Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)
Onderduikster:
- Elizabeth van der Ster-Sloves, gehuwd (Rotterdam, 29 november 1921 – Amsterdam, 29 januari 2018)
Bewoners (= Onderduikgevers?):
- Dirk van Stroe, gepensioneerd (De Bilt, 29 juni 1872 – Zeist, 14 maart 1952), en
- echtgenote Dirkje van Stroe-Bronk (Harmelen, 19 oktober 1872 – Zeist, 20 juni 1948).
Vermoedelijk geen kinderen meer thuis tijdens de bezetting
Bij de Duitse inval woonde Bep (Elizabeth) Sloves bij haar ouders Samuel en Engelina Sloves-Fierlier in Rotterdam. Ze werkte daar als verkoopster en was verloofd met Ies (Isaac) van der Ster. Hij woonde vanaf kort na de Duitse inval op Den Texstraat 1 huis – ritueel rusthuis ‘Zonlicht’, of ook rusthuis Loeza – dat onder leiding stond van Zacharias en Betje Loeza-van der Ster, Isaacs zuster. In het rusthuis woonden tijdens de bezetting elf mensen, van wie niet één de bezetting zou overleven. De pensionhouders en hun driejarig zoontje Alexander zouden op 16 juli 1943 vermoord worden in Sobibor.
Ies van der Ster en Bep Sloves trouwden op 4 augustus 1942 in Amsterdam, toen dat nog net toegestaan was. Bep ging lopend naar het stadhuis, in haar trouwjurk. Zij kwam ook in het rusthuis wonen.
,
Ies van der Ster had een Sperr, zodat hij en zijn 20-jarige echtgenote voorlopig vrijgesteld waren van deportatie. Hij werkte voor de Joodse Raad als koerier naar Kamp Westerbork en als bode, Op zijn Joodse Raad-kaart werd genoteerd dat zijn echtgenote in Rotterdam werkzaam was. Op zeker moment moet zij weer teruggekomen zijn naar Amsterdam. Begin maart 1943 werd rusthuis Loeza gesloten en verhuisde het echtpaar naar President Brandtstraat 26 huis (de woning van het al gedeporteerde en inmiddels vermoorde echtpaar Levie en Rachel Pais-Kloos) en medio juli naar Reitzstraat 3 III (de woning van het gedeporteerde en inmiddels vermoorde echtpaar Levie en Rebecca Kunstenaar-Zak).
Tussendoor beleefde Bep een schokkende ervaring – ze werd op 20 juni 1943 geïnterneerd in Kamp Westerbork. Op 5 juli werd ze alweer ontslagen, maar ze had waarschijnlijk genoeg gezien in het kamp en haar echtgenoot eerder ook. Ze besloten onder te duiken. Dat was een extra moeilijke beslissing, want Bep van der Ster-Sloves was net bevallen van een dochtertje. Met baby Helena dook ze in eerste instantie onder in haar geboorteplaats Rotterdam. Ze gebruikte een vals persoonsbewijs op de naam ‘Elisabeth Anna Rietveld-Beemer’, in de wandeling werd ze ‘Beb Rietveld’ genoemd.
Haar baby werd ondergebracht bij een kinderloos, christelijk echtpaar. Zelf ging Bep van der Ster-Sloves van Rotterdam naar Zeist, waar ze ingeschreven werd onder haar valse naam op Schaerweijdelaan 10, bij het echtpaar Dirk senior en Dirkje van Stroe-Bronk. Dat echtpaar had veertien kinderen gekregen, maar die woonden naar alle waarschijnlijkheid geen van allen meer thuis.
Ook op dit Zeister adres bleef Bep maar tijdelijk. Ze dook daarna onder in de Amsterdamse Rivierenbuurt, waar ze verraden werd door een bekende.
Na haar arrestatie liep haar echtgenoot naar een politiepost, waar hij zichzelf aangaf bij een oudere agent. Die zei echter tegen hem: ‘Ga als de donder weg, daar help je je vrouw meer mee dan dat je ook gepakt wordt.’ (Na de oorlog zou het echtpaar Van der Ster-Sloves de agent bedanken.)
Op 19 juni 1944 werd Bep van der Ster-Sloves opnieuw geïnterneerd in Kamp Westerbork, maar dit keer in de strafbarak 67. Anderhalve maand later, op 31 juli werd ze op transport gesteld naar Bergen-Belsen.
Acht maanden later, op 15 april 1945, werd het kamp bevrijd door de Britten. Die troffen een onvoorstelbaar schokkende situatie aan: massagraven en duizenden lijken. Er waren nog circa 60.000 overlevenden in het kamp en die waren er slecht aan toe. Ongeveer 14.000 bezweken in de loop van de weken na de bevrijding aan de gevolgen van ondervoeding en uitdroging e.d. Het kamp werd na de bevrijding afgebrand, omdat het risico van besmetting met tyfus en luizen erg hoog was.
Bep was al weg uit die hel. Op haar Joodse Raad-kaart staat de aantekening: ‘6 mei 1945 Willesleben’. Ze was in een trein gezet, die onderweg beschoten werd door vliegtuigen. Nadat de Duitse bewaking gevlucht was, liep Bep met een andere vrouw weg over de treinrails. Amerikaanse soldaten – voor haar gevoel hele grote mannen – kwamen haar tegemoet en huilden toen ze de verzwakte en vermagerde concentratiekampgevangenen zagen. Bep was broodmager en woog niet meer dan een kind. Het duurde in de chaotische situatie nog een tijd voordat ze naar huis kon. Vrienden van haar echtgenoot zochten en vonden haar in de Amerikaanse zone. Ze mocht naar huis. Met vrachtwagens werden zij en anderen naar Valkenburg gebracht, vanwaar ze door konden reizen naar Amsterdam.
Bij haar terugkomst in Nederland bleken haar echtgenoot en dochtertje in onderduik overleefd te hebben, maar haar ouders en haar zuster keerden niet terug evenals de ouders en de twee zusters van haar echtgenoot. Allen vermoord, op een neefje na.
Als pijnlijk ervoer ze dat haar dochtertje ‘mevrouw’ tegen haar zei en ‘mama’ tegen de onderduikmoeder die liefdevol voor het kind had gezorgd.
De ontvangst in Nederland was kil, maar dat was overal zo voor joodse overlevenden. Toen ze naar een voormalig onderduikadres ging, zag ze iemand uit de tram stappen, die kapo was geweest in Bergen-Belsen (een gevangene die de andere dwangarbeiders moest bewaken). Ze gaf de man aan bij de politie.
In de zomer van 1953 vertrok het gezin Van der Ster-Sloves, uit angst voor de gevolgen van de Korea-oorlog, naar Montreal-Canada, maar medio maart 1955 keerden ze terug naar Nederland. Neven van haar echtgenoot dreven zaken en kochten voor hun Keizersgracht 808, waar Ies van der Ster de groothandel Stercotex in herenconfectie begon en succesvol uitbouwde tot een fors bedrijf. Inmiddels waren er nog twee dochters geboren.
In 2016 werd Elizabeth van der Ster-Sloves geïnterviewd voor het boek ’80-plus Joden’. Haar echtgenoot Ies was toen al dertig jaar eerder overleden, 68 jaar oud. Als gevolg van ziekte woonde ze in 2016 al zo’n twee jaar in het joodse verzorgingshuis Beth Shalom in Amsterdam. Elisabeth van der Ster-Sloves was inmiddels 95 jaar oud en ze had per se naar een joods verzorgingshuis gewild. Niet omdat ze zo vroom was, maar: ‘Een Joodse omgeving, waar ik niet alles hoef uit te leggen. Prima.’ Haar foto kwam op de cover van het boek.
Elizabeth van der Ster-Sloves overleed eind januari 2018, op 96-jarige leeftijd.
Bronnen:
- PIC
- joodsamsterdam.nl, Den Texstraat 1 huis, ritueel rusthuis ‘Zonlicht’ of rusthuis Loeza
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Isaac en Elizabeth van der Ster-Sloves
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Elisabeth Anna Rietveld-Beemer’
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Isaac van der Ster, Elizabeth Sloves en Elizabeth van der Ster-Sloves, Levie Pais en moeder Grietje Pais-Kat en het echtpaar Levie en Rebecca Kunstenaar-Zak
- Digitaal joods monument, rusthuis Loeza, Levie Pais en moeder Grietje Pais-Kat en het echtpaar Levie en Rebecca Kunstenaar-Zak
- www.joodserfgoedrotterdam.nl, Vrouw Jannestraat 19, Bep Sloves
- Wikipedia, Bergen Belsen
- Ido Abram, ‘80-plus Joden’ (Amphora Books, Amsterdam, 2017)
1. Het begin van de Schaerweijdelaan. in 1920. de woningen zijn in 1970 gesloopt en hebben plaats gemaakt voor nieuwbouw
1a. Valse persoonsregistratie van Elisabeth Anna Rietveld_Beemer
2. Bericht op 7 augustus 1942 van het huwelijk in het joodsche weekblad uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam
3. Reclame voor Stercotex in Het Parool van 3 januari 1975
4. Overlijdensadvertentie van Isaac van der Ster in Het Parool van 3 april 1986
5. Elisabeth van der Ster-Sloves





