Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, 384-388)
Onderduikertje:
- Mariëtta Kleerkoper (Amsterdam, 31 december 1937 – Melbourne-Australië, 12 april 2019)
Onderduikgevers:
- Dirk van de Kamp, huisschilder (Zeist, 18 mei 1909 – Zeist, 19 januari 2003), en
- echtgenote Cornelia van de Kamp-Ruske (Zeist, 10 februari 1913 – Zeist, 2 november 1992)
Kinderen (1937, 1939, 1945)
Siegmund Emanuel Kleerkoper is directeur van een rubberhandel. Als Duitsland op 10 mei 1940 Nederland binnenvalt bevindt hij zich voor zaken in Londen. Hierdoor zal hij jarenlang gescheiden blijven van zijn joodse familie in Nederland, en vooral van zijn echtgenote, twee dochtertjes en moeder die in Amsterdam wonen.
Siegmunds echtgenote Hanna Kleerkoper-Rudelsheim staat er alleen voor. In augustus 1942 is ze gedwongen tot de oneindig zware beslissing om haar twee kleine dochtertjes te laten onderduiken. Via illegale werkers in haar woonplaats Amsterdam komt ze aan twee adressen in Zeist. Het echtpaar Anton en Mien Heger-van de Kamp neemt Elly (3) in huis. De 4-jarige Tetta wordt in augustus 1942 ondergebracht bij Dirk en Cor van de Kamp-Ruske. Dirk is de broer van Mien. De meisjes worden naar hun Zeister onderduikadressen gebracht door de illegale werkster Tine Waage-Kramer. Tine brengt voor een illegale organisatie veel kinderen naar onderduikadressen. Ongeveer een jaar later, op 1 augustus 1943 zal ze gearresteerd worden, maar blijkbaar niets loslaten over de onderduikadressen.
Met de onderduik van Tetta is iets aan de hand. De illegale werkers op het gemeentehuis maken tweemaal valse persoonskaarten aan voor het meisje.
Een kaart voor ‘Mariejetta Klinkhamer’, dochter van Herman en Grietje Klinkhamer-de Bruijn, geboren op 31 december 1937 in Rotterdam. Als adres wordt het dan niet-bestaande Rozenstraat 93 genoteerd.
De tweede persoonskaart is voor ‘Marietta Klinkhamer’, nu ook weer dochter van Herman en Sientje Klinkhamer-Verhagen, geboren op 31 december 1937 in Amsterdam. Op deze kaart wordt eerst als adres Eerste Dorpsstraat 27 (niet-bestaand?) genoteerd en daarna Krugerlaan 55 van het echtpaar Van de Kamp-Ruske.
Mogelijk is een eerste onderduikadres niet doorgegaan?
Dirk van de Kamp, een huisschilder, en zijn echtgenote hebben bij de komst van hun onderduikertje zelf twee kinderen. Later tijdens de bezetting zal er nog een derde kind geboren worden. Over de komst van het onderduikertje circuleren later drie verklaringen. Het echtpaar zou hun kinderen verteld hebben dat Tetta kwam logeren, omdat haar moeder erg ziek was en niet voor haar kinderen kon zorgen. Volgens dochter Nan van de onderduikgevers is haar indertijd verteld dat Tetta uit Zeeland kwam, waar Walcheren onder water stond. Maar aan kennissen zou het onderduikstertje voorgesteld zijn als een familielid dat bij het bombardement van Rotterdam haar ouders had verloren.
De aanwezigheid van Tetta Kleerkoper brengt een groot risico met zich mee voor haar onderduikgevers. Haar donkere uiterlijk steekt namelijk nogal af tegen dat van de blonde leden van het onderduikgezin. En, hoewel het meisje te jong is om haar situatie volledig te begrijpen, herinnert ze zich haar leven in de joodse gemeenschap van Amsterdam goed. Het echtpaar Van de Kamp-Ruske vreest dat Tetta haar joodse afkomst zal verraden door de verhalen die zij met een zwaar Amsterdam accent vertelt over haar joodse vrienden. Aanvankelijk weten zij ook niet waar Tetta vandaan komt, maar het bijdehante meisje verraadt dat al gauw: ‘Wij woonden eerst in Amsterdam en daar heette ik ook anders.’ Veel later zal ze zelf vertellen dat ze tijdens haar onderduikperiode in de knoop zat met haar andere achternaam.
Tetta’s zusje Elly komt een paar keer logeren, omdat de onderduikgevers het belangrijk vinden dat de zusjes contact houden. Het spreekt voor het gereformeerde echtpaar Van de Kamp-Ruske vanzelf dat hun onderduikertje ook mee naar de kerk gaat. Als Tetta Kleerkoper zes jaar wordt, gaat ze met haar onderduikzusje mee naar school. Dat is niet van gevaar ontbloot.
De Duitse autoriteiten voeren regelmatig huiszoekingen uit in Zeist, op zoek naar mannen voor de Arbeitseinsatz. Daarnaast is de Zeister politieman Evert Drost een felle antisemiet die zich buitengewoon inspant om joodse onderduikers op te sporen en over te leveren aan de Sicherheitspolizei in Amsterdam.
Als er gevaar dreigt, wordt Tetta in de kelder verstopt – het kind denkt dat ze daar schuilt voor bombardementen. Het is een ervaring die haar nooit meer los zal laten.
Op zekere dag zit het gezin Van de Kamp-Ruske aan de ontbijttafel – vader Dirk van de Kamp uitgezonderd – als er dringend gebeld wordt. Cor van de Kamp-Ruske doet open: ‘Waar is uw man?’, ‘Die is niet thuis.’, ‘Zijn die drie kinderen van u?’, met een blik op twee zeer blonde meisjes en een behoorlijk donker meisje. Cor antwoordt bevestigend, inwendig biddend: ‘Laat Tet alsjeblieft haar mond houden!’ Het meisje spreekt haar onderduikmoeder namelijk aan met ‘tante Cor’. Het gebed wordt verhoord, want Tetta zwijgt.
Als op 18 augustus 1944 aan het begin van de Krugerlaan drie joodse jongetjes en hun onderduikgeefsters opgepakt worden, komt een vriendelijke buurman waarschuwen: ‘Ik weet niet wat dat kindje bij jullie is, maar zo en zo op nummer 7. Misschien beter om dat meisje binnen te houden.’ Cor van de Kamp-Ruske geeft geen krimp en zegt: ‘Oh, daar hoef ik niet bang voor te zijn, laat haar maar lekker buiten spelen.’ Later zegt ze dat iedereen meteen geweten zou hebben dat Tetta joods was, als ze opeens binnen was gehouden. En verraders sliepen niet.
Tetta en Elly Kleerkoper blijven tot mei 1945 bij hun onderduikgevers in Zeist. Ze overleven zo de bezetting en worden dan eindelijk herenigd met hun moeder en grootmoeder, de weduwe Marie Kleerkoper-Gaarkeuken die de bezetting ook in onderduik overleefd hebben. En tenslotte met vader Siegmund Kleerkoper. Net als elke joodse familie in Nederland worden ze geconfronteerd met verliezen. Een broer van Hanna Kleerkoper-Rudelsheim is slachtoffer van de Holocaust geworden.
Hanna’s zus Letty heeft tijdens de bezetting belangrijk illegaal werk gedaan, als lid van de Westerweel-groep. Ze is gearresteerd en gedeporteerd, maar heeft Auschwitz overleefd.
De hereniging met echtgenoot en vader Siegmund Kleerkoper laat nog even op zich wachten. Nadat hij in Engeland was gestrand, was hij al gauw opgeroepen voor dienst in het Nederlandse leger. Als vrijwilliger heeft hij tegen de Japanners gevochten. Nadien komt hij terecht in Colombo, India en later Australië. Hij werd benoemd tot kapitein, aangesteld als secretaris van generaal Spoor en pas in 1947 in Nederlands-Indië gedemobiliseerd.
Op 31 december 1948 emigreert het gezin Kleerkoper-Rudelsheim naar Melbourne in Australië, terwijl grootmoeder Kleerkoper-Gaarkeuken (dan 74) op 22 november 1952 naar Israël emigreert.
Marietta – zoals Tetta later weer genoemd wordt – en Elly Kleerkoper houden contact met hun onderduikgevers. Marietta en dochter Nan van de onderduikgevers maken zelfs eens samen een treinreis door Europa.
Op 3 mei 1973 worden Dirk en Cor van der Kamp-Ruske door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
Marietta Elliott-Kleerkoper volgt verschillende academische opleidingen in talen en ontpopt zich ook als dichteres. Als ze op 12 april 2019 overlijdt, schrijft haar dochter Hannah een ontroerend In memoriam, onder de titel ‘Marietta Elliot-Kleerkoper: teacher, poet, mother, survivor’. Daarin schrijft ze ook over haar moeders reflectie op de kelder-ervaring tijdens de bezetting: ‘And the cellar? I carry it within myself. The cellar is a dark place, but it’s also a place of inspiration.’ Marietta nam het gedicht op in haar bundel ‘Island of wakefulness’:
‘Cellar
Since I was five
I have been writing the cellar
How the light beam
from the grille at street level
Struck the dust motes
the way they danced
How the shadow of the grille
created a pattern on the stone floor
How the intensity of the light
made the darkness darker
How if I stood in the light
it illuminated my hand
And darkness became an absence’
Op 18 november 2024 zijn namens het Geheugen van Zeist en het Comité 4 en 5 mei Zeist voor Krugerlaan 55 twee gedenksteentjes onthuld voor de onderduikgevers respectievelijk voor Mariëtta Kleerkoper.
Bronnen:
- Mededelingen van Elly Anholt-Kleerkoper
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Dirk en Cornelia van de Kamp-Ruske
- Zie Jagerlaan 76, voor het onderduikadres van zusje Elly en voor informatie over Tine Tine Waage-Kramer en broer en zus Rudelsheim
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Siegmund en Hanna Kleerkoper-Rudelsheim
- Gemeentearchief Zeist, 1499-5500, register van illegalen: ‘Mariejetta Klinkhamer’ en ‘Marietta Klinkhamer’
- In memoriam in The Sydney Morning Herald, geschreven door dochter Hannah Ruth Elliott, op 30 juni 2019 (www.smh.com.au/national), ‘Marietta Elliott-Kleerkoper: teacher, poet, mother, survivor’
1. Krugerlaan 55
2. Het gezin Van der Kamp-Ruske met kinderen en grootouders
3. Krugerlaan 55-56, in 1985
4.1 Tetta en Elly in 1944
4. Links Elly en rechts Tetta
5. Valse registratie van Mariëta Kleerkoper
6. Hanna Kleerkoper-Rudelsheim na de bevrijding herenigd met haar dochtertjes. Naast haar (geknield) onderduikgeefster Cornelia van de Kamp-Ruske met haar drie kinderen
7. Marietta Elliott-Kleerkoper







