Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(zie het Onderduikboek, pagina’s 444-447)
Onderduikers:
- Benjamin van der Hoek, leraar (Hilversum, 8 juli 1913 – River Forest, Illinois-Verenigde Staten, 28 maart 2000)
- echtgenote Fernande van der Hoek-van Dam (Amersfoort, 24 maart 1917 – River Forest, Illinois-Verenigde Staten, 24 februari 2016)
- zoontje Jehoedi (Hilversum, 1 januari 1941)
Onderduikgevers:
- Jacob Willem Verheul, houder kapsalon (Papendrecht, 20 oktober 1915 – Zeist, 19 juni 2010), en
- echtgenote Adriana Verheul-de Groot (Sliedrecht, 3 oktober 1915 – Zeist, 3 september 2016)
Tijdens de bezetting een dochter (1941)
Op 25 mei 1943 bezoekt het in Hilversum woonachtige joodse echtpaar Ben en Ferdi van der Hoek-van Dam, Toon van de Kamp in Zeist. Toon is daar een prominent illegaal werker – hij is in het vorige najaar ook betrokken geweest bij de oprichting van de plaatselijke LO-afdeling. Ze komen met de vraag of hij ze aan een onderduikadres kan helpen. Ben van der Hoek, leraar van beroep, heeft ongeveer een jaar eerder via een collega al kennisgemaakt met Van de Kamp.
Die vraagt aan het echtpaar Verheul-de Groot – overburen aan de Oude Arnhemseweg – of zij voor twee weken een joods echtpaar met hun baby’tje in huis willen nemen. Dat willen ze wel. Zelf hebben ze een dochtertje. Na een overnachting bij het gezin Van de Kamp-Woudenberg, op Oud Arnhemseweg 160, kunnen Ben, Ferdi en kleine Jehoedi naar nummer 157 aan de overkant.
Adrie en Jaap Verheul-de Groot drijven op de benedenverdieping van hun eenvoudige tussenwoning een kap- en schoonheidssalon, met de entree aan de voorkant, terwijl zij zelf op de eerste verdieping wonen. Op de bovenverdieping wordt van twee slaapkamers aan de voorkant een huiskamer gemaakt. Ben en Ferdi van der Hoek-van Dam kunnen de straat vanuit hun verblijf goed overzien. Naar buiten kunnen ze alleen af en toe in de avond. Het joodse echtpaar levert een bijdrage in de kosten.
Benjamin en Fernande van der Hoek-van Dam worden vals geregistreerd in het bevolkingsregister van Zeist, onder de namen ‘Bernardus Fredericus Dassen en Francisca Dassen-van Dijk’. Ze zouden vanuit Maastricht via Den Haag in januari 1942 naar Zeist zijn gekomen.
Het echtpaar Verheul-de Groot is door hun christelijke geloof sterk gemotiveerd om het joodse gezin te helpen, maar het is een hele opgave om in een eenvoudige woning een kapperszaak, een gezin èn onderduikers te herbergen. Aangezien er tijdens de openingsuren van de salon mensen in en uit lopen, kleeft er aan het onderduik geven extra risico. Alleen enkele betrouwbare vrienden worden ingewijd over de situatie, dat kan niet anders.
Toch zullen de twee weken twee en halfjaar worden. Helaas al betrekkelijk gauw zonder Jehoedi.
In de zomer van 1942 vluchten Ben en Ferdi bij een razzia het dak op met Jehoedi. Tot hun onuitsprekelijke geluk geeft de baby geen kik. Na deze hachelijke ervaring besluit Ben dat geluk niet te tarten. Jehoedi – die de duiknaam ‘Fritsje’ heeft gekregen – wordt ondergebracht aan de overkant, bij Toon en Mien van de Kamp-Woudenberg. In de loop van 1943 zal hij naar een adres buiten Zeist worden gebracht. Dat is een hard gelag voor zijn ouders.
Het zijn zware tijden, vooral voor de onderduikers maar ook hun helpers ondervinden spanningen van de situatie. Toch wordt op 5 december 1943 Sinterklaas gevierd bij Toon en Mien van de Kamp-Woudenberg. Behalve henzelf zijn Frank en Annie Verduijn-van Snippenberg – Verduijn is lid van de Zeister knokploeg – Jaap en Adrie Verheul-de Groot en Ben en Ferdi van der Hoek-van Dam. Ferdi heeft een Sinterklaasgedicht gemaakt:
‘Nu ga ik besluiten dit fraaie couplet
waar ieder aan de beurt is gekomen
Ik vraag u pardon, o edel sextet
dat ik u zo hekelen zou, kon u niet dromen
doch genoeg hier van nu, de wereld draait verder
Laat ons eindigen met een bede
Moge ons schenken de Eeuwige Herder
een goede voorspoedige vrede’
Ferdi mist haar kind wel. Ze kan haar moederliefde een beetje kwijt aan Mieke, het dochtertje van de onderduikgevers. Mieke komt vaak bij de onderduikers. Ze ziet Ben van der Hoek een keer bidden en doet dan zelf een rood koolblad op haar hoofd, waarna ze heen en weer beweegt.
In het voorjaar van 1944 vindt een drama plaats. De ouders van Ferdi zijn ook ondergedoken in Zeist, op Eikenlaan 9. Ze bezoekt ze daar een keer. Haar moeder spreekt bij die gelegenheid de hoop uit dat, als er arrestaties komen, zijzelf gepakt zal worden en niet haar kinderen. Dat gebeurt ook, op 9 maart 1944. Na verraad door de 19-jarige Zeistenaar Freddy Dijkema worden Jacob en Rosa van Dam-Benima en een andere onderduiker gearresteerd. Ze worden eind maart vermoord in Auschwitz.
Het echtpaar Van der Hoek-van Dam en hun ‘Fritsje’ overleven de bezetting. Na de bevrijding krijgen ze te horen dat niet alleen de ouders van Ferdi vermoord zijn, maar ook de ouders van Ben en zijn zuster. Bens broer Aaron overleeft eveneens in Zeist.
Voor Jaap Verheul krijgt de bevrijding een vreemde wending, als hij op de lijst van ‘suspecte’ personen wordt geplaatst. Hij ontkomt maar net aan arrestatie. Op de voorpagina van de Zeister Post van 30 mei 1945 betuigt de plaatselijke commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten grote spijt over deze gang van zaken. Jaap Verheul wordt van elke blaam gezuiverd.
Er blijft een vriendschappelijke relatie tussen de echtparen Verheul-de Groot en Van der Hoek-van Dam, ook nadat de Van der Hoek’s naar Canada emigreren.
Op 28 maart 1988 worden Jaap en Adrie Verheul-de Groot door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
Voor de productie van de documentaire ‘Het wonder van de Brief’ – die door de Joodse omroep in april 2014 wordt vertoond – komt Ferdi van der Hoek-van Dam nog een keer naar Zeist. Ze krijgt daar een liefdesbrief van haar vader aan haar moeder, die gevonden is bij een verbouwing van haar geboortehuis in Amersfoort. Maar ook volgt er dan een laatste, warm weerzien met haar voormalige onderduikgevers.
Bronnen:
- Mededelingen van Dick van de Kamp
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Jacob Willem en Adriana Verheul-de Groot
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Bernardus Fredericus Dassen en Francisca van Dijk’
- Zie het bewezen onderduikadres Oude Arnhemseweg 160, onder meer onderduikadres voor Jehoedi van der Hoek
- De documentaire ‘Het wonder van de Brief’, 2014 (Ferdi van der Hoek-van Dam en Jaap en Adrie Verheul-de Groot)
- Zie het bewezen onderduikadres Eikenlaan 9, voor de onderduik en arrestatie van Jacob en Rosa van Dam-Benima
- www.joodsmonument.nl, Jacob en Rosa van Dam-Benima, Levie en Grietje van der Hoek-de Haan, Emanuel en Mirjam de Vries-van der Hoek, Naphtalie de Vries en Jehoeda de Vries
- Zie het bewezen onderduikadres Burgemeester Patijnlaan 49, het onderduikadres van Aäron van der Hoek, broer van Benjamin van der Hoek
- Zeister Post van 30 mei 1945, met het voorpaginabericht over de rehabilitatie van Jaap Verheul
1. Oude Arnhemseweg 157
2. Voor de kapperszaak (van links naar rechts) een onbekende vrouw, Jaap Verheul en Adri Verheul-de Groot, omstreeks 1941
3. De voorpagina van de Zeister Post van 30 mei 1945, met de rehabilitatie van Jaap Verheul
4. Jehoedi van der Hoek (‘Fritsje’) op ongeveer twee-jarige leeftijd
5. De valse registratie van Benjamin van der Hoek in het bevolkingsregister van Zeist
6. De valse registratie van Fernande van der Hoek-van Dam in het bevolkingsregister van Zeist





