Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.
Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.
Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.
Vals geregistreerd op dit adres:
- Klaartje Bilderbeek, ongehuwd, verpleegster (Zwolle, 17 februari 1914 – Amstelveen, 1 maart 2008)
- zus Sara Bilderbeek, ongehuwd, verpleegster (Zwolle, 22 maart 1916 – Amsterdam, 21 maart 1983)
De gezusters Bilderbeek in Zeist werden in Zeist geregistreerd op dit adres onder hun eigen namen en geboortegegevens, maar met verder vervalste gegevens. Zo zouden de als Nederlands-Hervormd bestempelde zussen dochters zijn van ‘Wouter en Wilhelmina Bilderbeek-de Groot’. Het is maar de vraag of de zussen werkelijk op Utrechtseweg 88 ondergedoken hebben gezeten. Vast staat dat Sonja (Sara) Bilderbeek op enig moment onderdook in Koog aan de Zaan. Van het Joods monument Zaanstreek:
‘***Sara (‘Sonja’) Bilderbeek **(Zwolle, 22-3-1916 – Amsterdam, 21-3-1983)1*
Ten tijde van de Duitse inval in Nederland werkte en woonde Sara Bilderbeek samen met haar zus Klaartje in een Amsterdams ziekenhuis. Klaartje (‘Clair’, Zwolle, 17-2-1914) was net als Sonja verpleegster, achtereenvolgens in het Binnengasthuis en het Nieuw Israëlitisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht in Amsterdam. Ze vonden op afzonderlijke plekken een schuiladres, waardoor ze de oorlog overleefden. Sara kwam in Koog aan de Zaan terecht.
Amsterdam
Het ouderlijk huis van de zussen stond in de hoofdstad, Nieuwe Hoogstraat 28 boven. Hun ouders waren Abraham Bilderbeek (1886-1943) en Sippora Bilderbeek-Stibbe (1892-1958). Toen Sara en Klaartje eind 1940 niet langer in het Binnengasthuis huis mochten werken, kregen ze een baan als verpleegster in het joodse ziekenhuis. Ze konden er als gevolg van een Sperr blijven tot augustus 1943. Tegen die tijd kregen ze het dringende advies om onder te duiken.
Koog aan de Zaan
Sara kreeg onderdak bij fabrieksarbeider Aldert Doeven (Koog aan de Zaan, 18-5-1895 – 1-1-1982) en zijn echtgenote Elizabeth (‘Betje’) Doeven-Hartog (Beets, 21-9-1897). Zij woonden op het Breedweer 37. Het echtpaar – Aldert postuum – ontving in juli 1982 voor hun hulpverlening aan Sara en vijf andere joden (Rosa Vromen-Cohen, Matthijs en Estella Engelander en Alex en Mimi Kopuit) de Yad Vashem-onderscheiding. Hoe Sara bij het echtpaar Doeven terechtkwam is onbekend; voordien kende ze hen niet. Ze bleef op het Breedweer tot aan de bevrijding en kreeg daar een hartelijk onthaal. Na de bevrijding bleef ze contact houden met de Doevens. Van Sara en Klaartje is bekend dat ze tijdens de oorlog vals geregistreerd stonden in Zeist, op het niet-bestaande adres Utrechtseweg 88.
Na de oorlog
Sara trad na de oorlog in het huwelijk met Hendrik Laurensz. van Cleeff, met wie ze een zoon (Laurens) en een dochter (Judith Sophia) kreeg. Een derde zuster, Roosje (‘Ro’, Zwolle, 18-1-1918), overleefde Westerbork en Theresiënstadt, maar verloor haar echtgenoot Sam Woltjer.’
Moeder Debora Bilderbeek-Stibbe en haar drie dochters overleefden dus de oorlog, maar vader Abraham Bilderbeek en schoonzoon Sam (Samuel) Woltjer niet. Zij werden begin oktober 1942 bij de ontruiming van de Nederlandse kampen voor joodse dwangarbeiders naar Kamp Westerbork gebracht.
Op 16 februari 1943 werd Abraham Bilderbeek gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij op de dag van aankomst – 19 februari – werd vermoord. Zijn broer, twee zusters, hun kinderen, aangetrouwden en kleinkinderen trof eenzelfde lot. Datzelfde gold van een broer en zuster van zijn echtgenote.
Samuel Woltjer werd met zijn echtgenote Ro (Roosje) – die als verpleegster in het ziekenhuis van Kamp Westerbork had gewerkt – op 4 september 1944 gedeporteerd naar Theresienstadt. Hun dochtertje Liny Woltjer (1941) was tijdig in onderduik gebracht en overleefde. Roosje Woltjer-Bilderbeek overleefde de deportatie, maar Sam Woltjer werd op 18 januari 1945 vermoord in Extern kommando Tschechowitz.
Bronnen:
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Klaartje en Sara Bilderbeek’
- www.joodsmonumentzaanstreek.nl, Bilderbeek (Sara)
- Digitaal joods monument, Abraham en Debora Bilderbeek-Stibbe en familieleden
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart voor Abraham Stibbe
- jck.n, Open joodse huizen, Groningen, Folkingestraat 41a (gezin Woltjer-Bilderbeek)
- indebuurt.nl, Groningen, Groningers, Joodse Liny herenigd met geboortehuis, ‘Ze probeerden een heel volk uit te roeien, maar het is ze niet gelukt’

