Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 492-495)
Onderduikster:
- Elly Pop (Amsterdam, 1938)
Onderduikgevers:
- François Xavier Lieuwes, handelsreiziger, facturist (Culemborg, 20 mei 1907 – 1982), en
- echtgenote Geertje Lieuwes-van Renen, Geertje (Zeist, 24 mei 1905 – 1972)
Drie zoons (1934, 1937 en 1944)
Maurits en Bertha Pop-Broekman wonen fijn op Vechtstraat 159 I in Amsterdam, als de Duitsers Nederland binnenvallen. Op 7 oktober 1940 valt er midden in de straat een bom, bedoeld voor de gasfabriek aan de Amstel. De ontzettende ontploffing is zo’n tien huizen van de woning van het gezin Pop-Broekman en de paniek is verschrikkelijk. Op 2 maart 1942 moet het gezin de woning in de Vechtstraat verlaten op aanwijzing van de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung. Ze krijgen elf dagen de tijd om te verhuizen naar President Brandtstraat 6 I.
Niet lang daarna dreigt deportatie en besluit het echtpaar Pop-Broekman onder te duiken. Ze zoeken een aparte onderduikplaats voor hun 5-jarige dochtertje Elly (1938). Ze overleggen daartoe met een niet-joods familielid, dat banden onderhoudt met een plaatselijke groep van illegale werkers. Die zoeken een schuiladres voor Elly Pop. De kleuter is vier jaar als ze haar ouders gedag zwaait, aan de hand van een onbekende vrouw die haar naar Zeist brengt.
Frans en Geertje Lieuwes-van Renen, beiden dertigers, wonen in Zeist met hun twee jonge kinderen en twee vrijgezelle zusters van Frans. Zij zijn vrome protestanten. In het voorjaar van 1943 wordt Elly Pop naar hun huis gebracht.
Elly krijgt de valse identiteit ‘Elly Dupont’, zogenaamd van een weeskind dat haar ouders verloren heeft bij het bombardement op Rotterdam. Ze vraagt wel enige speciale aandacht. Zo plast ze in het begin van haar verblijf – spanningen? – in bed. Het echtpaar Lieuwes-van Renen maakt daar geen probleem van en Elly voelt zich al gauw thuis. Op de plaatselijke kleuterschool wordt ze ingeschreven onder haar valse naam. Op zondagen gaat ze met het gezin Lieuwes-van Renen mee naar de kerk.
Op 2 september 1944 bevalt Geertje Lieuwes-van Renen van haar derde kind, zoontje Johan Pieter. Ze krijgt dan verpleging en door ruimtegebrek en veel bezoek is Elly’s verblijf in de woning van het echtpaar Lieuwes-van Renen helaas niet langer veilig. Elly Pop vindt het jammer dat ze weg moet, ook omdat ze dol is op babies.
Elly Pop gaat in de herfst van 1943 naar een onderduikadres in Driebergen, bij het gezin van Sander en Maria Stolker-Markering. De heer des huizes is afwezig en zit ondergedoken in Friesland. Dat betekent dat Maria Stolker-Markering er alleen voor staat. Ze heeft de zorg voor haar dochtertje Ria en nu ook voor een iets jonger joods onderduikertje. Het klikt gelukkig tussen de meisjes die samen spelen en samen naar de zondagsschool gaan. Soms komt er ook een man met donker haar een paar dagen op bezoek. Dat is Sander Stolker die zijn gezin af en toe opzoekt. Elly Pop blijft niet de enige onderduiker. Maria Stolker-Markering neemt ook een Hongaars stel met een jongetje, een gedeserteerde Duitse soldaat en een baby in huis. Dapper maar ook zeer spannend. In de zomer van 1944 wordt een Duitsgezinde persoon vermoord en de verdenking gaat ook naar Sander Stolker die nog steeds ver weg in Friesland zit. Er volgt een huiszoeking en de indruk ontstaat dat de Duitsers enigszins verdacht naar Elly Pop kijken, die donker haar heeft, terwijl haar ‘zusje’ blond is. De spanningen zijn te groot geworden voor Maria Stolker-Markering – ze is dan ook in verwachting – en Elly moet met spoed weg.
Ze wordt voor een nacht ondergebracht bij de broer en schoonzuster van Frans Lieuwes, Henk Lieuwes en Rie Lieuwes-van der Bor in Driebergen. Als er een ander schuiladres is gevonden voor ‘Elly Dupont’ is het echtpaar Lieuwes-van der Bor inmiddels zo dol op Elly Pop, dat ze besluiten om haar onderduik te geven tot het einde van de bezetting. Dit in de gedachte dat dat einde nabij is, omdat de geallieerden op 6 juni 1944 in Normandië zijn geland. Het zal echter nog lang duren voordat Nederland bevrijd wordt. Het gezin van Henk en Rie Lieuwes-van de Bor bestaat verder uit vier kinderen in de leeftijd van negen tot dertien. Hun omstandigheden zijn niet best. Ze zijn arm en leven in een omgebouwde stal op het terrein van de kwekerij waar Henk werkt, aan de Hoofdstraat in Driebergen. Hun oudste zoon heeft een gehoorbeschadiging, de oudste dochter heeft een slecht been en hun jongste zoon is achterlijk (hij woont tot de herfst van 1944 bij familie).
De Lieuwes’en vertellen hun omgeving dat Elly een nichtje is uit Rotterdam. Om dat geloofwaardig te maken, nemen ze Elly mee naar de kerk en gaat ze naar de zondagschool.
De Hongerwinter wordt de moeilijkste periode. Henk is meestentijds bedlegerig met hongeroedeem. Voor Elly zijn er geen voedselbonnen, maar ze gaat toch met de andere kinderen naar de gaarkeuken. Ze helpt de jongens bij het sprokkelen van hout in de bossen, waarmee de kachel kan branden. Rie Lieuwes-van de Bor kookt aardappelschillen, suikerbieten en kool. En soep van brandnetels die de kinderen met handschoenen aan plukken. Ook gaan Elly en haar oudste pleegzusje bij de plaatselijke boeren bedelen om voedsel. Voor Elly is het een extra moeilijke tijd, omdat het gezin Lieuwes-van de Bor gereformeerd is en dreigt met straf van God en de duivel.
Tot overmaat van ramp worden er Duitsers gestationeerd op het terrein van de kwekerij. Elly Pop moet uit het zicht blijven. Ze moet constant boven blijven, vlak bij een schuilplaats achter wat planken. Ze moet op elk moment in de donkere schuilplaats kunnen springen en daar in blijven zitten zolang er gevaar dreigt. De kinderen van het gezin Lieuwes-van de Bor houden haar om beurten gezelschap en letten er op dat Elly niet bij het raam gaat staan. Gelukkig hoeft ze de enge schuilplaats nooit te gebruiken.
Zo overleeft Elly Pop de Duitse bezetting en wordt ze herenigd met haar ouders die ook overleefd hebben. De oorlogsspanningen hebben geestelijke en lichamelijke sporen achtergelaten, die haar levenslang parten zullen blijven spelen. Ze wordt onderwijzeres op een basisschool.
Elly Pop blijft in nauw contact met haar pleegbroers en –zusters, ook na het overlijden van Henk en Rie. Ze maakt zich sterk voor onderscheidingen voor haar onderduikgevers. En zo worden op 7 maart 1999 Hendrik Lieuwes en Maria Lieuwes-van der Bor door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de volkeren, en op 11 februari 2001 Francois Xavier Lieuwes en Geertje Lieuwes-van Renen.
Elly Pop vertelt regelmatig op basisscholen over de oorlog. In april 2010 doet ze haar verhaal rond een uitzending van ‘Andere Tijden’, ‘Verborgen kinderen’. In april 2016 schrijft ze een bijdrage aan het boek ‘Joodse huizen 2, Verhalen over vooroorlogse bewoners’ en een lokaal periodiek in haar woonplaats Diemen besteedt daar aandacht aan op de website. Elly’s motto is het typisch joodse ‘Ledor Wador’, geef verhalen door aan de volgende generaties, want zolang de namen bekend zijn, worden mensen niet vergeten.
Omdat het gezin Pop-Broekman bij de bevrijding geen woning meer heeft, blijven de ouders elk nog zes weken op hun onderduikadressen. Elly logeert dan bij een oom en tante in Hilversum: ‘Toen ik de eerste avond gewoontegetrouw op mijn knietjes zakte om mijn gebedje te doen, hees mijn, overigens zeer lieve tante mij aan één arm omhoog met de woorden: ‘De oorlog is nu voorbij en dit dus ook.’ Lang leve de tere kinderziel. Dit voorval maakte acuut een einde aan mijn geloof. Net als bij alle veranderingen keek je nergens meer van op. Oorlog voorbij. God voorbij.’
Bronnen:
- Reddingsverhalen Yad Vashem voor Hendrik Lieuwes en Maria Lieuwes-van der Bor en Francois Xavier Lieuwes en Geertje Lieuwes-van Renen
- Bijdrage Elly Pop aan Frits Rijksbaron, ‘Joodse huizen 2, verhalen over vooroorlogse bewoners’, Gibbon Uitgeefagentschap, Amsterdam, 2016, 193
- www.diemernieuws.nl van 24 april 2016, ‘Ik wilde mijn verhaal graag vertellen’