Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het onderduikboek, pagina’s 197-199; aangevuld met informatie)

In memoriam:

Onderduikstertje:

  • Flora Celine Hamburger (Heemstede of Haarlem, 27 augustus 1934 – Auschwitz, 25 oktober 1944), bereikte de leeftijd van 10 jaar

Onderduikgeefster:

  • Louise Eugénie Cornelie Was-Maltha, weduwe vanaf 1942, zonder beroep (Schiedam, 10 februari 1882 – Ravensbrück-Duitsland, 28 december 1944), bereikte de leeftijd van 62 jaar

Een dochter (1922)

Op vrijdag 30 juni 1944 vangen drie Utrechtse agenten aanvankelijk bot in Zeist. Ze zijn na een tip op zoek gegaan naar twee joodse jongetjes, maar het ene onderduikertje is eerder al verdwenen en de kleine Jack Eljon ontkomt ternauwernood aan arrestatie. Bij verhoor van een onderduikgeefster, de weduwe Lodewijk-Hek, weten de agenten te achterhalen dat de weduwe Louise Was-Maltha, die aan de Professor Lorentzlaan woont, actief is in de hulp aan onderduikers. Zij had gezegd dat mevrouw Lodewijk-Hek bij haar kon aankloppen in geval van problemen met de onderduik. De weduwe Lodewijk-Hek moet het adres aanwijzen.

Als de agenten aan het eind van de middag de woning van Louise Was-Maltha grondig doorzoeken, treffen ze in een kledingkast het bijna tienjarige joodse meisje Floortje (Flora Celine) Hamburger aan. Het meisje is afkomstig uit Heemstede, waar haar ouderlijke gezin op Johannes Bosboomlaan 12 heeft gewoond.
Het gezin van David Abraham en Jetje Hamburger-van Os was voor de oorlog een prettig gezin met vier kinderen. Vader had een goede baan bij het familiebedrijf en had nevenfuncties, zoals kerkbestuurder (vicevoorzitter) en bestuurder van het Joles-ziekenhuis in Haarlem.
In 1942 heeft het gezin moeten verhuizen van Heemstede naar de Jodenbuurt in Amsterdam, Beethovenstraat 38/II). Van daar uit zijn de gezinsleden ondergedoken. De ouders in Haarlem, vijfjarige dochter Celina Henriette (12 februari 1937) in Friesland, vierjarige Joop (14 september 1938) elders en Alfred Hamburger (29 september 1932) samen met zijn jongere zusje Floortje (28 augustus 1934) in een boerderij in de Haarlemmermeer. Van daaruit zijn de beide laatstgenoemden naar Zeist gebracht. Ze zijn hier vals geregistreerd als ‘AlFred en Flora Terstege’ en ondergebracht in kindertehuis Zonneschijn. Ze gingen onder hun valse identiteit naar school.

[Floortje was ook even in de Hollandsche Schouwburg opgesloten, maar hoe dat was gegaan, en hoe ze er uit was gekomen, was niet bekend.]

Op de dag van de inval in Zonneschijn, 28 februari 1944, zijn de elfjarige Alfred en negenjarige Floortje naar de hei – waarschijnlijk het Stuifheuvel-gebied – gevlucht, waar ze de nacht (!) van 28 op 29 februari samen doorgebracht hebben. De temperatuur schommelde ’s middags tot en met de volgende dag van -4 tot 4 graad Celsius. Een koude nacht dus. Alfred heeft Floortje ’s ochtends gevraagd om voorzichtigheidshalve nog even te blijven, maar ze wilde per se terug naar Zonneschijn. Ze is meteen ondergebracht op Lorentzlaan 103, bij Louise Was-Maltha.
Alfred is een halve dag later teruggegaan, maar een mevrouw heeft vanuit een raam van Zonneschijn geroepen dat hij weg moest gaan, omdat de overvallers nog terug konden komen. Hij was toen voor even ondergebracht bij een tandarts in Zeist en vervolgens door een Utrechtse studente naar Nijverdal gebracht.

Floortje Hamburger wordt op die fatale 30e juni 1944 gearresteerd, evenals haar onderduikgeefster. Met een bij het nabijgelegen Lorentz-ziekenhuis geronselde ziekenwagen worden het joodse meisje en de weduwes Lodewijk-Hek en Was-Maltha overgebracht naar het politiebureau Paardenveld in Utrecht. Uit het politiedagrapport:
21 uur Voor de SD man Voss naar Utrecht overgebracht (Paardenveld): de arrestante van 13.10 uur A.W. Mulder, Louise Eugenie Maltha, wed van W. Was, geb. te Schiedam, 11 Febr. 1882, won. P.L.laan 103 en een bij de wed. Was in huis zijnd [in de marge: vermoedelijk Joodsch] meisje, genaamd Antonia ter Vrede, oud 10 jaar. Deze menschen vertoefden op dat oogenblik gezamenlijk in perceel 103.

Lorentzlaan 103 wordt verzegeld en vervolgens in gebruik genomen en leeggeroofd door leden van de Duitse Wehrmacht. Zo verdwijnen er onder meer erfstukken van de voorouders Was, in de vorm van kostbare pastellen van de 19e eeuwse kunstschilder Berend Wierks Kunst. Er zal na de bevrijding een procedure voor schadevergoeding gevoerd worden.

De weduwe Lodewijk-Hek wordt nog ruim twee weken gevangengehouden, maar mag dan weer naar huis.

Na verhoor in Utrecht krijgt Louise Was-Maltha de inmiddels gebruikelijke straf voor het geven van onderduik. Ze moet zes maanden naar Kamp Vught, waar ze als gevangene 01246 wordt geregistreerd. Vervolgens wordt ze gedeporteerd naar het concentratiekamp Ravensbrück, waar ze op 28 december 1944 overlijdt. Als doodsoorzaak wordt keelontsteking genoteerd.

Floortje Hamburger moet eveneens twee weken in de cel op het Utrechtse politiebureau blijven, want het meisje komt pas op 13 juli 1944 in Kamp Westerbork terecht. Daar wordt ze in barak 35 ondergebracht, het weeshuis. Op 4 september 1944 wordt ze doorgestuurd naar Theresienstadt en van hier uit op 23 oktober 1944 meteen kindertransport naar Auschwitz-Birkenau. Op 25 oktober, de dag van aankomst, wordt Floortje daar vermoord.
Haar ouders hun andere drie kinderen overleven de bezetting. Later krijgt de familie te horen dat Floortje verraden was door een buurman van mevrouw Was-Maltha, maar dat zat dus wat anders.

Na de bevrijding maakten Alfred en Henny Hamburger-Meester een reis via Praag naar Theresienstadt. In het museum aldaar lag een boekje dat Floortje gemaakt had. Ze hadden het niet mogen inzien.

Zo’n dertig jaar geleden was Alfred Hamburger met zijn echtgenote nog eens langs Zonneschijn in Zeist gereden.

Louise Was-Maltha was in haar werkend leven lerares en directrice van de school Mühring in Dordrecht.
Haar dochter Betteke Was (Dordrecht, 28 mei 1922 – Utrecht, 19 maart 2012), had haar gymnasiumdiploma in juni 1940 gehaald op het Christelijk lyceum in Zeist. Ze promoveerde op 28 oktober 1981 op het proefschrift ‘Ontwikkelingsonderzoek van zuigelingen en kleuters op het consultatiebureau’. Ze werd een bekende kinderarts en trouwde met de joodse vluchteling, cardioloog Franz Günther Schlesinger (Berlijn, 18 oktober 1923 – Utrecht, 24 januari 2013). Het huwelijk bleef kinderloos. De ouders van Schlesinger waren op 1 april 1945 vermoord in een concentratiekamp.

Bronnen:

  • Mededelingen van Henny Hamburger-Meester
  • Zie de bewezen onderduikadressen Van der Merschlaan 52 en Oranje Nassaulaan 71
  • Ad van Liempt en Jan H. Kompagnie, ‘Jodenjacht’, 91-93
  • Mededelingen van Hugo Dieleman en www.archiefdoeleman.nl
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen: Floortje Hamburger verbleef eerder in kindertehuis Zonneschijn, onder de valse identiteit ‘Flora Terstege (Soerabaja-Nederlands-Indië, 27 augustus 1934)’, broer Alfred was mogelijk weer afgevoerd uit het bevolkingsregister
  • Kamp Westerbork, Collectie – Een Naam en een Gezicht
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Louise E.C. Was en de Joodse Raad-kaarten voor de leden van het gezin Hamburger-van Os
  • joodsbw.nl, Database Joods Biografisch Woordenboek, David Abraham Hamburger

1. Een oude foto van Professor Lorentzlaan 103 (Stichting Familiearchief Doeleman)

2. Het echtpaar Wouter en Louise Was-Maltha rond 1921 (Stichting Familiearchief Doeleman)

3. Louise Was-Maltha en dochtertje Betteke rond 1922 (Stichting Familiearchief Doeleman)

4. De overlijdensadvertentie van Willem Wouter Was

5. Floortje en Alfred Hamburger eind jaren ’30

6. Valse persoonsregistratie voor Flora Celine Hamburger