Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie pagina’s 486-487 van het Onderduikboek)
Onderduikers:
- Echtpaar Bode (?) en dochtertje Evi. Geen nadere gegevens bekend
Onderduikgevers:
- Hessel Fokke Kamminga, eigenaar electrotechnisch bureau ‘Volta’ (Broek in Waterland, 17 oktober 1910 – Zeist, 24 september 1996), en
- echtgenote Margaretha Kamminga-Catsburg (Weesperkarspel, 1 december 1910 – Zeist, 17 december 2001)
Kinderen (1934, 1941)
Hes Kamminga vervult tijdens de bezetting een belangrijke rol voor de plaatselijke afdeling van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers. Met zijn echtgenote Margaretha Kamminga-Catsburg neemt hij zelf ook joodse onderduikers in huis. Hun dochter Anneke schrijft er in maart 1943 over in haar dagboekje. De onderduikers zijn dan mogelijk al een jaar in huis.
Het is het echtpaar Bode en hun dochtertje Evi, maar het is mogelijk dat jonge Anneke de namen niet precies heeft opgeschreven, of dat het om onderduiknamen ging. Ze zal zich vele jaren later (2019) herinneren dat de heer Bode naar eigen zeggen geen specifiek joods uiterlijk had. Hij wilde de straat op gaan, wat Hes Kamminga natuurlijk liever niet had.
Hes Kamminga is een van de illegale werkers die in 1944 verraden wordt, maar men vindt niets bezwarends tegen hem. Kort na de inval door de Sicherheitsdienst wordt een gezinsfoto gemaakt.
Bronnen:
- Mededelingen van Anneke Thomassen-Kamminga
- Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 20909, inventarisnummer 97416, 94544 en 76239, M. de Bruin (inval Sicherheitsdienst)



