Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

Utrechtseweg 84 (Christelijk Blindeinstituut Bartiméus)

(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)

Onderduikers:

  • Leo Leon van Leeuwen, procuratiehouder (Rotterdam, 23 september 1909 – 1 september 1965) en
  • echtgenote Pauline van Leeuwen-van Zwanenburg (Rotterdam, 28 september 1908 – Rotterdam 10 januari 1996)

Leo (Leo Leon) van Leeuwen was voor de oorlog medeoprichter van de Rotterdamse Joodse Jeugdkring. Op 17 augustus 1933 trouwde hij in Rotterdam met Pauline van Zwanenburg. Na de Duitse inval woonde het echtpaar Van Leeuwen-van Zwanenburg met hun twee jonge kinderen (1936, 1939) in Bennekom. Het echtpaar besloot al in juli 1942 om daadwerkelijk onder te duiken. Hun kinderen werden ondergebracht op adressen in Bennekom, terwijl de ouders onderdoken in Wageningen.

De onderduikgevers van Leo en Pauline van Leeuwen-van Zwanenburg raakte overspannen en dreigde hen aan te geven. Daarop ging het echtpaar naar het onderduikadres van hun dochtertje, waar ze de beschikking kregen over een zolderkamertje. In de winter van 1943/1944 werden ze getipt door een agent en een illegaal werker dat de politie hun zoontje op zijn onderduikadres zou oppakken. Omdat zijn onderduikgeefster de agenten wist te misleiden, kon ze ontkomen met het jongetje. Beiden kwamen naar het onderduikadres waar Leo en Pauline van Leeuwen-van Zwanenburg en hun dochtertje al verbleven, zodat het gezin weer herenigd was.

De veilige situatie veranderde drastisch, toen Bennekom en omstreken in het najaar van 1944 frontgebied werd. Half oktober sloeg een granaat de achtermuur weg van het slaapvertrek van het echtpaar Van Leeuwen-van Zwanenburg en hun onderduikgevers. De laatsten raakten gewond en ze moesten alle vier uit het puin gehaald worden. Leo van Leeuwen vertrok per fiets met zijn zoontje naar Zeist. Zijn echtgenote werd door de huisarts verbonden om haar joodse uiterlijk te verbergen en werd daarna, samen met andere onderduikers, per Rode Kruis-auto naar Zeist vervoerd. Het gezin vond daar kort onderdak in het gebouw van de Vereniging Bartiméus.

Via verdere verblijven in Vreeland, Weesperkaspel en Alkmaar kwam het gezin Van Leeuwen-van Zwanenburg in Zaandam terecht, waar ze de laatste oorlogsmaanden in onderduik konden blijven. Ze overleefden de oorlog, in tegenstelling tot de ouders van Leo van Leeuwen en de weduwe-moeder van Pauline van Leeuwen-van Zwanenburg, die vermoord waren.

Bronnen:

1. Utrechtseweg 84

2. Leo Leon van Leeuwen

3. Pauline van Leeuwen-van Zwanenburg