Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 389-393)

Onderduikers aan wie onderduik of andere hulp werd verleend:

  • Eleonore Louise Beem, jeugdleidster buitenschoolse jeugdzorg, studente kweekschool (Amsterdam, 25 juni 1924 – Den Haag, 24 maart 1971)
  • zusje Agnes Irene Beem, scholiere (Amsterdam, 25 september 1926 – Capelle aan den IJssel, 14 september 1993)
  • ir. Julius François Cahen, gehuwd, personeelschef van de NS-administratie (Den Bosch, 2 oktober 1899 – Haifa-Israël, 29 juni 1979)
  • Sem Alma Cohen, ongehuwd, medisch student (Amsterdam, 3 januari 1922 – Amsterdam, 3 maart 1988)
  • Renate Cohn (Bolkenhain-Duitsland, 20 januari 1928 – New York – VS, 10 december 2002)
  • Alice Haas-Cerf, weduwe (Leipzig-Duitsland, 7 september 1888 – Ede, 4 maart 1961)
  • zoon Fritz Gerhard Haas (25 december 1910 – Renkum, 17 februari 1958)
  • Alida Heijmans, ongehuwd, winkelierster (Utrecht, 10 juni 1899 – Amsterdam, 1 april 1990)

Drie nichtjes van Alida Heijmans, te weten de zusters:

  • Estella Heijmans (Utrecht, 6 september 1926 – 20 januari 2021, Terrace, Kitimat-Stikine-Canada)
  • zusje Lotte Elizabeth Heijmans (Utrecht, 18 juni 1930 – Toronto-Canada, 28 juli 2013)

zusje Elisabeth Lida Heijmans (Utrecht, 11 maart 1935)

  • Salomon Koster, zenuwarts (Amsterdam, 10 juni 1893 – Amsterdam 2 februari 1958), en
  • echtgenote Hanna Koster-Teixeira de Mattos (Amsterdam, 22 december 1899 – Amsterdam 25 november 1980)
  • Beb Levy, geen nadere gegevens bekend (naam correct geschreven?)
  • Carla Magnus, ongehuwd, kinderverzorgster (Hamburg-Duitsland, 3 januari 1925 – San Francisco-VS, 14 april 1979)
  • Wilhelmine Meijer, ongehuwd, kinderverzorgster (Keulen, 21 juni 1922 – Den Haag, 16 januari 2009)

  • Ernst Stein, gehuwd, stoffeerder (Herne-Westfalen, 29 juli 1900 – Amsterdam, 23 augustus 1952)

Onderduikgevers:

  • Kornelis Kirpensteijn, timmerman, aannemer (Driebergen, 18 augustus 1902 – De Bilt, 9 april 1973), en
  • echtgenote Antonia Kirpensteijn-ten Haaft (Zeist, 9 januari 1907 – Zeist, 12 november 1989)

Twee dochters en een zoon

Als aannemer Kornelis Kirpensteijn in november 1935 overlijdt door kolendampvergiftiging, moet zijn zoon Kees (Kornelis), gemeenteambtenaar, het bedrijf overnemen. Kees Kirpensteijn junior is een sportman in hart en nieren. Hij is in 1923 medeoprichter en secretaris geweest van korfbalclub TOV, later De Tovers, die achter de Gero speelt. Hij is zelf bij die club, en later bij Door Vriendschap Verenigd (DVV) op het Bisonveld, een goede korfballer en korfbalscheidsrechter. Verder doet hij enthousiast aan jiu-jitsu en schaatsen. Kirpensteijn is daarnaast een gereformeerd, principieel man. Hij is fel anti-Duits en accepteert geen onrecht.

Als de bezetting begint, blijkt hij ook een moedig man, met steun van zijn echtgenote Tonnie (Antonia) Kirpensteijn-ten Haaft. Het begint met sabotage-achtige acties. Als er in het Wilhelminapark een bord ‘Voor joden verboden’ komt te hangen, rukt hij het van de boom en neemt het mee naar huis. Met een andere illegaal werker, Toon van de Kamp, breekt hij herhaald in bij een door Duitsers bewoond huis aan het Laantje zonder Eind, waarbij ze onder meer een bronzen kop van Hitler, nazi-literatuur en een grote dolk met runentekens buit maken. Meer om Duitsers dwars te zitten.

Belangrijk dan zulke plaagstoten is de bijdrage van Kees Kirpensteijn aan het illegaal werk van de afdeling Zeist van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Hij onderhoudt in dat verband intensief contact met zijn vriend gemeenteambtenaar Peter van der Werf, een voormalige collega.

Met zijn echtgenote gaat Kirpensteijn op Krullelaan 17 aan joodse onderduikers een doorgangshuis voor joodse onderduikers onderhouden. Hij beschikt over veel contacten en brengt ‘s avonds joodse onderduikers verder naar andere adressen, zoals Renate Cohn die naar het echtpaar Pool-van der Veen in de Ernst Casimirlaan verhuist. Het valt het meisje heel zwaar om afscheid te moeten nemen van haar onderduikgevers op Krullelaan 17, zal ze na de bevrijding schrijven.

Wie er allemaal een tijdelijk verblijf vinden op Krullelaan 17?

In zijn boek ‘De verborgen generatie’ (2025) schrijft Bert Jan Flim dat Kees Kirpensteijn de drie zeer orthodoxe zusjes ‘Bertha’ (1926), ‘Eva’ (1930) en ‘Lena’ (1935) onderbrengt op onderduikadressen. Flim doelt hiermee op Stella, Lottie en Lies Heijmans uit Utrecht, die met hun ongehuwde tante Lida Heijmans (later naar Amalia van Solmslaan 65) het doorgangshuis passeren. Ze hebben eerder vanaf eind 1942 ondergedoken gezeten op één adres met hun ouders, het tweelingzusje van Lies, hun grootvader van vaderskant en een ongehuwde oom (in totaal negen personen), maar de onderduikruimte was daar niet geschikt voor. De zusjes en hun tante zullen dec bezetting overleven, de vijf anderen niet.

Verder helpt Kirpensteijn, behalve Renate Cohn, Sem Cohen, Beb Levy, Carla Magnus, Wilma (Wilhelmine) Meijer, Leonore Louise Beem (‘Wilhelmina Hendrika van Munster’) en haar zuster Agnes Irene Beem (‘Cornelia Miesje van der Tak’). Beide laatstgenoemden brengt Kirpensteijn later onder op Pauw van Wieldrechtlaan 13 en 24.

In het oorlogsdagboek van de joodse psychiater Salomon Koster komt een Zeister aannemer voor, die aan jodenhulp doet. Gelet op de beschrijving van een uitwijkadres kan het niet anders of daar wordt Krullelaan 17 mee bedoeld. Als Koster en diens echtgenote op stel en sprong vanwege een op hand zijnde razzia of huiszoeking weg moeten van de onderduikgevers, brengt ‘mevrouw Beek’ – Bertha Beckmann-Halkema van Acacialaan 18a – het echtpaar tijdelijk naar de aannemer. Uit het dagboekverslag: ‘Daar waren al 6 joden ondergedoken, die alle door een of andere oorzaak van hun onderduikadres waren verdreven. Mijn God met welk een haast bovenmenselijke liefde werden wij hier ontvangen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, wij, Joden, bedelaars, zwervers, paria’s en bovendien voor deze menschen volkomen vreemden.’

Het echtpaar Koster-Teixeira de Mattos krijgt koffie, broodjes, boter en kaas, zonder daar distributiebonnen voor in te leveren. De vrouw van de aannemer verzekert hen dat ze zo lang mogen blijven als nodig is. Jodenhelpster Bertha Beckmann-Halkema gaat intussen op onderzoek uit, en hoort dan dat de kust weer vrij is. De onderduikgever op Laan van Bergen 9 werkt als chauffeur voor een Duitse organisatie, en er heeft een huiszoeking bij alle chauffeurs plaatsgevonden naar een kist munitie. Op het onderduikadres Laan van Bergen 9 is niets gevonden. En dus kunnen de onderduikers daar weer naar terug.

Soms blijven onderduikers langer, zoals Beb Levy en Sem Cohen, alias ‘Frits Plasman’, die in de ‘ijskelder’ – de koudste kamer van Krullelaan 17, boven de keuken – documenten vervalst.

Kees Kirpensteijn heeft voorzieningen getroffen voor de veiligheid van de onderduikers. Onder het huis is een kelder die verbonden is met een andere kelder. Die laatste kelder is een veilige schuilplaats. Verder heeft hij een inventief en zeer effectief waarschuwingssysteem met een elektrische bel die tussen twee meterkasten bij de voordeur in zit. Voordat ze de deur opent, drukt zijn echtgenote op de bel. Dan kunnen de onderduikers over het platte dak, of via luiken in de achterliggende werkplaats, naar de aangrenzende gemeentekwekerij aan de Choisyweg. Daar liggen zogenoemde eenruiters – kleine broeikasjes – waarin ze zich kunnen verstoppen.

Het is een zware tijd. De spanningen tussen de onderduikers lopen soms hoog op, en Tonnie Kirpensteijn-ten Haaft slaagt er niet altijd in om de vrede terug te laten keren: ‘Kees, er moet er weer een weg!’ Waarop Kees Kirpensteijn ’s nachts op de fiets een onderduiker wegbrengt naar een ander adres, bijvoorbeeld naar zijn schoonouders op Oude Arnhemseweg 82. Aan al die toestanden zal Tonnie in haar verdere leven zenuwpijnen aan haar gezicht overhouden, terwijl haar echtgenoot het aan zijn hart zal krijgen.

Uit documenten in zijn nalatenschap blijkt dat hij zich bijvoorbeeld ook bezig houdt met onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Het zijn notities als:

Middenlaan 4 woont de Wit.– Zoon uit Arbeidsdienst.– Ondergedoken.– Ouders geen inkomsten, behalve iets als werkster.– Steungeval dus.

En er zijn dringende verzoeken om persoonsbewijzen, ‘bruine ausweisen’, ‘gele ausweisen’, en levensmiddelen voor behoeftigen.

‘Oom Jan’ verricht veel illegaal werk. Om zelf verschoond te blijven van de Arbeitseinsatz laat hij zijn geboortejaar veranderen van 1902 naar 1888. Om er ook ouder uit te zien, scheert hij zijn hoofd helemaal kaal. Het kost hem na de bevrijding 300 gulden (anno 2025 €2556) om zijn juiste leeftijd weer in het bevolkingsregister te krijgen.

Ook beperken de contacten van Kees Kirpensteijn zich niet tot de LO-kring. Dat wil zeggen, hij functioneert lokaal als tussenpersoon tussen de LO en netwerken die aan jodenhulp doen, bijvoorbeeld met een aantal SDAP’ers. Zijn naam zal later in veel verklaringen en dagboeken opduiken. Kees Kirpensteijn helpt op allerlei manieren, mede dankzij zijn grote netwerk.

Zo leent hij aan Ger (Fritz Gerhard) Haas, die met zijn moeder en zijn niet-joodse vriendin op vier adressen in Zeist onderduikt, 3.100 gulden voor de onderduik, een bedrag dat anno 2025 overeenkomt met €26.413.

Op 12 mei 1945 zal er een advertentie in de Zeister post verschijnen, dat mensen die hun radio bij hem hebben verborgen, die kunnen afhalen.

En in juli 1945 staat er een advertentie in de Zeister Post, waarin Kirpensteijn onder meer stelt dat hij tijdens de bezetting honderden schuilplaatsen heeft gemaakt.

Hij beschikt over veel bonkaarten die door koeriersters worden gebracht en die via hem verspreid moeten worden.

Al die contacten brengen grote risico’s met zich mee. Na verloop van tijd weten zeer velen – tot in Kamp Westerbork toe – dat Kees Kirpensteijn illegaal actief is. Het is dan ook wachten op verraad.

En in de zomer van 1944 is het zover. Een voormalige koerierster, Ruth de Bruin, verraadt de belangrijkste illegale werkers in Zeist. De Sicherheitspolizei doet op 1 juli 1944 invallen, wat Leen Edelman en een LO-medewerker uit Culemborg fataal zal worden. De anderen weten te ontsnappen of er wordt niets bij ze gevonden.

De Sicherheitspolizei gaat niet aan Krullelaan 17 voorbij. Omstreeks 5.00 uur ’s ochtends verschijnen er twee agenten aan de deur. Kees Kirpensteijn kan net op tijd door de achterdeur wegglippen. Maar hij heeft ook geluk, want zijn verbergplaats wordt niet gevonden en een joodse jongen is net een week eerder weggebracht (Sem Cohen?).

Het tekent de felheid van Kees Kirpensteijn dat de inval hem niet belet om door te gaan waar hij mee bezig was. Zo krijgt de joodse Duitser Ernst Stein in september 1944 een schuilplaats op Krullelaan 17. Stein is eind november 1938 naar Nederland gevlucht. Hij is met zijn echtgenote naar Kamp Westerbork gebracht. Toen men daar merkte dat Stein opvallend handig was, onder meer met het maken van matrassen, hoefden hij en zijn echtgenote voorlopig niet op transport. Als een deel van de Sicherheitsdienst na D-Day van Den Haag naar Zeist komt, wordt een deel van de Lyceumwijk gevorderd door de Duitsers. Ernst Stein en een aantal medegevangenen moeten helpen bij de herinrichting van de woningen voor SD-medewerkers.

Tijdens zijn verblijf in Kamp Westerbork heeft Ernst Stein van een gearresteerd joods meisje het adres van Kees Kirpensteijn gekregen. Hier zou hij kunnen onderduiken. In de chaos rond Dolle Dinsdag 5 september 1944 kunnen hij en joodse medegevangenen onopgemerkt weglopen. Ernst Stein loopt naar Krullelaan 17. Via Kirpensteijn vindt hij een vaste onderduikplaats op Amalia van Solmslaan 65 (waar ook Alida Heijmans is ondergebracht), met een vals persoonsbewijs op naam van ‘Michiel Bruins’. Pas op 6 oktober, een maand later, wordt Steins ontsnapping geregistreerd in Kamp Westerbork.

Na de bevrijding blijkt dat de bezettingstijd grote impact heeft op het gezin Kirpensteijn-ten Haaft. Behalve de zenuwaandoening die Tonnie Kirpensteijn-ten Haaft heeft overgehouden aan de grote spanningen, wil Kees Kirpensteijn nooit meer iets te maken hebben met mensen die ‘fout’ waren, zakelijk niet en privé niet. Ook als het om zijn hobby postzegels verzamelen gaat, zal hij bijvoorbeeld niets te maken willen hebben met mensen die tijdens de bezetting foute gedragingen hebben vertoond. Hij blijft onveranderd begaan met onrecht, zoals met de situatie van de Molukkers die naar Nederland komen.

Veel contacten uit het illegaal werk zijn blijvend. Na de bevrijding blijkt daardoor dat Kees Kirpensteijn samen heeft gewerkt met belangrijke jodenhelpers en illegaal werkers die onbekend zijn gebleven, zoals het echtpaar Truuke en Jaap (Jacob Leon) de Wolff-Kruijt die zeer veel illegaal werk verricht zouden hebben. Of Hector van Fenema-Brantsma die later burgemeester van Zandvoort zal worden.

Niet van alle onderduikers van Krullelaan 17 is bekend hoe het hen en hun families is vergaan, want het adres was een doorgangshuis. Maar er blijft contact met een aantal voormalige joodse onderduikers. Rond nieuwjaarsdag komen er elk jaar 3-4 op bezoek. Ze noemen Kees Kirpensteijn dan nog steeds ‘Oom Jan’. En jaren na de bevrijding laten ir. Julius François Cahen, Wilma van Coevorden-Meijer, Ger Haas en Alida Heijmans in Israël bomen voor Kees Kirpensteijn planten.

Kees Kirpensteijn was zonder twijfel een van de belangrijkste jodenhelpers in Zeist, zo niet de belangrijkste, met de volledige steun van zijn echtgenote Tonnie Kirpensteijn-ten Haaft. Ze betaalden voor hun stressvolle activiteiten met hun gezondheid. Dat heeft flinke impact op hun gezin. ‘Ik heb mijn moeder nooit zien lachen’, zegt zoon Bert Kirpensteijn.

Ik vond hem soms nogal nors, bijvoorbeeld als we een voetbal per ongeluk in zijn tuin schoten.’, zegt een voormalige buurjongen, ‘Maar nu ik dit weet, kijk ik totaal anders aan tegen ‘Kale Kees’!

Op 4 mei 2026 wijdt burgemeester Joyce Langenacker haar toespraak aan de intensieve jodenhulp door het echtpaar Kirpensteijn-ten Haaft.

Bronnen:

  • Documenten en mededelingen van Bert Kirpensteijn, Sander van Rhijn (over de bewezen onderduik op Pauw van Wieldrechtlaan 13 en 24), Henk Rauwerdink (contact met SDAP’ers) en Werner Haas
  • Walter Jacob Pool, ‘Opeens werd alles anders’, 74, 112 (Renate Cohn)
  • Bert Jan Flim, ‘De verborgen generatie’, Amphora Books, Amsterdam, 2025, 387-388
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-5500, register van illegalen: valse registratie van Kees Kirpensteijn (verlaging leeftijd), ‘Frits Plasman’, ‘Wilhelmina Hendrika van Munster’, ‘Cornelia Miesje van der Tak’
  • Zie de bewezen onderduikadressen Amalia van Solmslaan 65, Jacob van Lennepplein 8 (volgend onderduikadres van Sem Cohen, alias ‘Frits Plasman’) en Pauw van Wieldrechtlaan 13 en 24
  • NIOD, Europese dagboeken en egodocumenten, toegang 244, inventarisnummer 996, S. Koster, ‘Twee jaren vrijwillige gevangenschap’ (280 pagina’s, periode juli 1934 – mei 1945)
  • Notities van Kees Kirpensteijn over illegaal werk (kopieën in bezit van de auteurs)
  • Mededeling Ernst Stein over verwijzing in Kamp Westerbork naar Kees Kirpensteijn
  • Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummers 97416, 94544 en 76239, M. de Bruin (inval Sicherheitspolizei)
  • Zie het bewezen onderduikadres Amalia van Solmslaan 37 (onderduik en arrestatie Alida Heijmans)

1. Krullelaan 17

2. Kees Kirpensteijn

3. Kees Kirpensteijn liet zijjn leefdtijd aanpassen en schoor zijn hoofd kaal om ouder te lijken. Hij moest na de bevrijding zijn persoonsbewijs laten corrigeren

4. Tonnie Kirpensteijn-ten Haaft

5. Stella Heijmans als klein meisje

6. De ouders en broer van Carla Magnus waren vermoord. Ze vertrok na de oorlog naar de VS, waar ze met de eveneens uit Duitsland afkomstige John Henry Kay (Kaumheimer) een gezin stichtte

7.a. Enschede, 21 maart 1946, ‘Ter herinnering aan de oorlog 4045 te Zeist. Met grote dankbaarheid terugdenkende aan vele bange uren van jullie Renate(Cohn)’

7.b. Beb Levy

7.c. Wilma Meijer.

8. Sem Cohen vervalste niet alleen documenten maar kon ook tekenen en schilderen

9. Nog een kunstwerk van Sem Cohen

10. Joodse Raad-kaart voor Ernst Stein

11. Advertentie in de Zeister Post van 12 mei 1945

12. Advertentie in de Zeister Post van 12 juli 1945

13. Certificaat van de bomen die Wilma van Coevorden-Meijer liet planten

14. Certificaat van de boom die Allida Heijmans voor Kees Kirpensteijn heeft laten planten

15. Certificaat van de boom die Ger Haas voor Kees Kirpensteijn heeft laten planten

16. Certificaat van de boom die ir. Julius F. Cahen voor Kees Kirpensteijn heeft laten planten.