Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 237-238 en 245-246)

De arrestaties op dit adres maken deel uit van vier opeenvolgende arrestatie-acties op maandag 15 januari 1945:

  • Berkenlaan 7

  • Amalia van Solmslaan 37

  • Amalia van Solmslaan 65

  • Louise de Colignyplein 8,

waarna de in totaal tien gearresteerde joodse onderduikers op 23 januari 1945 bevrijd werden uit het politiebureau op Utrechtseweg 141

Gearresteerd:

  • David Heijmans, procuratiehouder (Amsterdam, 6 april 1917 – naar Israël geëmigreerd, 6 april 1984?)
  • echtgenote Judith Heijmans-Francken (Amsterdam, 28 november 1917 – naar Israël geëmigreerd)

Onderduikgevers:

  • Cornelis Melchior Eijgelaar, monteur elektrische apparaten (Utrecht, 25 december 1897 – Zeist, 6 oktober 1978) en
  • echtgenote Hendrikje Johanna Eijgelaar-Gillis (Kampen, 23 november 1901 – Zeist, 13 september 1955).

Geen kinderen

Op maandagmiddag 15 januari 1945 hebben de fanatieke jodenjagers Dick Verbaan en Henk Westerdijk van het Judenreferat IV B 4 van de Sicherheitspoizei in Den Haag een razzia gehouden op joodse onderduikers in Zeist. Er zitten inmiddels acht joodse arrestanten op het Zeister politiebureau.

Het echtpaar Eijgelaar-Gillis, dat op Louise de Colignyplein 8 woont, krijgt de volgende ochtend in alle vroegte, omstreeks 6.00 uur, een telefoontje vanuit het politiebureau, dat ze daar naar toe moeten komen. Cornelis Eijgelaar gaat meteen en wordt in de gelegenheid gesteld om even te praten met de gevangene Louis Gompers, een van de joodse onderduikers die door medewerkers van de Sicherheitspolizei ingesloten is.

Eijgelaar heeft de distributiebescheiden voor Gompers verzorgd, en daarom heeft de arrestant naar hem gevraagd. Hij vertelt zijn helper dat er op zijn onderduikadres Amalia van Solmslaan 37 nog een koffer met waardevolle goederen staat. Hij vraagt aan Cornelis Eijgelaar of hij die koffer daar weg wil halen.

Eijgelaar moet echter naar zijn werk en daarom haalt zijn echtgenote de koffer op. Hendrikje Eijgelaar-Gillis brengt hem naar haar eigen woning. Vervolgens brengt ze diezelfde dag nog wat eten voor Louis Gompers naar het politiebureau. Die vraagt haar dan of ze nog het een en ander wil ophalen op zijn onderduikadres. Als ze daar naar toe gaat, stuit ze op twee onbekende mannen die van de Sicherheitspolizei blijken te zijn. Haar aanwezigheid op het adres waar ze de vorige dag Gompers hebben gearresteerd, breekt haar op. Ze wordt verhoord. Als ze ontkent dat ze joodse onderduikers in huis heeft, moet ze op Amalia van Solmsstraat 37 blijven. De mannen gaan een onderzoek in haar woning instellen. Het zijn Dick Verbaan en Hendrik ‘de platte’ Westerdijk die gedetacheerd zijn bij het Judenreferat IV B 4 van de Sicherheitspolizei in Den Haag.

Om vier uur lopen Verbaan en Westerdijk onverwacht via de achterdeur de woning Louise de Colignyplein 8 binnen. Onderduiker David Heijmans weet zich nog snel te verbergen in de schuilplaats, maar hij kan zijn echtgenote Judith Heijmans-Francken, niet meer waarschuwen. Op de trap stuit ze op beide overvallers die een revolver in de hand houden. ‘Een hebben wij er alvast, nu de anderen nog’, roepen ze. De woning wordt doorzocht, waarbij de schuilplaats gevonden wordt. Verbaan en Westerdijk forceren de ingang en David Heijmans moet eruit komen. Als ze hem geboeid hebben, gaat een van hen assistentie halen, in de persoon van een Duitse wachtsman. Bij het daaropvolgende verhoor willen ze weten of ze met joden te doen hebben, wat stellig ontkend wordt. De wachtsman moet ze dan naar het politiebureau brengen, waar ze onder hun valse namen worden ingesloten. De illegale werkers op de gemeentesecretarie hebben het echtpaar op 25 juni 1943 ingeschreven op hun onderduikadres als ‘Willem Hegemans’ (leraar boekhouden) en ‘Johanna Franssen’.

Hendrikje Eijgelaar-Gillis, die van Verbaan en Westerdijk moest blijven op Amalia van Solmslaan 37, besluit na een half uur naar huis te gaan. Daar zijn de twee jodenjagers nog aanwezig, en ze krijgt te horen dat haar meubelen verbeurd verklaard zijn en dat haar echtgenoot en zij hun woning moeten verlaten. Cornelis Eijgelaar, die bij een Duitse instantie in Zeist werkt, stapt de volgende dag naar de Ortskommandant. Hij krijgt voor elkaar dat zijn echtgenote en hij in hun huis mogen blijven.

Toch zal dit geval een week later nog gevolgen krijgen voor Eijgelaar en zijn echtgenote.

Op dinsdag 23 januari 1945 worden namelijk tien joodse arrestanten net op tijd weggehaald uit het politiebureau in Zeist met een spectaculaire wijze bevrijdingsactie. Een uur later verschijnen Dick Verbaan, Henk Westerdijk met hun chef Gustav Nagel van het Judenreferat B IV 4 van de Sicherheitspolizei op het politiebureau. In het politierapport van die dag wordt met geen woord gerept over hun komst en ook niet hoe ze gereageerd hebben. Ze zijn voor schut gezet door het verzet.

Daar nemen ze geen genoegen mee. Het lijkt er op alsof er geen sprake is van enige represaillemaatregel, maar dat is niet zo. De drie mannen gaan opnieuw naar Louise de Colignyplein 8 en arresteren daar alsnog het echtpaar Eijgelaar-Gillis. Vermoedelijk in de gedachte dat zij meer moeten weten van de bevrijdingsactie. Niet alleen zaten twee joodse arrestanten ondergedoken bij het echtpaar, maar bovendien werd Hendrikje Eijgelaar-Gillis ook op het onderduikadres van andere arrestanten aangetroffen.

Als ze vernemen dat Cornelis Eijgelaar bij een Duitse instantie in Zeist werkt, laat Oberscharführer en Kriminalassistent Nagel de Ortscommandant weten dat het meubilair uit de woning in beslag moet worden genomen. Hendrikje Eijgelaar-Gillis mag na enig heen en weer praten op vrije voeten blijven, maar haar echtgenoot wordt overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen. Na twee dagen wordt Cornelis Eijgelaar op transport gesteld naar Duitsland. Onderweg weet hij met hulp van een bevriende relatie uit Kampen – waar zijn echtgenote vandaan komt – uit de trein te vluchten. Hij haalt de bevrijding in onderduik. I

Intussen zijn alle meubelen uit Louise de Colignyplein 8 gehaald. Ten tijde van de voorbereiding van de naoorlogse processen tegen de oorlogsmisdadigers Dick Verbaan en Henk Westerdijk heeft het echtpaar Eijgelaar-Gillis nog niets terug gezien van de weggehaalde bezittingen.

Het echtpaar David en Judith Heijmans-Francken wordt na de bevrijding uit het politiebureau ondergebracht op een onderduikadres in Driebergen. David Heijmans’ vader is in 1941 aan ziekte overleden, maar zijn echtgenote en kinderen hebben de bezetting ook overleefd en emigreren allen naar Israël. David en Judith Heijmans-Francken vertrekken daar op 14 oktober 1949 naar toe. De ouders en zuster van Judith zijn vermoord.

In 1963 wordt er een Libelle-droomwensreis georganiseerd voor voormalige onderduikgevers. Ter gelegenheid van die reis wordt de deelnemers door de Organisatie van Nederlandse emigranten in Israël een boekje aangeboden, getiteld ‘Onderduik’, met artikelen van dankbare voormalige onderduikers, zoals David en Judith Heijmans-Francken. Laatstgenoemden beschrijven daarin hun laatste onderduik, na de bevrijding uit het politiebureau.

Bronnen:

  • Nationaal archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummers 253, H.J. Verbaan, en 98586-772 en 260, H. Westerdijk
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Willem en Johanna Hegemans-Franssen’
  • Zie Utrechtseweg 141 voor de spectaculaire bevrijding van tien joodse arrestanten
  • In de rapportenboeken van de gemeentepolitie Zeist is geen informatie aangetroffen over de arrestatie van het echtpaar Eijgelaar-Gillis
  • www.joodsmonument.nl, Abraham Francken, echtgenote en dochter

1. Louise de Colignyplein 8

2. (Eerdere) valse persoonsbewijzen van het echtpaar Heijmans-Francken, op naam van hulp in de huishouding ‘Anna Marijke Strikwerda’ en en hulpprediker ‘Johan Willem van Gulik’

3. De andere kant van de valse persoonsbewijzen

4. Valse registratie van David Heijmans, op naam van ‘Willem Hegemans’

5. Valse registratie van Judith Heijmans-Francken, op naam van Johanna Hegemans-Franssen

6. Judith en David Heijmans-Francken kopie