Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 164-167; aanpassing van de beschrijving van de razzia)
Op vrijdag 21 januari 1944 hielden Nederlandse jodenjagers in dienst van de Sicherheitsdienst een razzia, de vorm van een serie van vier arrestatie-acties, op de volgende, verraden adressen:
1. Joost van de Vondellaan 1
2. (vermoedelijk) Professor Lorentzlaan 2 (huisartspraktijk; het onderduikadres van het gearresteerde gezin is Wallenburg 1
3. Woudenbergseweg 49 (tijdens de bezetting 25)
Na deze eerste drie acties werden niet-geplande arrestaties verricht op Jan Willem Frisolaan 9, die niet het gevolg waren van verraad maar van een toevallige, tussentijdse ontmoeting. Wegens daardoor ontstaan tijdgebrek gaven de jodenjagers opdracht aan de gemeentepolitie om de vierde, geplande arrestatie-actie te verrichten, op:
4. Oranje Nassaulaan 32 (zie de volgende beschrijving)
In memoriam:
- Marieanna Emma Simons Cohen, ongehuwd, kantoorbediende (Zuidlaren, 23 september 1891 – Auschwitz – 11 februari 1944), bereikte de leeftijd van 52 jaar
- Saartje Markus-Wolf, sinds 1937 weduwe (Leiden, 30 juli 1873 – Auschwitz, 11 februari 1944), bereikte de leeftijd van 70 jaar
In memoriam (elders gearresteerd):
- Izaäk Spetter, fabrikant (Amsterdam, 1 juli 1899 – Auschwitz, 17 september 1943), bereikte de leeftijd van 44 jaar
- echtgenote Clara Duifina Spetter-de Raaij (Haarlem, 24 september 1909 – Auschwitz, 17 september 1943), bereikte de leeftijd van 33 jaar
Onderduikgeefster:
- Femmigje Kleijn, ongehuwd, pensionhoudster (Delfshaven, 6 augustus 1883 – Zeist, 15 mei 1960)
Op Oranje Nassaulaan 32 woont de uit Rotterdam afkomstige Femmigje Kleijn (1883) met drie jongere en eveneens ongehuwde zussen. Oudste zus Femmigje staat te boek als pensionhoudster op Oranje Nassaulaan 32.
Elders in Zeist woont nog een broer van de vier zussen, met zijn dochter Gesina. Ze nemen tijdens de bezetting een joodse onderduiker in huis. Ook Femmigje Klein neemt joodse onderduikers op in haar pension. Eerst komt het echtpaar Spetter-De Raaij, maar dat is noodopvang voor een enkele dag.
Later komen er voor een langere periode twee joodse vrouwen in onderduik op Oranje Nassaulaan 32. Het zijn de 52-jarige Marieanna Simons Cohen uit Utrecht en de 70-jarige weduwe Saartje Markus-Wolf uit Amsterdam. Hoe lang ze er in 1944 al zijn, is niet bekend.
Saartje is een klein, zielig vrouwtje. Ze vormt een risico voor haar en de andere bewoners, omdat ze niet bestand is tegen de onderduiksituatie. Als ze met Marieanna Simons Cohen in de schuilplaats moet, zit ze daar van angst hardop te huilen.
Marieanna kan er beter tegen, maar het is een gevaarlijke situatie. Af en toe moet ze om veiligheidsredenen even uitwijken naar andere adressen. Ze wijkt bijvoorbeeld een keer uit naar het gezin Verheul-Hebly, op Frederik Hendriklaan 39, op vijf minuten loopafstand van Oranje Nassaulaan 32. Maar daar woont achter het huis, pal in ‘t zicht, een politieagent en het is in deze tijd niet verstandig om politiemannen te vertrouwen, zolang men ze niet persoonlijk kent.
Op het uitwijkadres Frederik Hendriklaan 3 woonden de zoon en schoondochter van de buurman op Oranje Nassaulaan 34. Onder hetzelfde dak, en met eenzelfde grote voor-, achter- en zijtuin, wonen de gepensioneerde burgemeester Arie Verheul en zijn ongehuwde, invalide dochter Lij. Daar kan Marieanna Simons Cohen goed mee opschieten. Ze gaat er ‘s avonds vaak op bezoek, waarbij ze achterom loopt. Dat kan niemand zien.
Of de onderduikster begin januari 1944 al weet dat haar broer al vermoord is, evenals haar twee zusters die ook in Zeist waren ondergedoken?
Op vrijdag 21 januari 1944 is Marieanna Simons Cohen weer omgelopen naar de buren. Arie Verheul zit die avond waarschijnlijk ergens te schaken. Opeens loopt er iemand om het huis. Dat moet neef Arie zijn, denkt Lijntje Verheul, want die komt regelmatig langs met het laatste nieuws van de BBC (beluisterd op een clandestiene radio). Maar tot grote schok van de beide vrouwen zijn opperwachtmeester Visser en zijn collega Viezee van de gemeentepolitie. Ze zijn ingeschakeld door de Sicherheitspolizei uit Den Haag, die deze vrijdag invallen heeft gepland op vier adressen in Zeist. Omdat de SD-mannen onderweg een niet-geplande arrestatie-actie hebben uitgevoerd op Jan Willem Frisolaan 9, hebben ze de vierde en laatste geplande actie opgedragen aan de Zeister gemeentepolitie.
Marieanna Simons Cohen ontkent dat zij joods is, maar haar valse persoonsbewijs overtuigt de mannen niet. Ze moet mee. ‘Schamen jullie je niet?’, protesteert Lij Verheul, maar de onderduikster wordt op ruwe wijze meegenomen. De invalide Lij Verheul laten ze ongemoeid, ook omdat de mannen blijken te weten dat de onderduikster op nummer 32 ondergebracht is. Ook Saartje Markus-Wolf moet mee, evenals pensionhoudster Femmigje Kleijn, een klein 60-jarig dametje met spierwit haar.
Uit het politiedagrapport van vrijdag 21 januari 1944:
‘22.45 uur Met de auto, door Ondergeteekende met opperw.m. Visser, gehaald de navolgende personen: FEMMIGJE KLEIJN, geb. 6 Aug. 1883 te Delftshaven, wonende te Zeist, Oranje Nassaulaan No. 32;
MARIANNE EMMA SIMONS COHEN, geb. 23 September 1891 te Zuidlaren, wonende te Zeist, Oranje Nassaulaan No 32;
SAARTJE WOLF, geboren, 30 Juli 1873 te Leiden, wonende te Zeist, Oranje Nassaulaan No. 32.
Al deze personen geplaatst in passantenkamer ter beschikking van de Sipo. te Den Haag.
Viezee.’
De inval op Oranje Nassaulaan 32 en 34 is het sluitstuk van de razzia op 21 januari. De treurige ‘vangst’ van die dag bestaat uit:
- een joodse vrouw, haar kind en haar niet-joodse moeder (gearresteerd door de Sicherheitspolizei);
- een joods gezin van vier personen (gearresteerd door de Sicherheitspolizei).
(Deze zeven arrestanten zijn meteen naar Den Haag gebracht.)
- twee kleine joodse jongetjes en een helper (gearresteerd door de Sicherheitspolizei);
- een joods echtpaar en hun onderduikgeefster (gearresteerd door gemeentepolitie Zeist, in opdracht van de Sicherheitspolizei) en nu dus
- twee joodse vrouwen en hun onderduikgeefster (idem).
Om middernacht worden de acht nieuw binnengebrachte arrestanten verdeeld over cellen. Zo zitten de twee broertjes Van Dam samen in een cel. Op zaterdagochtend 22 januari 1944 worden de jongetjes en de andere arrestanten om 9.00 uur naar Den Haag gebracht door vier wachtmeesters van de Zeister gemeentepolitie.
Femmigje Kleijn komt na enkele weken weer thuis.
Zie voor het lot van een aantal arrestanten bij het verslag van hun arrestaties.
Marieanna Emma Simons Cohen wordt op 28 januari 1944 naar met een gecombineerd transport uit Den Haag en Amsterdam – waarschijnlijk zijn de treinen in Utrecht aan elkaar gekoppeld – overgebracht naar Kamp Westerbork. Daar wordt ze strafbarak 67 geplaatst. Op 8 februari wordt ze doorgestuurd naar Auschwitz/Birkenau en op de dag van aankomst vermoord.
Dat lot treft ook Saartje Markus-Wolf.
Bronnen:
- Mededelingen van Kees Verheul
- Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2/09.09, inventarisnummer 253, H.J. Verbaan, en 98586-772 en 260, H. Westerdijk
- Zie de bewezen onderduikadressen Amalia van Solmslaan 47 (eerdere onderduik) , Frederik Hendriklaan 39 (uitwijkadres) en Graaf Janlaan 58 (onderduik en arrestatie zusters Simons Cohen)
- Zie wat betreft de razzia op 21 januari 1944 de bewezen onderduikadressen Joost van de Vondellaan 1, vermoedelijk Professor Lorentzlaan 2 (huisartspraktijk, geen onderduikadres), Woudenbergseweg 49 (tijdens de bezetting 25) in Austerlitz en Jan Willem Frisolaan 9
- Kamp Westerbork (Collectie – Een Naam en een Gezicht)
- Digitaal joods monument, Marieanna Emma Simons Cohen en Saartje Markus-Wolf

