Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)

Onderduikers:

  • Henoch Labzowski, winkelier (Zierikzee, 18 maart 1896 – Utrecht, 14 april 1975) en
  • dochter Clara Sara Labzowski (Zierikzee, 10 januari 1924)

Bewoners (= Onderduikgeefsters?):

  • Anna Groenestein-Neeleman, weduwe (Delft, 6 maart 1870 – Zeist, 13 juni 1962) en
  • dochter Cornelia Adriana Maria Groenestein, ongehuwd, zonder beroep (Boskoop, 4 augustus 1899 – Zeist, 30 november 1973)

In 1894 vestigt Jacob Labzowski (Deretchin, 25 april 1869) zich in Vlissingen en daarna in Zierikzee. Zijn geboorteplaats in Litouwen was een zogenaamde Sjtetl, een joodse plaats. In de tweede helft van de negentiende eeuw nam het antisemitisme in Litouwen sterk toe en toen vertrokken veel bewoners zoals Labzowski.

In 1895 trouwt hij met Betsy Bregmann, eveneens afkomstig uit Deretchin. Het echtpaar begint in Zierikzee een winkeltje, waarin ze manufacturen en andere benodigdheden voor het boerenbedrijf verkopen.

In de periode 1896-1904 breidt het gezin Labzowski-Bregmann zich uit met drie zoons en twee dochters, waaronder oudste zoon Henoch (1896). De sociale instelling van het echtpaar blijkt uit het feit dat ze in 1914 zowel joodse als Belgische vluchtelingen opnemen.

Eind 1919 overlijdt Betsy Labzowski-Bregmann. Eerder dat jaar trouwt zoon Henoch Labzowski met Laura Heuman (1894), geboren in het Limburgse Gulpen. Jacob Labzowski hertrouwt in 1920 met Rebecca van Amerongen (Amsterdam 14 juni 1882) en vertrekt naar Hilversum. Zijn zaak draagt hij over aan zoon Henoch. Die krijgt met zijn echtgenote drie dochters, Betsy (1920), Rosa (1922) en Clara Sara (1924).

Laura Labzowski-Heuman doet soms de inkoop voor de winkel en, omdat een reis naar Rotterdam vanuit Schouwen-Duiveland niet eenvoudig is, neemt ze vanuit Haamstede het vliegtuig naar vliegveld Waalhaven bij Rotterdam. Ze organiseert modeshows en de winkel krijgt een chique uitstraling. Confectie op de eerste verdieping en op de begane grond de mooie kleding en andere luxe zaken. Henoch Labzowski gaat ook de boer op. Hij huurt dan een zaaltje in Colijnsplaat, Kamperland en Wissenkerke op Noord-Beveland. Hij begint bovendien een agentschap voor het verven en stomen van kleding.

De zusjes Labzowski gaan naar de openbare lagere school en krijgen eens in de 14 dagen joodse les. Het zijn sportieve meisjes. Ze doen mee aan georganiseerde wandelingen van soms 30 kilometer. Betsy korfbalt. Zij en Clara doen ook aan atletiek, tot najaar 1941. Betsy en Clara winnen in augustus 1941 met twee andere meisjes bijvoorbeeld de 4 x 100 m estafette voor dames.

Maar dan ontvangen het gezin Labzowski-Heuman en andere joodse inwoners van Zierikzee een onheilspellende mededeling:

De Duitse autoriteiten hebben ons bericht dat dinsdag 24 maart 1942 aanstaande de politie des voormiddags na 8 uur bij u thuis zal komen met het bevel uw woning te verlaten en haar de sleutels te overhandigen. U moogt dien dag uw huis niet verlaten vóór de politie u daartoe aanwijzing geeft. De bedoeling is dat u dien dag naar Amsterdam verhuist om u daar te vestigen.

Daar zijn ze op voorbereid door de Middelburgse arts Louis Weijl, de Zeeuwse vertegenwoordiger van de Joodse Raad. Die moet het uitlekken van de deportatie bekopen met gevangenschap. Op 24 maart 1942 begeeft de joodse gemeenschap van Zierikzee, 20 zielen groot, zich naar de stoomtram. Aan onderduiken denkt dan nog niemand. Kostbare en dierbare sieraden, zoals de menorah, de joodse kandelaar, zijn tijdig bij kennissen in Kerkwerve ondergebracht. Slechts één koffer per persoon mag naar Amsterdam worden meegenomen. Om toch zoveel mogelijk kleren te kunnen meenemen, worden diverse kledingstukken over elkaar heen gedragen. Het is een koude voorjaarsdag, dus dat valt goed te doen.

Clara Labzowski, 50 jaar later tegen een verslaggever van de Provinciale Zeeuwse Courant: ‘We liepen van het Havenplein, via ’t Vrije en de Touwbaan naar het station. Kun je het je indenken? Via ’t Vrije liepen wij het ongewisse tegemoet. Al besefte ik toen nog nauwelijks wat ons te wachten stond. In het achterhoofd had je toch het idee dat het allemaal wel zou meevallen. Maar ja, wat wil je, ik was toen nog zo jong.

Op de Touwbaan ziet Clara Labzowski haar schoolvriend Gerard Timmerman. Hij knikt naar haar en wijst naar boven:

Naar God, de Almachtige. Een monumentaal gebaar als afscheid van Zierikzee. Dat gebaar is me altijd bijgebleven en misschien heeft dat me altijd wel geholpen.

Na een barre tocht – de boot van Zijpe naar Numansdorp komt in het ijs vast te zitten – arriveren de joodse Zierikzeëers diezelfde dag nog in Amsterdam.

Het gezin Labzowski komt aanvankelijk terecht op Biesboschstraat 40 II. Daar verspreidt het gezin zich. Clara vindt samen met haar oudste zus Betsy onderdak bij een zakenrelatie van haar vader. Rosa komt terecht bij andere kennissen, terwijl haar ouders een klein onderkomen kunnen huren. Twee maanden na hun aankomst in Amsterdam wordt de jodenster verplicht gesteld en daarmee komt de angst in het leven van Clara Labzowski. Angst die vergroot wordt als haar oom en tante Van Dijk samen met hun vijf kinderen in september op transport worden gezet, de dood tegemoet.

Intussen wordt de geliquideerde zaak in Zierikzee leeggestolen. Zo koopt de NSB-Verwalter van de manufacturenhandel E. van Blijdenstein in Tiel voor ‘een prikkie’ veertig bontmantels uit de voorraad van de firma Labzowski in Zierikzee.

In Amsterdam schrijft Rosa Labzowski frequent aan haar vriendinnen in Zierikzee, vooral aan Dina Timmerman. In haar brieven vertelt ze dat ze Zierikzee mist, dat ze werk vindt als hulp in de huishouding en later in de crèche aan de Plantage Middenlaan. De vriendinnen vragen elkaar om bonnen, kleding, voedsel en houden elkaar op de hoogte van nieuwtjes uit hun Zierikzeese kring. Rosa schrijft hoe ze in Amsterdam nieuwe kennissen maakt, en een vriendje, Appie (de Lara), krijgt. Haar vrije tijd spendeert ze met het vriendengroepje, dat wel wat jonger is dan zij. Ze maakt zich veel zorgen om haar moeder die ziek is en op 3 december 1942 naar het ziekenhuis in Kamp Westerbork is gestuurd. Wanneer ook haar vader, en langzamerhand al haar kennissen, een oproep hebben gekregen om zich te moeten melden voor transport is ze bang dat ze ook een oproep zal ontvangen. Wanneer die inderdaad komt schrijft ze haar laatste brief aan Dina, op de ochtend voor haar vertrek naar Westerbork.

‘… Het is nu maandagmiddag 2.30. Iesje belde me vanochtend. Of dat ik vanmiddag een oproep krijg. Ik moet dan morgen weg. Je kunt je voorstellen wat er op dit ogenblik in me omgaat. Ik kan gewoon niet meer. Ik hoorde dat Gerrit ook moet. Lieve Dina, onderaan deze brief zul je wel lezen of ik er een ontvangen heb of niet. Ik houd het bijna niet meer vol. Ik ben zo beroerd en vervelend. Ik moet nog zo veel doen maar mijn handen weigeren den dienst. Het is om gek te worden. Bracht God toch maar eens uitkomst. Ik heb het zo nodig. Zou ik je ooit nog terugzien? Ik ben er erg bang voor. Groet je alle vrienden en bekenden, ook Ad nog van mij. Voor allen een vaarwel en hopend dat ik jullie allen nog eens mag terugzien.

Straks zal ik de brief eindigen.

Betsy en Clara Labzowski hebben elk een Sperr, als verpleegster respectievelijk al huisverzorgster in rusthuis Van de Kar. Zij, hun zuster Rosa en hun vader Henoch duiken onder, vaak op verschillende adressen. Henoch Labzowski kan zich – zonder een ster te dragen – af en toe buiten wagen. Zo reist hij zelfs naar Den Haag om daar iemand te bezoeken.

Zijn dochters Rosa en Betsy hebben minder bewegingsvrijheid. Toch worden juist zij verraden en opgepakt. Rosa Labzowksi wordt op 7 augustus 1943 geïnterneerd in de strafbarak van Kamp Westerbork – zij wordt op 31 augustus 1943 gedeporteerd naar Auschwitz en daar op de dag van aankomst vermoord – terwijl haar zuster Betsy op 18 juni 1943 in Eindhoven wordt gearresteerd, op 10 december 1943 geïnterneerd wordt in Kamp Westerbork en in januari 1944 op straftransport wordt gezet.

Betsy en Clara Labzowski waren door/via de verzetsgroep Utrechts Kindercomité voorzien van onderduikadressen. Henoch Labzowski voegt zich bij dochter Clara, en beiden overleven via onderduik in onder meer Zeist en Hollandsche Rading. In Zeist zitten dochter en vader een tijd ondergedoken op Regentesselaan 18, bij de weduwe Anna Groenestein-Neeleman en haar ongehuwde dochter Cornelia Adriana Maria Groenestein. Die wonen daar sinds 3 december 1941.

Van alle 20 joodse inwoners uit Zierikzee overleven er, behalve Henoch en Clara Labzowski, nog maar 2 anderen. Van de hele vooroorlogse joodse bevolking in Zeeland blijven vermoedelijk 25 mensen over. Na de bevrijding keren de Labzowski’s terug naar Zierikzee. In de loop van 1946 druppelen de doodsberichten binnen.

Laura Labzowski-Heuman (48) is op 5 maart 1943 in Sobibor vermoord en haar dochter Rosa (20) op 3 september 1943 in Auschwitz. Betsy Labzowski (24) had eerst dwangarbeid moeten verrichten in Extern Kommando Raghun. In dat buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald werkten vrouwelijke dwangarbeiders in een fabriek voor vliegtuigonderdelen van Junkers Flugzeug- und Motorenwerke AG. Betsy Labzowski is op 12 maart 1945 in Raghun gestorven, zogenaamd wegens ‘Körper- und Herzswäche’. De vader, stiefmoeder, drie broers en twee zusters van Henoch Labzowski zijn ook vermoord, evenals de drie zusters van Laura Labzowski-Heuman, hun partners en in totaal zeven kinderen.

Henoch hertrouwt eind 1946 in Zierikzee met Sara Drukker (Amsterdam, 1914) die tijdens de bezetting verzetswerk heeft verricht en daarvoor het Verzetsherdenkingskruis krijgt. Hij heropent de zaak. Clara kan het niet goed vinden met haar slechts tien jaar oudere stiefmoeder. Ze is blij weg te kunnen als ze medio april 1948 trouwt met Jacques Zilverberg, en verhuist met haar man naar Hengelo. Later verhuizen ze naar een rustige nieuwbouwbuurt in Borne. Clara Zilverberg-Labzowski vergeet Zierikzee echter niet. Regelmatig keert ze er terug. Daar staat immers het joodse monument met al die bekende namen:

Dan denk ik: waarom ik? Waarom ben ik juist gespaard. Maar ook: waarom zij? Waarom moesten zij sterven?

Het echtpaar Henoch en Sara Labzowski-Drukker vertrekt in 1960 uit Zierikzee. Sara heeft haar ongenoegen over de veel te late oprichting van het lokale Holocaust-monument luid en duidelijk laten blijken. Later zal ze nog proberen om de naam Laura Heuman gewijzigd te krijgen in Laura Labzowski-Heuman, maar daar biedt het monument geen ruimte voor.

Het echtpaar Labzowski-Drukker begint in Zeist op Slotlaan 124 de babyspeciaalzaak ‘Marjon’, die later verder geëxploiteerd wordt door hun zoon John Labzowski.

Henoch Labzowski overlijdt in 1975 in Utrecht en ligt daar begraven op Daelwijck.

Bronnen:

  • Provinciale Zeeuwse Courant van 23 maart 1992, pagina 5: ‘Via ’t Vrije het ongewisse in, Clara Zilverberg-Labzowski, overlevende joodse deportatie’
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Sara Drukker, Joodse Raad-kaarten voor Henoch en Laura Labzowski en dochters Betsy, Rosa en Clara
  • Het Utrechts Archief, toegang 650, Collectie Utrechts Verzet, inventarisnummer 26, kaarten met namen van joodse kinderen die door het Utrechts Kindercomité van onderduikadressen zijn voorzien
  • Tjeerd Vrij, ‘Bittere tranen, Jodenvervolging in Tiel en omgeving’, Verbum, 2010, 158.
  • www.maxvandam.info, gezin Labzowski
  • www.joodsmonument.nl, Laura Labzowski-Heuman, Betsy en Rosa Labzowksi
  • struikelstenenzeeland.nl, Laura Labzowski-Heuman, Betsy en Rosa Labzowski
  • www.jhsg.nl, Ralph van Hertum, ‘Holocaustmonumenten in Middelburg en Zierikzee’

1. Regentesselaan 18

2. Het gezin Labzowski-Heuman in 1934 voor hun woning in Zieriekzee

3. Laura Labzowski-Heuman, circa 1935

4. De zusters Labzowski, 1933-1940

5. Het echtpaar Labzowski-Heuman in 1939 in hun woning in Zierikzee

6. De kledingzaak van het echtpaar Labzowski-Heuman

7. De zusters Labzowski in 1940

8. Clara Labzowski, vanaf 1940

9. Betsy Labzowski op haar 21e verjaardag op 29 juni 1941

10. Rosa Labzowski in 1942

11. Joodse Raad-kaart van Laura Labzowski-Heuman

12. Joodse Raad-kaart van Betsy Labzowski, met de aantekening dat zij op straftransport moest

13. Overlijdensadvertentie voor Sara Kabzowski-Drukker, overleden op 1 april 2014, 100 jaar oud

14. Fragment van een interview met Clara Labzowski in de Provinciale Zeeuwse Courant van 23 maart 1992