Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie pagina’s 510-512 van het Onderduikboek; tekstuele correcties en detailmatige aanvullingen)
Onderduiker:
- Jacques Louis Michel Nijburg, gehuwd, winkelier in papier- en kantoorbenodigdheden (Brussel, 28 oktober 1909 – 2 februari 2006)
Onderduikgever:
- Johannes Marinus Willem Frederik Stramrood, huisknecht (Utrecht, 20 juni 1885 – Zeist, 16 april 1981), en
- echtgenote Cornelia Huberta Stramrood-van der Stok (Utrecht, 21 september 1885 – Zeist, 4 mei 1965)
Twee thuiswonende volwassen zoons (1916, 1918), waarvan jongste zoon Ar het leven verloor als gevolg van zijn verzetsactiviteiten
Jacques Louis Michel Nijburg is geboren in Brussel, op 28 oktober 1909. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, is Jacques gehuwd, en hij en zijn echtgenote Eta Gimpel (geboren Sanok in Polen, op 11 april 1909) hebben een zoontje, Daniel Alon. Ze wonen op Utrechtseweg 63 in Amersfoort. In 1942 moet Jacques Nijburg zijn winkel in papier- en kantoorbenodigdheden in Amersfoort sluiten, en het gezin gaat onderduiken. In het begin lukt ‘t het gezin nog om bij elkaar te blijven, maar na verloop van tijd moeten ze gescheiden onderduiken, omdat er geen gezamenlijke schuilplaats te vinden is voor hen drieën.
In de zomer van 1943, nadat ze op verschillenden adressen door illegaal werkers verborgen worden gehouden, wordt Jacques Nijburg ondergebracht bij het gezin Stramrood-van der Stok. Dit gezin woont op het kleine landgoed van het patriciërsechtpaar Labouchère-Blanckenhagen, op het adres Utrechtseweg 29, nu in Zeist.
Johannes Stramrood is huisbediende en later butler bij het gezin van de landgoedeigenaren. Hij woont met zijn gezin in een kleine dienstwoning naast het grote huis Dennenhuize, dat de bewoner Alfred Joan Labouchère in 1926 heeft laten bouwen. De dienstwoning heeft een eigen adres, namelijk Utrechtseweg 29a. Alhoewel hij nauwelijks enig onderwijs heeft genoten, heeft Stramrood een sensationeel brede kennis over gevarieerde onderwerpen, zoals geschiedenis, geologie, en talen. Hij heeft ook interesse in jodendom en zionisme.
Johannes Stramrood heeft twee zoons die thuis wonen en actief zijn in het illegaal werk, en een pleegdochter die niet meer thuis woont. Jacques Nijburg duikt onder op de zolder van het koetshuis/de garage. Al gauw wordt het grote huis van het gezin Labouchère-Blanckenhagen gevorderd voor een groep vrouwelijke Duitse soldaten, maar het gezin Stramrood-van der Stok blijft dan wonen in het koetshuis. Met Duitsers zo dichtbij, moet Jacques Nijburg zich overdag goed verborgen houden.
Soms kan hij ’s nachts een wandeling maken in een klein bos, vergezeld van een hond. Hij betaalt Johannes Stramrood een zeer kleine vergoeding voor eten en geniet heel erg van diens gezelschap en ruime opvattingen. Nijburg verblijft ongeveer een jaar bij de Stramroods, totdat de situatie te gevaarlijk wordt. De jongste zoon Ar (Arnoldus) zit namelijk in de knokploeg van Johannes Post die op 14 juli een overval zal plegen op het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Door verraad zal hij in handen van de bezetter vallen en drie dagen later vermoord worden.
Op zijn nieuwe schuiladres wordt Jacques Nijburg bij toeval ontdekt door Duitsers die op zoek zijn naar een gedeserteerde soldaat. Hij wordt op 1 juli 1944 geïnterneerd in barak 4 (het ziekenhuis) van Kamp Westerbork. Als op 3 september 1944 het laatste transport naar Auschwitz vertrekt, moet Nijburg mee. Op zijn Joodse Raad-kaart wordt het aangetekend dat het voor hem een straftransport is, maar dat is het natuurlijk voor alle gedeporteerden. Maar hij overleeft het kamp en wordt herenigd met zijn vrouw en zoon. Na de bevrijding krijgen ze nog een dochter. Jacques Nijburg en Johannes Stramrood onderhouden in die jaren een warme vriendschap.
Het gezin Nijburg-Gimpel zal in 1954 proberen om een bestaan op te bouwen in Israël, maar al na vier maanden weer terugkeren naar Nederland.
Op 8 april 2014 wordt Johannes Stramrood postuum door Yad Vashem erkend als Rechtvaardige onder de Volkeren.
Vanaf 1952 herinnert de Arnoldus Stramroodlaan in de Verzetswijk aan zijn zoon.
Utrechtseweg 29 (landhuis Dennenhuize en koetshuis) en Utrechtseweg 29 (dienstwoning) bestaan niet meer. Nadat de echtelieden Labouchère-Blanckenhagen in oktober 1952 en januari 1953 zijn overleden, is Utrechtseweg 29 verkocht aan het Aartsbisdom Utrecht en de dienstwoning aan een particulier. Het Aartsbisdom vestigt enkele kantoren op Utrechtseweg 29. In 1976 neemt de voormalige aartsbisschop van Nederland, kardinaal Bernardus Alfrink, tijdelijk ook zijn intrek in het pand, terwijl er voor hem een bungalow gebouwd wordt op het landgoed Dijnselburg.
In 1987 heeft de gemeente Zeist een sloopvergunning verleend aan de Rabobank, die daar een kantoor heeft gebouwd, en later voor de dienstwoning die plaats heeft gemaakt voor het gebouw van Securitas.
Bronnen:
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Johannes Marinus Willem Frederik Stramrood
- Mededelingen van Ar Stramrood en foto’s van Gert Leijte
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor het echtpaar Nijburg-Gimpel
- Het Geheugen van Zeist, ‘Willem F. Smit en Arnold Stramrood – 2 verzetsstrijders’
- Wikipedia, Bernardus Alfrink
- Trouw van 15 januari 1976, ‘Kardinaal Alfrink gaat naar Zeist’
1. Landhuis Dennenhuize na de oorlog
2. Idem
3. Het gezin Nijburg-Gimpel
4. Een brief van Jacques Nijburg uit Kamp Westerbork
5. Vervolg van de brief
6. Jacques Nijburg (rechts) en zoon Alon Nijburg vele jaren later
7. Het einde van Dennenhuize in 1987
8. Bericht in Trouw van 15 januari 1976, ‘Kardinaal Alfrink gaat naar Zeist’







