Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 473-474 en correctie en aanvulling in het Supplement, Professor Lorentzlaan 137, pagina’s 108-112)
Onderduikster:
- Ilse de Leeuw (Leer-Duitsland, 14 december 1925 – in/na 1999)
Onderduikgevers:
- Bernardus Johannes Maljers, secretaris cultuurmaatschappij ‘De Oostkust’ (Utrecht, 20 augustus 1889 – Zeist, 26 december 1973), en
- echtgenote Carolina Christina Maljers-de Bie (Utrecht, 17 april 1888 – Zeist, 9 juli 1965)
Vijf kinderen (1915, 1917, 1923, 1926, 1931)
Het ouderlijk gezin van Ilse de Leeuw vlucht op 4 augustus 1938 uit haar geboorteplaats in Duitsland naar Groningen, enkele weken voor de verwoestende Reichspogromnacht (vaak Reichskristallnacht genoemd). Op 26 februari 1940 vestigen Jacob en Marta de Leeuw-de Vries met hun dochters Ilse en Hanna zich in Zandvoort. Op 13 juli 1942 moeten ze daar weg en verhuizen ze naar Stadionweg 119 III in Amsterdam.
Als de eerste deportaties beginnen, worden de ouders van Ilse opgepakt en gedeporteerd. Op 3 september worden ze binnengebracht in Kamp Westerbork en al de volgende dag moeten ze op transport. Ilse is dan 16 jaar en besluit onder te duiken voordat ze een oproep krijgt om in ‘het Oosten te gaan werken’. Daarvoor vlucht ze naar het Noorden – Groningen? – maar daar vindt ze geen onderduikadres. Door contacten met groepen van illegale werkers, waar de Zeistenaren Jan Schep en het echtpaar Anton en Henriette Tellegen-Westerouen van Meeteren deel van uit maken, wordt Ilse de Leeuw in april 1943 ondergebracht bij Joh (Bernardus Johannes) en Lien Maljers-de Bie in Zeist.
Dochter Floor van dit echtpaar zal vanaf de zomer van dat jaar op de gemeentesecretarie betrokken raken bij het vervalsen van persoonsgegevens van onderduikers.
Ilse de Leeuw gaat door voor hulp in de huishouding van het gezin Maljers-de Bie. Hoewel ze goede valse papieren heeft op naam van ‘Tonnie van Torenburg’, vertoont ze zich nooit buiten. Als er vrienden of familie van de Maljers op bezoek komen, verbergt ze zich snel in haar kamer en ze komt er pas uit als de bezoekers weg zijn.
Mogelijk is het haar naar Zwitserland gevluchte broer die voor haar een verklaring van de Zwitserse consul van El Salvador weet te krijgen. Die bevestigt op 8 februari 1944 schriftelijk dat Ilse de Leeuw (geboren Leer/Duitsland, 14-12-1925), woonachtig in Nederland, ingezetene is van El Salvador. Ze kan daarnaar toe emigreren, als ze dat wil. Ze maakt er echter geen gebruik van omdat ze zich dan bloot zal moeten geven.
In de loop van 1944, moeten de Maljers hun huis afstaan aan Duitsers – in het Lyceumkwartier worden dan veel huizen gevorderd voor medewerkers van de Sicherheitsdienst – en zelf weggaan. Ze kunnen Ilse niet mee nemen bij hun zoektocht naar alternatieve woonruimte en ze willen haar ook niet zonder een goede oplossing aan haar lot overlaten. In elk geval beginnen de Maljers te onderhandelen met de Duitsers, zodat ze toch in het huis kunnen blijven.
Dat wordt uiteindelijk toegestaan, en dan betrekken drie Duitse officieren een deel van het huis aan de Platolaan en bewoont het echtpaar het andere deel. Hoewel de spanning immens is gedurende deze periode, weet het gezin de moed erin te houden. Ilse de Leeuw blijft bij de Maljers tot de bevrijding in mei 1945.
Daarna blijkt dat Ilse’s ouders al op 7 september 1942 vermoord zijn, meteen na hun aankomst in Auschwitz. De Maljers bieden de dan 19-jarige Ilse aan om bij hen te blijven wonen. In 1947 besluit ze echter te emigreren naar Israël.
Op 26 maart 2009 worden Joh en Lien Maljers-de Bie door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
Hun dochter Annie trouwde met Arie van Hattem, wiens moeder Martina Wilhelmina Peil op Professor Lorentzlaan 137 onderduik had gegeven aan een joods jongetje.
Bronnen:
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Bernardus Johannes en Carolina Christina Maljers-de Bie.
- Annemiek Bal, ‘Het Zeister verzet’, 72, over illegaal werk door Floor Maljers
- Nazaten van het echtpaar Maljers-de Bie bleken bij navraag niet bekend met de hier gepresenteerde feiten over inkwartiering, die mogelijk niet helemaal accuraat zijn
- www.joodsmonument.nl, Jacob en Meta de Leeuw-de Vries, ouders Ilse de Leeuw
- www.destentor.nl, ‘Oorlogsdagboek uit angst door wc gespoeld’, interview met Ilse Rosenberg-de Leeuw, in maart 2009
- Zie ook het bewezen onderduikadres Professor Lorentzlaan 137 (pagina’s 108-112 van het Supplement), voor de onderduik van Jaap Max Grunwald


