Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Aanvulling op de pagina’s 170 en 543 van het Onderduikboek: de identiteit van onderduikster Agnes Irene Beem is bekend geworden)
Onderduikster:
- Agnes Irene Beem, scholiere (Amsterdam, 25 september 1926 – Capelle aan den IJssel, 14 september 1993)
Onderduikgevers:
- Bernard Hendrik van den Berg, voorheen predikant, accountant (Westdongeradeel, 1 maart 1896 – Zeist, 7 maart 1966) en
- echtgenote Maria Marina van den Berg-Hinsbeeck (Malang-Nederlands-Indië, 17 januari 1903 – Zeist, 23 oktober 1991)
Kinderen: (1926, 1928, 1929 en 1934)
Bij het gezin van accountant Bernard en Marie van den Berg-Hinsbeeck dook tijdens de bezetting een joods meisje onder. Een zuster van dat meisje zat aan de overkant ondergedoken, bij het echtpaar Van Rhijn-van Zwet op Pauw van Wieldrechtlaan 24. De zusters werkten elk als dienstbode voor het onderduikgezin.
Ten tijde van de samenstelling van het Onderduikboek was de identiteit van de zusters nog niet bekend. In dat boek worden bij de beschrijving van de onderduiklocatie Oranje Nassaulaan 71, kindertehuis Zonneschijn, wel twee joodse onderduiksters genoemd waarvan alleen de valse registraties op naam van de Nederlands Hervormde ‘Wilhelmina van Munster’ (kinderjuffrouw) en ‘Cornelia Miesje van der Tak’ (studerend) bekend waren.
Eind juni 2021 bleek uit The Central Database of Shoah Victim Names en uit mededelingen van nazaten van beide onderduiksters dat ‘Wilhelmina Hendrika van Munster’ in werkelijkheid Elly (Eleonore Louise) Beem (1924) was en ‘Cornelia Miesje van der Tak’ Aggie (Agnes Irene) Beem (1926). Het ouderlijke gezin van beide meisjes bestond verder uit vader en onderwijzer Louis (Siegfried Leo Louis) Beem, moeder Helena Marianna Beem-Stibbe en dochter Paula Sabil Henriette Ibène. Het gezin woonde voor en tijdens de bezetting op Voltaplein 24hs in Amsterdam.
Eind juni 2021 bleek uit The Central Database of Shoah Victim Names en uit mededelingen van nazaten van beide onderduiksters dat ‘Cornelia Miesje van der Tak’ in werkelijkheid Aggie (Agnes Irene) Beem (1926) was en ‘Wilhelmina Hendrika van Munster’ Elly (Eleonore Louise) Beem (1924). Het ouderlijke gezin van beide meisjes bestond uit vader en onderwijzer Louis (Siegfried Leo Louis) Beem, moeder Helena Marianna Beem-Stibbe en de dochter Paula Sabil Henriette Ibène. Het gezin woonde voor en tijdens de bezetting op Voltaplein 24hs in Amsterdam.
In Zeist waren Aggie en Elly Beem in eerste instantie ondergedoken in kindertehuis Zonneschijn, op Oranje Nassaulaan 71. Daar ontkwamen ze op donderdag 24 februari 1944 aan drie jodenjagers van het Bureau Joodse Zaken in Amsterdam, die een inval in het tehuis deden. In zijn boek ‘Schaduw over Zonneschijn’ (Brave New Books, 2016) heeft auteur Jim Terlingen de inval beschreven. Een citaat uit de opmerkingen van een niet-joods meisje dat de inval had meegemaakt: ‘Ik ben dan zeventien jaar en dan net teruggekomen op mijn fiets van school. Zoals gewoonlijk klets ik daarna in het nieuwe huis aan de achterkant van het pand met Cor en Wil, twee joodse medewerkers die daar aan het schoonmaken zijn.’ Toen het meisje teruggelopen was door de glazen gang die de nieuwbouw verbond met het voorste deel van het tehuis waren aan weerszijden van die gang opeens de jodenjagers opgedoken. Ze hadden vier joodse kinderen en een joodse vrouw die ook in het tehuis werkte gearresteerd. ‘Cor’ en ‘Wil’ – Aggie en Elly Beem – waren niet ontdekt. Ze waren daarna door bemiddeling van de actieve Zeister illegaal werker Kees Kirpensteijn terechtgekomen op de onderduikadressen aan de Pauw van Wieldrechtlaan. Aannemelijk is dat zij korte tijd overbrugd hebben in zijn doorgangshuis op Krullelaan 17.
Het onderduikgezin Van den Berg-Hinsbeeck op Pauw van Wieldrechtlaan 13 bestond uit vader, moeder, twee zoons en twee dochters. Een van de dochters was verstandelijk gehandicapt. De andere drie kinderen emigreerden later naar het buitenland. Daardoor laat zich ook niet achterhalen hoe de relaties tijdens de onderduik waren en of er na de bevrijding nog contact is geweest tussen onderduikgevers en onderduiksters.
Aggie Beem zou volgens haar valse registratie studeren, gedurende de onderduikjaren waren de zussen echter veroordeeld tot huishoudelijk werk. Aggie ging zo min mogelijk naar buiten, maar had wel contact met zus Elly op Pauw van Wieldrechtlaan 24.
Van Elly Beem is bekend dat ze rond de jaarwisseling 1944/1945 vertrok van Pauw van Wieldrecht om niet meer terug te komen. In het oorlogsdagboek van het gezin Van Rhijn-van Zwet werd daarover op 4 januari 1945 een opmerking gemaakt. De nazaten van Aggie en Elly Beem vermoeden dat de zussen samen vertrokken waren, omdat het hen te heet onder de voeten zou zijn geworden in Zeist. Mogelijk hadden de zussen ook een adres van hun ouders gekregen – volgens de overlevering waren Elly en Aggie Beem midden in de winter te voet en met blote benen van Zeist naar Dordrecht gegaan, alwaar hun ouders toen zaten ondergedoken.
De eerdere onderduikroute van de zussen Beem is niet bekend en ook niet de vervolgroute. Beide zussen, hun oudere zus en hun ouders overleefden de bezetting in onderduik.
Er zijn foto’s van hen te vinden op de website jorge.home.xs4all.nl. Een van die foto’s is de valse persoonskaart van vader Louis Beem, die de onderduiknaam ‘Louis Anton Bouwmeester’ voerde. Hij en zijn echtgenote stonden ook vals geregistreerd in Zeist, op Hortensialaan 47, maar het staat niet vast dat ze daadwerkelijk in Zeist zijn geweest.
Later werd Aggie Beem journalist. Ze schreef in de jaren 1954-1958 in elk geval voor het Algemeen Dagblad, over theater, ballet en opera. In augustus 1957 trouwde ze met Hans Sittig. Hij had na zijn vlucht in 1933 uit Duitsland ingewoond bij een oom van Agnes en was zo een kennis van het gezin Beem-Stibbe geworden. Sittig had als voormalig communist tijdens de bezetting ook tijdelijk ondergedoken gezeten in Zeist (zie ‘Adres onbekend’). In 1970 werd hij hoogleraar aan de Economische Hogeschool in Rotterdam. Agnes Sittig-Beem overleed na een jarenlang ziekbed op 14 september 1993, bijna 67 jaar oud.
Vader Louis Beem overleefde zijn echtgenote en zijn dochters – hij werd maar liefst 104 jaar oud.
Op zondag 1 augustus 2021 hebben Heleen en Sander Sittig – kinderen van Aggie Sittig-Beem – en Margot Hovenkamp – dochter van Elly Hovenkamp-Beem een bezoek aan Zeist gebracht. Daar hebben ze kennis gemaakt met Sander van Rhijn, zoon van de onderduikgevers van Elly op Pauw van Wieldrechtlaan 24 en hebben ze de Pauw van Wieldrechtlaan en de locatie van het (inmiddels afgebroken) kindertehuis Zonneschijn bezocht.
Bronnen:
- Mededelingen van Sander van Rhijn, Heleen en Sander Sittig en Margot Hovenkamp
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Cornelia Miesje van der Tak’ en ‘Wilhelmina Hendrika van Munster’, ‘Louis Anton en Jeanette Helena Bouwmeester-Heukers’
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Siegfried Leo Louis en Helena Marianne Beem-Stibbe
- Zie de bewezen onderduikadressen Oranje Nassaulaan 71, Krullelaan 17 en Pauw van Wieldrechtlaan 24
- Zie het onbewezen adres Hortensialaan 47 voor de valse registratie van het echtpaar Beem-Stibbe
- jorge.home.xs4all.nl
- Jim Terlingen, ‘Schaduw over Zonneschijn’, Brave New Books, 2016
- spanjestrijders.nl, Hans Sittig
1. Pauw van Wieldrechtlaan 13
2. Agnes (ca 1938)
3. Hans Sittig
4. Identiteitsbewijs van Agnes in 1941
5. De valse persoonsregistratie van Agnes Beem in het Zeister bevolkingsregister
6. de Joodse Raadlkaart van vader Siegfried L.L. Beem in 1942
7. Agnes en Els (Leonore) aan het liften
8. Legitimatiekaart van Agnes Beem die werkzaam was als redactrice bij Het Algemeen Dagblad
9. Agnes met naar echtgenoot Hans Sittig na de oorlog
10. Agnes en echtgenoot Hans Sittig tijdens een uitsapje met de auto









