Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)

Onderduiker:

  • Eddy Meyo Maarsen (Amsterdam, 2 april 1938)

Onderduikgevers:

  • Jacob Arend Ruilof Buskop, verpleger, administrateur (Ooltgensplaat (ZH), 12 april 1915), en
  • echtgenote Johanna Sophia Christina Buskop-Sikma (Amsterdam, 19 september 1916)

Geen kinderen tijdens de bezetting

De geboren Fries Klaas Sikma (1875) was medio oktober 1940 weduwnaar geworden. Hij woonde met twee ongetrouwde dochters op Admiralengracht 108 in Amsterdam. Toen de jodenvervolging op gang kwam, handelde de streng gereformeerde Sikma naar de boodschap die zijn dominee had gepreekt: ‘Hij die een mogelijkheid heeft om de kinderen van Gods volk te redden, heeft de plicht om dat te doen.

Sikma werd benaderd door een vriend die ook bevriend was met het joodse echtpaar Max (Philip Meijer) en Liesje (Elisabeth) Maarsen-de Swarte, dat dringend verlegen zat om een onderduikplaats voor henzelf, hun dochter Bertie Marion en (schoon)vader Eduard (Eliazar) Maarsen (1866) die sinds december 1942 weduwnaar was.

Het gezin Maarsen-de Swarte was in september 1940 van Amsterdam naar Zandvoort verhuisd, samen met een (schoon)broer en diens echtgenote, maar had in de zomer van 1942 terug naar Amsterdam moeten verhuizen, naar Roerstraat 9 III in Amsterdam. De voorlopige vrijstelling van deportatie van Max en Eduard Maarsen was vervallen. Klaas Sikma nam deze vier onderduikers in zijn huis.

Zoontje Eddy van het joodse echtpaar werd ondergebracht in Hilversum, bij het echtpaar Jaap (Jacob) Hondius en Truitje Hondius-Coumou dat aldaar in de Hermelijnlaan woonde. De aanwezigheid van Eddy werd verraden door NSB-overburen, waarna hij meteen naar Amsterdam werd gebracht. Daar werd besloten om het jongetje toe te vertrouwen aan dochter Johanna van Klaas Sikma, een verpleegster, en haar echtgenoot Jacob Buskop, een ziekenbroeder. Deze nog kinderloze onderduikgevers woonden in Zeist, op PC Hooftlaan 46. Ze waren daar gaan wonen na hun huwelijk op 1 oktober 1942 en ze werkten in het nabijgelegen Zeister sanatorium, op Oude Arnhemseweg 260. Eddy Maarsen werd vanuit Amsterdam door een niet-joodse tante met een taxi (met een houtvergasser op het dak!) naar Zeist gebracht.

Hoe lang Eddy in Zeist verbleef, is niet bekend. Later kwam hij in Elspeet terecht. Intussen miste zijn moeder hem zo, dat ze in januari 1944 hallucineerde en stellig meende dat ze hem op het ijs op de Admiralengracht zag. Eddy’s vader wilde Eddy daarop voor een week over laten komen uit Elspeet. Klaas Sikma stemde daar mee in. Uiteindelijk mocht Eddy tot de bevrijding blijven.

Daar waren niet-geringe risico’s aan verbonden, omdat de dochter van de bovenburen verkering had met een Duitse soldaat. Er werd een speciale schuilplaats gemaakt, die bij twee huiszoekingen niet ontdekt werd.

Een nicht van Klaas Sikma dreef een kruidenierszaak en zorgde voor voedsel voor de onderduikers die geen voedselbonnen kregen. Sikma hield veel rekening met zijn onderduikers. Als vrome Christen las hij dagelijks uit de bijbel, maar om de gevoelens van zijn onderduikers te ontzien, las hij uitsluitend uit het Oude Testament. Verder haalde hij geen kerstboom in huis. Ook tijdens de beruchte Hongerwinter 1944/1945, toen er geen elektriciteit en gas was, en nauwelijks voedsel, mochten de onderduikers blijven. Om de twee kinderen op te peppen, haalde Klaas Sikma zelfs sneeuw in zijn appartement, zodat ze daar mee konden spelen. Eduard Maarsen was overigens in de aanloop naar de Hongerwinter, op 4 november 1944, overleden, op 78-jarige leeftijd.

Het gezin Maarsen-de Swarte haalde de bevrijding op Admiralengracht 108. Als dank kreeg Klaas Sikma nadien een baan in hun beddengroothandel. Bovendien werd Sikma op 11 juni 2006 erkend als Rechtvaardige onder de Volkeren.

De Holocaust had een zwaar spoor getrokken door de families van het gezin Maarsen-de Swarte. Liesje Maarsen-de Swarte had haar ouders en haar broer verloren, Max Maarsen een zuster en haar gezin.

De Zeister onderduikgevers, het echtpaar Buskop-Sikma, vertrokken in 1948 naar Amsterdam. Over hen is verder nog niets bekend.

Eddy Mayo Maarsen werd later rabbijn. In 2015 nam hij publiekelijk stelling in een discussie, met een reactie op het advies van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit om de onverdoofde slacht stop te zetten. Maarsen was toen voorzitter van het Interprovinciaal Opperrabbinaat (IPOR), waaronder de meeste joodse gemeenten in Nederland vallen.

Bronnen:

  • Mededelingen Jan Erik Dubbelman
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Philip Meijer en Elisabeth Maarsen-de Swarte
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Klaas Sikma en Meijer en Elisabeth Maarsen-de Swarte
  • Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister, Jacob Arend Ruilof en Johanna Sophia Christina Buskop-Sikma
  • www.yadvashem.org, onderscheiding Klaas Sikma

1. PC Hooftlaan 46

2. Joodse Raad-kaart voor Philip Meyer Maarsen

3. In het Christelijk sociaal dagblad voor Nederland van 15 juni 1940 staat vermeld dat J.A.R. Buscop bevorderd is naar het 3e leerjaar