Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 416-417, gecorrigeerd en aangevuld)

Onderduikers:

  • Josef Swaab, bedrijfsleider schoenenwinkel (Amsterdam, 29 november 1909 – Arnhem, 19 december 1981)
  • echtgenote Hetty Swaab-Cohn, gehuwd (Arnhem, 6 juni 1919 – Arnhem, 7 maart 1951)
  • dochter Marcelle Swaab (Baarn, 13 januari 1942)

Onderduikgevers:

  • Jan Ran, firmant Gebroeders Ran Autodienst Zeist – Amsterdam v.v. expeditie (Amsterdam, 30 augustus 1916 – Zeist, 2 februari 1999), en
  • echtgenote Wilhelmina Catharina Ran-Kleinveld (Haarlem, 22 november 1920 – Utrecht, 26 maart 2005)

Tijdens de bezetting geen kinderen

Jo Swaab (Amsterdam, 1909) is de zoon van Haskel Swaab en Schoontje Presburg. Hij beheert een van de schoenenwinkels van de familie Presburg. Jo Swaab trouwt in februari 1941 in Amsterdam met Hetty Cohn (Arnhem, 1919), dochter van Ludwig Cohn en Franziska Kahn. Het paar verhuist in de winter van dat jaar naar Baarn, waar in januari 1942 hun dochter Marcelle wordt geboren. Na een aantal grote razzia’s besluit het echtpaar Swaab-Cohn te gaan onderduiken. Jo Swaab zal tijdens die periode valse persoonsbewijzen gebruiken op naam van ‘fotograaf Johan Spaan’ en ‘slager August Wilhelmus van Breugel’ en zijn vrouw gaat Teuntje Bosgra-van der Wiel heten.

Na een aantal zware razzia’s besluit het echtpaar onder te duiken. Jo Swaab zal in de loop van de tijd twee valse persoonsbewijzen gebruiken, op naam van ‘fotograaf Johan Spaan’ respectievelijk ‘slager August Wilhelm van Breugel’. Zijn echtgenote heeft een vals persoonsbewijs op naam van Teuntje Bosgra-van der Wiel’.

Samen met Hetty’s ouders kan het gezin Swaab-Cohn terecht bij een vrouw die voorheen werkzaam is geweest bij de ouders. Daar kunnen de vijf onderduikers tot in september 1944 blijven. Als de slag om Arnhem op 17 september begint, moeten ze op zoek naar een nieuwe onderduikplaats. Daarvoor wendt Jo Swaab zich tot schoenhandelaar Jan Kleinveld, die hij kent als voormalig bedrijfsleider van het Presburg-filiaal op Oudegracht 139 in Utrecht.

Kleinveld is een felle tegenstander van het nazi-bewind en maakt prominent deel uit van de plaatselijke LO-groep voor hulp aan onderduikers. Hij komt met een oplossing. Het joodse gezin wordt opgesplitst. Jan en Trijntje Kleinveld-Beerepoot nemen Jo Swaab in onderduik op Donkerelaan 50 (zie Slotlaan 110).

Hun schoonzoon en dochter, Jan en Willy Ran-Kleinveld, bieden onderduik aan Jo’s echtgenote en dochtertje. Ze zijn in april 1942 getrouwd en bewonen de benedenverdieping van het pand Van der Merschlaan 16. Het echtpaar Swaab-Cohn betaalt een minimale bijdrage aan de onkosten van levensonderhoud e.d.

Er wordt veel rekening gehouden met de joodse onderduikers (en omgekeerd). Zo komt Jo Swaab af en toe naar Van der Merschlaan 16, en dan gaat het echtpaar Ran-Kleinveld zelf logeren bij de ouders van Willy. Ook maakt dat jonge echtpaar geen problemen als peutertje Marcelle de pas geverfde muur van een slaapkamer ‘beschildert’.

Jan Ran bewaakt het transport van wapens, die gestolen zijn van de Duitsers of gedropt zijn door de geallieerden. Ze zijn bestemd voor de Knokploeg (KP) en worden vervoerd in de bakkerskar van bovenbuurman en collega-verzetsman Frank Verduijn. Er is op Van der Merschlaan 16 een ruimte op de zolder gebouwd, waar wapens en andere illegale spullen verborgen worden. En onderduikers, in tijd van gevaar. De ruimte kan alleen bereikt worden door aan een van de waslijnen te trekken. Jan Ran vervoert zelf clandestien geslacht vlees, dat wordt verdeeld onder onderduikgevers die niet over extra voedselbonnen beschikken. Eigenlijk vervoert hij alles wat verboden is door de bezetter.

Het echtpaar Kleinveld-Beerepoot heeft nog een dochter. Tineke Kleinveld is koerierster voor de LO. Zij wordt op 13 juni 1944 gearresteerd, maar na een maand vrijgelaten. De bevoegde Kriminalsekretär van de Sicherheitspolizei is overtuigd van haar onschuld.

Zijn sympathie behoedt de Kleinvelds voor een inval na verraad door een andere koerierster. Als ze op 31 juli 1944 het zilveren huwelijksjubileum van de ouders vieren, doet de Sicherheitspolizei op meerdere adressen in Zeist een inval. Ook de Kleinvelds zijn verraden, maar de Kriminalsekretär heeft het adres van Tineke van de lijst geschrapt. Die heeft hij immers al verhoord.

De zware illegale activiteiten van Jan en Willy Ran-Kleinveld brengen natuurlijk wel risico’s met zich mee voor hun onderduikers, maar die halen de bevrijding, evenals Jo Swaab. Ook de ouders van Jo en Hetty Swaab-Cohn overleven de bezetting.

Jan en Tineke Ran-Kleinveld worden elk onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis, net als (schoon)zuster Tineke Witkamp-Kleinveld. Op 2 januari 1991 wordt het echtpaar Ran-Kleinveld bovendien door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren. Er is altijd een hartelijke relatie gebleven tussen hen en de onderduikers.

Hun zoons hebben het voormalige onderduikpand Montaubanstraat 20 omgebouwd tot appartementencomplex en daarbij de bijzondere onderduikplek behouden. Leerlingen van het middelbaar onderwijs hebben daar vanaf 2023 jaarlijks een bezoek gebracht, terwijl de onderduikplek ook op Monumentendag te bezichtigen is.

Bronnen:

  • Mededelingen van Marcelle Swaab
  • Annemiek Bal, ‘Het Zeister verzet’, 99, 114 en 119 (informatie over ‘Gerrit’ Kleinveld, Jan Ran en Tineke Ran-Kleinveld)
  • Zie ook het bewezen onderduikadres Slotlaan 110
  • Reddingsverhaal Yad Vashem voor Jan en Wilhelmina Catharina Ran-Kleinveld

1. Van der Merschlaan 16

2. Advertentie in de Zeister Courant van 28 november 1936

3. Een vrachtwagen van rapide

4. Advertentie in De Zeister Courant van 13 mei 1939

5. Het huwelijk van Jan Ran en Tineke Kleinveld op 30 april 1942

6. Jo Swaab

7. Hetty Swaab-Cohn met dochter Marcelle

8. Jan Ran op oudere leeftijd