Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 204-210; uitgebreid met informatie over de ouders van de onderduikertjes)

De arrestatie-actie op dit adres maakt deel uit van vier samenhangende acties op vrijdag 18 augustus 1944:

  • Krugerlaan 9 ->

  • Krugerlaan 7 ->

  • Frank van Borselenlaan 4 ->

  • Frank van Borselenlaan 2

Onderduikertjes:

  • Jonas Robert Frankfoorder (Amsterdam, 20 mei 1942 – Ashford – Engeland, 16 juni 2008)
  • Jacob Jäger (Den Haag, 23 augustus 1937)
  • > Beiden overleefden de beruchte deportatie van onbekende kinderen
  • >

Onderduikgevers:

  • Pieter Jacobi, tijdens de bezetting woninginrichter (Zeist, 13 oktober 1906 – Utrecht, 15 oktober 1975), en
  • echtgenote Adriana Jacobi-de Jong (Utrecht, 5 december 1916 – overleden na 1994)

Geen kinderen

Josje Frankfoorder wordt geboren op 20 mei 1942 in Amsterdam, als zoon van Jacob en Vrouwtje Frankfoorder-Halberstadt. Veel joodse Amsterdammers worden gedeporteerd vanuit de Hollandse Schouwburg in Amsterdam. Kleine kinderen zitten in de crèche die daar tegenover ligt. Van daar uit worden vele kinderen in overleg met het illegale werk uit de administratie verwijderd, weggehaald en naar een onderduikadres gebracht.

De uitgever Jo Snelleman neemt Josje Frankfoorder mee uit Amsterdam. Piet Jacobi doet samen met Snelleman illegaal werk. Als hij in het voorjaar van 1943 hoort dat de baby snel weg moet, omdat zijn moeder gearresteerd is en de verblijfplaats van haar kind kent, willen Jacobi en zijn echtgenote graag voor Josje Frankfoorder zorgen.

Josje is dan negen maanden oud. Op 13 juli 1942 is op de Joodse Raad-kaarten van zijn ouders aangetekend: Kind, 2 Mon. Alt’. Zijn vader Jacob Frankfoorder heeft in het najaar van 1942 eerst dwangarbeid moeten verrichten in de ‘hel van Ellecom’, in de in Ellecom gevestigde SS-Schule Avegoor, opleidingscentrum voor de Nederlandse SS. De joodse dwangarbeiders moeten daar onder erbarmelijke omstandigheden een ‘Turnhalle’ bouwen en worden ernstig afgebeuld bij hun slavenarbeid. Op 22 november 1942 is Jacob Frankfoorder in Kamp Westerbork geïnterneerd. Hij is dan kennelijk ziek. Op 9 februari 1943 is hij gedeporteerd. Zijn echtgenote volgt een andere route naar deportatie. Ze is eerst geïnterneerd in Kamp Vught – de reden is nog onbekend – en zal op 26 mei 1943 overgebracht worden naar Kamp Westerbork. Op 15 november 1943 zal zij gedeporteerd worden. Beiden zullen kennelijk eerst nog dwangarbeid moeten verrichten, voordat ze vermoord zullen worden. Voor Jacob Frankfoorder zal zijn helletocht op 21 januari 1944 in Auschwitz eindigen, zijn echtgenote Vrouwtje zal daar tien dagen later vermoord worden. Hebben ze elkaar nog gezien?

Een tijdje na Josje Frankfoorder komt er, eveneens via het echtpaar Snelleman, wier woning Waterigeweg 80 als doorgangshuis voor onderduikers fungeert, een tweede joods jongetje bij de Jacobi’s in huis, Jacky Jäger uit Den Haag, een zoontje van Abraham en Ethel Feigel Jäger-Lowi. Zijn ouders zijn al op 10 november 1942 gedeporteerd vanuit Kamp Westerbork.

De identiteit van beide jongetjes wordt op het Zeister gemeentehuis vervalst. Ze heten voortaan ‘Jacky Jacobi’ en ‘Josje Jacobi’, zoontjes van Hendrik en Janny Jacobi-van Nugteren. Waarom de voornamen en geboortegegevens van het echtpaar Jacobi-de Jong en de achternaam van Adriana Jacobi-de Jong ook vervalst worden, is niet duidelijk (en ook niet zo praktisch?).

Bij de buren op Krugerlaan 9 komt ook een joods jongetje in huis, Fritsje Posener. Fritsje wordt verraden door de groep van de beruchte joodse verraadster Ans van Dijk en op 18 augustus 1944 gearresteerd. Jos Frankfoorder die pas tientallen jaren later de toedracht zal horen van zijn pleegmoeder, zal er dan het volgende over zeggen:

Ze kwamen namelijk voor Fritsje. Politie en NSB waren het, en ze kwamen achterom, door de steeg achter de tuin. Ze hadden gehoord dat er bij de bakker een joods jongetje zat en zagen Fritsje in de tuin lopen. Zij zagen mij toen ook, want ik speelde in de tuin van de Jacobi’s. Toen ze mij eenmaal te pakken hadden, kwamen ze erachter dat er bij de buren nog een jongetje zat, mijn pleegbroer Jacques.

Een van de politiemannen vraagt naar de naam van het jongetje, waarna zij controleren of ze besneden zijn. Dat is het geval. Adri Jacobi-de Jong blijft volhouden dat de jongetjes haar door de Voogdijraad zijn toegewezen, maar dat mag niet baten. Jos Frankfoorder:

We zijn met z’n drieën tegelijk afgevoerd. Mijn pleegmoeder werd gearresteerd: zij is nog in Den Haag vastgehouden.

Jos Frankfoorder is inmiddels ruim twee, Jacques en Fritsje zijn bijna 7 en bijna 4 jaar oud. Eerst worden de drie jongetjes met andere, volwassen arrestanten van de razzia op die dag in Zeist bijeengebracht op de zolder van Frank van Borselenlaan 4, waar ook de ouders van Fritsje zitten. Het gezin Posener wordt gezamenlijk geïnterneerd in Kamp Westerbork.

Josje Frankfoorder en Jacky Jäger komen met lotgenootjes in de weeshuisbarak van Kamp Westerbork terecht. Ze behoren tot de ‘Gruppe Unbekannte Kinder’, die rondlopen met naamplaatjes waarop hun vermoedelijke naam en geboortedatum staat. Begin september 1944 wordt besloten om de bezetting van Kamp Westerbork verder terug te brengen naar 500 gevangenen. De overige gevangenen, inclusief de onbekende kinderen, worden op 13 december met het laatste transport van Kamp Westerbork naar Bergen-Belsen vervoerd.

Dat gebeurt met een gewone passagierstrein waaraan een goederenwagon is gekoppeld. In die wagon is de vloer bedekt met stro en zijn kleine stoeltjes en tafeltjes geplaatst voor de groep van 50 onbekende kinderen in de leeftijd van 2 tot 11 jaar. De vier volwassen begeleiders kunnen niet voorkomen dat onderweg een van de kinderen sterft.

De groep moet twee maanden in Bergen-Belsen blijven. Medio november 1944 worden de kinderen naar Theresienstadt gebracht en daar worden ze in mei 1945 door het Russische leger bevrijd.

Jacky Jäger en Josje Frankfoorder komen terug naar Nederland. Hun ouders zijn vermoord. Josje komt daarom terug naar Zeist. Jacky gaat voorlopig naar een oom in Den Haag.

– 0 – 0 – 0 – 0 –

Een onverteerbare beslissing

De inmiddels bijna 3-jarige Josje Frankfoorder komt per vliegtuig terug naar Nederland. Zijn pleegmoeder is naar Eindhoven gereisd omdat ze gelezen heeft dat haar andere onderduikertje Jacky de deportatie overleefd heeft. Maar Jacky is er niet, wel Josje. Dat die het overleefd zou hebben, heeft Adri Jacobi-de Jong niet durven hopen.

Josje wordt voorlopig weer door zijn pleegouders in Zeist opgenomen. Zijn ouders blijken vermoord te zijn. De psychologische inzichten zijn nog niet zo ver gevorderd, dat de ervaringen van een klein kind van enig belang worden geacht. Een kind van die leeftijd heeft immers geen notie … Dat de scheiding van zijn ouders, de arrestatie, het verblijf in kamp Westerbork en het verblijf in twee concentratiekampen een hele zware invloed op de ontwikkeling van Josje hebben, voorziet niemand.

En dan ontstaat er ook nog eens een groot probleem. De zuster van zijn vader, Rachel Frankfoorder, is teruggekeerd van deportatie naar Auschwitz, Bergen-Belsen, het werkkamp Raguhn en Theresienstadt. Zonder het te weten, zijn Josje en zij gelijktijdig in Theresienstadt geweest. Zij is daar op 8 mei 1945 bevrijd.

Rachel Frankfoorder is een opmerkelijke, krachtige persoonlijkheid, onafhankelijk voor die tijd. Ze had al in 1936 gekozen voor een gemengd huwelijk met de uit Suriname afkomstige Charles Desiré Lu-A-Si, een buitenechtelijke telg uit een Afro-Surinaams geslacht van slaafgemaakten, waardoor haar familie haar verketterde. Lu-A-Si was een communist die tijdens de bezetting onder de schuilnaam ‘Sjanghai Express’ actief werd als illegaal werker. In februari 1941 was hij betrokken bij de Februari-staking. Bij een razzia werd hij al in juni 1941 gearresteerd en achtereenvolgens naar de kampen Schoorl, Amersfoort, Neuengamme, Dachau en Auschwitz overgebracht. Op 15 november 1942 was hij vermoord.

Zelf is Rachel ook illegaal aan de slag gegaan. Ze heeft als onderduikster illegaal werk gedaan – verzorging van bonkaarten voor onderduikers – maar is bij een controle gearresteerd omdat haar valse persoonsbewijs niet goed genoeg was. Op 6 juni 1944 is ze geïnterneerd in de strafbarak 67 van Kamp Westerbork – waar ze contact heeft met Anne Frank en haar ouderlijke gezin – en op 3 september is haar transport. Haar zoontje Dees (Désiré Charles) Lu-A-Si is tijdig ondergebracht op een onderduikadres in Rotterdam waar het half-joodse jongetje de bezetting overleeft.

Na de bevrijding uit Theresienstadt moet weduwe Rachel Frankfoorder een jaar herstellen. Tijdens die herstelperiode, op 5 september 1945, hertrouwt ze met de directeur en redacteur Eddy (Eduard) van Amerongen van het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Het echtpaar dat inmiddels weet dat neefje Jos nog leeft, wil hem meenemen naar Palestina. Als ze hersteld is van haar kampervaringen vraagt Rachel van Amerongen-Frankfoorder het voogdijschap over neef Jos aan. Haar positie lijkt ijzersterk. Ze heeft ook goede argumenten, afgezien van de familierelatie. De ouders van Jos waren liberaal, maar joods. Als bewijs daarvoor geldt dat Jacob Frankfoorder alleen zijn gebedsmantel (talliet) heeft laten onderduiken, dat Jos besneden is en een zeer joods uiterlijk zou hebben. Maar die argumenten leggen onvoldoende gewicht in de schaal.

Er ontspint zich boven het hoofd van het jongetje een moddergevecht zonder weerga. Zijn pleegouders verzetten zich tegen de adoptie door de tante van Josje en zorgen ervoor dat hij niet in Zeist is, als zij hem daar wil bezoeken. En ze winnen het gevecht om de voogdij. De belangrijkste argumenten tegen adoptie door zijn tante lijken vooral te zijn dat ze indertijd verketterd is door haar familie, inclusief de ouders van Jos, vanwege haar gemengde huwelijk en dat Josje al een tijd in Zeist heeft gewoond.

Bij het overleg van de Commissie Oorlogskinderen (OPK) worden merkwaardige argumenten gebruikt, zoals: ‘Hr. en mevr. Jacobi zullen zelf nooit kinderen krijgen; hun huwelijk zal door Josje in stand blijven.

Maar verder acht men de toekomst van de jongen in Zeist verzekerd en vindt men zijn, overigens protestantse, pleegvader een sterke identificatiefiguur voor hem.

De stemming van de later zeer omstreden commissie valt met 12 tegen 11 uit in het voordeel van de Jacobi’s. Het gezin Van Amerongen-Frankfoorder, inmiddels uitgebreid met dochter Mimi – vertrekt medio december 1950 zonder neefje Jos naar Haifa in Israël.

Op internet is anno 2025 overigens veel informatie te vinden over Rachel van Amerongen-Frankfoorder, onder meer omdat zij een van de laatste vrouwen was, die Anne Frank in Bergen Belsen hadden gekend. Ze zal in 2012 overlijden in Israël, op 98-jarige leeftijd.

Tante ‘Chel’ en neef Jos zullen pas contact krijgen als Jos volwassen is en zich niet meer laat tegenhouden door loyaliteitsgevoelens jegens zijn pleegouders.

Josje Frankfoorder ontwikkelt zich met een tjokvolle rugzak in de naoorlogse jaren tot een onbegrepen jongen die het zeer moeilijk heeft. Hij beleeft een zware jeugd, gekenmerkt door angstdromen over Theresienstadt, loyaliteitsproblematiek, een blijvende angst voor treinen, verzet tegen het protestantse geloof, naamswijziging en wat dan ook. Zo is de enige reden voor hem om de bijbel te lezen, dat hij de dominee tegengas wil kunnen geven.

Dat verzwakt allemaal als hij eenmaal volwassen is, trouwt en kinderen krijgt. Maar wat blijft, is het gevoel dat hij in ‘blessuretijd’ leeft, zoals hij dat zelf uitdrukt. Met zijn pleegouders houdt hij een sterke band, al is hij ze niet dankbaar – ‘ze deden het voor zichzelf’ – en blijven er fundamentele verschillen van mening over religie, zijn achternaam en de adoptie. Toch neemt hij op zijn 25e de tapijthandel van zijn pleegvader over.

Het blijft een verscheurd bestaan, waarin Jos zijn gevoelens moeilijk een plaats kan geven. De relatie met zijn twee pleegdochters gaat hem makkelijker af dan die met zijn zoon Pieter, die al op zijn 19e aan kanker overlijdt. Jos heeft moeite om zoon Pieter te bezoeken in het ziekenhuis.

Er komt pas een zekere rust in zijn bestaan als er een documentaire gemaakt gaat worden over de ‘Gruppe Unbekannte Kinder’. De voorbereidingen beginnen in de jaren negentig. Opeens komen mensen bijeen, die iets fundamenteels gemeen hebben, namelijk het gemis van een basis voor hun leven. De groep van voormalige onbekende kinderen richt de stichting Het Onbekende Kind op. Jos Frankfoorder wordt daar actief in, samen met zijn echtgenote Janny, en ontleent aan de groep een familiegevoel dat hij altijd gemist heeft.

Dat wil niet zeggen dat hij zich dan verzoent met wat er in 1945 gebeurd is. In 2000 zegt hij over de gang van zaken bij de adoptie: ‘Ik word nog razend als ik eraan denk. Het is voor mij nog steeds een onverteerbare zaak. Ik denk niet dat ik er ooit vrede mee zal hebben, zelfs niet in ogenschouw nemend de situatie van toen.

Zijn jeugd ligt dan al tientallen jaren achter hem. Hij vindt dat zijn pleegouders hem nooit hadden mogen opeisen, maar begrijpt ze wel. Ondanks de inspanningen van zijn pleegouders voelt hij zich nooit echt lekker:

Zeker het feit dat ik niet joods ben opgevoed, heeft daarmee te maken. Ik heb me toch altijd als een bergleeuw tussen de woestijnleeuwen gevoeld. Het lijkt op elkaar, maar het is heel anders. Ik hou zielsveel van mijn pleegmoeder, maar ik had als jood naar Israël gemoeten. Maatschappelijk ben ik redelijk geslaagd, maar ik had de kans moeten krijgen in Israël te mislukken.

Op 31 maart 2008 stopt Jos Frankfoorder om gezondheidsredenen definitief met zijn tapijthandel aan de Jagerlaan. Na 50 jaar is het gedaan met het familiebedrijf. Hij gaat met echtgenote Janny per cruiseschip richting het Noorderlicht, maar dat zal hij nooit meer aanschouwen. Zijn ‘blessuretijd’ eindigt onderweg, op 16 juni 2008 in Ashford, Engeland. Het tekent zijn verzoening met het leven dat hij zich in de laatste fase van zijn leven weer Jos Jacobi liet noemen.

Het Geheugen van Zeist heeft op 26 mei 2022 gedenksteentjes onthuld voor de voormalige tapijtenhandel van Jos Frankfoorder/Jacobi, op Jagerlaan 22 en 22a, en voor Krugerlaan 7 en 9.

Bronnen:

  • Zie Krugerlaan 9
  • Mededeling Hans Snelleman over de verklaring van Piet Jacobi in het dossier van de Stichting 1940-1945 van Johan Anton Snelleman (25 september 1950)
  • Gemeentearchief Zeist, register van illegalen (1499-5500), ‘Jacky en Josje Jacobi’
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten van Jacob en Vrouwtje Frankfoorder-Halberstad, Abraham en Ethel Feigel Jäger-Lowi en Charles Desiré en Rachel Lu a Si-Frankfoorder
  • In de rapportenboeken van de gemeentepolitie Zeist is geen informatie gevonden over deze arrestatie.
  • Daphne Meijer, ‘Onbekende kinderen: de laatste trein uit Westerbork’, Fosfor, 2001, 50-51, 53, 157-161
  • www.joodsmonument.nl, Jacob en Vrouwtje Frankfoorder-Halberstad en Abraham Jäger en Ethel Feiger Jäger-Lowi)
  • Ongedateerd, vertrouwelijk rapport van de Commissie Oorlogspleegkinderen (OPK) over de adoptie van Jos Frankfoorder (kopie in bezit van de auteurs)
  • werkgroepcaraibischeletteren.nl, Charles Desiré Lu A Si
  • research.annefrank.org, Rachel van Amerongen-Franfoorder
  • Willy Lindwer, ‘De laatste zeven maanden, Vrouwen in het spoor van Anne Frank’, Gooi&Sticht, 1988, 102-124
  • Cor Speksnijder, ‘Leven in blessuretijd, in De laatste trein uit Westerbork’, in PS van Het Parool van 2 mei 2001
  • Centrum voor Mondiaal Onderwijs (CMO), Erfgoedproject, Vier verzetsvrouwen, Interview met mevr. Rachel van Amerongen-Franfoorder
  • geheugenvanoost.amsterdam, Oorlogsherinneringen, Henk Penseel, ‘Rachel van Amerongen kwam terug met getatoeëerd kampnummer’, 4 januari 2020
  • www.amsterdammuseum.nl, Henk Penseel, ‘Ode to Rachel Frankfoorder, Resilient, cheerful’, 15 augustus 2024

1. Krugerlaan 7

2. Het gangetje tussen de twee huizen aan de Krugerlaan 7 en 9

2a. Jacky en Josje ‘Jacobi’

3. De Joodse Raad kaart van de moeder van Jos Frankfoorder, Vrouwtje Frankfoorder-Hal

4. Rachel Lu A Si-Frankfoorder, met jodenster

5. Charles Désiré Lu-A-Si, de echtgenoot van Rachel

6.1 Jos Frankfoorder op jonge leeftijd met zijn viool

6.2 Jos Frankfoorder als vioolleerling

6. Josje Franfoorter na zijn terugkomst

7. Huwelijksfoto Jos Frankfoorder en Jannie

8. Rachel van Amerongen-Frankfoorder op oudere leeftijd

9. Advertentie voor het 25-jarig huwelijksfeest voor Jos’ pleegouders Jacobi-de Jong

10. Rachel van Amerongen-Frankfoorder tijdens een interview in het kader van een Erfgoedproject van het Centraal Mondiaal Onderwijs