Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)
Onderduikster:
- Rozetta van der Kaars-Roet, kantoorbediende, huishoudster, opzichterster, gehuwd (Amsterdam, 5 september 1912 – Hengelo, 16 oktober 2009)
Onderduikgevers:
- Willem van den Berg, ingenieur, bedrijfsleider (Amsterdam, 18 juli 1912), en
- echtgenote Johanna Cornelia van de Weijer (Tilburg, 19 juli 1912 – Vlissingen, 15 oktober 1993)
Kinderen tijdens de bezetting (1940, 1943)
Op 15 mei 1944 vestigt de onkerkelijke en ongehuwde kinderverzorgster ‘Everarda Kleinveld (Leusden, 26 april 1911)’ zich op Platolaan 82. Ze wordt geregistreerd in het bevolkingsregister van Zeist en ook als kostganger op de woningkaart voor Platolaan 82 (met de latere vermelding ‘illegaal’). ‘Everarda’ zou de dochter zijn van Adrianus en Rigarda Kleinveld-Kaas en afkomstig zijn van het adres Plantsoen 31a in Leiden. Het was duidelijk een valse persoonsregistratie in het Zeister bevolkingsarchief. De echte Everarda was namelijk op 8 maart 1929 in Leusden overleden, 17 jaar oud. Aanvankelijk waren er echter geen aanknopingspunten voor onderzoek naar de juiste persoon, ongetwijfeld een onderduikster.
Het BNNVARA-programma ‘De Wereld Draait Door’ besteedde op 7 januari 2020 een speciale uitzending aan de joodse voormalige illegaal werkster Selma van de Perre (in Amsterdam geboren als Sara Velleman en inmiddels overleden op 20 oktober 2025, op 103-jarige leeftijd), in verband met de verschijning van haar boek ‘Mijn naam is Selma’. Bij lezing van dat boek bleek ze geschreven te hebben dat haar nicht Zetty in Zeist was ondergedoken, onder de valse naam ‘Klein’.
Nazoek van de familiebetrekkingen van Selma van de Perre leerde dat met Zetty bedoeld werd Rozetta Roet, toen gehuwd met Emanuel van der Kaars (slachtoffer van de Holocaust) en met een dochtertje Evalientje (Eva). Selma’s moeder Femmetje Velleman-Spier en Zetty’s moeder Marianne Roet-Spier waren zusters.
Gevraagd naar een mogelijk verband tussen ‘Everarda Kleinveld’ en Zetty van der Kaars-Roet, liet Selma van de Perre in een email van 1 februari 2021 het volgende weten:
‘Ja, dat was Zetty. Het was vlak bij een bos in een mooie laan en een goed middenstandshuis. Het was dus Kleinveld, niet Klein, mijn geheugen is een beetje vergeten. Dat kan op 98-jarige leeftijd. Maar jullie zijn op het juiste onderzoek.’
Ze had haar nicht Zetty alias ‘Everarda’ verscheidene keren bezocht in Leiden en daarna in Zeist weer. In haar boek beschrijft Selma van de Perre de vele contacten met Zetty.
Zetty’s echtgenoot Emile (Emanuel) van der Kaars was officier geweest in het Nederlandse leger en had bij de Duitse inval gevochten. In eerste instantie was hij na de overgave naar huis gestuurd, maar later waren hij en andere officieren toch weer opgepakt. De joodse militairen waren via Kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Emile zou nooit terugkeren. Hij werd op 30 april 1943 vermoord in Auschwitz.
Dochter Evalientje (1942) werd in een pleeggezin geplaatst. Ze zou te vondeling zijn gelegd voor de deur van een echtpaar in Oegstgeest. Een haar bekende illegaal werker vroeg Selma Velleman om een foto van het kind naar moeder Zetty te brengen. Selma haalde de foto op bij de pleegouders. Met de foto zocht Selma nichtje Zetty op.
Zetty zat ondergedoken bij een vrouw in Leiden, wier man als voormalig officier geïnterneerd was in een Duits kamp. De vrouw had de onderduikvergoeding nodig, maar de onderduiksituatie was niet prettig. Zetty moest permanent op haar kamer blijven en mocht zich niet bewegen als er bezoek was. Ze had uitsluitend kort contact als haar eten werd gebracht. Het bezoek van Selma was dus meer dan welkom en dat gold zeker voor de foto van Evalientje en de verhalen over het peutertje.
Selma bezocht haar nicht dus vaak. Zetty hielp haar met Engels, Frans en Wiskunde, terwijl Selma boeken voor haar meebracht.
Aan een relatief prettige periode kwam een eind toen de echtgenoot van de onderduikgeefster weer thuis kwam uit gevangenschap. Diens – antisemitische – schoonmoeder zou nu vaker op bezoek komen. Zetty moest daarom weg en werd ondergebracht in Utrecht.
Een tijd lang zagen de nichtjes elkaar niet, tot Selma het verzoek kreeg om haar op een onderduikadres in Zeist op te zoeken en haar daar bij te praten over Evalientje die al liep en praatte. Zetty’s nieuwe onderduikadres aan de Platolaan bleek met de bus goed bereikbaar vanuit Utrecht en Selma bezocht haar nicht weer regelmatig, waarbij ze geld en voedselbonnen voor haar hospita meebracht.
Zetty zat op zolder bij het echtpaar Willem en Johanna Cornelia van den Berg-van de Weijer. Willem van den Berg was ingenieur en werkte in Zeist als bedrijfsleider. Hun dochter (1940) hoorde later dat er een joodse onderduikster was geweest tijdens de bezetting en herinnerde zich toen dat een bepaalde zolderkamer verboden terrein was geweest. (De onderduikster zou de zuster van het dienstmeisje zijn geweest, maar dat was dus niet juist.)
Op de Joodse Raad-kaart voor Rozetta van der Kaars-Roet staat ‘opgedoken’. Zetty overleefde de bezetting in onderduik, evenals haar dochter Evalientje, maar ze verloor haar echtgenoot, ouders (ze had geen broers of zusters) ooms, tantes en schoonfamilie. Ze zou niet meer hertrouwen. Met een vriendin begon ze na de bezetting een studentenhuis in Leiden, op Oude Singel 146.
Dochter Evalientje bleef in die tijd nog even bij haar pleegouders. In haar boek beschrijft Selma van de Perre dat Evalientje na de bezetting haar onderduikmoeder als moeder bleef beschouwen en de twee zoons van de onderduikouders als haar broers. Het meisje moest bovendien van een tamelijk welvarende naar een armoedige situatie: ‘Bedroevend genoeg hebben moeder en dochter na hun scheiding nooit een normale, liefdevolle relatie kunnen opbouwen’.
Van 1952 tot 1977 werkte Zetty van der Kaars-Roet als woonmaatschappelijk werkster bij de woningstichting van de gemeente Hengelo. In die plaats zou ze overlijden in 2009, 97 jaar oud. Of er ooit nog contact was met de onderduikgevers is niet bekend.
Bronnen:
- Mededelingen van Selma van de Perre (inmiddels overleden) en Paul Haverman
- Selma van de Perre, ‘Mijn naam is Selma’, Thomas Rap, Amsterdam, 2020, 108-110, 125-126
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Everarda Kleinveld’; oud bevolkingsregister en woningkaart Platolaan 82
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart voor Rozetta van der Kaars-Roet
- Digitaal joods monument, Emanuel van der Kaars en anderen
1. Platolaan 82 (rechts)
2. Valse persoonregistratie van Rozetta Roet in het Zeister bevolkingsarchief
3. Cover van het boekje ‘Mijn naam is Selma’
4. De pagina van Femmetje Velleman-Spier, de moeder van Selma, op het digitaal joods monument
5. Selma van de Perre
6. Advertentie ter felicitatie van Selma van de Perre met haar 100e verjaardag op 7 juni 2022





