Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

In memoriam:

  • Berend Stibbe, gehuwd, reiziger in kantoorartikelen (Zwolle, 2 oktober 1903 – Zeist, 3 februari 1945), bereikte de leeftijd van 41 jaar

Bewoners:

  • Roelof Albertus Timmer, boekhouder (Apeldoorn, 1 juli 1911 – Zeist, 1 juni 1982), en
  • echtgenote Aaltje Hubertha Timmer-Maarleveld (Apeldoorn, 13 januari 1914 – ???)

Kinderen tijdens de bezetting (1937, 1939, 1944)

Op zaterdagmiddag 3 februari 1945 klonk tegen 17.00 uur het luchtalarm in Zeist. Aangeschoten geallieerde vliegtuigen dropten hun bommenlast – oorspronkelijk bedoeld voor het vliegveld Soesterberg? – op de Waterigeweg, de wijk Kersbergen en de wijk Griffenstensteyn. Een van die bommen kwam terecht op het Griffensteijnseplein, hoek Gijsbrecht van Amstellaan. De klap was enorm, en de bom bleek het leven te hebben gekost aan ‘Berend Tolhuis’, geboren op 2 oktober 1888, wonende Turfstraat 6 te Eindhoven. Hij zou evacué zijn en uit Barneveld zijn gekomen.

Bij de overlijdensaangifte op 6 februari 1945 bleek echter dat ‘Berend Tolhuis’ in werkelijkheid de joodse onderduiker Berend Stibbe was, geboren op 2 oktober 1903 in Zwolle. Hij moet er ouder voor zijn leeftijd uitgezien hebben, want op zijn valse persoonsbewijs was hij maar liefst 15 jaar ouder. Zijn geschiedenis kon worden ontrafeld omdat Marco Groen, op zoek naar informatie voor Zwolse struikelstenen, in april 2022 navraag deed naar de gebeurtenis op 3 februari 1945 in Zeist.

Bij een verkennend onderzoek bleek dat Berend en Jet (Henriette) Stibbe-van Gelderen en hun beide dochters in 2020 beschreven zijn in het boek ‘Beroofd volgens de regels, Het lot van zeven joodse ondernemers in Deventer’. Het echtpaar dreef een kantoorboekhandel annex leeszaal in Deventer en Berend Stibbe reisde met artikelen die hij de merknaam Ebbits – omkering van zijn achternaam – had gegeven.

Het gezin Stibbe-van Gelderen verhuisde in maart 1940 naar Amsterdam, uit angst voor de Duitse inval, maar had buiten de Duitse luchtmacht gerekend. Ze waren namelijk redelijk dichtbij Schiphol gaan wonen. Medio november 1940 gingen ze – na een verhuizing binnen Amsterdam – al weer terug naar Overijssel. In de geboorteplaats Zwolle van Berend Stibbe gingen ze wonen op Steenstraat 22 en later Van Ostadestraat 6.

Toen het gezin onderdook, kwamen ze terecht op verschillende onderduikadressen. Jet Stibbe-van Gelderen zat ondergedoken in Apeldoorn, bij het gezin Maarleveld. De oudere heer des huizes fietste regelmatig van Apeldoorn naar Zeist, om daar bij zijn dochter Aaltje Timmer-Maarleveld artikelen te brengen, die ze hard nodig had. Op zeker moment bood Berend Stibbe – zelf ondergedoken in Lunteren, nabij Barneveld dus – aan om die vermoeiende ritten te maken. Dit risico durfde hij wel te nemen, omdat hij geen uitgesproken joods uiterlijk zou hebben gehad. Die hulpvaardigheid zou hem fataal worden.

Het gezin Timmer-Maarleveld woonde vanaf begin juli 1941 op Laan van Cattenbroeck 85, aan het Griffensteijnseplein. Waarom was Berend Stibbe op zaterdagmiddag 3 februari 1945 de plek des onheils, toen die bom daar viel? Het luchtalarm had geklonken. Had hij geprobeerd om nog – of weer? – naar Laan van Cattenbroeck 85 te komen, of was hij daar juist vertrokken? Naar verluidt, zou hij nog in een greppel gedoken zijn, maar geraakt zijn door een bomscherf. Een greppel? Een ooggetuige van de bominslag was de 9-jarige H. Blankenbijl. Anno 2022 vertelt deze ooggetuige dat het mooie park begin 1945 was verworden tot bouwgrond. Men teelde er volop aardappels. Er zullen daar tijdelijk een of meer gaten of ondiepe greppels zijn geweest.

De aangifte van het overlijden werd op dinsdag 6 februari 1945 gedaan. Mogelijk had het echtpaar Timmer-Maarleveld de werkelijke identiteit van ‘Berend Tolhuis’ onthuld, want de aangifte bij de gemeente geschiedde met zijn werkelijke gegevens. Aangever was een inwoner van Zeist, Hendricus Gerhardus Karelse, oud 53 jaar van beroep bedienaar. Die verklaarde dat Berend Stibbe zoon was van Joel Stibbe en Hendrika Stibbe(-Stibbe), beiden wonende in Zwolle. Als tijdstip van overlijden werd 15.00 uur genoteerd.

Berend Stibbe werd aanvankelijk begraven in Zeist en na de oorlog herbegraven op de joodse begraafplaats in Zwolle. Zijn ouders, echtgenote en beide dochters hadden de bezetting overleefd, maar zijn drie zusters en hun gezinnen waren vermoord in Auschwitz en Sobibor.

Bronnen:

  • Mededelingen van Marco Groen en H.H. Blankenbijl
  • Oude bevolkingsregisters van Amsterdam en Zeist
  • Gemeente Zeist, politiedagrapport van 3 februari 1945, dood van ‘Berend Tolhoek’
  • Joep Boerboom, ‘Beroofd volgens de regels, Het lot van zeven joodse ondernemers in Deventer’ (2020, Verloren)
  • Annemiek Bal, ‘Het Zeister verzet’, 119
  • Joods monument, Berend Stibbe
  • ITS Arolsen, Joodse Raad-kaarten voor Berend en Henriette Roza Stibbe-van Gelderen

1. Berend Stibbe omstreeks 1940

2. De struikelsteen voor Berend Stibbe, voor zijn voormalige woonadres Van Ostadestraat 6 in Zwolle