Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.

Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.

Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.

In memoriam, vals geregistreerd op dit adres:

  • Käthe Blumenthal, dienstbode, huishoudster (Berlijn, 4 september 1909 – Auschwitz, 27 augustus 1943), bereikte de leeftijd van 33 jaar

Bewoners (= onderduikgevers?):

  • W.H. van Haaften, aannemer

Met als ingangsdatum 2 februari 1941 werd de Nederlands-Hervormde huishoudster ‘Catharina Bloem) in Zeist geregistreerd. Deze valse registratie is te herleiden tot Käthe Blumenthal, inderdaad huidhoudster, met dezelfde geboortedatum, maar geboren in Berlijn in plaats van in Amsterdam. Extra aanwijzingen voor de herleide identiteit zijn het Amsterdamse adres (Haarlemmerstraat 112 II) en de naam van haar moeder ‘Hermina Rood’, die wel strookt met Henriette Luise Blumenthal-Rotschild.

De weduwe Blumenthal-Rotschild was een zeer getalenteerde anatomisch tekenaar. In opdracht van de hoogleraar Martinus Willem Woerdeman werkte ze aan een anatomische atlas. Die zou na de bezetting in twee delen in 1948 en 1950 uitkomen, met voor het merendeel illustraties van Henriette Luise Blumenthal-Rotschild. Maar in 1940 kreeg het werk minder prioriteit. Professor Woerdeman probeerde tevergeefs de weduwe, haar zoon en haar dochter naar de VS te laten vluchten.

Waar zoon Werner Blumenthal bleef, is niet bekend, maar de weduwe werd op 18 januari 1944 gedeporteerd naar Theresienstadt, waar ze doorging met tekenen. Enkele van haar tekeningen zijn te vinden in het Joods museum in Praag. Henriette Luise Blumenthal-Rotschild overleefde de bezetting en stierf op 12 januari 1963 in Amsterdam. Ook haar zoon Werner, koopman in farmaceutische artikelen, overleefde. Hij stierf in 1971 in Amsterdam.

Dochter Käthe Blumenthal was op 26 juli 1943 geïnterneerd in Kamp Westerbork – de registratie wijst niet op arrestatie – en vandaar gedeporteerd naar Auschwitz, op 24 augustus 1943. Haar moeder vertelde later dat Käthe tijdens het transport uit de trein was gesprongen, waarbij ze gewond was geraakt. Ze was weer in de trein gezet en meteen na aankomst vermoord, op 27 augustus 1943.

Of Käthe werkelijk op Lindenlaan 34 ondergedoken heeft gezeten staat niet vast. Wel dat ze op in het Zeister bevolkingsregister op dit adres vals geregistreerd stond onder de naam ‘Catharina Bloem’.

Bronnen:

  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Catharina Bloem’
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaart voor Käthe Blumenthal
  • L. de Rooij, ‘Lodewijk Bolk en de bloei van de Nederlandse anatomie, 1860-1940’, Universiteit van Amsterdam, 2009.
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Käthe Blumenthal en Henriette Luise Blumenthal-Rotschild

1. Lindenlaan 34

2. De valse registratie van Käthe Blumenthal in Zeist

3. Informatie op het digitaal joods monument over de moeder van Käthe Blumenthal

4. Henriette Luise Blumenthal-Rotschild

5. Het werk van Henriette Luise Blumenthal