Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 143-145; aangevuld met informatie over de onderduikers)

De arrestaties op dit adres maken deel uit van een razzia op 28 en 29 november 1943 in Soest en Bosch en Duin:

  • Baarnseweg 37, Bosch en Duin

  • Veenzoom 10, Soest

  • Vossenlaan 8, Bosch en Duin

  • Paduaweg 8, Den Dolder

In memoriam:

  • Eliazar Monasch, juwelier (Gouda, 8 juli 1871 – Auschwitz, 28 januari 1944), bereikte de leeftijd van 72 jaar, en
  • echtgenote Gerzina Monasch-Gast (Groningen, 4 april 1878 – Auschwitz, 28 januari 1944), bereikte de leeftijd van 65 jaar
  • > Twee kinderen van het echtpaar overleefden de oorlog en twee niet
  • >
  • Flora Metzelaar-van Dam (Amsterdam, 21 november 1902 – Auschwitz, 11 februari 1944), bereikte de leeftijd van 41 jaar
  • dochter Rachel Sarah Metzelaar (Berchem-België, 13 november 1927 – Auschwitz, 11 februari 1944), bereikte de leeftijd van 16 jaar

Onderduikgevers:

  • Een gezin dat met C. aangeduid zal worden, ter bescherming van de belangen van de nabestaanden

Op de rampzalige maandag 29 november 1943 volgen arrestaties elkaar op in Bosch en Duin en omgeving. Na de arrestaties op Vossenlaan 27 rijden Bob Kling van de Sicherheitsdienst in Den Haag en zijn medewerker Sipke Vogelzang linea recta naar de Paduaweg in Den Dolder, het volgende adres in een keten van verraad.

Er zitten inderdaad – vanaf september – vier joodse onderduikers op Paduaweg 8. Het zal altijd de vraag blijven hoe Kling dat te weten is gekomen. Gesuggereerd zal later worden dat Zadok Werkendam, een gearresteerde joodse onderduiker op Vossenlaan 27 het adres genoemd zou hebben. Hij wist dat een onderduikster van Vossenlaan 27 naar Paduaweg 8 was gegaan, De onderduikers op Paduaweg 8 zijn hier door bemiddeling van Soestenaar B. gekomen (zie Baarnseweg 37). Het is dus mogelijk dat B. ook die informatie heeft prijsgegeven bij zijn verhoor, waarbij hij veel prijsgegeven heeft.

De onderduikers zijn de juwelier Eliazar Monasch, zijn echtgenote Sientje Monasch-Gast, Flora Metzelaar-van Dam en haar 16-jarige dochter Jenny (Rachel Sarah).

Het echtpaar Monasch-Gast is afkomstig uit Hilversum. Het echtpaar had voorheen in Rotterdam een juwelierszaak gehad, op Kipstraat 80. In die straat waren meerdere familieleden zakelijk actief geweest, zoals broer en buurman Pinas Monasch die een slagerij had gedreven op nummer 82.

Flora Metzelaar-van Dam, voorheen diamantsnijdster, had een vrijstelling van deportatie gehad als verzorgster van armlastigen bij het Gemeentelijk Bureau Sociale Zaken in Amsterdam. Haar echtgenoot Hillel – die een hartaandoening had – had daarmee ook zo’n voorlopige vrijstelling van deportatie. Beider dochter Jenny (Rachel Sara) had een vrijstelling vanwege haar leeftijd; zij was leerling aan de joodse ULO. Nadat de Sperren vervallen waren, is het gezin ondergedoken. Hillel Metzelaar blijkbaar apart. Hij is echter gearresteerd en op 18 september 1943 geïnterneerd in strafbarak 67 van Kamp Westerbork. Zijn echtgenote staat op Weinreb-lijst I, maar heeft daar blijkbaar niet op vertrouwd.

Op die ochtend laat Kling de vrachtauto vlak bij de woning stoppen. De inzittenden stappen uit en Kling geeft Jerina Hilgers – de onderduikgeefster die hij daarvoor op Vossenlaan 27 heeft gearresteerd – een arm: ‘Ik doe net of ik je zoon ben, dan wekt het geen argwaan, maar denk er om dat je geen voet verkeerd zet, want achter loopt er een met een revolver.’ Ze moet bij het huis vragen naar de bewoner en of die joodse onderduikers verbergt. Er staat een jongen in de tuin en Jerina Hilgers noemt hem expres met een verkeerde achternaam. Zoals ze beoogd heeft, zegt de jongen dat ze dan bij het verkeerde adres zijn, maar Kling laat zich niet misleiden. Hij stapt de achterdeur binnen, waarbij hij de dochter des huizes aan de kant duwt. ‘Zijn er joden in huis?’ ‘Man, je bent gek’, reageert de onderduikgeefster. Maar Vogelzang is al door een andere deur naar binnen gekomen en de onderduikers zitten in de val. Ze worden gearresteerd.

Kling laat Jerina Hilgers vrij, verhoort zijn arrestanten en eist dat ze hun bezittingen op tafel leggen. De SD’er is de hele nacht in de weer geweest en raakt steeds opgefokter. Als de 72-jarige Eliazar Monasch zijn bevel niet snel genoeg opvolgt, wordt hij onder hevig gevloek verschillende keren gestompt en geslagen. Aan de onderduikgeefster vraagt Kling nieuwe adressen, maar ze zegt niets te weten en moet dan mee. Daartegen protesteert haar 23-jarige dochter die in plaats van haar moeder meegaat.

Om 13.00 uur die middag brengen Klink en Vogelzang hun arrestanten op het Zeister politiebureau. Daar zitten dan al sinds de vorige avond acht joodse onderduikers, onderduikgever B. en een man die voor distributiebescheiden had gezorgd (Marcus Onderdelinden). Daar komen nu acht joodse onderduikers bij plus de dochter van de onderduikgevers op Paduaweg 8.

’s Avonds worden de in totaal 23 andere arrestanten in Zeist met een autobus afgehaald door jodenjager wachtmeester Henk Westerdijk van de Sicherheitsdienst in Den Haag en een medewerker van de Sicherheitspolizei in Utrecht. Twee Zeister politiemannen moeten ter begeleiding mee tot Utrecht, en vandaar gaan de SD’er en de Sipo-medewerker met hun arrestanten per trein naar Den Haag. De Sicherheitsdienst Den Haag is telefonisch verzocht om het gezelschap op het station af te halen met een of twee vrachtauto’s en 8-10 politiemannen ter assistentie.

De dochter van de onderduikgevers op Paduaweg 8 moest drie uur na de arrestatie met de SDer Kling mee naar Den Haag*.* De jonge vrouw heeft zich daar urenlang staande gehouden, maar ze is net flink ziek geweest en is niet bestand tegen de verhoren. Op zeker moment is ze gebroken en heeft ze bekend dat ze nog een onderduikadres in Bilthoven weet. Dat heeft ze van een illegale werker aldaar vernomen. Ze moet het adres op 30 november aanwijzen. Om de bewoners te waarschuwen, laat ze Kling en collega’s een paar keer heen en weer rijden in de straat, voordat ze zich het precieze adres weer ’herinnert’. De bewoners van het pand zijn niet thuis, maar de deur wordt opengebroken en drie of vier joodse onderduikers worden gearresteerd. De jonge vrouw van Paduaweg 8 houdt hier een groot schuldgevoel aan over, zoals ze later zal verklaren.

Onderduikgever B. uit Soest wordt overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen en vervolgens naar Kamp Vught. Van daaruit komt hij in verschillende concentratiekampen terecht, het laatst in Landshut in Beieren, een Aussenlager van het concentratiekamp Dachau. Na 1 mei 1945 – hij lijkt dan nog redelijk gezond – wordt hij nooit meer gezien.

Zelfs Bob Kling zal zich bij de verhoren na de bevrijding verbaasd tonen over deze gang van zaken. B. had goed meegewerkt en had dus weer vrij moeten komen volgens Kling.

De vier arrestanten van Paduaweg 8 worden op 7 december 1943 ondergebracht in strafbarak 67 van Kamp Westerbork.

Eliazar en Sientje Monasch-Gast worden van daaruit op 25 januari 1944 op straftransport gesteld en meteen na aankomst op 28 januari vermoord in Auschwitz.

Flora Metzelaar-van Dam en haar dochter Jenny worden op 8 februari 1944 gedeporteerd naar Auschwitz en daar meteen na aankomst op 11 februari vermoord. Echtgenoot en vader Hillel Metzelaar is daar al op 24 september 1943 omgebracht.

Wie de in Bilthoven gearresteerde onderduikers waren, en wat hun lot was, is nog niet bekend en kon dus nog niet onderzocht worden.

Of met hun arrestaties de keten van verraad Baarnseweg 37-Soest-Vossenlaan 27-Paduaweg 8-Bilthoven eindigt, is daarom niet bekend.

Deze onderduikgeschiedenis krijgt in 2019 nog een vervolg. Oud-Tweede kamerlid Jacques Monasch uit Sneek wordt getipt dat er een horloge zal worden geveild, met de inscriptie

L.E. Monasch

Kipstraat 80

Rotterdam

Monasch koopt het horloge en in verschillende perspublicaties wordt gesteld dat dit het horloge is van de in Auschwitz vermoorde Eliazar Monasch. Dat is echter niet juist. Het horloge is van diens vader Levie Eliazar Monasch die de juwelierszaak op Kipstraat 80 was begonnen, en in 1907 overleed, waarna zijn weduwe en zoon Eliazar de zaak overnamen.

Bronnen:

  • Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummers 63998 en 102673-3091/IV/’45), J.F. Kling
  • Zie de bewezen onderduikadressen Baarnseweg 37 en Vossenlaan 47 voor de beide voorafgaande arrestatie-acties
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Eliazar en Sientje Monasch-Gast, Flora Metzelaar-van Dam en dochter Rachel Sarah Metzelaar
  • Digitaal joods monument, Eliazar en Sientje Monasch-Gast en het gezin Hillel, Flora en Rachel Sarah Metzelaar-van Dam en dochter Jenny Metzelaar
  • www.omropfryslan.nl, ‘Jacques Monasch vindt horloge van in Auschwitz omgebracht familielid’
  • www.joodserfgoedrotterdam.nl, Levie Monasch en Aaltje Kiek

1. De Paduaweg in Den Dolder in vroeger tijden

2. Het echtpaar Hillel en Flora Metzelaar-van Dam (Felix-archief)

3. De advertentie in het Centraal Blad voor Israeilieten in Nederland van 26 augustus 1898, waarmee Sientje Gast en Eliazar Monach hun verloving bekend maken

4. Een wensadvertentie van het echtpaar Monasch-Gast in het Nieuw Israelitiesch Weekblad van 20 september 1933

5. De juwelierszaak van het echtpaar Monasch-Gast in de Kipstraat in Rotterdam

6. In 2019 duikt het horloge van Levie Eliazar Monasch op een veiling op