Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Aangevuld ten opzichte van het Onderduikboek, pagina’s 464-468, met informatie over Martha en Siegfried van Coevorden-van Kleef)
Onderduikster:
- Marianne van Kleef, tijdens de bezetting ongehuwd en schoonheidsspecialiste van beroep (Den Haag, 2 september 1920 – Den Haag, 1 augustus 2013)
Onderduikgevers:
- Het echtpaar Adriaan van Hulzen, onderwijzer (Barneveld, 15 november 1907 – Zeist, 21 april 1998), en
- Adriana Wilhelmina van Hulzen-van Riet (Leiden, 12 mei 1905 – Zeist, 16 december 1991)
Tijdens de bezetting vier kinderen (1935, 1936, 1938, 1943)
Jannie van Kleef komt uit een warm joods gezin in Den Haag, dat, behalve haarzelf, uit de ouders en een oudere zus Martha bestaat. Haar ouders, Bernard en Sophia van Kleef-Hes, drijven een soort supermarkt in huishoudelijke artikelen, Van Kleef’s bazar. De klandizie is voornamelijk niet-joods. Haar vader is lid van de Vrijmetselaars en als enige van het gezin niet religieus. De huishouding wordt gedaan door de inwonende zuster van Bernard van Kleef, Roosje.
Na de MULO en een korte periode in de winkel van haar ouders begint Jannie van Kleef in 1939 een opleiding tot schoonheidsspecialiste.
Tijdens de bezetting begint ook voor het gezin Van Kleef-Hes een ondragelijke periode. Omdat het joodse mensen verboden is om te reizen, en haar verloofde in Arnhem woont, trouwen zus Martha van Kleef en Frits van Coevorden in maart 1942. Zo kunnen ze bij elkaar zijn in Arnhem. Het huwelijksdiner wordt met 25-30 mensen in Den Haag gehouden. Het zou de laatste keer zijn dat de familieleden elkaar zien. De pasgetrouwden duiken onder in Renkum. Vader Bernhard van Kleef raakt door deze ontwikkeling in een angstpsychose en moet opgenomen worden in een inrichting. Voor bezoek aan hem moeten Jannie en haar moeder meestal anderhalf uur heen en terug lopen, omdat ze maar een keer in de 2-3 weken een ontheffing kunnen krijgen om per tram en trein te mogen reizen.
Al die tijd is er grote angst voor deportatie, maar een arts werkt mee en doet voorkomen dat Jannie vanwege haar astma meewerkt aan een Duits medisch experiment. Ze wordt daarvoor voorlopig vrijgesteld en benut de tijd om onder te duiken in Renkum, bij de buren van de onderduikgevers van haar zuster en zwager. Moeder Sophia van Kleef-Hes en inwonende tante Roosje van Kleef kunnen niet aan deportatie ontkomen. Jannie van Kleef weet niet hoe het beiden vergaat.
Ze heeft in Renkum een prettig onderduikadres, ook omdat ze daar veel contact heeft met haar zuster. Het gaat een half jaar goed, maar intussen is Jannies vader er ook bij gekomen. Hij is nog zodanig in de war, dat het de onderduikgevers te veel wordt.
Waar haar vader blijft, is niet duidelijk – hij wordt op zeker moment ook opgepakt – maar Jannie van Kleef reist naar Amsterdam, met een grote hoed, blond haar en een vals persoonsbewijs. Dat is allemaal voor haar geregeld door onbekenden. In Amsterdam komt ze bij het gezin Meents, waar ze een behoorlijk onderduikadres heeft. Op zeker moment wordt er gebeld en staan er twee mannen met gleufhoeden voor de deur. Ze schrikt geweldig, maar beheerst zich en loopt langs de mannen de deur uit, met een vriendelijke groet, alsof ze een bezoekster is. Om de hoek slaat de paniek toe en begint ze te rennen.
Ze weet een kamer te huren voor korte tijd in een Duitsgezind pension, en komt daarna terecht op een nieuw onderduikadres. Daar wordt ze behandeld als personeel. Ze moet apart eten, keihard werken en wordt afgeknepen door de onderduikgeefster. De kinderen treiteren haar. Inmiddels is haar persoonsbewijs ongeldig geworden. De onderduikgeefster wil haar dan de straat opzetten, maar haar (aardige) echtgenoot belet dat. Bij controles moet ze wel voortaan de hele dag in de kelder zitten.
Al die tijd heeft ze contact gehouden met haar familie en zo weet ze dat haar vader ook opgepakt is en dat haar zuster Martha en zwager Frits van Coevorden-van Kleef naar Utrecht zijn gegaan, waar ze in een pension verblijven. Ze hebben begin 1943 een zoontje gekregen, dat ondergebracht is bij een gezin in Amsterdam.
Jannie van Kleef wil op advies van haar zuster naar Dieren, maar door bemiddeling van ene mevrouw Zanetti – weduwe Japikje Zanetti-van Achten die zelf op Eikenlaan 17 aangetrouwde familie van Jannie beschermt? – kan ze terecht op Panweg 47 (anno 2020: 63). Illegaal werkers brengen haar op haar verjaardag, 2 september 1943, naar het echtpaar Adriaan en Adriana van Hulzen-van Riet in Zeist.
Het gezin Van Hulzen-van Riet bestaat, behalve de ouders, uit een baby van negen maanden en drie kinderen van vier, vijf en zes jaar. Jannie van Kleef wordt in dit gezin opgenomen als ware ze een eigen kind.
Adriaan van Hulzen is onderwijzer aan de gereformeerde Ds. Adriaanse-school aan het Van Lennepplein. Hij en zijn echtgenote Adriana van Hulzen-van Riet beschouwen het als hun heilige plicht om ‘Gods volk’ bij te staan. Jannie van Kleef heeft last van astma, maar daar krijgt ze injecties voor. Ze ervaart de omgeving als rustgevend en voelt zich geborgen. Niets moet, maar ze helpt wel mee in de drukke huishouding. Ze komt alleen buiten in de tuin en bij bezoek moet ze naar boven. Dat laatste lukt niet altijd tijdig. Op een dag komt zoon Hans van Hulzen met een vriendje thuis en ziet dan Jannie op een stoel buiten aardappelschillen. De jonge Hans schrikt geweldig. Hij zegt ‘Dat is onze huishoudster.’ en weet niet hoe gauw hij zijn vriendje weg moet werken. Na een tijdje mag ze ook niet meer in de tuin komen, omdat de buren niet vertrouwd worden.
Er wordt op Panweg 47 aan tafel gebeden en voorgelezen uit de bijbel. Zo leert Jannie het nieuwe testament kennen en ze is geschokt als ze hoort dat de joden de dood van Jezus wensten. Ze hoeft niet mee naar de kerk. Beter gezegd, dat is te gevaarlijk. Er wordt niet geprobeerd haar te bekeren, maar ze overweegt zelf serieus om gereformeerd te worden. Dat besluit stelt ze uit tot na de bevrijding. Ze leest wel uit een boekje van de gereformeerde Zeister predikant en illegaal werker dominee Gerrit Lugtigheid, waarin overdenkingen staan voor elke dag.
Er is op zolder achter een schot een radio verborgen. De eerste keer dat Jannie van Kleef achter het schot naar die radio toe kruipt, om naar Radio Oranje te luisteren, schrikt ze van iets groens. Het is het groene ‘oog’ van de radio.
Zus Martha van Jannie van Kleef zit met haar echtgenoot nog steeds ergens in Utrecht ondergedoken, en Adriaan van Hulzen brengt daar ook bonnen naar toe. Zolang zij kan, draagt Jannie van Kleef wekelijks een klein bedrag bij aan de onkosten, maar als haar geld op is, maken de Van Hulzen’s daar geen punt van. Ook niet als de omstandigheden steeds moeilijker worden. In de zomer of het najaar van 1944 komen ook de moeder en zuster van Adriana van Hulzen-van Riet inwonen op Panweg 47, omdat hun woning Lorentzlaan 8 gevorderd is door de Duitsers. En dan komt de Hongerwinter. Adriaan van Hulzen haalt rogge in Kootwijkerbroek, waar hij vandaan komt, en Jannie maalt die rogge in de koffiemolen.
Jannie van Kleef blijft tot de bevrijding op Panweg 47. Op de feestelijke dag van de bevrijding roept Jannie: ‘Nou ga ik ze zoeken!’, doelend op zus Martha en zwager Frits. Dan vertelt Adriaan van Hulzen haar dat beiden ook gedeporteerd zijn.
Haar zus en zwager Van Coevorden-van Kleef waren op enig moment van Utrecht naar Nijmegen gegaan. Daar waren ze nog maar net in onderduik, bij architect H. Wijnacker op de Tooropstraat 8, toen ze op 5 mei 1944 na verraad opgepakt waren door de beruchte Nijmeegse politiemannen Verstappen, Wiebe en Hidskes.
In de onderduikwoning hadden de politiemannen bovendien een notitie gevonden, die had geleid tot arrestaties in Utrecht en Zeist. Zo hadden Hidskes en Wiebe op 7 mei 1944 Eikenlaan 17 een inval gedaan, waar ze een joodse onderduikster hadden gearresteerd. Op het adres hadden ook de zuster en zwager van Frits van Coevorden ondergedoken gezeten, Herta en Leo Beem-van Coevorden. Bij de overval hadden de mannen het nieuwe onderduikadres van het echtpaar Beem-van Coevorden achterhaald. Beiden werden ook opgehaald. Op station Utrecht waren beide onderduiksters in de drukte ontkomen, maar voor Leo Beem had de arrestatie fatale gevolgen. Hij werd op 19 mei 1944 gedeporteerd naar Auschwitz. Als zijn vermoedelijk overlijdensdatum staat 30 september 1944 (Midden-Europa) genoteerd.
Het echtpaar Van Coevorden-van Kleef was eveneens op 19 mei 1944 gedeporteerd naar Auschwitz, maar in tegenstelling tot Leo Beem werden zij als strafgevallen aangemerkt en daarom op straftransport gezet. (Niet dat het enig verschil zou maken.) Martha van Coevorden-van Kleef was op 1 februari 1945 vermoord in Auschwitz. Haar echtgenoot Frits was als gevangene tewerkgesteld in het Kommando Echterdinge, nabij concentratiekamp Natzweiler. Eind 1944 werden al deze tewerkgestelden overgebracht naar het vliegveld van Stuttgart. Daar is Frits van Coevorden in april 1945 omgekomen/omgebracht.
Na deze dramatische mededeling van Adriaan van Hulzen wordt de Bevrijdingsdag op slag een gitzwarte dag voor Jannie van Kleef.
‘Met wie moest mijn moeder de bevrijding vieren, toen zij terugkwam in het lege ouderlijk huis op het Paul Krugerplein in Den Haag?’, zal zoon Flip de Liema in 2020 tijdens de herdenking van de bevrijding van Auschwitz in Delft retorisch vragen.
Als Jannie naar de buren gaat om de sleutel te vragen, ziet ze in hun huis veel spullen van haar ouders. Het overkomt meer onderduikers en overlevenden van de concentratiekampen, als ze terugkeren naar huis, de confrontatie met ‘bewariërs’.
In 1945 en volgende jaren krijgt Jannie van Kleef bovendien te maken met een onvoorstelbaar botte gemeente Den Haag. Flip de Liema cynisch:
‘Gelukkig was de Nederlandse overheid mijn moeder niet vergeten. Haar vader kreeg veel aanmaningen voor diverse achterstallige belastingen, verhoogd met boetes. Toen mijn moeder uitlegde dat haar vader al in 1943 vermoord was, kreeg zij te horen dat zij het pand kon laten veilen als er niet genoeg geld was. Een jaar geleden heeft de gemeente Den Haag aangeboden de belasting op onroerende goederen terug te storten. Stomtoevallig bezat mijn zus in Jeruzalem documenten van de notaris waarin het onroerend goed van mijn moeders vader officieel omschreven werd. Deze stukken heb ik gekopieerd en opgestuurd. Alleen het betalingsbewijs van de onroerend goed belasting was verdwenen, dus vond de gemeente Den Haag in 2018 dat zij niet verplicht waren een vergoeding te geven. …’
Uiteindelijk blijkt Jannie’s hele familie vermoord te zijn, op een tante na. Met haar gaat ze in den Haag wonen, in een klein huis dat van NSB’ers is geweest. Helaas wonen er antisemieten in de buurt en de politie moet ze de eerste tijd beschermen.
Het echtpaar Van Hulzen-van Riet blijft haar zoveel als mogelijk helpen. Jannie trouwt later met de eveneens uit Den Haag afkomstige Sieg de Liema, die in Nederlands-Indië het Jappenkamp heeft overleefd.
Op 31 mei 1978 worden Adriaan en Adriana Wilhelmina van Hulzen-van Riet door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
Steven Spielberg maakt in 1996 een film over joodse Nederlanders. De film bevat ook interviews met Jannie van Kleef en haar voormalige onderduikgever Adriaan van Hulzen.
Het zoontje van Jannies zuster Martha is na de bevrijding geadopteerd door zijn tante Adina van Coevorden die in de kibboets Na’an in Israël woonde. Ernst van Coevorden heet na zijn adoptie Ephraim Kochba. Hij verneemt pas in november 2005 wat er met zijn vader Frits van Coevorden is gebeurd, nadat diens stoffelijk overschot gevonden is in een massagraf op het vliegveld van Stuttgart.
Op 4 september 2024 zijn door een comité van het Geheugen van Zeist en het Comité 4 en 5 mei Zeist gedenkstenen gelegd voor Adriaan en Adriana Wilhelmina van Hulzen-van Riet en Marianne van Kleef.
De naam Japikje Zanetti-van Achten is gefingeerd.
Bronnen:
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Adriaan en Adriana Wilhelmina van Hulzen-van Riet
- Interview op 9 april 1996 in Den Haag van Jet van Hasselt met Jannie de Liema-van Kleef in het kader ‘Survivors of the Shoah’ (DVD)
- Mededelingen van Hans van Hulzen
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Marianne van Kleef en van Martha en Siegfried van Coevorden-van Kleef
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen: (ongebruikte?) valse registratie van Siegfried van Coevorden op Lorentzlaan 26
- Zie het bewezen onderduikadres Eikenlaan 17, met informatie over de arrestatie van Martha en Frits van Coevorden-van Kleef in Nijmegen
- www.joodsmonument.nl, Bernard en Sophia van Kleef-Hes en Martha en Frits van Coevorden-van Kleef
- Toespraak Flip de Liema in het kader van de herdenking eind januari 2020 van de bevrijding van Auschwitz




