Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie pagina 553 van het Onderduikboek; de identiteit van onderduikster Eleonore Louise Beem is bekend geworden)
Onderduiksters:
- Eleonore Louise Beem, jeugdleidster buitenschoolse jeugdzorg, studente kweekschool (Amsterdam, 25 juni 1924 – Den Haag, 24 maart 1971)
- Ans Ellen Emmering (Amsterdam, 13 oktober 1930 – Chaville (Hauts de Seine)-Frankrijk, 16 april 2018)
- zusje Henriette Gaja Emmering (Amsterdam, 20 april 1933)
Onderduikgevers:
- mr. Hendrik Bernardus van Rhijn, notaris (Apeldoorn, 15 november 1900 – Zeist, 14 januari 1981), en
- echtgenote Adriana Clasina van Rhijn-van Zwet (Hoogersmilde, 12 september 1904 – Zeist, 30 november 1987)
Vier kinderen (1930, 1932, 1935 en 1939)
Het echtpaar Hendrik en Adriana van Rhijn-van Zwet nam tijdens de bezetting een jonge joodse vrouw in huis, met de onderduiknaam ‘Willy van Munster’. Het meisje was rond de 20 jaar en kwam waarschijnlijk uit de Randstad. Ze werkte als dienstmeisje bij het gezin, de keuken was overdag haar domein en ze had op zolder een slaapkamer. Ze ging nooit mee wandelen in het bos en had vooral contact met haar zusje dat als dienstmeisje aan de overkant werkte, bij het gezin Van den Berg-Hinsbeeck op Pauw van Wieldrechtlaan 13.
Ten tijde van de samenstelling van het Onderduikboek was de identiteit van de zusters nog niet bekend. In dat boek worden bij de beschrijving van de onderduiklocatie Oranje Nassaulaan 71, kindertehuis Zonneschijn, wel twee joodse onderduiksters genoemd waarvan alleen de valse registraties op naam van de Nederlands Hervormde ‘Wilhelmina van Munster’ (kinderjuffrouw) en ‘Cornelia Miesje van der Tak’ (studerend) bekend waren.
Eind juni 2021 bleek uit The Central Database of Shoah Victim Names en uit mededelingen van nazaten van beide onderduiksters dat ‘Wilhelmina Hendrika van Munster’ in werkelijkheid Elly (Eleonore Louise) Beem (1924) was en ‘Cornelia Miesje van der Tak’ Aggie (Agnes Irene) Beem (1926). Het ouderlijke gezin van beide meisjes bestond verder uit vader en onderwijzer Louis (Siegfried Leo Louis) Beem, moeder Helena Marianna Beem-Stibbe en dochter Paula Sabil Henriette Ibène. Het gezin woonde voor en tijdens de bezetting op Voltaplein 24hs in Amsterdam.
In Zeist waren Elly en Aggie Beem in eerste instantie ondergedoken in kindertehuis Zonneschijn, op Oranje Nassaulaan 71. Daar ontkwamen ze op donderdag 24 februari 1944 aan drie jodenjagers van het Bureau Joodse Zaken in Amsterdam, die een inval in het tehuis deden. In zijn boek ‘Schaduw over Zonneschijn’ (Brave New Books, 2016) heeft auteur Jim Terlingen de inval beschreven. Een citaat uit de opmerkingen van een niet-joods meisje dat de inval had meegemaakt: ‘Ik ben dan zeventien jaar en dan net teruggekomen op mijn fiets van school. Zoals gewoonlijk klets ik daarna in het nieuwe huis aan de achterkant van het pand met Cor en Wil, twee joodse medewerkers die daar aan het schoonmaken zijn.’ Toen het meisje teruggelopen was door de glazen gang die de nieuwbouw verbond met het voorste deel van het tehuis waren aan weerszijden van die gang opeens de jodenjagers opgedoken. Ze hadden vier joodse kinderen en een joodse vrouw die ook in het tehuis werkte gearresteerd. ‘Wil’ en ‘Cor’ – Elly en Aggie Beem – waren niet ontdekt. Ze waren daarna door bemiddeling van de actieve Zeister illegaal werker Kees Kirpensteijn terechtgekomen op de onderduikadressen aan de Pauw van Wieldrechtlaan. Aannemelijk is dat zij korte tijd overbrugd zullen hebben in zijn doorgangshuis op Krullelaan 17.
Notaris Van Rhijn en zijn gezin hielden vanaf november 1944 een oorlogsdagboek bij, waarin zijn gezinsleden en tijdelijke gasten beurtelings een dag beschreven. Elly Beem schreef – onder haar valse naam ‘Willy’ – mee in dit dagboek, maar ook werd er over ‘dienstbode Willy’ geschreven. Zoals op donderdag 16 november: ‘Vandaag is Willy met een der 3 evacuatiewagentjes naar het land in Woudenberg gegaan. Zij is om 10 uur gestart, te voet, daar de fiets, zoals in vorig hoofdstuk vermeld staat, in reparatie bij Broedelet was. Toen zij niet ver van Woudenberg af was, ging één wiel van het wagentje helemaal scheef staan. Op de terugweg, volgeladen met 1 zak boerenkool, winterwortelen, 1 koolraap, spruitjes, een paar appeltjes, bezweek het karretje dan ook heel gauw. Zo staat het wagentje dan ook volgeladen bij Maarsbergen.’
Uit dit bericht blijkt dat joodse onderduiksters tijdens de Hongerwinter ook regelmatig op voedseltochten moesten gaan, wat in de praktijk zeer risicovol bleek. De twaalf kilometer naar Woudenberg zal met zo’n karretje minstens 2,5 uur heen en 2,5 uur terug hebben gevergd.
Elly Beem zou volgens haar valse registratie kinderjuffrouw van beroep zijn, maar ze had drie jaar HBS en daaropvolgend twee jaar kweekschool gedaan. Gedurende de onderduikjaren waren de zussen echter veroordeeld tot huishoudelijk werk. Op 4 januari 1945 schreef de notaris dat ‘Willy’ niet teruggekomen was, ‘hoewel haar tijd vandaag om is.’ Haar nazaten vermoeden dat Elly Beem besloten had om, samen met haar zus te vertrekken, omdat het hen te heet onder de voeten zou zijn geworden in Zeist. Mogelijk hadden de zussen ook een adres van hun ouders gekregen – volgens de overlevering waren Elly en Aggie Beem midden in de winter te voet en met blote benen van Zeist naar Dordrecht gegaan, alwaar hun ouders toen zaten ondergedoken.
Van Elly Beem is dus bekend dat ze rond de jaarwisseling 1944/1945 – volgens de nazaten begin januari 1945 – vertrokken was van Pauw van Wieldrecht 24. De notaris verwachtte ‘Willy’ terug, maar ze zou niet meer terugkomen. Dat kwam een onbekende mevrouw op 22 januari vertellen. Ze vroeg om de distributiebescheiden en kleren van ‘Willy’. De papieren kreeg ze mee, maar de kleren bleven op Pauw van Wieldrechtlaan 24, totdat de door ‘Willy’ geleende rugzak terug zou komen. Niet bekend is hoe dit afliep, maar de onderduiksituatie eindigde dus abrupt.
De laatste vermelding over die situatie was de aantekening op 22 april 1945 dat er een Duitser was ingekwartierd bij het gezin Van Rhijn-van Zwet. De man kreeg de logeerkamer toebedeeld en de slaapplek van een van de kinderen verhuisde naar ‘Willy’s’ kamertje, om ontdekking van het luik van de verstopplaats te voorkomen.
Na de Hongerwinter, voorjaar 1945, nam het echtpaar Van Rhijn-van Zwet tijdelijk de zorg voor twee joodse onderduikstertjes over van hun buurvrouw Beebs ten Broek-Knetemann, toen zij zes weken te bed lag met roodvonk. Het waren Ans (14) en Jetteke (bijna 12) Emmering.
De eerdere onderduikroute van de zussen Beem is niet bekend en ook niet de vervolgroute. Beide zussen, hun oudere zus en hun ouders overleefden de bezetting in onderduik.
Er zijn foto’s van hen te vinden op de website jorge.home.xs4all.nl. Een van die foto’s is de valse persoonskaart van vader Louis Beem, die de onderduiknaam ‘Louis Anton Bouwmeester’ voerde. Hij en zijn echtgenote stonden ook vals geregistreerd in Zeist, maar het staat niet vast dat ze daadwerkelijk in Zeist zijn geweest.
Na de bevrijding werd Elly Beem eerst jeugdleidster, en later trad ze in de voetsporen van vader Louis Beem, door onderwijzeres te worden. Ze trouwde op 1 november 1952 met de scheikundige Albert Hovenkamp. Er kwamen drie zoons en dochter Margot. Op 24 maart 1971 overleed Elly Hovenkamp-Beem onverwacht, pas 46 jaar oud.
Louis Beem overleefde zijn echtgenote en zijn dochters – hij werd maar liefst 104 jaar oud.
Op zondag 1 augustus 2021 hebben Heleen en Sander Sittig – kinderen van Aggie Sittig-Beem – en Margot Hovenkamp – dochter van Elly Hovenkamp-Beem een bezoek aan Zeist gebracht. Daar hebben ze kennis gemaakt met Sander van Rhijn, zoon van de onderduikgevers van Elly op Pauw van Wieldrechtlaan 24 en de locatie bezocht van het (inmiddels afgebroken) kindertehuis.
Bronnen:
- Mededelingen en documenten van Sander van Rhijn en mededelingen van Margot Hovenkamp en Heleen en Sander Sittig
- Mededelingen van Gaja Reuling-Emmering over een joods meisje op Pauw van Wieldrechtlaan 24
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Cornelia Miesje van der Tak’ en ‘Wilhelmina Hendrika van Munster’, ‘Louis Anton en Jeanette Helena Bouwmeester-Heukers’
- Jim Terlingen, ‘Schaduw over Zonneschijn’ (Brave New Books, 2016)
- Zie de bewezen onderduikadressen Oranje Nassaulaan 71, Krullelaan 17 voor de eerdere onderduikadressen van ‘Wilhelmina Hendrika van Munster, en Pauw van Wieldrechtlaan 13
- Zie het onbewezen adres Hortensialaan 47 voor de valse registratie van het echtpaar Beem-Stibbe
- NIOD, Europese dagboeken en egodocumenten, toegang 244, inventarisnummer 577, H.B. van Rhijn en familie (226 pagina’s)
1. Pauw van Wieldrechtlaan 24
2. Elly Beem
3. Kees Kirpensteijn
4. Valse persoonregistratie van Elly van Beem in het bevolkingsregister van Zeist
5. Vals persoonsbewijs van vader Siegfried Louis Beem in 1943
6. Fragment uit januari 1945 waarin vermeld wordt dat ‘Wily’ niet is teruggekeerd
7. Ans en Gaja Emmering werden in 1945 tijdelijk opgevangen op Pauw van Wieldrechtlaan 24
8. Agnes en Elly (Leonore) aan het liften
9. Elly (Leonore) Beem en Ab, haar echtgenoot
10. Elly Beem met een van haar kinderen









