Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 451-457)

Onderduikers:

  • Wilhelmina Clara Hartogs, ongehuwd, medewerker kinderpolitie Rotterdam (Rotterdam, 7 juli 1901 – Driebergen, 11 juli 1957)
  • Emile Francesco Moresco, gescheiden, advocaat (Buitenzorg – Nederlands Indië, 21 juni 1897 – Alassio – Italië, 24 juli 1986)
  • Robert Gerhard Hermann Steinberg, koopman in papierwaren (Bielefeld, 9 maart 1901 – Chiavari-Italië, 20 oktober 1994)
  • Joodse onderduikster Jetty (later via Cyprus naar Israël gegaan). Geen nadere gegevens bekend
  • Joodse onderduiker. Geen nadere gegevens bekend

Onderduikgevers:

  • Rauwerdink, Hendrik Jan, kleermaker (Winterswijk, 7 mei 1912 – Zeist, 30 mei 1991), kleermaker, en
  • Johanna Martje Rauwerdink-van Sonderen (Zeist, 17 november 1916 – Zeist, 12 juni 2012)

Tijdens de bezetting geen kinderen

Medio 1942 vraagt de onderwijzer Jaap van Sonderen aan zijn zwager en zuster Henk en Jo Rauwerdink-van Sonderen, of zij bereid zijn om joodse onderduikers op te nemen. Het echtpaar bewoont na hun huwelijk in juli 1941 de eerste verdieping van Oude Arnhemseweg 271 en is daarmee niet al te ruim behuisd. Maar er zijn nog geen kinderen en daarom tonen ze zich bereid. Van die bereidheid zal vaker gebruik gemaakt worden.

Er is nog geen goede schuilplaats, maar Henk Rauwerdink zal in september 1944 zijn kleermakerstafel in stukken zagen en een kleine kast onder de trap naar de zolder maken, die gecamoufleerd wordt met koffers. Maar normaliter verblijven de onderduikers in de woonkamer van de kleine verdieping. Via het illegale werk krijgt het echtpaar Rauwerdink-van Sonderen een vergoeding en extra bonkaarten.

In welke volgorde de onderduikers komen, is niet duidelijk. Waarschijnlijk is de eerste Mien Hartogs. Ze heeft haar baan bij de kinderpolitie in Rotterdam moeten opgeven vanwege haar joodse komaf. Dat ze in Zeist onderduikt, heeft ongetwijfeld ook te maken met het feit dat haar stiefmoeder Reintje Hartogs-Soesman daar woont. Hoelang Mien Hartogs op Oude Arnhemseweg 271 blijft, is niet bekend.

Een tweede onderduikster op Oude Arnhemseweg 271 is de joodse Jetty. Verdere gegevens over haar zijn niet bekend. Dat geldt ook voor een joodse man die zijn echtgenote en kinderen erg mist. Henk en Jo Rauwerdink-van Sonderen zien dat hun onderduiker vaak naar de foto van zijn gezin zit te staren. Hij vraagt zich telkens weer af of hij ze ooit terug zal zien. Op een gegeven moment verdraagt hij de scheiding van zijn vrouw en zijn kinderen niet langer en zoekt hij zijn echtgenote op. Na de bevrijding zal bekend worden dat de man en zijn echtgenote tijdens een wandeling zijn opgepakt. Ze zijn gedeporteerd en niet meer teruggekomen.

Henk en Jo Rauwerdink-van Sonderen geven zelfs een tijdje onderduik aan een Duitse soldaat. De man is gedeserteerd en heeft zijn geweer afgegeven aan illegale werkers die hem vervolgens hebben ondergebracht op Oude Arnhemseweg 271. Als de onderduikgevers op een dag thuis komen, zit er een wildvreemde vrouw bij deze soldaat. Het blijkt zijn vriendin te zijn. In verband met de veiligheid van het echtpaar Rauwerdink-van Sonderen wordt de onderduiker meteen weggehaald.

De volgende twee onderduikers die achtereenvolgens bij Henk en Jo Rauwerdink-van Sonderen worden ondergebracht, zijn beiden op Dolle Dinsdag 5 september 1944 ontsnapt uit gevangenschap bij de Sicherheitsdienst in het Lyceumkwartier.

Eerst zal Emile Francesco Moresco komen, een gerenommeerde advocaat van Portugees joodse afkomst, wiens optreden tijdens de bezetting later als moedig zal worden gekwalificeerd. Hij is geïnterneerd geweest in Kasteel De Schaffelaar in Barneveld en later doorgestuurd naar Kamp Westerbork. Daar zijn Moresco en zijn vader in conflict gekomen met kampcommandant Gemmeker, waarna ze in de strafbarak zijn ingesloten.

Op de verjaardag van Hitler, 20 april 1944, hebben ze gratie gekregen, waarna Moresco senior naar Theresienstadt is gestuurd en zijn zoon in juni 1944 tewerkgesteld is bij de Sicherheitsdienst in Zeist. Met andere joodse dwangarbeiders heeft hij vanaf de zomer van 1944 villa’s moeten inrichten voor SD-kopstukken. Op ‘Dolle dinsdag’ heerst er complete wanorde in het Lyceumkwartier. Niemand let meer op de dwangarbeiders en een aantal loopt gewoon weg. Samen met zes andere mannen doet Emile Moresco dat ook.

Een kennis in Zeist, zuster Annie Dörr, die vlakbij op Professor Lorentzlaan 36 woont, brengt hem in contact met illegale werkers – onder meer een jonge dominee – die zorgen dat hij de drie opeenvolgende nachten telkens een andere verblijfsadres heeft, het laatst bij het gezin Drooger-Veeter op Bilderdijklaan 29. Een dag later wordt hij naar het echtpaar Rauwerdink-van Sonderen gebracht. Daar zal hij blijven van september 1944 tot januari 1945, onder een valse identiteit op de achternaam ‘Schipper’.

Emile Moresco doodt de tijd onder meer door te tekenen. Hij tekent de ruimte waarin hij verblijft en portretteert zijn onderduikgevers.

In die tijd wordt hij door Henk Rauwerdink nog voor een korte tijd overgebracht naar het echtpaar Inden-Reiss op Baarnseweg 36 in Bosch en Duin. Dat gebeurt in oktober 1944, omdat er een grote razzia op komst is. De tocht naar de Baarnseweg wordt ondernomen op twee fietsen. De Baarnseweg is erg donker door de verduistering en Emile Moresco is nachtblind. Henk Rauwerdink moet hem daarom leiden op die gevaarlijke tocht, maar kan in het donker niet meer zien waar Baarnseweg 36 is. Hij besluit het te vragen bij een woning in de buurt. Als hij daar aanbelt, wordt de deur tot zijn grote schrik opengedaan door een man in een NSB-uniform, maar die wijst hem vriendelijk het juiste adres. Daar blijven ze vijf dagen, tot de razzia voorbij is.

De volgende razzia overvalt ze. Emile Moresco kruipt in de schuilplaats, terwijl Henk Rauwerdink hals over kop het huis uitvlucht en onderduikt bij het gezin Drooger-Veeter op Bilderdijklaan 29. Tijdens de razzia wordt de gehele woning onderzocht. Jo Rauwerdink-van Sonderen weet het hoofd koel te houden, terwijl ze onder schot wordt gehouden door een Duitser met een geweer. Ze houdt vol dat er geen mannen in huis zijn. De hoofdbewoner van Oude Arnhemseweg 271 ligt ziek op bed op zolder en wordt door de Duitsers gesommeerd om zich aan te kleden. Hij moet naar buiten komen, maar besluit dat bevel te negeren en gaat doodgemoedereerd weer in bed liggen, waarna hij ongemoeid wordt gelaten. Als de razzia voorbij is, heeft Emile Moresco urenlang in de kleine ruimte onder de trap gezeten. Als het weer veilig is, is hij totaal verstijfd van de spierpijn en kramp, en moet hij uit de schuilplaats worden geholpen. Hij heeft de Duitsers de trap, een paar centimeters van zich af, de zolder op horen gaan.

Het verblijf van Moresco overlapt enigszins met dat van een oude vriend van hem, Rob Steinberg, een protestants gedoopte joodse Duitser. Steinberg is in 1935 vanuit Duitsland naar Nederland gekomen. In 1943 is hij met zijn gezin opgepakt, maar weer vrijgelaten. In 1944 is het gezin opnieuw opgepakt en naar Kamp Westerbork overgebracht. Vervolgens is ook hij tewerkgesteld voor de Sicherheitsdienst in het Lyceumkwartier. Na zijn ontsnapping komt hij via andere onderduikadressen in januari 1945 op Oude Arnhemseweg 271 terecht. Daar zal hij blijven tot aan de bevrijding.

De onderduik legt in de Hongerwinter van 1944/1945 extra druk op onderduikgevers. Jo Rauwerdink-van Sonderen onderneemt dan een aantal (honger)tochten naar het Oosten van het land om aan voedsel te komen, samen met een vrouwelijk kennis. ‘Levensgevaarlijke tochten per gammele fiets naar Friesland’, zoals Rob Steinberg ze later zal beschrijven. Henk Rauwerdink had nog stof over en heeft daar petten van gemaakt. Die petten worden door zijn echtgenote geruild voor voedsel, vooral voor graan en eieren.

Henk Rauwerdink laat het niet bij het bieden van onderduik. Hij brengt ook ‘illegale’ bladen rond, zoals ‘De Baanbreker’, ‘Trouw’ en ‘Vrij Nederland’. Zelf helpt hij om dergelijke ‘illegale’ circulaires te drukken bij de firma Winkelman aan de Jagerlaan te Zeist.

Illegale relaties van het echtpaar Rauwerdink-van Sonderen zijn de onderwijzer Lambertus Brons, het echtpaar Inden-Reis, Johan Scheps, de student Cor Drooger junior, de onderwijzer A.J. van Weel en Former van der Ploeg geweest. Allen politiek gelijkgezinden, van de SDAP.

Een uitzondering is de relatie met de prominente illegale werker Kees Kirpensteijn die op Krullelaan 17 een doorgangshuis voor joodse onderduikers onderhoudt.

Henk Rauwerdink wordt onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis, maar betaalt een hoge prijs voor het illegale werk dat hij en zijn echtgenote hebben verricht. De spanningen uit de oorlogsjaren hebben zijn gezondheid ernstig aangetast. Op 62-jarige leeftijd krijgt hij een hartaanval en kan hij niet langer zijn vak als zelfstandig kleermaker uitoefenen, Het echtpaar Rauwerdink-van Sonderen leeft dan verder op een verzetspensioen dat ze wordt toegekend door de Stichting 1940-1945.

Met de voormalige onderduikers blijft contact. Zo bezoeken de onderduikgevers en hun kinderen Emile Francesco Moresco verschillende keren, nadat die zich later in Italië heeft gevestigd. Jetty wordt in Israël bezocht door Henk en Jo Rauwerdink-van Sonderen. Ze stuurt nog een kist met sinaasappelen.

Bronnen:

  • Documenten (onder meer correspondentie met Emile Moresco en Rob Steinberg) en mededelingen van Henk Rauwerdink
  • Zie het bewezen onderduikadres Van Stolberglaan 4, het adres van onderduikgevers Jacob Johan en Maria Wilhelmina van Sonderen-van den Brink
  • Zie het bewezen onderduikadres Willem de Zwijgerlaan 10, voor de onderduik en arrestatie van Reintje Hartogs-Soesman
  • Joggli Meihuizen, ‘Smalle Marges, De Nederlandse advocatuur in de Tweede Wereldoorlog’, Boom, 2010 (‘Het moedige optreden van de Moresco’s en B.P. Gomperts’), vanaf 257
  • Anna Cornelia Dörr, ongehuwd, hoofdverpleegster in het Zeister ziekenhuis (Amsterdam, 23 november 1887) was mogelijk een kennis van Emile Moresco uit Den Haag
  • Zie het bewezen onderduikadres Baarnseweg 36 (echtpaar Theo en Dirkje Inden-Reiss)
  • www.geni.com/projects, Verzetsherdenkingskruis O t/m R, Hendrik Jan Rauwerdink

1. Oude Arnhemseweg 271

2. Het burgelijk huwelijk van Henk en Jo van Sonderen

3. De krappe schuilplaats voor noodsituaties onder de trap

3.a De schuilplek met gesloten deurtje

4. Op de cover van het boek van Joggli Meihuizen staan vader en zoon Moresco

5. Henk Rauwerdink, getekend door Emile Moresco

6. Jo Rauwerdink-van Sonderen, getekend door Emile Moresco

7. Brief van Rob Steinberg aan zijn voormalige onderduikgevers

8. Jo Rauwerdink-van Sonderen en haar kinderen op bezoek bij de voormalige onderduikster Clara Hartogs

9. Emile Moresco op oudere leeftijd