Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.

Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.

Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.

Vals geregistreerd op dit adres:

  • Max Monasch (Den Haag, 17 oktober 1912)

Het gezin Monasch was voor de onderduik zelf woonachtig op Platolaan 12. Iemand belde de politie dat het pand op 30 juli 1942 leegstond. Hij had van de makelaar vernomen dat het pand enkele weken geleden verlaten was door de bewoners. Hun huisraad was nog wel aanwezig, maar uit de wanorde bleek dat het gezin Monasch overhaast de vlucht had genomen.

Het echtpaar had Max en Mijntje Monasch-Haas had valse papieren en onderduikplaatsen kunnen regelen voor henzelf en tweejarig zoontje Leon. Ze zouden de bezetting overleven, al zou dat voor de kleine Leon kantje boord worden.

Voordat hij in onderduik ging, woonde Max Monasch met zijn gezin op Platolaan 12 in Zeist. Op donderdag 30 juli 1942 belde een Zeister tandarts er naar de gemeentepolitie in Zeist. De beller had van een makelaar vernomen dat Platolaan 12 – zijn eigendom – blijkbaar al enkele weken geleden verlaten was door de bewoners. Zelf had de eigenaar de vorige dag vastgesteld dat het joodse gezin Monasch-Haas verdwenen was. Hun huisraad was nog wel aanwezig in de woning, maar uit de grote wanorde leidde de tandarts af dat het joodse gezin overhaast de vlucht had genomen. De eigenaar had de afdeling Bevolking van de gemeente al gebeld – omdat het niet-Ariërs verboden was om zonder vergunning te verhuizen – maar daar wist men nog van niets. Hij wilde nu de woning aan anderen verhuren. In verband hiermee belde de Zeister gemeentepolitie met de Zentralstelle für jüdische Auswanderung. De Zentralstelle zou de volgende dag iemand sturen om de woning en inboedel te inventariseren, en op een verzoek van die kant verzegelde een politieman de woning. Via het Algemeen Politieblad werd gevraagd om opsporing van het gezin. Die oproep zou geen succes hebben. Het echtpaar Monasch-Haas had valse papieren en onderduikplaatsen kunnen regelen voor henzelf en tweejarig zoontje Leon.

Leon Monasch werd in het Zeister bevolkingsregister op dit adres vals geregistreerd onder de naam ‘Leonard Martens’, op Platolaan 4, en vader Max als ‘Max Martens’ op Platolaan 14. Niet aannemelijk is dat ze werkelijk ondergedoken hebben gezeten, zo dichtbij de door het gezin woning Platolaan 12.

Ze zouden de bevrijding levend halen, maar dat was voor kleine Leon kantje boord terwijl zijn moeder deportatie naar Kamp Vught, Auschwitz, Reichenbach, Trautenau, Porta Westfalica en Beendorf moest doorstaan.

Bronnen:

  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Max Marten’
  • Zie ook de onderduikadressen Acacialaan 2a, (bewezen), Platolaan 4 (niet bewezen) en Oranje Nassaulaan 71 (bewezen)
  • NIOD-archief 250m (Afwikkelingsbureau concentratiekampen), inventarisnummer 74b, Mijntje Monasch-Haas

1. De valse registratie van Max Marten in het bevolkingsregister van Zeist