Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, voor een groot deel joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres met een of meer valse registraties van nog niet geïdentificeerde personen, die op grond van hun gegevens als joods worden aangemerkt: kinderen, vrouwen, mannen die qua leeftijd duidelijk niet in aanmerking kwamen voor de Arbeitseinsatz, echtparen en ouders met een of meer kinderen. Een overzicht van adressen is te vinden via valse registraties van onbekende onderduikers.
Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op die adressen ondergedoken waren.
Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.
(Zie het Supplement, pagina 105; aangevuld)
Valse persoonsregistraties op naam van:
- Adeli Zeevalkink (Gendringen, 13 oktober 1903)
- Gerda Maria Helpman-Hauchman, weduwe (Rotterdam, 16 januari 1909)
- Berendine Helpman (Rotterdam, 16 maart 1933)
- Suzanna Helpman (Rotterdam, 15 december 1938)
- Margaretha Wijkman (Amsterdam, 16 juli 1942)
Bewoners (= onderduikgevers?):
- Bartholomeus van der Vaart, directeur NV (Vlaardingen, 9 februari 1886 – Zeist, 17 november 1952), en
- echtgenote Maartje van der Vaart-Borst (Vlaardingen, 14 oktober 1884 – Zeist, 3 november 1957)
In het register van illegalen bij het gemeentearchief bevinden zich de persoonskaarten van de weduwe ‘Gerda Maria Helpman-Hauchman’ en haar dochtertjes ‘Berendine Helpman’ en ‘Suzanne Helpman’. Echtgenoot en vader ‘Barend Willem Helpman (1904 of 1905)’ zou in mei 1939 overleden. Moeder en dochters zouden zich in maart 1942 gevestigd hebben op Lindenlaan 12, afkomstig van Merellaan 16 in Rotterdam.
Het kost weinig moeite om de namen Helpman en Hauchman met die gegevens te herleiden naar Bernhard Wolfgang Hellmann en Clarissa Hauchmann, die op Merellaan 21 in Rotterdam hadden gewoond. Maar dan. De drie onderduikers die werden geregistreerd op het adres Lindenlaan 12 waren anderen, maar wie?
Het echtpaar Hellmann-Hauchmann had namelijk geen dochters. De joodse Bernhard Hellmann en ‘halfjoodse’ Clarissa Hauchmann waren op 23 januari 1942 gescheiden. Zij – dochter van een Russisch-joodse vader en een niet-joodse moeder – dook onder op verschillende plaatsen, en tenslotte in Bussum bij Marten Toonder die met een nicht van haar getrouwd was. Zoon Paul (1935) kwam na allerlei omzwervingen en een mislukte vlucht uit Nederland terecht bij de oudste dochter van het bekende echtpaar Kröller-Müller, in de buurt van de Hoge Veluwe. Vele jaren na de oorlog zou Paul Hellmann horen dat zijn vader (onderduiknaam ‘Wout’) op slechts een paar kilometer afstand ondergedoken had gezeten, bij een keuterboer in Ede.
Na verraad was Bernhard Hellmann gearresteerd door twee beruchte agenten. Hij werd op 23 maart 1943 als strafgeval overgebracht naar Kamp Westerbork, om een week later gedeporteerd te worden naar Sobibor, waar hij op de dag van aankomst (2 april) werd vergast. Clarissa Hauchmann en haar zoon Paul zouden de bezetting overleven.
Paul Hellmann getuigde in 2011 in het proces tegen Demjanjuk, ‘de beul van Sobibor’. Ook publiceerde hij over de geschiedenis van zijn familie aan de hand van teruggevonden brieven, dagboeken en foto’s.
Het is merkwaardig dat de verbasterde identiteit van Clarissa Hauchmann gebruikt werd voor de inschrijving van een andere onderduikster met twee dochtertjes in het bevolkingsregister van Zeist. Merkwaardig omdat die identiteit eenvoudig herleidbaar leek, en omdat ze die valse identiteit anders zelf wel kon gebruiken, maar vooral omdat haar schoonmoeder Irene Hellmann-Redlich ondergedoken zat op Lindenlaan 7, pal aan de overkant. Dat kan geen toeval zijn.
Op bedoeld adres werden overigens nog twee onderduikers geregistreerd, te weten ‘Adeli Zeevalkink (Gendringen, 13 oktober 1903)’ en ‘Margaretha Wijkman (Amsterdam, 16 juli 1942)’.
Bij de bewoners van Lindenlaan 12 kan nog worden aangetekend dat een dochter in 1947 trouwde met dominee Pieter Johan Susan Barends die met zijn moeder en broer op Berkenlaan 42 onderduik had gegeven aan het joodse gezin Hollaender-Roth.
De gedachte dat er onderduikers op Lindenlaan 12 hebben gezeten, wordt ondersteund in een reactie van Evert Jan van Hasselt, wiens ouderlijke gezin daar in de jaren 1973 – 1991 woonde. Per email van 12 juli 2026:
‘Opvallend in dat huis was een loze ruimte boven het balkon aan de zijde van Lindenlaan 14. Een vrij grote ruimte die vanaf de tweede verdieping bereikbaar was via een vrijwel onzichtbaar luik. Dat luik was van vanuit de loze ruimte afsluitbaar, waardoor het luik vanuit het huis eruit zag als een vast onderdeel van de dakrand. Wij hebben ons altijd afgevraagd of die ruimte is gebruikt voor (Joodse) onderduikers.’
Bronnen:
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, valse persoonsregistraties van moeder en Berendine en Suzanna Helpman-Hauchman’, ‘Adeli Zeevalkink’ en ‘Margaretha Wijkman’
- Paul Hellmann, ‘Irene mijn grootmoeder, De neergang van een Weens-joodse familie’, Uitgeverij Augustus, 2015
- psychotraumanet.org, Onafgedane zaken, Paul Hellmann over onderduik, loyaliteiten, houvast en schrijven (2010)
- Zie bijvoorbeeld www.trouw.nl, ‘We mogen Demjanjuk in zekere zin dankbaar zijn’ (17 maart 2012)
- Zie Lindenlaan 7 en Berkenlaan 42
1. Lindenlaan 12
2. Valse persoonsregistratie van Gerda Hauchmann
3. Valse registratie van onbekende (vermoedelijk joodse) onderduiker kopie
4. Valse registratie van onbekende (vermoedelijk joodse) onderduiker kopie
5. Valse registratie van onbekende (vermoedelijk joodse) onderduiker kopie
6. Valse registratie van onbekende (vermoedelijk joodse) onderduiker kopie
7. Cover van het boek ‘Irene mijn grootmoeder’ van Paul Hellmann






