Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie pagina’s 476-478 van het Onderduikboek)
Onderduikers:
- Marcus Monas, diamantslijper (Amsterdam, 14 februari 1898 – Amsterdam, 19 december 1979)
- echtgenote Schoontje Monas-Walvisch (Amsterdam, 1 augustus 1902 – Amsterdam, 3 oktober 1995)
Onderduikgeefster:
- Maria Verhoeven-van Manen, weduwe, geen beroep (Jutphaas, 22 december 1873 – Zeist, 5 juli 1953)
Tijdens de bezetting een inwonende, volwassen dochter, en hulp van twee andere volwassen dochters
Het echtpaar Monas-Walvisch werkt aanvankelijk in België, waar beide echtelieden in de diamantindustrie werken. Na de verhuizing naar Amsterdam maakt het gezin de Duitse inval en de daaropvolgende jodenvervolging mee. Het gezin wordt gedwongen de woning vrij te maken voor een nazi-familie. Joodse werkers in de diamantindustrie worden geconcentreerd op het Transvaalplein. Maar de Duitsers maken hun belangen in die industrie ondergeschikt aan de jodenvervolging en ook de mensen van het Transvaalplein moeten naar concentratiekampen.
Het gezin Monas-Walvisch heeft geluk. De mannen die hen komen arresteren, gaan eerst naar hun vorige adres en de vroegere buren waarschuwen hen.
Een oom, tante en neef zijn dan al ondergedoken en zeggen dat ze een bepaalde contactpersoon moeten bellen als ze willen onderduiken. Dat doen ze en in afwachting van een onderduikplaats. Het gezin splitst zich alvast op – de ouders blijven bij elkaar – en ze verbergen zich bij vrienden. Na een paar dagen worden Marcus en Schoontje Monas-Walvisch naar Zeist gebracht en hun beide zoons volgen ze al gauw.
In Zeist blijven ze de volgende twee jaren ondergedoken op Scheeperslaan 3, bij de weduwe Maria Verhoeven-van Manen. Hun beide zoons Maurice en Israël zijn opgenomen in het gezin van dochter en schoonzoon Hendrika en Piet Busschbach-Verhoeven op Tollenslaan 17. Marcus Monas en zijn echtgenote willen voor de onderduik betalen zolang ze dat kunnen, maar de onderduikgevers – die het allesbehalve breed hebben – weigeren elke betaling. Ze zijn streng gereformeerd en dat heeft ook een voordeel. Na de kerk gaat men op de Scheeperslaan koffiedrinken en dan gaan de jongens blijkbaar mee. Zo is er af en toe contact tussen beide zoons en hun ouders.
Ook drie andere dochters van de weduwe zijn illegaal actief.
De vrijgezelle dochter Jannie Verhoeven – woont ook op Scheeperslaan 3 – brengt in haar uniform als baker joodse kinderen naar een onderduikplek. Mogelijk krijgt ze verzoeken van onderwijzer Rietberg van de gereformeerde Ds L. Adriaanse School.
En dochter Anna van Rooy-Verhoeven en haar echtgenoot geven in Doorn onderduik aan het echtpaar Van Wesel. Als er gevaar lijkt te dreigen worden de onderduikers ook wel naar dochter Wilhelmina Kraan-Verhoeven in Driebergen gebracht. De onderduikster is zwanger en wordt bij de bevalling geholpen door haar zuster Jannie (Johanna) Verhoeven. Zij zal op 27 februari 1979 de Yad Vashem-onderscheiding krijgen. De pasgeborene Jaap van Wesel wordt tien dagen later in Amsterdam ondergebracht.
Van 1943 tot mei 1945 moeten de onderduikers binnenshuis blijven en naar hobby’s zoeken. ’s Nachts kunnen ze een paar minuten naar buiten om wat frisse lucht in te ademen.
Alle onderduikers overleven. Ze gaan op 29 april 1946 op Koppelweg 309 wonen (in het huis van een NSB’er) – behalve zoon Maurice die terug gaat naar Amsterdam – en vertrekken op 3 juli 1947 zelf ook naar Amsterdam. (Koppelweg 309 zou nu Godfried van Seijstlaan 6 zijn.)
De ouders Israël en Maria Walvisch-Gosselaar van Schoontje Monas-Walvisch werden op 1 oktober 1942 vermoord in Auschwitz. Hun zoon Barend kwam op 28 februari 1943 om het leven in het werkkamp Schoppinitz, waarover maar weinig bekend is.
De moeder van Marcus Monas, Rachel Monas-Blog, stierf op 28 februari 1943 in Amsterdam, vader Mozes Monas werd op 26 februari 1943 vermoord in Sobibor en zijn zusters Debora en Bertha waren toen al op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz.
Er blijven hartelijke contacten tussen onderduikers en onderduikgevers. De families Busschbach en Verhoeven zijn eenvoudige mensen. Af en toe is er wat te vieren in Amsterdam en dan vertoeven ze in een vrij luxe omgeving. Maar ze worden gastvrij en hartelijk ontvangen.
Bronnen:
- Mededelingen van Hans Busschbach en Olga Busschbach-Bonefaas
- Zie het bewezen onderduikadres Tollenslaan 17 (onderduik Maurice en Israël Monas)
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Johanna Verhoeven
