Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 552, 554 en 559-562)

In memoriam:

  • Celina Zurel-Roselaar (Amsterdam, 14 oktober 1883 – Zeist, 5 april 1944), bereikte de leeftijd van 60 jaar

Onderduikster:

  • dochter Roosje Zurel, ongehuwd, handwerkster (Amsterdam, 22 december 1907 – Amsterdam, 13 augustus 1988)

Bewoners (= onderduikgevers?):

  • Johan Michon, koopman bouwmaterialen (Utrecht, 17 april 1908), en
  • Hendrijntje Gijsberta Michon-van Barneveld (Veenendaal, 11 april 1908)

Een dochter (1940)

Onderduikers verkeerden in de grootst mogelijke onzekerheid over het lot van gedeporteerde familieleden. In combinatie met volslagen machteloosheid gedurende de hele onderduikperiode kon die onzekerheid uitgroeien tot onverdraaglijke wanhoop. Dat overkwam Celina Zurel-Roselaar op haar onderduikadres in Zeist. Zij was in 1933 weduwe geworden. Van haar twaalf kinderen waren er bij het aanbreken van de Duitse bezetting nog tien in leven. Het gezin van dochter Engeltje had in Zeist aan de Panweg gewoond, en later op Bergweg 66, hoek Berkenlaan. Dat was ongetwijfeld de reden waarom haar moeder een onderduikadres op Panweg 68 had gevonden. Op dat adres waren zij en haar ongehuwde dochter Roosje Zurel door Zeister gemeenteambtenaren geregistreerd onder hun eigen namen, maar met verder vervalste persoonsgegevens.

Op Pauw van Wieldrechtlaan 23 en 26 zaten Celina’s dochters Kitty (Kaatje) respectievelijk Sonja (Sara) Zurel ondergedoken. Net als Roosje Zurel overleefden zij de bezetting. In de nalatenschap van een illegaal werkster in Zeist bevond zich onder meer een briefje met adresgegevens van twee (waarschijnlijk) joodse kinderen.

Een van hen was Freddie Tingen, geboren in 1942 in Amsterdam. Voor dit jongetje stond het Amsterdamse adres genoteerd (Linneusparkweg 194), waar Celina’s gemengd gehuwde dochter Aaltje Tingen-Zurel woonde. Over een onderduik is echter nog niets bekend.

Het gezin van dochter/ zuster Engeltje Tierlier-Zurel was in 1942 gedeporteerd. Ze zouden bij buurtbewoners of vrienden gevraagd hebben of ze hen mochten onderduiken, maar dat zou geweigerd zijn. Al op 5 november werden Engeltje Tierlier-Zurel, haar twee zoontjes van 7 en 12 jaar en haar pleegdochtertje (dochtertje van een broer) van 12 jaar vermoord in Auschwitz. Echtgenoot Eliazar Tierlier moest eerst nog dwangarbeid verrichten. Aan zijn leven kwam op 16 februari 1943 een eind in het werkkamp Neukirch, nabij Breslau, waar hij begraven werd in een massagraf.

Op haar onderduikadres moet in april 1944 het besef doorgedrongen zijn tot Celina Zurel-Roselaar, dat haar vier gedeporteerde kinderen, hun vier partners en tien van haar kleinkinderen waarschijnlijk al vermoord waren. Haar wanhoop sloeg om in radeloosheid en op woensdag 5 april 1944 maakte ze een einde aan haar leven.

Citaat van het digitaal joods monument:

‘Celina Roselaar maakte op haar onderduikadres in Zeist een eind aan haar leven. Volgens de overlevering werd zij hysterisch toen ze besefte dat haar kinderen en kleinkinderen vermoord waren in de kampen.’

Toevoeging van een bezoeker van de website:

‘Op 4 oktober 1945 is door de ambtenaar van de burgerlijke stand in Zeist een akte van overlijden opgemaakt van Celina Roselaar, waarin staat dat zij zestig jaar oud was, zonder beroep, geboren en wonende te Amsterdam, weduwe van Benedictus Zurel en dochter van Salomon Joseph Roselaar en van Engeltje Elzas. Als overlijdensdatum wordt vermeld: ‘vijf april des vorigen jaars’. Dat betekent dat zij op 5 april 1944 is overleden.’

In de administratie van de algemene begraafplaats aan de Woudenbergseweg in Zeist staat dat Celina Zurel is begraven op 8 april 1944.

In het register van illegalen 1940-1945 bevindt zich een persoonskaart waarin staat dat Celina Roselaar een dochter was van Bertus Roselaar en Cornelia van den Slag en getrouwd te Amsterdam met Bart Zurel (overleden in 1939). Deze vervalste namen zijn vermoedelijk bedoeld als dekmantel. Celena Zurel-Roselaar woonde sinds 2 maart 1942 in Zeist aan de Panweg 68. Daar stond zij officieel niet ingeschreven. Dit was waarschijnlijk het adres waar zij kon onderduiken.*’

Tot en met 1943 hadden naar schatting van het Centraal Bureau voor de Statistiek 710 joodse Nederlanders een einde aan hun leven gemaakt. Het totale aantal, inclusief het aantal in de eerste naoorlogse jaren, is niet bekend. Die zelfdodingen zijn altijd een gevoelig onderwerp gebleven, maar herdenking mag daar niet langer omheen gaan.

De drie dochters in Zeist overleefden in onderduik, een van hun broers ook en een gemengd gehuwde zuster, maar veel familieleden waren vermoord. De kinderen van Celina Zurel-Roselaar, hun partners en haar kleinkinderen die voor 1 juli 1943 vermoord waren:

  • Engeltje Tierlier-Zurel (Amsterdam, 20 december 1902 – Auschwitz, 5 november 1942), bereikte de leeftijd van 39 jaar)
  • Echtgenote Eliazer Tierlier, koopman (Amsterdam, 31 augustus 1897 – Neukirch, 16 februari 1943), bereikte de leeftijd van 45 jaar
  • Zoontje Edo Max Tierlier (Amsterdam, 29 september 1930 – Auschwitz, 5 november 1942), bereikte de leeftijd van 12 jaar
  • Nico Benedictus Tierlier (Zeist, 18 januari 1935 – Auschwitz, 5 november 1942), bereikte de leeftijd van 7 jaar
  • Pleegdochter Martha Zurel (Haarlem, 27 oktober 1930 – Auschwitz, 5 november 1942), dochter uit het eerste huwelijk van Engeltjes broer Joachim Zurel, bereikte de leeftijd van 12 jaar
  • Mozes Zurel, lompensorteerder (Amsterdam, 15 november 1910 – Sobibor, 11 juni 1943), bereikte de leeftijd van 32 jaar
  • Echtgenote Kaatje Zurel-Dooseman (Amsterdam, 6 mei 1907 – Sobibor, 11 juni 1943), bereikte de leeftijd van 36 jaar
  • Zoontje Robert Zurel (Haarlem, 3 oktober 1936 – Sobibor, 11 juni 1943), bereikte de leeftijd van 6 jaar
  • Zoontje André Zurel (Amsterdam, 25 mei 1938 – Sobibor, 11 juni 1943), bereikte de leeftijd van 5 jaar
  • Joachim Zurel (Amsterdam, 15 juni 1901 – Midden-Europa, 30 april 1943), bereikte de leeftijd van 41 jaar
  • Echtgenote Catharina Zurel-de Vries (Amsterdam, 3 januari 1901 – Auschwitz, 31 augustus 1942), bereikte de leeftijd van 41 jaar
  • Zoon Benedictus Zurel, lompensorteerder (Haarlem, 10 juli 1925 – Midden-Europa, 30 april 1943), bereikte de leeftijd van 17 jaar
  • Zoontje Eliazar Zurel (Haarlem, 7 maart 1928 – Auschwitz, 31 augustus 1942), bereikte de leeftijd van 14 jaar
  • Zoontje Abraham Zurel (Haarlem, 10 mei 1929 – Auschwitz, 31 augustus 1942), bereikte de leeftijd van 13 jaar
  • (Stief)dochter Martha Zurel (zie het gezin Tierlier-Zurel)
  • Zoontje Joseph Zurel (Haarlem, 14 augustus 1938 – Auschwitz, 31 augustus 1942), bereikte de leeftijd van 4 jaar
  • Anna de Roos-Zurel (Amsterdam, 11 augustus 1906 – Auschwitz, 5 november 1942), bereikte de leeftijd van 36 jaar
  • Gabriel de Roos (Amsterdam, 9 april 1903 – Midden-Europa, 31 maart 1943), bereikte de leeftijd van 39 jaar
  • Zoontje Benedictus Alfred de Roos (Amsterdam, 1 oktober 1934 – Auschwitz, 5 november 1942), bereikte de leeftijd van 8 jaar

Bronnen:

  • Mededelingen van R.P.M. Rhoen
  • Gemeentearchief Zeist, 1906-1945, 1499-1500, register van illegalen, ‘Celine Zurel-Roselaar’ en ‘Roosje Zurel’
  • www.joodsmonument.nl, Kamp Neukirch, ‘Onder druk van de omstandigheden’, gezin Tierlier-Zurel plus Martha Zurel, Celine Zurel-Roselaar en nazaten
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Celina Zurel-Roselaar, Roosje Zurel en Aaltje Tingen-Zurel
  • Zie de bewezen onderduikadressen Pauw van Wieldrechtlaan 23 en 26

1. Panweg 86

2. De valse persoonsregistratie van Celina Zurel-Roselaar

3. De valse persoonsregistratie van Roosje Zurel

4. Briefje met gegevens van twee ondergedoekn kinderen

5. Martha Zurel, kleindochter van Celina Zurel-Roselaar en pleegdochter van Eliazer en Lien Tierlier-Zurel