Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 412-415, en Supplement, pagina’s 112-113; aangevuld)
Onderduiker:
- Erich Walter Horwitz, ongehuwd, bonthandelaar, magazijnmeester (Berlijn-Charlottenburg-Duitsland, 26 december 1919)
- Arthur Norden, ongehuwd (Leipzig-Duitsland, 19 juni 1882 – Wassenaar, 26 februari 1963)
In memoriam:
- Onderduikgever Franciscus Viola, plaatsvervangend directeur distributiekantoor (Zeist 3 juli 1918 – Bevern Rothenberg/kamp in Duitsland, tussen 25 april 1945 en 1 mei 1945), bereikte de leeftijd van 26 jaar
Onderduikgeefster:
- Johanna Philippina Viola-Brandwijk (Gorinchem 11 april 1917)
Twee kinderen (1942, 1943)
Zeistenaar Frans Viola is een sportieve man. Als uitmuntende keeper komt hij uit voor het eerste elftal van de voetbalvereniging Zeist. En, ondanks zijn opvallend grote voeten, is hij een uitstekende schaatser, ook op kunstschaatsen. Hij rijdt bijvoorbeeld de Elfstedentocht, vermoedelijk die van 30 januari 1940.
Zijn voeten zijn overigens ook weer niet zo groot, dat hij afgekeurd wordt voor militaire dienst.
Frans Viola trouwt op 18 september 1941 in Zeist met Johanna Brandwijk, dochter van een prominente Zeistenaar. Begin februari 1942 wordt een dochter geboren. Tijdens de bezetting fungeert Viola als onderdirecteur van het distributiekantoor voor de gemeente Zeist.
Vanaf juni 1942 verbergen hij en zijn echtgenote de joodse onderduikers Erich Horwitz en zijn oom Arthur Norden.
Hij regelt ook een onderduikadres voor Erichs moeder/Arthurs zuster, Elsa Horwitz-Norden, die hij onderbrengt bij zijn schoonmoeder.
Er worden tijdens de bezetting veel fietsen gestolen. Op 16 december 1942 doet Frans Viola aangifte van diefstal van zijn fiets:
‘20. uur Doet aangifte van diefstal van zijn rijwiel, Franciscus Viola, oud 24 jaar, wonende Prof. Lorentzlaan 165 te Zeist. Had dit rijwiel geplaatst achter perceel no. 3, 1e Hogeweg te Zeist. Ontvreemd vermoedelijk omstreeks 19 uur.
Eigen fabricaat van Stempvoort, zwargelakt heeren rijwiel, torpedonaaf dynamo V.T. koplantaarn merk Lucifer, immitatie Terryzadel met bruinleeren dek, buisbagagedrager waarop dubbel taschen van zwart zeemdoek, waarin triplex plankjes, voorvork aan de beiden beneden einde en voorspatbord voorste stukje blauw geschilderd. Waarde ongeveer f 50. P.V.’
Het jonge gezin Viola-Brandwijk breidt zich op 21 juni 1943 verder uit met een zoontje. Er is over de onderduiksituatie weinig bekend, maar de illegale bezigheden van onderdirecteur Frans Viola op het distributiekantoor vormen wel een risico.
Dat blijkt op 26 augustus 1944, als er een inval plaatsvindt op Professor Lorentzlaan 165. Frans en drie andere, aanwezige mannen worden gearresteerd, maar de joodse onderduikers worden niet ontdekt in hun schuilplaats. De arrestanten worden via Kamp Vught naar het concentratiekamp Oranienburg gebracht.
Begin mei 1945 wordt het kamp, en dus Frans Viola, bevrijd, maar hij is dan zwaar ziek en zal niet terugkeren naar huis. Op 21 juni vraagt de voormalige LO-leider in Zeist, Abel Bos junior, om inlichtingen over zeven illegaal werkers uit Zeist, die naar concentratiekampen zijn gedeporteerd. Een van de namen is die van Frans Viola. Het duurt echter tot 10 oktober 1945 voordat er duidelijkheid komt over zijn lot. Wanneer hij precies gestorven is, valt niet te achterhalen, maar dat moet ergens tussen 25 april en 1 mei zijn, in plaats van – zoals aanvankelijk gedacht – rond 20 mei. Wel dat hij van uitputting (paralyse-volledige uitval van spierkracht en ondervoeding) gestorven is in het ziekenhuis van het Duitse Rothenburg, pas 26 jaar oud. Hij laat in Zeist een jonge weduwe met twee peuters na.
Op 24 december 1946 trouwt Erich Horwitz met zijn voormalige onderduikgeefster. Samen krijgt het paar Horwitz-Brandwijk nog een kind, dat genoemd wordt naar Erichs broer die door de Duitsers is omgebracht. In 1949 verwisselen ze Zeist voor Voorburg. Erich Horwitz verwerft in 1951 de Nederlandse nationaliteit.
In datzelfde 1951, op 26 juli, wordt vanwege de Minister van Justitie officieel aangifte gedaan van het overlijden van Frans Viola en dat wordt op 26 oktober geregistreerd door de gemeente Zeist.
Aanvankelijk is niet bekend waar het stoffelijk overschot van Frans begraven is, maar op 18 september 1958 – dertien jaar later! – laat de familie Viola per krantenadvertentie weten dat ze het, opnieuw schokkende, bericht hebben ontvangen dat zijn stoffelijk overschot gevonden en geïdentificeerd is. Er volgt op woensdag 24 september een herbegrafenis op de erebegraafplaats in Loenen (Gelderland).
Op 1 juni 1946 wordt bij de voetbalvereniging Zeist een gedenkteken onthuld voor de vier leden die tijdens de bezetting zijn omgekomen. Een van hen is Frans Viola.
Op 15 november 1998 worden Franciscus Viola en Johanna Horwitz-Brandwijk, Frans’ weduwe, door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
0-0-0-0
Joke Mica leverde foto’s van haar oom Frans Viola. Daarbij liet ze weten dat de doelman op pagina 413 van het Onderduikboek niet Frans is, maar diens vader. De Viola’s hadden blijkbaar keepersgenen. Op bijgaande, vervangende foto staat Frans Viola als doelman. De foto dateert van zondag 20 februari 1944. Op die dag werd Zeist op het eigen terrein De Koeburg ongeslagen kampioen in klasse 3F van de NVB, door het Utrechtse Zwaluwen Vooruit met 2-1 te verslaan Daar waren maar liefst circa 4.000 enthousiaste supporters bij aanwezig.
Het verslag getuigt van het feit dat het leven deels gewoon doorging, ondanks de bezetting en het illegaal werk dat Frans Viola nog in hetzelfde 1944 in een concentratiekamp zou brengen en waardoor hij nooit meer naar Zeist en naar huis terug zou keren. In mei 1944 stond hij nog reserve voor de wedstrijd Zeist – Utrecht, en zo’n drie maanden later werd hij gearresteerd.
Op de foto van het kampioenselftal staat (derde van links) ook politieman Piet Jutte die in 1945 op mysterieuze wijze om het leven kwam. Helemaal rechts op de foto staat Kees (Cornelis) van de Water die op kerstavond 24 december 1944 bij een schotenwisseling in Otterloo (gemeente Ede) omkwam. Elk jaar worden de vier oorlogsslachtoffers van de voetbalvereniging Zeist herdacht bij gelegenheid van de eerste thuiswedstrijd van de competitie. De aanvoerder legt dan een bloemstuk bij het herdenkingsmonument op het complex van Zeist.
Bronnen:
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Franciscus Viola en Johanna Philippina Horwitz-Brandwijk
- Zie het bewezen onderduikadres Panweg 56, onderduik Elsa Horwitz-Norden
- Gemeentearchief Zeist, archief gemeentepolitie, toegang 3500, inventarisnummer 1023, politiedagrapport 16 december 1942 (diefstal fiets)
- Mededelingen van Joke Mica
- R.P.M. Rhoen, www.rhoen.nl (oorlogsmonumenten – inleiding) en ‘De oorlogsmonumenten in Zeist’, ZHG-periodiek ‘Seijst’, 2005, nummers 1-2, 9-11, monument op sportveld Dijnselburg
- Zie pagina 470 (dood Piet Jutte) van het Onderduikboek
- oorlogsgravenstichting.nl, Franciscus Viola
- ITS Arolsen, digitale collecties, registratie F. Viola in Kamp Vught (onvolledig)
1. Prof. Lorentzlaan 165
2. Professor Lorentzlaan 165, het oorsponkelijke huis
3. Huwelijksfoto van Frans Viola en Johanna Philippina Viola-Brandwijk
4. Het distributiekantoor aan de Eerste Hogeweg, later de Ambachtschool. Op de plek staat nu het inmiddels gesloten V&D-pand
5. Frans Viola
6. Het kampioenselftal Zeist met keeper Frans Viola, Piet Jutte (staande derde van links) en Cornelis van de Water (helemaal rechts) op 20 februari 1944
7. fragment van het wedstrijdverslag op 23 februari 1944 in De Zeister Courant
8. Het overlijdensbericht van Frans Viola
9. Pas in 1958 werd het lichaam van Frans Viola geïdentificeerd
10. Monument op sportveld Dijnselburg van de voetbalvereniging Zeist









