Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina 325)

Vals geregistreerd op dit adres:

  • Theodoor Jacob Koetser, vertegenwoordiger (Utrecht, 13 maart 1901 – Utrecht, 23 september 1976)
  • echtgenote Ilse Margot Koetser-Scheidemann (Bublitz-Duitsland, 24 maart 1911 – Amsterdam, 8 augustus 1963)
  • dochter Rosa Anna Koetser (Veenendaal, 25 oktober 1938 – Herzlia-Israël, 21 juli 2018)

Bewoners (= onderduikgevers?):

  • Peter Smit (Zeist, 1 september 1914)
  • echtgenote Maria Elizabeth Smit-van Oort (Zeist, 13 oktober 1918)

In het huis ‘Ruimzicht’ op Arnhemse Bovenweg 137 in Driebergen-Rijsenburg geven twee vrouwen al vanaf 1940 onderdak aan joodse mensen die in problemen zijn gekomen door maatregelen van de bezetter. Om te beginnen aan mensen die in het najaar van 1940 weg moeten uit de kuststreek. Dat zijn dan nog geen onderduikers, maar blijkbaar worden de beide vrouwen daarom later wel beschouwd als potentiële onderduikgevers.

In de loop van 1943 krijgen ze namelijk bezoek van de echtgenote van een gereformeerde predikant, met de vraag of een joods gezin mag onderduiken op Arnhemsebovenweg 137. Veel bedenktijd is er niet. Er is haast geboden. De vrouwen vinden dat ze om Gods wil moeten helpen, ook al zijn de risico’s erg groot.

Het gaat om het uit Veenendaal afkomstige echtpaar Koetser-Scheidemann en dochtertje Roosje. Omdat Theodoor Koetser een functie voor de Joodse raad heeft vervuld (controle van de financiële commissie) hebben ze lang een zogenaamde Sperr gehad, ontheffing van deportatie. Ze waren wel in april 1943 gedwongen naar Amsterdam verhuisd. Op de Joodse Raad-kaart van Koetser staat een onduidelijke aantekening waaruit op te maken valt dat hij op 3 september 1943 nog in Kamp Westerbork geweest is. Maar nu moeten ze dus snel onderduiken.

Korte tijd daarna brengt de dominee zelf de onderduikers. Tijdens de kennismaking blijkt het gezin Koetser-Scheidemann te beschikken over valse papieren – uit Zeist? – die er goed uitzien. De andere pensiongasten hoeven daarom niet in het geheim te worden betrokken.

Later mag zich nog een van de twee zussen van Theodoor Koetser bij de familie voegen. Het wordt vol en spannend in ‘Ruimzicht’. Na de slag om Arnhem komen veel vluchtelingen uit die regio westwaarts, ook naar Driebergen. Voedsel en brandstof worden nu wel heel erg schaars.

Op een dag staan er opeens zes Nederlanders in Duitse uniformen voor de deur van ‘Ruimzicht’. Ze bellen, bonzen en schreeuwen. Op Arnhemse Bovenweg 137 is geoefend op een overval. Theodoor Koetser en zijn zus kruipen op zolder tussen oude vloerkleden. Maar Ilse Koetser-Scheidemann is nog in haar kamer en Roosje speelt in de tuin. Ook Ilse wordt bot ondervraagd, maar haar valse persoonsbewijs en haar uiterlijk redden haar. Roosje heeft zich uit angst verstopt in de tuin.

De mannen doorzoeken het huis boven nog een keer en ook worden de buren ondervraagd. Het duurt uren, maar de overval blijft zonder resultaat en de mannen laten weten dat er blijkbaar een vergissing in het spel is. Er is sprake van verraad, zo veel is wel duidelijk.

Het staat niet vast dat het gezin Koetser-Scheidemann ondergedoken heeft gezeten op Van de Merschlaan 12 in Zeist. Het is mogelijk dat ze daar vóór hun onderduikperiode in ‘Ruimzicht’ ondergebracht zijn, of juist daarna. Ilse Koetser-Scheidemann heeft tot 1937 een tijd in Zeist gewoond en ze heeft daar mogelijk nog connecties. In elk geval wordt het gezin in Zeist ‘gelegaliseerd’ door de illegaal werkers op het gemeentekantoor, als ‘Theodoor Koetsier’ – een in de regio voorkomende naamscombinatie – ‘Ilse Koetsier-Schürman’ en ‘Roosje Koetsier’, met vervalste persoonsgegevens, zoals geboorteplaatsen, en wonend op Van der Merschlaan 12.

Op dat adres zouden Peter en Maria Smit-van Oort hun onderduikgevers zijn geweest. Ze zijn op 1 mei 1941 in Zeist getrouwd, en het is bekend is dat zij onderduik gaven, maar niet aan wie. De oudere broer en de schoonzuster van Peter Smit, het echtpaar Johannes en Titia Smit-Hoekstra, hebben op Dolderseweg 15 onderduikers in huis, die in tijden van gevaar uit kunnen wijken naar de ouders van Johannes en Peter Smit, op Oude Arnhemseweg 264.

Het gezin Koetser haalt de bevrijding en vertrekt daarna weer naar hun voormalige woonplaats Veenendaal. De ouders van Theodoor Koetser zijn in juli 1943 vermoord in Sobibor. Het lot van de ouders van Ilse Koetser-Scheidemann is niet bekend.

Dochter Roosje Koetser wordt in Veenendaal later hoofd van de openbare Gelderse kleuterschool. Na het overlijden van haar ouders vertrekt ze met haar gezin naar Israël.

Theodoors tante Anna van Essen-Koetser en haar echtgenoot zijn ook in juli 1943 vermoord in Sobibor. In 2008 wordt er in Veenendaal een straat naar haar genoemd, de Koetserstraat.

Bronnen:

  • www.jmind.nl, familie Koetser, uittreksel uit het boekje ‘Mensen zoeken onderdak’ van May Mensonides
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Theodorus en Ilse of Elsje Koetsier-Schürman en Roosje Koetsier’
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joods Raad-kaart voor Theodoor Jacob Koetser
  • Zie ook het bewezen onderduikadres Dolderseweg 15, Huis ter Heide
  • Reddingsverhaal Yad Vashem voor Johan en Titia Smit-Hoekstra op 12 augustus 1975

1. Van de Merschlaan 12

1.a De valse registratie van Theodoor Jacob Koetser in het bevolkingsregister van Zeist

2. De valse registratie van Ilse Margot Scheidemann in het bevolkingsregister van Zeist

3. De valse registratie van Rosa Anna Koetser in het bevolkingsregister van Zeist