Dit bericht gaat over een of meerdere joodse onderduikers van wie uit publicaties of ontvangen meldingen bekend is, dat zij in Zeist ondergedoken zaten, maar van wie het onderduikadres nog onbekend is. Een overzicht van deze onderduikers is te vinden via adres onbekend.

Wie weet meer? Wie weet op welk adres een of meer onderduikers verbleven, wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.

Onderduiker:

  • Samuel Presser, persfotograaf (Amsterdam, 21 november 1917 – Amsterdam, 29 oktober 1986)

Sem (Samuel) Presser was een bekende persfotograaf. Tijdens de Februari-staking op 25 en 26 februari 1941 dook hij met de arts Jacques (Izak Zacherias) Baruch onder in Den Dolder. Hoewel het om een andere, en tijdelijke onderduiksituatie ging, is deze toch meegenomen in de rubriek ‘Onbekende adressen’ op deze website. In een In memoriam voor de bekende Zeistenaar en illegaal werker Johan H. Scheps beschreef Jacques Baruch in 1993 deze episode:

In Memoriam Bij het overlijden van Johan H. Scheps door dr. J.Z. Baruch

Dezer dagen is Johan H. Scheps overleden. Hij is 93 jaar geworden. Tijdens de Februaristaking kregen mijn (thans overleden) vriend Sem Presser, een bekende foto-journalist, en ik van Koos Vorrink een seintje om de stad uit te gaan en wel naar Den Dolder. Koos Vorrink, voorzitter van de SDAP, de socialistische partij, bezorgde ons tevens een adres in deze plaats. Daar maakten we ook kennis met Johan H. Scheps, evangelist, socialist. Hij gaf boekjes uit waarin als uitgever vermeld werd: „Op korte Golf 363 meter". Dat was de golflengte van de zender uit Engeland, die door de Duitsers was verboden. Maar het was in het begin van de bezetting en toen konden nog dingen die later onmogelijk waren. Scheps moest zich bij de SD in Utrecht verantwoorden, hij werd niet vastgehouden, maar hem werd verteld dat hij geen boekjes meer zo mocht uitgeven. Hij was bang dat de SD in Den Dolder zou komen kijken en hij had nog veel boekjes in huis, brochures bestemd voor artsen in Nederland met de vermelding „Op korte Golf 363 meter". Het was dus zaak de brochures zo snel mogelijk uit huis te krijgen.

Sem Presser, Scheps en ikzelf kwamen bij elkaar en we schreven aan de hand van een boekje met adressen van artsen, vele enveloppen en deden daar de brochures in. Ik weet nog goed dat als we een naam voorlazen die op de enveloppe moest worden geschreven, elk van ons iets te berde bracht omtrent deze persoon. Scheps wist, of dacht te weten dat zo iemand bijvoorbeeld gereformeerd of rooms-katholiek was, ikzelf kon bij vele adressen joods vermelden. Alle brochures werden in enveloppen gedaan; overdag, 's avonds en 's nachts werkten wij. Een Duitse soldaat die vlak bij het huis van Scheps gelegerd was, hielp nog de brochures in een wagentje naar de post te brengen. Scheps had aldus naar eer en geweten geen brochures meer in huis. Want zo was hij: hij wilde niet liegen, zelfs niet tegen een vijand. Tijdens de oorlog heeft Scheps tientallen lezingen in het gehele land gehouden voor groepen verbonden met de toenmalige socialistische beweging SDAP.

Na de oorlog werd Scheps benoemd in het noodparlement, een verzameling mensen die in afwachting van verkiezingen als parlement fungeerde. De regering was van plan de verkiezingen, de eerste na de bevrijding, op een vrijdag te laten plaatsvinden. De stembussen zouden tot zeven uur 's avonds geopend zijn, het zou pas na zeven uur sjabbat zijn. Maar Scheps opponeerde tegen de verkiezingen op vrijdag. Er was bekend dat de heer A.S. Vega, bewaarder op de Portugees-Israelietische' begraafplaats in Ouderkerk, in zijn woonplaats Ouderkerk lid was van het bestuur van het sterndistrict dat na de sluiting van het stemlokaal de bussen opende en de stembiljetten controleerde. En dat zou dan gebeuren na de officiële sluiting van de stembussen, dus na zeven uur 's avonds, en dat op vrijdagavond na het intreden van sjabbat. De regering zwichtte voor de argumenten van Scheps en zo werden de verkiezingen niet op vrijdag maar op woensdag gehouden en zo is het gebleven tot heden aan toe. Scheps vocht tegen onrecht, hij kwam op voor minderheden, al waren zij klein in getal of politiek onbelangrijk. Zo vocht hij voor de rechten van de Papoea's op Nieuw- Guinea, een probleem dat een rol speelde bij de overdracht van het Nederlandse gezag aan de regering van de republiek Indonesië. Scheps nam zelf een Papoea bij zich in huis. Hij werd lid van de fractie van de PvdA in de Tweede Kamer, maar vaak nam hij een eigen, onafhankelijk standpunt in, ook al ging dat in tegen de partijlijn. Dat maakte hem niet altijd geliefd binnen de PvdA. Bij het ontstaan van DS'7O sympathiseerde Scheps wel met die groep, hij had er goede contacten mee, maar hij bleef lid van de PvdA.

Na zijn aftreden als Kamerlid werd hij wethouder van de gemeente Zeist. In deze functie zou hij als ambtenaar van de burgerlijke stand tweeduizend huwelijken sluiten. Hij heeft een boekje uitgegeven waarin een aantal van de speeches staat die hij tot de bruidsparen richtte. Hij schreef ook boeken over zijn leven en ervaringen. Met hem is een van de chasidé oemoth 'olam, een van de zeer goede mensen uit de wereld heengegaan.

Bronnen:

  • Nieuw Israelietisch Weekblad, 15 oktober 1993, In memoriam Bij het overlijden van J.H. Scheps, door dr. J.Z. Baruch
  • nl.wikipedia.org, Jacques Baruch
  • nl.wikipedia.org, Sem Presser

1. Sem Presser wordt in 1980 onderscheiden door Dries van Agt (Wikipedia)