Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie Appendix A (‘Nagekomen’) van het Onderduikboek, pagina 587)
Onderduikertjes:
- Ruben Lothar Cahn (Keulen-Duitsland, 24 februari 1935 – Naarden, 31 oktober 2019)
- Ruth Falk (Keulen, 1 november 1935)
- een jongen (‘Otje’), geen persoonsgegevens bekend
- Eline Joan Ziekenoppasser (Amsterdam, 2 februari 1941)
Onderduikgeefsters:
- Alberdina van Sluijs-Tjaden, gescheiden, houdster pension en kindertehuis (Amsterdam, 28 oktober 1902 – Zeist, 14 maart 1953)
- dochter Alberdina van Sluijs, ongehuwd (Vlissingen, 31 juli 1921 – geëmigreerd naar Canada)
- dochter Pieternella Jacoba van Sluijs, ongehuwd (Vlissingen, 17 december 1927 – 1 juni 1969)
Zie bij het bewezen onderduikadres Boslaan 1 voor het onderzoek naar onderduikgeefster Alberdina van Sluijs-Tjaden. Op 36-jarige leeftijd verhuisde ze in maart 1939 van Wassenaar naar Spoorlaan 5 in Bosch en Duin, samen met haar 17-jarige dochter Am (Alberdina junior) en haar 12-jarige dochter Nel (Pieternella). Haar echtgenoot Jacobus Cornelis van Sluijs kwam niet mee.
Op enig moment begon ze op Spoorlaan 5 een pension. Het huis werd ‘De Wigwam’ genoemd, naar het opvallend hoge puntdak. Het zou jaren na de bevrijding afgebroken worden. Anno 2020 staat er op Spoorlaan 5 een landhuis, maar het toenmalige pand was kennelijk ook groot genoeg om meerdere pensiongasten te herbergen.
Een van de eerste pensiongasten was de koopman Chaskel Kramer (Kluczow – Polen, 1883), die in 1934 van Wenen naar Den Haag was gevlucht. Hij kwam op 24 oktober 1940 in pension op Spoorlaan 5, toen de bezetter de kuststrook ‘jodenvrij’ wilde hebben. Blijkbaar maakte Chaskel Kramer kwartier voor zichzelf en zijn echtgenote Lydia Kramer-Hartoch (Keulen, 1881). Begin februari 1941 zou het echtpaar in Utrecht gaan wonen.
Eind augustus 1942 werden Chaskel en Lydia Kramer-Hartoch geïnterneerd in Kamp Westerbork. Ze werden op de lijst voor een transport op 2 november 1942 gezet, en daar weer van afgehaald, maar op 23 maart 1943 moesten ze alsnog weg. Op de dag van aankomst in Kamp Sobibor werden ze vermoord.
Het huwelijk van Alberdina van Sluijs-Tjaden werd op 28 maart 1940 ontbonden door de rechtbank in Den Haag. Zoals in vroeger jaren niet ongebruikelijk, hield ze als gescheiden vrouw de achternaam van haar voormalige echtgenoot aan, Jacobus Cornelis van Sluijs (met een y in plaats van een ij). Ze bleef zich Alberdina van Sluys-Tjaden noemen.
Er kwamen meer pensiongasten naar huize ‘de Wigwam’. Eerst vier of vijf kostgangers die in 1941 kwamen en vrij snel vertrokken, uiterlijk in 1942. Daarna kwamen in 1942 en 1943 acht kostgangers die langer bleven. Niet allen werden geregistreerd, en zeker niet onder hun juiste naam.
Een van hen was ‘Rudolf Koenders’. Dat was de onderduiknaam van de toen achtjarige Ruben Lothar Cahn, die op 22 januari 1944 voor de tweede keer naar Spoorlaan 5 kwam. De jongen had in de tussenliggende periode ondergedoken gezeten in een klooster in Venlo-Blerick, samen met Ruth Falk, de dochter van joodse vrienden uit Keulen.
Ook Ruth was al eens eerder ondergebracht bij ‘tante’, zoals Alberdina van Sluijs-Tjaden door hen genoemd werd. Dat was bij wijze van uitwijk, toen het in kindertehuis Zonneschijn in Zeist op Oranje Nassaulaan 71 gevaarlijk leek te worden, omdat er zoveel joodse kinderen ondergebracht waren. Ruth was in het klooster in Venlo-Blerick ernstig ziek geworden. Ze werd eerst op een ander adres verzorgd en zou later ook opnieuw bij ‘tante’ in huis komen. Desgevraagd, vertelt ze eind 2020 dat ze zich nog kan herinneren dat het bij ‘tante’ minder streng was dan op haar andere onderduikadressen.
Er waren minstens nog twee andere joodse kinderen ondergebracht bij ‘tante’.
Vanaf de zomer of herfst 1943 had ‘tante’ Alberdina de tweejarige Elly Ziekenoppasser uit Amsterdam opgenomen.
Aanvankelijk had Elly’s vader Arnold Ziekenoppasser – voorheen procuratiehouder bij een Amsterdamse glasfabriek – een zogenaamde Sperr gehad. Dit omdat hij van de Joodse Raad een functie had gekregen als ‘waker bij zieltogenden’ in het Nederlandsch Israëlietisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Prinsengracht in Amsterdam. Toen de Sperr ingetrokken was, was Elly vanaf het late voorjaar van 1942 ondergebracht bij het gezin van de gemengd gehuwde broer van haar moeder Helena Ziekenoppasser-Pool, in Den Haag. Dat werd in de loop van 1943 toch te gevaarlijk bevonden, waarna het kleine meisje naar Bosch en Duin was gebracht, vermoedelijk door een vriendin van haar moeder. Hadden haar oom in Den Haag en ‘tante’ elkaar gekend?
Eind 2020 zal Elly Bolsterlee-Ziekenoppasser zich herinneren dat er nog een joods jongetje was, ‘Otje’. Dat zal ‘Otto Koelewijn’ zijn geweest, die vanaf 4 maart 1942 geregistreerd stond op de woningkaarten voor Alberdina van Sluijs-Tjaden in Zeist. Jaren na de bevrijding hadden Elly en haar moeder ‘Otje’ nog in de Bijenkorf gesproken, waar hij op de afdeling meubel- en vloerbedekking werkte. Ze schat hem nu zo’n vier jaar ouder dan zichzelf. Persoonsgegevens van ‘Otje’ zijn niet bekend.
Verder werden Alexandrina J. Postma en Willem J. Schirrmann op 6 mei 1943 ingeschreven op Spoorlaan 5. Ook onderduikers?
Op 6 juni 1944 verhuisde Alberdina van Sluijs-Tjaden met een aantal van haar pensiongasten naar Boslaan 1.
Bronnen:
- Mededelingen van Carla Cahn-Swalef, Ruth Vleeschhouwer-Falk en Elly Bolsterlee-Ziekenoppasser
- Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister en woningkaart Spoorlaan 5
- www.joodsmonument.nl, Chaskel en Lydia Kramer-Hartoch, Hilde Cahn-Samuel
- www.hetjoodsexlibris.nl (Carl Cahn)
- Zie de bewezen onderduikadressen Boslaan 1, Oranje Nassaulaan 71 (kindertehuis Zonneschijn) en Dolderseweg 18
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart voor Arnold Ziekenoppasser
- Hans Ziekenoppasser, ‘Onderduiken bij Opa en Oma van der Meulen’, Kenniscentrum van het Joods Cultureel Kwartier, 2018
- NIOD-archief?
1. De vervangende woning Spoorlaan 5 anno 2020
2. Alberdina van Sluys-Tjaden, ’tante’
3. Carl Cahn rond 1965
4. Klooster annex kweekschool Maria Regina in Venlo-Blerick, waar Ruben Cahn werd ondergebracht
5. Ruben Cahn (rechts, zittend) en Ruth Falk (staand, links van hem) in kindertehuis Zonneschijn
6. Boslaan 1





