Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie pagina’s 77-78 van het Onderduikboek, herzien en aangevuld met informatie over onderduiker Joop Wurms)
In memoriam:
- Jozef Boas, slager, restaurantbediende (Den Haag, 24 juli 1912 – Sobibor, 21 mei 1943), bereikte de leeftijd van 30 jaar
- Echtgenote Roosje Boas-Hamme (Den Haag, 15 april 1913 – Sobibor, 21 mei 1943), bereikte de leeftijd van 30 jaar
Eveneens gearresteerd (helper?):
- Levie Kasper Cohen (Amsterdam, 5 juli 1919 – Sloten, 19 februari 1945)
Onderduiker:
- Joseph Wurms, slager (Den Haag, 16 augustus 1919 – Zoetermeer, 28 oktober 1994)
Zondag 16 mei 1943 is een frisse dag. Het kwik komt niet boven de 15 graden Celsius uit en er staat een matige wind. Bepaald nog geen zwemweer. Toch is nabij zwembad Mooi Zeist iets aan de hand. Althans, dat is de locatie die in het politierapport genoemd wordt voor de volgende gebeurtenis.
Wachtmeester Koop Doorten van het Politiebataljon Utrecht, die controles op persoonsbewijzen uitvoert, houdt er ’s middags twee mannen en een vrouw aan, op verdenking dat ze joods zijn. Doorten brengt zijn arrestanten om drie uur op het politiebureau in Zeist, waar ze verhoord worden door Evert Drost.
Het zijn:
- Grondwerker Adrianus van Dijk, geboren op 7 november 1910 in het Brabantse Steenbergen en woonachtig op Langenstraat 51 boven in Delft.
- Hulp in de huishouding Adriana Jacoba Oosterhoff, geboren op 12 april 1911 in Delft, woonachtig op Molslaan 53 in Delft.
- Kelner Levie Kasper Cohen, geboren op 5 juli 1919 in Amsterdam en woonachtig op Willemsparkweg 12 huis in Amsterdam.
Laatstgenoemde is een gemengd gehuwde, ‘half-joodse’ man. Met de persoonsbewijzen van de andere twee is blijkbaar iets aan de hand. Bij het eerste verhoor door Drost vallen ze dan ook door de mand. Ze bekennen dat hun persoonsbewijzen vervalst zijn, door er een andere foto op te plakken (probleem is dan dat de stempels niet altijd precies bij te werken zijn).
‘Grondwerker Adrianus van Dijk’ blijkt de 30-jarige restaurantbediende Joseph Boas uit Amsterdam te zijn. Hij zegt dat hij zijn persoonsbewijs van een onbekende heeft gekocht.
‘Hulp in de huishouding Adriana Jacoba Oosterhoff’ blijkt de 30-jarige echtgenote van Joseph Boas te zijn, Roosje Boas-Hamme. Ze zegt dat ze haar persoonsbewijs heeft gevonden en laten vervalsen door haar echtgenoot. Wat ze nabij zwembad Mooi Zeist deden, blijft volstrekt onduidelijk.
De drie worden om vier uur ingesloten door Evert Drost, ter beschikking van de Sicherheitspolizei, en in de tussentijd worden gegevens gecontroleerd.
Daarbij blijkt dat Levie Kasper Cohen inderdaad volgens de Duitse bepalingen als ‘halfjoods’ geldt. Bovendien is hij in april 1942 gemengd gehuwd. Hij wordt de volgende dag om 11.30 uur na verhoor door Drost vrijgelaten.
Het ongelukkige echtpaar Boas-Hamme wordt de volgende dag door Drost en opperwachtmeester Van der Peijl om 13.30 uur overgebracht naar de Sicherheitspolizei in de Amsterdamse Euterpestraat. Daar is men snel klaar met Joseph en Roosje Boas-Hamme. Ze worden namelijk zegge en schrijve vijf dagen na hun arrestatie in Zeist al vermoord in Sobibor, op 21 mei 1943.
Hun dochtertje, dat blijkbaar elders onder is gebracht, zal de bezetting overleven.
De joodse Joop (Joseph) Wurms uit Den Haag heeft al indrukwekkende ervaringen achter de rug als hij een medewerker van het Haagse gemeentehuis hem een vals persoonsbewijs bezorgt. Dat persoonsbewijs staat op naam van ‘Johannus Jacobus Willems’, net als Joop Wurms geboren op 16 augustus maar dan 10 jaar eerder, in 1909. Met zijn valse persoonsbewijs wordt Joop Wurms geregistreerd in het bevolkingsregister van Zeist.
Als datum van vestiging in Zeist wordt 14 december 1942 vermeld, maar hij zal hier pas in 1943 onderduiken. Zijn eerste onderduikadres is niet bekend – althans, zeer onzeker is of het Koppelweg 73 is, zoals op zijn valse persoonsregistratie wordt vermeld.
Bij afwezigheid van Joop Wurms wordt zijn eerste Zeister onderduikgever gearresteerd. Daarna kan hij terecht bij de kweker Jan Kuperus op Kroostweg 106 (na de bevrijding 176). Hij leert in die tijd zijn toekomstige echtgenote kennen.
Na verraad worden kweker Kuperus en zijn onderduikers gearresteerd, maar de onderduikers weten te ontsnappen en gaan terug naar Zeist, waar ze anderen waarschuwen. Joop Wurms duikt dan tijdelijk onder in Den Haag, maar keert terug naar Zeist en zijn verloofde. Hij blijft een tijdje in haar ouderlijk huis, Utrechtseweg 9a, om daarna met nog negen andere onderduikers onder te duiken onder de garderobe van het naastgelegen zwembad Mooi Zeist, op Utrechtseweg 9. Bij wijze van tegenprestatie moet hij in het zwembad werken, als manusje van alles en zelfs als badmeester. Als er bij het zwembad geen werk meer voor hem is, gaat hij verderop werken bij Café De Biltsche Hoek, aan de Holle Bilt, in het verlengde van de Utrechtseweg. Weer later werkt hij in een fabriek waar onder andere bouten worden gemaakt voor vliegtuigen. Zonder zijn in beslag genomen Ausweis moet hij vrezen voor de Arbeitseinsatz. Op gegeven moment wordt hij ziek en komt hij tot de bevrijding niet meer aan het werk.
Waar hij in die periode ondergedoken is, is niet bekend, maar zijn verloofde wilde graag trouwen. Dat gebeurt op 8 maart 1945 in Zeist onder zijn werkelijke naam. In tegenstelling tot zijn ouders en zusje haalt Joop Wurms de bevrijding.
Na de bevrijding wordt de arrestatie van Jozef en Roosje Boas-Hamme betrokken bij de strafvervolging van oorlogsmisdadiger Evert Drost. Bij het proces worden de namen van het echtpaar echter geschrapt uit de tenlastelegging, omdat Drost ze niet zelf gearresteerd had. De man die ze wel gearresteerd heeft, zit in het voorjaar van 1946 nog even opgesloten in Kamp Westerbork. Bij zijn verhoor ontkent Koop Doorten dat hij arrestaties van joodse mensen heeft verricht. Toch kan er in elk geval bewezen worden dat hij betrokken is geweest bij een razzia waarbij acht joodse onderduikers waren gearresteerd. Doorten is lid geweest van de NSB, het Rechtsfront en de Germaanse SS. Hij wordt kennelijk beschouwd als een ‘licht geval’, want zijn straf komt op 19 december 1947 uit op 3 jaar internering, waarvan 3 maanden en 25 dagen voorwaardelijk. In 1956 wordt hij op zijn verzoek weer hersteld in al zijn burgerlijke rechten.
De arrestatie van Joseph en Roosje Boas-Hamme komt niet meer aan de orde en blijft dus onbestraft.
Bronnen:
- Gebaseerd op informatie uit de rapportenboeken van de gemeentepolitie Zeist
- Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummers 20909 700 II-62533 en BvRC 847/48, E.C. Drost, en inventarisnummers 20909 86276-31306 en STPD 38, Koop Doorten
- Mededelingen van Ellis Wurms
- Zie het bewezen onderduikadres Kroostweg 176 (tijdens de bezetting 106)
- Gemeentearchief Zeist, bevolkingsregister; 1499-1500, register van illegalen, ‘Johannus Jacobus Willems’
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart voor Joseph Wurms
- wiewaswie en digitaal joods monument, Abraham en Maria Wurms-Bego en hun familie, Barend en Liontine de Koning-Wurms
- Zie ook het niet-bewezen onderduikadres Koppelweg 73 (valse registratie), en het bewezen onderduikadres Utrechtseweg 9a


