Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 52-55)

In memoriam (niet op dit adres gearresteerd):

  • Eva van den Wijngaart-Woudhuijsen (Amsterdam, 4 juli 1891 – Auschwitz, 22 oktober 1942), bereikte de leeftijd van 51 jaar

In memoriam (niet op dit adres gearresteerd):

  • Levie Hartog Lever, winkelier (Utrecht, 9 oktober 1874 – Auschwitz, 19 februari 1943)
  • echtgenote Floortje Lever-Woudhuijsen (Amsterdam, 6 december 1885 – Auschwitz, 19 februari 1943), bereikte de leeftijd van 57 jaar
  • zoon Hartog Levie Lever, ongehuwd (Utrecht, 4 september 1915 – Sobibor, 9 april 1943), bereikte de leeftijd van 27 jaar
  • dochter Judith Lever, ongehuwd (Amsterdam, 22 januari 1912 – Auschwitz, 19 februari 1943), bereikte de leeftijd van 31 jaar

Onderduikgever (gearresteerd en bestraft):

  • Jacobus de Blom, elektricien, houder van een Winkel van Sinkel (Rotterdam, 5 oktober 1886 – Zeist, 8 mei 1965) en

Onderduikgeefster:

  • Echtgenote Antje Cornelia de Blom-van Gammeren (Overschie, 15 september 1888 – 1970)

Kinderen (1921, 1926 en 1928)

Levie Lever is de eigenaar van ‘Het Lampekappenhuis’ op Amsterdamstraatweg 68 in Utrecht. Zelf wonen zijn echtgenote en hij met twee inwonende kinderen op Biltstraat 20b. Als hij zijn winkel moet opgeven van de bezetter, maakt hij afspraken met zijn winkeljuffrouw die de zaak voorlopig zal voortzetten.

Het echtpaar Levie en Floortje Lever-Woudhuijsen krijgt een oproep, en meldt zich. Na tien dagen krijgen ze toestemming om zaken te regelen, mits ze de volgende dag terugkeren. Dat zijn ze niet van plan. Al in 1940 heeft hij zekerheidshalve een geldkist in bewaring gegeven bij een buurman en nu geeft hij bij andere buren in de Biltstraat goederen in bewaring en ook bij de boekhouder een geldkist.

Met zijn echtgenote en inwonende zoon en dochter mag hij onderduiken bij Floortjes zuster en haar niet-joodse echtgenoot in Hilversum, het echtpaar Van den Wijngaart-Woudhuijsen, op Marconistraat 154. Hun zwager helpt hen ook door in Utrecht benodigdheden op te halen. Dat blijkt gevaarlijk.

Op 19 september krijgt hun boekhouder Peter de Graaf bezoek van de jodenjagers Nico de Jong en Willem Arendsen van de Controle Centrale. Die spreken hem aan op joodse visite na acht uur ’s avonds en willen van hem weten waar het gezin Lever-Woudhuijsen zich in Hilversum bevindt. De Graaf redt zich er uit, maar brengt het ondergedoken gezin de volgende dag per rijtuig zelf van Hilversum naar Austerlitz.

De mannen van de Controle Centrale achterhalen het onderduikadres in Hilversum toch, door verraad. De gevolgen voor het echtpaar Frans en Eva van den Wijngaart-Woudhuijsen zijn dramatisch. Op 8 oktober 1942 worden ze gearresteerd. Frans van den Wijngaart zit twee maanden gevangen in het Huis van Bewaring aan de Weteringsschans, alvorens hij achtereenvolgens twee maanden naar Kamp Vught en twee maanden naar Kamp Amersfoort zal moeten. Zijn echtgenote Eva wordt op 14 oktober overgebracht naar Kamp Westerbork en vijf dagen daarna naar Auschwitz. Daar wordt ze op de dag van aankomst vermoord.

Zo straft de bezetter het beschermen van het gezin van een (schoon)zuster.

In de tussentijd probeert dat gezin het vege lijf te redden. ‘Ome Ko’ de Blom, die in Austerlitz een bekende Winkel van Sinkel drijft, heeft zich bereid verklaard om joodse onderduikers op te nemen en hij krijgt het gezin in huis. Het duurt maar acht dagen, want begin oktober komt iemand uit Utrecht op een zondag vertellen dat helper Peter de Graaf in Utrecht gearresteerd is. Bij de huiszoeking zijn goederen van het gezin Lever-Woudhuijsen aangetroffen, waaronder een kistje met zilvergeld.

Er lijkt opnieuw verraad in het spel en de joodse onderduikers moeten met spoed weg van Oude Postweg 50. Ze gaan naar Rotterdam, waar ze terecht kunnen bij de moeder en zuster van ‘Ome Ko’s’ inwonende schoondochter. Daar blijkt het ook niet veilig, zodat ze drie dagen later terugkeren op Oude Postweg 50, om weer enkele dagen later naar Utrecht te vertrekken.

Verraad achtervolgt het gezin dat zich nu opsplitst. Levie Lever duikt onder in een ziekenhuis in Utrecht. Waar zijn zoon Harry onderduikt, is niet bekend, maar Floortje Lever-Woudhuijsen en haar dochter Jet gaan naar de Leo XIII-straat in Zuilen. Het gezin laat een paar koffers in bewaring bij ‘Ome Ko’ en diens echtgenote.

Op 8 oktober 1942 komen twee onbekend gebleven rechercheurs naar Austerlitz om ‘Ome Ko’ de Blom te arresteren. Ze blijken van de hoed en de rand te weten, bijvoorbeeld dat er twee opklapbedden zijn en dat er een paar koffers van de onderduikers achtergebleven zijn. In Utrecht wordt de onderduikgever verhoord door de politiemannen Nico de Jong en Cornelis van Tricht. Ontkennen baat niet, zeker als hij geconfronteerd wordt met de winkeljuffrouw van ‘Het lampekappenhuis’ die hem zegt te herkennen als iemand die een keer voor overleg in de zaak is geweest.

De koffers worden in beslag genomen en ‘Ome Ko’ de Blom wordt ingesloten in het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam en vervolgens via Kamp Amersfoort overgebracht naar Kamp Vught. Na vijf maanden keert hij terug naar Austerlitz. Op 28 december 1945 zal hij zijn bekende Winkel van Sinkel heropenen.

In Utrecht is het dan al fout gelopen met het opgejaagde gezin Lever-Woudhuijsen. Moeder en dochter worden gearresteerd. Harry, die op bezoek is, ziet kans te vluchten, maar zal uiteindelijk ook gearresteerd worden evenals vader Levie.

Inmiddels is dan een onderzoek gestart naar de winkeljuffrouw van ‘Het lampekappenhuis’. Ze wordt er van verdacht goederen van het gezin Lever-Woudhuijsen te hebben ontvreemd – ze heeft bijvoorbeeld sjieke kleding van Jet Lever gedragen – en verraad te hebben gepleegd. Ook zou ze de adressen hebben doorgegeven, waar geld en goederen van het gezin van haar patroon te vinden zijn. (Alles was in beslag genomen.) Het is lastig te bewijzen.

Levie en Floortje Lever-Woudhuijsen en dochter Jet Lever worden op 19 februari 1943 vermoord in Auschwitz. Harry Lever wordt op 9 april 1943 vermoord in Sobibor.

In oktober 2025 heeft het Geheugen van Zeist een gedenksteentje laten leggen voor de onderduikgevers De Blom-van Gammeren.

Bronnen:

  • Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummer 379 I-III, J. Smorenburg
  • In de rapportenboeken van de gemeentepolitie Zeist is geen informatie gevonden over de arrestatie van de onderduikgever in Austerlitz
  • ‘De Prikkel’, Nieuwsbrief van de Vereniging Austerlitz Belang, oktober 2010, jaargang 42, nummer 4, vermelding Winkel van Sinkel van ‘Ome Ko’ de Blom

1. Oude Postweg 102 (rechts)

2. Levie Hartog Lever

3. Zwart gedenksteentje gelegd door Het Geheugen van Zeist in oktober 2025 op Oude Postweg 102