Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina 495 en het Supplement, pagina’s 136-139; gewijzigd op details)
Onderduikster:
- Debora de Wilde, ongehuwd en onderwijzeres (Amsterdam, 16 januari 1907 – Amsterdam, 11 juni 1995)
Onderduikgevers:
- Jacob Johan van Sonderen, onderwijzer LO (Zeist, 6 december 1914 – Amsterdam, 21 augustus 1958), en
- echtgenote Maria Wilhelmina van Sonderen-van den Brink (Maarn, 10 januari 1892 – Zeist, 30 december 1956).
Geen kinderen
De beschrijving van het onderduikadres Van Stolberglaan 4 in het grote Onderduikboek was wel heel summier:
Onderwijzer Jaap van Sonderen is illegaal actief en brengt ook een onderduiker onder bij zijn zwager en zuster op Oud Arnhemseweg 271. Zelf bieden zijn echtgenote en hij onderduik aan de Amsterdamse Bob (Debora) de Wilde.
De ouders van Bob worden vermoord in Auschwitz. Haar twee zusters overleven de oorlog.
Jaap van Sonderen scheidt van zijn echtgenote. Op 18 juli 1946 trouwen Bob de Wilde en haar voormalige onderduikgever Jaap van Sonderen. Ze krijgen een dochter en twee zoons.
‘Jeruzalem, 19 oktober 2020
Aan de samenstellers van ‘Dan komen angst en wanhoop aangeslopen’, via mijn neef Henk Rauwerdink en tevens via het Nieuw Israelietisch Weekblad hoorde ik over uw uitgave over de Joodse onderduikers in Zeist. Van harte bedankt dat u de moeite heeft genomen om een boek aan het verzet in Zeist te wijden. Ik ben zo vrij om daar nog een paar aanvullingen bij te geven, wat betreft ‘onderwijzer Jaap van Sonderen.’
Met die aanhef begon een uitgebreide email van Eva van Sonderen, dochter van de voormalige onderduikster Bob de Wilde (‘Annie van Grevelingen’) en de voormalige onderduikgever Jacob van Sonderen. In haar bericht gaf Eva uitgebreide informatie over de wat mager beschreven onderduiksituatie op Van Stolberglaan 4, waarbij ze en passant enkele details corrigeerde. Die informatie was bedoeld voor een herdruk, maar in plaats daarvan kreeg het verhaal in het supplement een herkansing, op basis van de nieuwe informatie en een enkel aanvullend onderzoekresultaat.
Jaap van Sonderen kwam uit een sociaaldemocratisch gezin. Zijn vader, Gerrit-Jan van Sonderen, timmerman en meubelmaker in Zeist, was lid van de SDAP (de voorganger van de PvdA). Hij was zelf onderwijzer geworden op een lagere school in Zeist. In die hoedanigheid was hij tevens penningmeester van de afdeling Zeist van de Bond van Onderwijzend personeel. Daarnaast gaf hij in de avonduren lessen in Esperanto (en mogelijk ook in de Engelse taal). Van Sonderen was een politieke idealist, die er, zoals veel Esperantisten, van uitging dat een universele wereldtaal een belangrijke bijdrage zou leveren aan wereldvrede.
Bij zijn avondlessen voor volwassenen maakte hij kennis met Marie van den Brink en na verloop van tijd trouwden ze, op 9 augustus 1939. Daarbij trotseerden ze de bezwaren van Jaaps ouders, die vooral het grote leeftijdsverschil golden. Marie was ten tijde van het huwelijk namelijk 47 jaar en Jaap 24.
Jaap van Sonderen werd vlak voor de bezetting opgeroepen voor militaire dienst, maar Nederland capituleerde voordat zijn eenheid ook maar iets had kunnen uitrichten. Vanuit de mobilisatie rolde hij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) in. Volgens dochter Eva bracht hij onderduikers naar veilige adressen. Hij bezorgde verder valse identiteitsbewijzen en bonkaarten bij onderduikers en verrichtte andere koerierswerkzaamheden.
Bob de Wilde was opgegroeid in het joodse gezin van Abraham en Sophia de Wilde-Snuijf. Behalve Bob waren er nog drie dochters, Rachel, Eva en Judith, waarvan Judith al op 1-jarige leeftijd was overleden. Het gezin was niet orthodox, en had de synagoge niet bezocht, maar de meisjes hadden wel joodse les gekregen. Er was ook niet strikt koosjer gegeten, al kwamen paling en varkensvlees niet op tafel. Op het digitaal joods monument en op de website westerborkportretten.nl staan warme herinneringen aan het gezin De Wilde-Snuijf.
Abraham de Wilde was een gemoedelijke vader en later grootvader geweest. Hij had onderwijzer willen worden, maar er was geen geld geweest om verder te leren. Daarom had hij diamantbewerker moeten worden. Ze hadden hem ‘eigen werkmaker’ genoemd, wat waarschijnlijk inhield dat hij redelijk zelfstandig te werk had mogen gaan. Ook hij was lid van de SDAP (voorganger van de PvdA). Als de Internationale gezongen werd, had hij aan de laatste zin – ‘ … en de Internationale zal morgen heersen op aard’ – steevast toegevoegd: ‘Het zal wel overmorgen worden …’
Moeder Sophia De Wilde-Snuijf was een wat nerveuze, zorgelijke huisvrouw, met ‘Gottegot Abraham’ als gevleugeld gezegde. Over dochter Bob: ‘Abraham, ik maak me zorgen over dat kind. Dromen is al wat ze doet.’ Maar Abraham de Wilde had dat niet zo somber ingezien. En terecht, Bob was onderwijzeres geworden.
De crisis van 1929 had de diamantindustrie een zware, slag toegebracht. In 1932 waren de ouders van Bob om financiële redenen naar Den Haag verhuisd. Daar waren ze gaan inwonen bij Judith Snuijf, de oudste zuster van Sophia. Tijdens de bezetting werd een onderduikadres voor deze drie oudere mensen gevonden. Maar dat was bij een gezin met jonge kinderen en die wilden Abraham en Sophia de Wilde-Snuijf niet in gevaar brengen. ‘Ik heb een mooi leven gehad,’ zei Abraham. Het echtpaar geloofde toen nog aan ‘werkkampen’ en de gedachte aan vernietigingskampen was ver weg.
Op een zekere dag kwam zusje Eva de Wilde naar de door de Duitsers afgedwongen Joodse school waar Bob inmiddels les gaf. Ze kwam waarschuwen dat hun ouders waren opgehaald en naar de Hollandse Schouwburg in Amsterdam zouden worden gebracht. Bob kon daar nog afscheid van hen nemen, maar daar zag ze vanaf. Met de ster op haar jas vreesde ze terecht dat ze zelf ook meteen vastgehouden zou kunnen worden.
Op 24 oktober 1942 werden Abraham en Sophia de Wilde-Snuijf en Judith Snuijf geïnterneerd in Kamp Westerbork, om twee dagen later op transport gesteld te worden naar Auschwitz. Meteen na aankomst op 29 oktober werden ze vergast. Bob en haar zusters zouden pas na de bevrijding horen van de moord op hun ouders en tante.
Eva en Bob de Wilde doken onder. Oudste zuster Rachel, die met een niet-joodse arts was getrouwd, was vooralsnog vrijgesteld van deportatie en vanaf november 1942 zat Bob min of meer ondergedoken bij Rachels gezin. Toen dat te gevaarlijk werd, kreeg ze van illegaal werkende ambtenaren op het gemeentehuis van Zeist een valse persoonsregistratie. Ze werd ingeschreven in het bevolkingsregister als ‘Annie van Grevelingen’ (Amsterdam, 16 januari 1907), dochter van ‘Hendrik Karel en Everdina van Grevelingen-van Dijk’. Ze zou op 14 november 1943 op Choisyweg 9 zijn komen wonen, maar dat was een verzinsel. Ze had trouwens nog een tweede vals persoonsbewijs, op naam van ‘Everdina Hendrika Mulders van Kregten’ (Utrecht, 10 oktober 1913).
Op beide valse persoonsbewijzen werd naar waarheid vermeld dat de houdster ervan op 8 juli 1944 op Van Stolberglaan 4 ging wonen. Ze kwam daar in huis bij Jaap en Marie van Sonderen-van den Brink. Marie was ziekelijk en ‘Annie’s hulp in de huishouding was welkom. Hoewel ze een waterdicht vervalst persoonsbewijs had, verschool ze zich op zolder als er bezoek kwam. Haar donkere haar had ze met waterstofperoxide wat geblondeerd.
Onderduikster en onderduikgever hadden raakvlakken, omdat ze in het onderwijs werkten. Qua leeftijd scheelden Bob de Wilde en Jaap van Sonderen ook veel minder dan Jaap met zijn echtgenote, en door hun gesprekken kregen ze gaandeweg diepere gevoelens voor elkaar. Omdat dat tot een onmogelijke situatie leidde, werd Bob naar een ander onderduikadres gebracht. Dat adres werd niet geregistreerd op het gemeentehuis, maar in 2024 zou haar dochter Eva van Sonderen op een brief stuiten, die een goede vriendin van haar moeder op 17 april 1945 had gestuurd naar ‘Annie’ – de valse naam van Debora de Wilde was dus ‘Annie van Grevelingen – geadresseerd aan mevrouw A. van Sonderen, per adres mevrouw H. Kuperus, Odijkerweg 48 in Zeist. Waarschijnlijk ging het hier om het echtpaar Kuperus-Knoppert dat tot in 1942 op Odijkerweg 38a woonde, maar tijdens de bezetting mogelijk verhuisd was naar Odijkerweg 48?
Zodra de bezetting ten einde was, ging Bob de Wilde terug naar Amsterdam, waar ze introk bij haar tante Esther Swart-Snuijf, een zuster van haar moeder die de bezetting wel had overleefd. Ook Bob’s zusters hadden overleefd, maar al gauw werd duidelijk dat hun ouders vermoord waren en veel andere familieleden.
Na verloop van tijd vertrok Jaap van Sonderen ook naar Amsterdam. Hij scheidde van zijn echtgenote Marie en trad medio juli 1946 in het huwelijk met Bob de Wilde. Blijkbaar had zijn tweede echtgenote hem enthousiast gemaakt voor het Montessori-onderwijs, waarin zij voorheen gewerkt had, want Jaap van Sonderen was na de vereiste aanvullende opleiding zelf ook in het Montessori-onderwijs gaan werken.
Het echtpaar kreeg een dochter (1948) en twee zoons (1950, 1953), maar die moesten het al jong zonder hun vader doen. Jaap van Sonderen overleed namelijk in augustus 1958, op pas 43-jarige leeftijd. Een verband tussen zijn vroege dood en de spanningen tijdens de bezetting mag niet uitgesloten worden.
Dat laatste geldt mogelijk ook voor Marie van den Brink die twee jaar eerder was overleden, op 64-jarige leeftijd. Ook zij verdient herdenking, vindt Eva van Sonderen, en dat is natuurlijk zo.
Bob van Sonderen-de Wilde stond tot de voorheen pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar als vaste invalster voor de klas op de openbare 7de Montessorischool. Zij overleed op 11 juni 1995 in Amsterdam (88 jaar oud).
Bronnen:
- Mededelingen van Henk Rauwerdink en vooral van Eva van Sonderen
- westerborkportretten.nl, Sophia Snuijf en Abraham de Wilde)www.joodsmonument.nl, Abraham de Wilde, Sophia de Wilde-Snuijf en gezin De Wilde
- Zie ook het bewezen onderduikadres Oud Arnhemseweg 271
- Zie ook het bewezen onderduikadres Odijkerweg 38a (of 48)
1. Van Stolberglaan 4
2. Jaap van Sonderen voor de bezetting
3. Jaap van Sonderen en Marie van den Brink
4. Debora de Wilde voor de bezetting
5. Abraham en Sophia de Wilde-Snuijf
6. Eva de Wilde
7. Vals persoonsbewijs voor Debora de Wilde
8. Een echte trouwfoto is er niet, maar dit zijn Jaap en ‘Bob’ bij het verlaten van het stadhuis. Er was nog zo weinig te krijgen dat zelfs de jurk geleend was
9. Advertentie in de Zeister Post, 14 juli 1945
10. Het gezin Van Sonderen in 1956, door zo’n officiele fotograaf die aan huis kwam
11. Debora van Sonderen-de Wilde op oudere leeftijd










