Dit bericht gaat over een of meerdere joodse onderduikers van wie uit publicaties of ontvangen meldingen bekend is, dat zij in Zeist ondergedoken zaten, maar van wie het onderduikadres nog onbekend is. Een overzicht van deze onderduikers is te vinden via adres onbekend.

Wie weet meer? Wie weet op welk adres een of meer onderduikers verbleven, wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.

In memoriam:

  • Sortine Selma Eisendraht-Juchenheim (Vlotho an der Weser-Duitsland, 9 april 1887 – Auschwitz, 27 augustus 1943), bereikte de leeftijd van 56 jaar

Bernard Eisendrath had in Amsterdam geneeskunde gestudeerd en deed op 16 maart 1907 zijn artsexamen. Hij vestigde zich uiteindelijk als arts in Zaandam. Twee maanden tevoren, op 13 maart 1914, was hij in het eeuwenoude Duitse stadje Vlotho an der Weser getrouwd met de daar geboren Sortine Selma Juchenheim. In Zaandam betrok het echtpaar een grote woning aan de Botenmakersstraat 108. Daar werden hun kinderen Iris Harriët, Maja Frederika, Lidy (Leonie Emma) en zoon Rolf (Rudolf Leonhard) geboren. Verder woonde (schoon-) moeder Emma Juchenheim-Steinberg bij hen in.

Bernard Eisendraht was een actieve huisarts. Zijn echtgenote Sortine was met haar dochters actief in de padvinderij en ze zong mee in het Toonkunstkoor, maar dat werd op zeker moment verboden.

Het gezin werd na de Duitse inval al snel geconfronteerd met de anti-joodse acties. Zo moest (schoon-)moeder Emma Juchenheim-Steinberg zich als niet-arische vreemdeling al op 1 juli 1940 melden bij de politie, wat intimiderend was.

Bernard Eisendrath mocht vanaf 1 mei 1941 zijn beroep van huisarts niet meer uitoefenen voor niet-joden. Samen met een joodse collega deelde hij dit in maart 1941 mee aan het Algemeen Afdeelingsziekenfonds Zaanland. Desondanks bleef Eisendraht actief als arts in Zaandam, tot het gezin naar Amsterdam moest verhuizen. In mei 1942 gingen ze daar op Pretoriusstraat 40 II wonen, samen met de bejaarde Emma Juchenheim-Steinberg. In Amsterdam kreeg Bernard Eisendraht een baan bij de Joodse Raad. Behalve een voorlopige vrijstelling van deportatie kreeg hij daar een indruk van wat gedeporteerde joden te wachten stond. Hij benam zichzelf op 4 oktober 1942 met gif het leven.

Na de dood van haar echtgenoot was Sortine Eisendrath-Juchenheim ook niet langer voorlopig vrijgesteld van deportatie. Zo verhuisde ze met haar kinderen, en vermoedelijk ook met haar moeder, naar een etage in Dintelstraat 56 huis. In het bevolkingsregister van Amsterdam werd die verhuizing gedateerd medio januari 1943, maar in december 1942 bevond Sortine Eisendrath-Juchenheim zich als medewerkster in het Arnhemse Tehuis voor Israëlitische Oude Lieden, Markt 5. Nadat dit tehuis leeggehaald was, vertrok ze naar het pand waar het Rotterdamse Jongensweeshuis na het bombardement van 13 mei 1940 heen was verhuisd. Toen de bewoners van dit pand medio augustus 1943 weggehaald werden, was ze al ondergedoken.

Haar moeder woonde inmiddels ergens anders. Zij was in de nacht van 9 op 10 april 1943 in Kamp Westerbork geïnterneerd. Er was nog geprobeerd haar te behoeden voor deportatie, met als argument dat een van haar zoons tijdens de Eerste Wereldoorlog gesneuveld was. Dat zou ze kunnen bewijzen met het Ehrenkreuz für Eltern. Ze was echter al op 13 april gedeporteerd naar Sobibor en daar drie dagen later meteen na aankomst vermoord, 88 jaar oud.

Een iets jongere broer van Sortine Eisendraht-Juchenheim, de gemengd gehuwde kunstenaar Paul Juchenheim die sinds 1936 in Nederland woonde, zou zichzelf op 28 april 1943 in Amsterdam ook van het leven hebben beroofd, maar dat bleek anders te liggen. Hij was mishandeld en doodgeschoten door twee Nederlandse hulpagenten en een Duitse militair.

Zoon Rudolf van Sortine Eisendraht-Juchenheim was gevlucht naar het buitenland, maar haar dochters zaten ook in Nederland ondergedoken. Dochter Maja Eisendrath in Berg en Dal. Daar nam ze helaas iemand in vertrouwen, door te vertellen dat ze een ondergedoken jodin was en dat ze twee zussen had, die ook waren ondergedoken. De man bleek een jodenjager. Dat werd Maja’s zussen Iris en Lidy ook fataal. Iris was op 24 mei 1943 al opgepakt, maar op 29 mei al weer ontsnapt uit Kamp Westerbork. Nu werden zij, Lidy en Maja opgepakt in Utrecht, Berg en Dal respectievelijk Amsterdam.

Maja als eerste. Zij werd op 5 juli 1943 geïnterneerd en de volgende dag al op transport gezet naar Sobibor en daar na aankomst meteen vermoord. Haar zussen Iris en Lidy werden eerst in Amsterdam gevangengezet, in de gevangenis aan de Amstelveenseweg en daarna in de Hollandsche Schouwburg. Iris schreef daarover aan bekenden: ‘Overigens hebben Lidy en ik de afgelopen maanden wel ervaren dat er altijd en overal wel iets van te maken valt, dat er altijd, al zijn het ook kleine, vreugden te vinden zijn. In de cel in A’dam hebben we ze gevonden, in de Schouwburg eveneens, je hebt geen idee wat voor plezier we daar nog gehad hebben.’ De bewaaksters in de gevangenis hadden hen de ‘zuusjens’ genoemd, terwijl ze in de Hollandsche Schouwburg populair waren, als de ‘Lysol-élite’.

Sortine Selma Eisendraht-Juchenheim was volgens onderzoeker Erik Schaap tot juli 1943 ondergedoken in Zeist. Toen ze tot haar schok vernam dat haar drie dochters gearresteerd waren, had ze zich gemeld bij de politie, in de hoop met hen te worden herenigd in Kamp Westerbork. Ze werd op 14 juli 1943 geregistreerd in het kamp. Dochter Lidy was een week eerder al naar Sobibor gedeporteerd. Ook Iris en Lidy zou ze niet meer zien. Ze werd op dinsdag 24 augustus 1943 op transport gesteld naar Auschwitz.

Twee dagen na haar gedwongen vertrek werden haar beide andere dochters als strafgeval geïnterneerd in Kamp Westerbork. Hun moeder zat in een transport van 27 wagons met vooral zieke oude mensen en strafgevallen. Op 27 augustus, meteen na aankomst, werd Sortine Selma Eisendrath-Juchenheim in Auschwitz vermoord, op 27 augustus 1943.

Vier dagen later moesten haar dochters Iris en Lidy ook op transport naar Auschwitz. Onwetend van het lot van hun moeder schreef Iris Eisendraht op 30 augustus 1943 in haar afscheidsbrief aan vrienden: ‘In ieder geval ben ik blij dat Moeder niet zo opgesloten is geweest. Vader had toch gelijk, geloof ik after all. (…) Het was wel ellendig dat zij net 1 dag na onze aankomst is doorgestuurd. Nu hopen we maar, haar en Maja daarginds te treffen, maar het is maar een klein hoopje.’ De volgende dag volgde het transport naar Auschwitz. Meteen na aankomst werden Iris en Lidy Eisendraht vermoord, op 3 september 1943.

Van het gezin Eisendraht-Juchenheim was alleen nog zoon Rudolf over. Maar ook hij zou niet ontkomen aan de nazi’s. Op 7 maart 1944 zou hij vermoord worden in het buitenkamp Dora-Mittelbau van Buchenwald, twintig jaar oud.

Op vrijdag 14 oktober 2022 zijn zeven struikelstenen gelegd voor Botenmakersstraat 108 in Zaandam.

Bronnen:

  • www.joodsmonumentzaanstreek.nl, gezin Eisendrath-Juchenheim
  • Digitaal joods monument, Bernard en Sortine Selma Eisendraht-Juchenheim, Iris Harriët, Maja Frederika, Leonie Emma en Rudolf Leonhard Eisendrath, Emma Juchenheim-Steinberg
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Bernard en Sortine Selma Eisendraht-Juchenheim, Iris Harriët, Maja Frederika, Leonie Emma en Rudolf Leonhard Eisendrath, Emma Juchenheim-Steinberg
  • vrijheid.scouting.nl, Joodse scouts, Sortine Selma Eisendrath-Juchenheim en kinderen

1. De pagina van Bernard Eisendraht op het digitaal joods monument

2. De pagina van Sortine Selma Eisendraht-Juchenheim op het digitaal joods monument.jpg

3. Joodse Raad-kaart voor Iris Eisendraht

4. De telex over de ontsnapping van Iris Harriet Eisendrath (naam foutief geschreven)