zoals het voorheen Pruisische Guttstadt tegenwoordig heet, nog iets herinnert aan het gezin Halpern-Gostinksky.

Bronnen:

1. Veldheimlaan 2

2. Oude ansichtkaart van Guttstadt

3. Lothar Halpern zal slachtoffer van de Holocaust worden

4. Advertentie in het Nieuw Israelitiesch Weekblad in 1926 van London

5. Advertentie in De Tijd van 19 september 1942, mogelijk voorbereiding van de onderduik

6. Overlijdensbericht van Alida Lessing-Ritmeester in het Nieuw Israelitiesch Weekblad van 12 september 1947

7. Overlijdensbericht van Abraham Lessing in het Nieuw Israelitiesch Weekblad van 5 augustus 1949

8. De winkel ‘A touch of Dutch’

9. Het echtpaar Suus en Berthold Halpern-Stroomenbergh in hun winkel