Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 418-424, en het Supplement 114-115)

Onderduikers:

  • Karl George Mazur, zakenman (Czernowitz – Roemenië, 1 november 1895 – Den Haag, 18 augustus 1978)
  • echtgenote Anna Zula Mazur-Lecker (Seletin – Oekraïne, 12 mei 1898 – Den Haag, 16 augustus 1973)

Onderduikgevers:

  • Hendrik Willem van Riessen (Zeist, 5 mei 1877 – Zeist, 29 november 1950), en
  • echtgenote Aaltje Judica Elizabeth van Riessen-Zevenbergen (Hoorn, 2 november 1883 – Zeist, 14 juni 1965)

Kinderen (1919, 1921, 1921, 1924, 1925)

In een advertentie in de Zeister Post van 21 juli 1945 liet de belangrijke jodenhelper Kees Kirpensteijn weten dat hij tijdens de bezetting als aannemer honderden schuilplaatsen had gemaakt. Schuilplaatsen voor onderduikers had een interessant deelonderwerp kunnen zijn, maar het is de vraag of daar nog veel informatie over te vinden is. Op de grote zolder van het pand Bene Sita op Montaubanstraat 20 bevindt zich de bekendste schuilplaats voor onderduikers in Zeist. En ongetwijfeld ook de meest geavanceerde.

De joodse zakenman Karl Mazur woont met zijn gezin aanvankelijk in Wenen. In 1931 begint voor Karl en Anna Mazur-Lecker en hun zoon Peter een langdurige omzwerving. Ze verhuizen eerst van Wenen naar Berlijn. Daar is Karl Mazur directeur van een groot warenhuis. Als het nationaalsocialisme zich steeds sterker manifesteert in Duitsland, vlucht het gezin via Zwitserland verder naar Parijs.

In 1936 en 1937 verhuizen Karl Mazur respectievelijk zijn echtgenote en zoon naar Den Haag, maar na de Duitse bezetting van Nederland in 1940 worden ze gedwongen de kuststreek te verlaten – joodse mensen mogen daar niet langer wonen – en ze vestigen zich dan op Choisyweg 3. Weer later wonen ze op Lindenlaan 16.

Hun zoon Peter Mazur heeft zijn middelbareschooltijd doorgebracht op drie lycea: het Lyceé Janson de Sailly in Parijs (12-16 jaar), het Nederlandsch Lyceum in Den Haag (16-17) en het Christelijk Lyceum in Zeist (17-18). In Zeist slaagt hij in juni 1941 voor het eindexamen gymnasium B, tegelijk met Heintje van Riessen. Net op tijd, want aan het begin van het volgende schooljaar 1941/1942 moeten joodse leerlingen hun scholen verlaten. Om de gedupeerde leerlingen op te vangen, is in Zeist een joods schooltje ingericht en Peter Mazur heeft daar onderwijs verzorgd, tot hij is ondergedoken in Beilen (Drenthe). Op zijn valse persoonsbewijs staat het stempel van de stad Nijmegen en vermeldt de naam van de daar geboren en studerende ‘Jacobus Schilperoord’.

Begin april 1943 besluiten Peters ouders onder te duiken, wanneer de bezetter de provincies ‘Judenrein’ wil hebben. Een medeleerling van het Christelijk Lyceum, de illegaal werker George Puchinger die een jaar eerder eindexamen heeft gedaan, gaat met spoed op zoek naar een onderduikadres. Hij komt uit bij Hendrik Willem van Riessen, wiens dochter Heintje tegelijk eindexamen gymnasium heeft gedaan met George en Peter.

Het mooie, statige huis Bene Sita op Montaubanstraat 20 (6) lijkt uitstekend geschikt voor onderduik. Bewoner Hendrik Willem van Riessen is een principiële man van gereformeerde huize. Zo is hij fel tegen illegale praktijken en oneerlijk verdiend geld. Hij zit niet in de illegaliteit, maar heeft het hart op de goede plek zitten. Hij voorziet illegale werkers van geld. Als George Puchinger hem benadert om op heel korte termijn – een paar dagen – onderduik te bieden aan een joods echtpaar vindt hij gehoor bij Van Riessen.

Die gaat meteen kijken hoe de onderduiksituatie het best ingericht kan worden. Het ligt voor de hand om het echtpaar Mazur-Lecker op de zolder te huisvesten. Er is boven de overloop een flinke loze ruimte waar ze bij onraad via een luik in de vloer naar toe kunnen. In deze ruimte moeten dan wel een houten vloer en een smal trapje worden aangebracht. Om het luik te camoufleren, en het geluid van de onderduikers te dempen, moet de hele zoldervloer worden voorzien van een vast kleed. Bij de voordeur wordt een bel geïnstalleerd, die automatisch overgaat op zolder als de deur wijd geopend wordt. Hendrik Willem van Riessen en zijn zoon Sam maken alles binnen een week in orde.

Alle leden van het gezin van Riessen-Zevenbergen worden vooraf goed geïnstrueerd hoe om te gaan met de onderduikers. Hun werkelijke voor- en achternamen mogen onder geen beding genoemd worden, ook niet bij onderlinge gesprekken. Er moet consequent gesproken worden over ‘oom Klaas’ en ‘tante Bertha’, naar de broer en zuster van moeder Aaltje van Riessen-Zevenbergen.

De onderduikers staan overigens in het bevolkingsregister van Zeist geregistreerd als de in het Zwitserse Genève geboren, rooms-katholieke ingenieur Georges Maret die in Zürich getrouwd is met de daar geboren Ursula Lehner. Op 5 mei 1944 zal genoteerd worden dat het echtpaar in Utrecht gescheiden is, mogelijk in verband met de kans dat er gekozen zou moeten worden voor gescheiden onderduik.

Het echtpaar Mazur-Lecker heeft de beschikking over de hele zolderverdieping. Dat is een grote, hoge verdieping, met verschillende ruimten, en een wastafel met koud water. Zelf koken is er niet bij – dat zou te gevaarlijk zijn. Eten krijgen ze van beneden. Ze belijden de joodse religie niet en in elk geval zijn ze niet orthodox. Dat is wel zo gemakkelijk, want er hoeft niet koosjer voor ze gekookt worden.

In een zolderkamer bevindt zich een bibliotheek die goed geordend is door Hendrik Willem van Riessen en gevuld met keurig gekafte boeken van oude schrijvers. Er is een grote verscheidenheid aan boeken, zoals Nederlandse, Franse, Duitse en Engelse proza en poëzie – ook in Grieks en Latijn – en wetenschappelijke literatuur.

Maanden voordat op 13 mei 1943 alle radiotoestellen moesten worden ingeleverd, heeft zoon Sam van Riessen een kristalontvanger gekocht, waar Karl Mazur dankbaar gebruik van maakt. Op de boekenkamer op zolder kan hij, zonder elektrische stroom, via een koptelefoon met de kristalontvanger Radio Oranje ontvangen. Hij voorziet vervolgens het gezin Van Riessen-Zevenbergen van het nieuws.

Het is een barre tijd voor wereldse mensen als Karl en Anna Mazur-Lecker die ook de indruk wekken, dat ze zich enigszins opgelaten voelen bij het ‘wereldmijdende’ onderduikgezin. Het klikt niet echt, maar nooit laat Hendrik Willem van Riessen merken dat hij moeite heeft met deze ‘ongelovige’ joodse mensen, of dat hij ze wil bekeren. Zijn echtgenote is echter duidelijk niet op haar gemak met de onderduikgasten en lijkt zelfs een beetje bang voor Anna Mazur-Lecker, die haar in veel opzichten de baas is.

Ondanks de relatief goede voorzieningen (ruimte, stromend water, maaltijden) moet het een oneindig hard gelag zijn geweest voor het gedistingeerde echtpaar Karl en Anna Mazur-Lecker, om gedurende twee jaar op een onverwarmde zolder te moeten bivakkeren en in geval van dreigend gevaar in een schuilplaats te moeten kruipen.

Er wordt veel rekening gehouden met de onderduiksituatie. Sam, Eesje en Heintje van Riessen studeren alle drie medicijnen in Utrecht. Begin april 1943 is ook afgekondigd dat alle studenten een loyaliteitsverklaring moeten tekenen. Op 5 mei 1943 volgt de maatregel dat de studenten die dat niet gedaan hebben, zich uiterlijk 6 mei 1943 moeten melden voor tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz). Blijven zij weg, dan zullen hun ouders verantwoordelijk worden gesteld. Daarom meldt Sam van Riessen zich, een zwaar offer. Zo lopen zijn ouders geen risico en worden de onderduikers niet in gevaar gebracht. Hoewel men het aanvankelijk gemunt heeft op mannen, ‘duiken’ Sams zusters Eesje en Heintje voor de zekerheid ‘onder’ als verpleegster in het Sanatorium in Zeist.

Een paar maanden na de komst van familie Mazur wonen alleen dochter Aaltje en zoon Gerrit nog thuis. En weer een paar maanden later komt Gerrits verloofde ook naar Zeist. Omwille van haar slechte gezondheid moet ze veel zonnebaden en dat kan prima in de tuin van Bene Sita. Omdat ze cultureel ontwikkeld is, heeft Anna Mazur-Lecker eindelijk iemand met wie ze van gedachten kan wisselen. Dat is ook het geval als een nicht van Hendrik Willem van Riessen komt logeren.

Niemand mag weten wie ‘oom Klaas’ en ‘tante Bertha’ werkelijk zijn. Ook niet de hulpen in het huishouden, die het echtpaar Van Riessen-Zevenbergen in het kader van een soort sociale arbeidsverschaffing in dienst heeft genomen. Wel zien die hulpen de joodse onderduikers zo nu en dan, maar er komen zoveel hulpbehoevenden bij de gastvrije Van Riessens over de vloer dat dit niet echt opvalt. Wel vraagt een hulp eens een keer: ‘Wie is dat kleine vrouwtje toch?’, doelend op Anna Mazur-Lecker. Daarna gaat deze nieuwsgierige hulp steevast onder aan de trap aardappels zitten schillen om het mysterieuze vrouwtje te zien te krijgen.

In de tijd dat de familie Mazur-Lecker ondergedoken zit op Montaubanstraat 6, wordt er ook een Oostenrijkse landwachter ingekwartierd, die bewakingsdiensten uitvoert. Hij komt alleen maar om te slapen, waardoor het gevaar voor ontdekking van de onderduikers niet al te groot is. Eigenlijk vinden de onderduikgevers het jammer dat hij weggaat, omdat hij een zekere bescherming bood tegen razzia’s en huiszoekingen. Bij zo’n huiszoeking ontstaat nog een precair moment. De Duitsers zien in een klerenkast op zolder de kleren van Karl Mazur hangen. ‘Die sind von dem Sohn der in Deutschland arbeitet’. Door wat te ‘flirten’ met de soldaten, wordt de spanning gebroken en loopt de huiszoeking met een sisser af.

In september 1944, na de slag om Arnhem, komt er een gezin van vijf evacués bij in huize Van Riessen, waardoor nog een keer acuut gevaar dreigt. Als eind 1944 na spertijd op straat schoten klinken, en even later de vader van het evacué-gezin het huis in vlucht, staan er Duitse soldaten voor de deur: ‘Wo ist der Kerl?!’ Ook dit loopt goed af.

Het echtpaar Mazur-Lecker haalt de bevrijding op Montaubanstraat 20 (6). Zo ook zoon Peter in Drenthe. Een maand na de bevrijding van Nederland wordt het gezin herenigd. Na tijdelijk op Platolaan 1 gewoond te hebben, verhuizen ze terug naar Den Haag. Er is nadien geen intensief contact meer met het gezin Van Riessen-Zevenbergen, maar bij verjaardagen kwam er bijvoorbeeld wel een gelukstelegram. Het joodse echtpaar was al gedwongen verhuisd uit de kuststrook, en de herinnering aan hun jaren in Zeist zal door hun onderduikperiode extra beladen zijn geweest.

Het grote slachtoffer van de onderduiksituatie was uiteindelijk zoon Sam van de onderduikgevers. Zijn gedwongen gang naar Duitsland voor de Arbeitseinsatz had deze medicijnenstudent uiteindelijk naar Berlijn gebracht, waar hij tewerkgesteld was in een ziekenhuis. Tegen het einde van de oorlog maakte Sam van Riessen verschrikkelijke dingen mee in Berlijn. In Nederland was er na de oorlog niet veel begrip voor en empathie met de mannen die terugkeerden van de Arbeitseinsatz. Ook niet voor de zwaar getraumatiseerde Sam van Riessen. Toen hij zich weer meldde op Montaubanstraat 20 was de reactie van zijn moeder: ‘Zo, ben je daar weer.’ Er werd niet meer over gesproken.

– 0 – 0 – 0 –

Montaubanstraat 20 blijft in bezit van de nazaten van de voormalige onderduikgevers. In 2014 vertelt de 92-jarige bewoonster Heintje Velema-van Riessen in een uitzending van school-tv, hoe de onderduik tijdens de bezetting in haar werk is gegaan.

Het Joods Historisch Museum neemt in het voorjaar 2016 interviews op, om zoveel mogelijk verhalen over joodse Oostenrijkers in Nederland vast te leggen. Ook Heintje en haar broer Gerrit van Riessen worden geïnterviewd.

De nog volledig intacte schuilplaats is in de afgelopen jaren vaak bezocht door belangstellenden (zie internet voor Montaubanstraat 20). Bij de verkoop van Bene Sita in 2020 wordt afgesproken dat deze bijzondere herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in stand zal worden gehouden.

Het Geheugen van Zeist herdenkt de onderduik op Montaubanstraat 20 door de plaatsing van een herdenkingssteen in de stoep voor het huis. Het steentje wordt op 20 februari 2020 onthuld. Het opschrift luidt: ‘Hendrik Willem van Riessen en Aaltje van Riessen-Zevenbergen boden in dit huis onderdak aan Karl Georg Mazur en Anna Zula Mazur-Lecker tot aan de bevrijding.

Bijzonder aan deze gebeurtenis is dat kleinzoon Ries (Hendrik Willem) Velema van het echtpaar Van Riessen-Zevenbergen contact krijgt met de twee kinderen van Peter Mazur (Wenen, 11 december 1922 – Lausanne,15 augustus 2001). De in 1941 zo bevlogen onderwijzer voor de van onderwijs uitgesloten joodse kinderen, was na de bevrijding een universitaire studie natuurkunde begonnen. Hij werd een befaamd wetenschapper en als zodanig benoemd tot hoogleraar-directeur van het Instituut-Lorentz voor Theoretische Natuurkunde scheikunde aan de universiteit van Leiden.

De onthulling van de herdenkingssteen komt te vroeg voor ze, maar op 11 oktober 2020 bezoeken zoon Marc en dochter Natalie van Eric Mazur, en dus achterkleinkinderen van het echtpaar Mazur-Lecker, Montaubanstraat 20. Ze zien dan met eigen ogen waar hun overgrootouders de bezetting overleefden. Bij die gelegenheid schenkt Ries Velema ze bij wijze van aandenken een boek uit de omvangrijke bibliotheek die tijdens de bezetting ook al aanwezig was op de grote zolder van Montaubanstraat 20.

Op 11 september 2022 bezoeken Eric en Anna Mazur zelf Montaubanstraat 20.

Bronnen:

  • Mededelingen van Ries Velema en Eric Mazur
  • Gerrit van Riessen et al, ‘H.W. van Riessen’ (uitgave in eigen beheer), 2017, 79-83
  • ITS Arolsen, digitale collecties
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Georges Maret’ en ‘Ursula Lehner’
  • schooltv.nl (‘Gezichten van vrijheid verstopt in Zeist’; interview met Heintje Velema-van Riessen)
  • Micha Namenwirth, Verzameld proza 1/Nico, VUBPRESS, 2010, 89-90: ‘Heel wat joden waren naar Zeist gekomen en werden onze vrienden, zoals de Mazurs, de Meyers, de Schussheims en de Cahens.’
  • Wikipedia, Peter Mazur
  • geheugenvanzeist.nl, oude kranten, Zeister Post van 21 juli 1945

1. Montaubanstraat 20

2. Montaubanstraat 6 in vroeger jaren

3. Het gezin Van Riessen-Zevenbergen

4. Advertentie van Kees Kirpensteijn in de Zeister Post van 21 juli 1945

5. Het trapje naar de verborgen scchuilplaats

6. de onderduikplek

7. Karl Mazur

8. De valse persoonsregistratie voor de roomskatholieke ingenieur ‘Georges Maret’, op 2 mei 1944 gescheiden van ‘Ursula Lehner’.

9. Genoeg te lezen!

10. Het echtpaar Van Riessen-Zevenbergen op hogere leeftijd

11. Het naoorlogse huwlijk van Peter Mazur, met rechts zijn ouders

12. Achterzijde van de villa met de chterkleinkinderen van het echtpaar Mazur

13. De herdenkingssteen met de namen van de onderduikgever en de onderduikers