Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Wel genoemd in het Onderduikboek, maar daarin niet uitgewerkt)
Onderduikstertjes:
- Ans Ellen Emmering (Amsterdam, 13 oktober 1930 – Chaville (Hauts de Seine) – Frankrijk, 16 april 2018)
- zusje Henriette Gaja Emmering (Amsterdam, 20 april 1933)
Onderduikgeefster:
- Elizabeth Hendrika Johanna ten Broek-Knetemann, gehuwd (Rotterdam, 25 mei 1913 – Terneuzen, 31 december 2012)
Geen kinderen
Ans (Ans Ellen) en Jetteke (Henriette Gaja) Emmering zijn twaalf respectievelijk tien jaar als hun onderduikleven begint. Hun moeder is voor de bezetting overleden en hun vader is nu gearresteerd. Ze zitten alleen in het grote appartement aan de Apollolaan. Daar worden ze door een tante op 18 juni 1943 weggehaald, twee dagen voordat een grote razzia plaatsvindt in Amsterdam-Zuid, ook in de Apollolaan. Achtereenvolgens worden ze kort ondergebracht bij bekenden in Amsterdam, voor een week in Wageningen, voor enkele maanden in Nijmegen en in Rhenen. Daar worden ze onhartelijk behandeld en moeten ze bovendien in april 1944 opeens weg.
Een pater van de katholieke hulporganisatie die hun onderduik regelt (hun tante betaalt) brengt ze naar Beebs ten Broek-Knetemann in Zeist, die bereid is om de meisjes voor veertien dagen in huis te nemen. De pater vertelt er niet bij dat ze joods zijn. Beebs ten Broek-Knetemann woont tijdelijk op Pauw van Wieldrechtlaan 22, want haar eigen woning Lorentzlaan 171 is gevorderd door de Duitsers. Haar echtgenoot is in december 1943 naar Engeland gevlucht. Door een toeval ontdekt ze dat haar logeetjes joods zijn. Als haar illegaal contactpersoon dat desgevraagd bevestigt, is ze is ontdaan, maar ze stuurt de meisjes niet weg. Als de veertien dagen om zijn, smeken Ans en Jetteke of ze mogen blijven. Dat mag en ze gaan voortaan naar een school in de nabijheid.
In de zomer van 1944 krijgt Beebs ten Broek-Knetemann weer de beschikking over Professor Lorentzlaan 171. Ans en Jetteke Emmering verhuizen mee.
Aanvankelijk wordt via via de rooms-katholieke organisatie 150 gulden per kind per maand betaald voor de onderhoudskosten. Maar dat stopt en tijdens de Hongerwinter wordt het moeilijk. Ze komen er doorheen, al moet de 14-jarige Ans een voedseltocht naar Zwolle maken.
Op Professor Lorentzlaan 171 halen Ans en Jetteke Emmering de bevrijding.
Bronnen:
- Mededelingen van Gaja Reuling-Emmering
- Zie vooral het bewezen onderduikadres Pauw van Wieldrechtlaan 22
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Elizabeth Hendrika Johanna Nuver-Knetemann
- De Volkskrant van 27 mei 1999, ‘Commissie-Scholten is doof’ (over de Puttkammer-lijst)
